Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4449

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-09-2015
Datum publicatie
24-09-2015
Zaaknummer
18.930194-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot 5 maanden gevangenisstraf voor een inbrak in een woning tezamen met een ander.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.930194-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren in [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijvende in [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 september 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.M. de Vries.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 16 juli 2015 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een woning, gelegen aan of bij [adres 1] , heeft weggenomen

- een of meer Ipad('s) en/of

- een laptop en/of

- een playstation en/of

- (3) ring(en) (van goud) en/of een (zegel)ring en/of een of meer ketting(en) (met hangertje(s) en/of toebehoren) en/of een armband (van goud), althans (een) hoeveelhe(i)d(en) siera(a)d(en) en/of

- een (geld)bedrag en/of

- een aansteker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel;

2. hij op of omstreeks 16 juli 2015 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een plantenbak en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) planten, althans een tuin (behorende bij een perceel, gelegen aan of bij [adres 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;

- veroordeling voor het onder 1 ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte bij bedoeld feit betrokken is geweest zodat het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe welke steeds zakelijk zijn weergegeven en waarbij de processen-verbaal steeds in de wettelijke vorm zijn opgemaakt.

- een proces-verbaal van aangifte 1 d.d. 16 juli 2015, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

Op 16 juli 2015 is er ingebroken in mijn woning aan [adres 1] te [pleegplaats] .

Onze voorkamer zit aan de straatkant. Hier zit een uitzetraam in van ongeveer 1.00 meter bij 1.20 meter. Dit raam gaat naar buiten open.

De achterdeur zit altijd op de knippen en de voordeur doen we op slot als we weggaan. Ik weet niet of er een raam open stond.

Ik reed [straat 1] in, in de richting van onze woning. Ik stond stil met de auto op de straat voor het grasveldje voor onze woning. Ik zag dat er een lange jongen bij mijn huis weg liep. Ik zag dat deze jongen nog op het paadje van mijn tuin liep. Ik zag dat er een donkere jongen uit mijn raam stapte en dat ze beiden weg renden in de richting van [straat 2] .

Ik zag dat [persoon 1] en [persoon 2] samen achter de twee jongens aan renden.

Ik ben vervolgens met de auto achter die jongens aangegaan en [persoon 3] zat nog bij mij in de auto. Ik kwam uit de richting van [straat 3] en ik reed over de stoep in de richting van [straat 2] . Op het moment dat ik over de stoep en over het fietspad heen reed om die jongens klem te rijden zie ik beide mannen. Ik zie dat 1 van die jongens een muur op klom om de tuin van de buren in te gaan. Ik ben snel uit mijn auto gestapt en ik denk dat ik ongeveer 4 meter moest lopen om die vent te pakken te krijgen. Ik pakte de jongen vast en zei dat hij moest wachten op de politie. Ik zag en voelde dat de jongen bleef staan maar op een gegeven moment wrikte hij zich los en rende hij bij mij weg. Ik ben er weer achteraan gegaan en had hem binnen 15 meter weer te pakken. Ik heb hem vastgehouden tot dat de politie er was.

Uit de kamer hebben ze een laptop weggenomen en 2 x een IPad.

Verder zijn er een aansteker, sieraden en munten weggenomen.

- een proces-verbaal van bevindingen 2 d.d. 16 juli 2015, inhoudende het relaas van [verbalisant 1] .

Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat de verdachten een tuin in waren gerend, en via de muur van die tuin waren gevlucht naar de volgende tuin. [slachtoffer 1] wees mij aan dat de verdachten de tuin van [adres 2] te [pleegplaats] in waren gerend.

Toen ik beter keek zag ik in de hoek van deze bak, tussen het schuurtje aan de linkerzijde en de muur recht voor mij een aantal gouden voorwerpen lagen. Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat deze voorwerpen van hem waren. Ik hoorde [slachtoffer 1] ook zeggen dat hij de persoon die reeds door ons was aangehouden deze tuin in heeft zien vluchten.

- een proces-verbaal van bevindingen 3 d.d. 16 juli 2015, inhoudende het relaas van [verbalisant 2]

Ik hoorde [slachtoffer 1] zeggen dat de zittende man een van de daders was.

Hierop heb ik de manspersoon welke op de grond zat staande gehouden. De manspersoon

kon mij verbalisant geen geldig legitimatiebewijs overhandigen.

De manspersoon gaf op te zijn: [verdachte] .

- een proces-verbaal verhoor getuige 4 d.d. 16 juli 2015, inhoudende de verklaring van [persoon 1] .

Ik zag dus dat de jongens ter hoogte van onze woning liepen toen wij aan kwamen rijden. Ik zag dat jongen 1, die met dat blauwe Adidas pak, een gele plastic tas van Jumbo in zijn handen had. Ik zag ook dat jongen 2, hij droeg een blauwe groene jas, een zwart met grijze PlayStation computer onder zijn rechter arm had.

Ik zag dat het raam aan de voorkant van de woning open stond, ik zag dat dit het kamer raam op de beneden verdieping betrof.

De gele Jumbo tas die de jongens bij zich hadden was ook afkomstig uit onze woning.

Ik zag dat jongen 1 de Jumbo tas met de laptop, de IPad en de zwarte riem op een gegeven moment weggooide. Ik zag toen meteen dat de IPad op de stenen viel.

Op het moment dat jongen 1 de Jumbo tas weggooide zag ik dat jongen 2 de PlayStation tegen een muur gooide.

Ik ben vervolgens even gestopt om de spullen op te pakken. Ik heb de Jumbo tas, de IPad, de laptop en de PlayStation opgepakt en meegenomen.

- een proces-verbaal verhoor getuige 5 d.d. 21 juli 2015, inhoudende de verklaring van [getuige] .

Op donderdag 16 juli 2015, tussen 15.00 uur en 16.00 uur bevond ik mij in mijn tuin achter mijn huis.

Ik stond op de rechterkant het terras en zag dat een lange man voor mij van links de tuin in kwam rennen. Deze man is over het gaas heen gestapt dat om mijn tuin zit en liep dus van links naar rechts schuin naar achteren door mijn tuin. Ik denk dat dit ongeveer 2 seconden geduurd heeft. De man ging aan de rechter achterkant van mijn tuin, daar waar het gaas aan een houten schutting zit, mijn tuin weer uit.

Direct hierna zag ik, dat een donkere jongen op dezelfde plek, waar eerst de lange blanke jongen mijn tuin in kwam lopen, mijn tuin in kwam lopen.

Ik hoorde toen ook al geschreeuw.

Toen de dikkere zwarte jongen aan de achterzijde van mijn tuin bij het gaas was aangekomen, zag ik, dat een andere man, die zich later voorstelde als [slachtoffer 1] , deze man over het gaas heen bij zijn kladden pakte. Ik zag dat hij deze man beet pakte en uit mijn tuin trok naar buiten mijn erf. Ik zag dat hij hem stevig vasthield zodat hij niet weg kon lopen.

Deze donkere jongen zei niets en was duidelijk buiten adem.

Op grond van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte en zijn mededader hebben ingebroken in de woning van aangever [slachtoffer 1] .

De rechtbank gaat voorbij aan het scenario van verdachte. Verdachte heeft gesteld dat hij in de buurt had gevoetbald en dat hij op weg naar huis was. Opeens rende er iemand hem voorbij en toen verdachte achterom keek zag hij een auto aan komen rijden die het voetpad op ging. Verdachte zegt dat hij vreesde dat hij zou worden aangereden en daarom is weggerend in de richting van de snelweg. Verdachte geeft aan dat hij in niemands tuin is geweest.

De verklaring van verdachte is strijdig met voornoemde verklaring van [getuige] die aangeeft dat de donkere man werd vastgegrepen door een man die zich later voorstelde als [slachtoffer 1] . Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij niet is vastgegrepen. Verdachte heeft wel aangegeven dat hij op de grond zat toen de politie kwam en hij werd aangehouden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 16 juli 2015 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan [adres 1] , heeft weggenomen

- een Ipad en

- een laptop en

- een PlayStation en

- een hoeveelheid sieraden en

- een geldbedrag en

- een aansteker,

toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 26 augustus 2015.

Alsmede het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie waaruit naar voren komt dat verdachte vaker is veroordeeld met betrekking tot vermogensdelicten.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een ander ingebroken in een woning en diverse goederen meegenomen.

Inbraken in woningen veroorzaken grote onrust in samenleving en tast de privacy van de bewoners in grote mate aan. De slachtoffers van woninginbraken moeten zich in het algemeen grote moeite getroosten om hun financieel nadeel te minimaliseren. Het is inmiddels een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van woninginbraken nadien daarvan psychische gevolgen kunnen ondervinden.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf passend en geboden is.

Voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting.

In het pleidooi van de raadsman noch hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht op de terechtzitting ziet de rechtbank aanleiding van die oriëntatiepunten af te wijken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 27, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

 Een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en mr. P.J. van Steen, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2015.

Mr. Van Steen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 pag. 59 ev van het dossier nummer PL0100-2015206339 (het dossier)

2 68 ev van het dossier

3 pag. 70 van het dossier

4 pag. 114 ev van het dossier

5 pag. 127 ev van het dossier