Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4448

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-09-2015
Datum publicatie
24-09-2015
Zaaknummer
18.930069-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot 4 jaren gevangenisstraf voor het langdurig en stelselmatig misbruik van het slachtoffer die aan zijn zorg en opvoeding was toevertrouwd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,244,245,248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.930069-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 september 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.M. von Bartheld.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2010 tot en met 10 augustus 2011, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , zijnde die [slachtoffer] een kind dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of zijnde die [slachtoffer] een minderjarige die aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken/geduwd en/of

- de deur van de ruimte waarin die [slachtoffer] en verdachte zich bevonden heeft afgesloten en/of

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- die [slachtoffer] stevig heeft vastgepakt en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer]

- is doorgegaan met het plegen van de hiervoor genoemde (binnendringings)handeling(en) ondanks het door die [slachtoffer] geboden verbaal en/of lichamelijk verzet en/of

(telkens) (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2010 tot en met 10 augustus 2011, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen, althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen beneden de leeftijd van twaalf jaren was, en die (telkens) een kind was dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of die (telkens) een minderjarige was die aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2010 tot en met 10 augustus 2011, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen, althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen beneden de leeftijd van zestien jaren was, en die (telkens) een kind was dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of die (telkens) een minderjarige was die aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte (telkens)

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld;

2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2014, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , zijnde die [slachtoffer] een kind dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of zijnde die [slachtoffer] een minderjarige die aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken/geduwd en/of

- de deur van de ruimte waarin die [slachtoffer] en verdachte zich bevonden heeft afgesloten en/of

- die [slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of

- die [slachtoffer] stevig heeft vastgepakt en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer]

- is doorgegaan met het plegen van de hiervoor genoemde (binnendringings)handeling(en) ondanks het door die [slachtoffer] geboden verbaal en/of lichamelijk verzet en/of

(telkens) (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2014, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen, althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en die (telkens) een kind was dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of die (telkens) een minderjarige was die aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en/of

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde;

- oplegging van 8 jaren gevangenisstraf;

- de gevangenneming ter terechtzitting van verdachte te gelasten op de dag van de uitspraak;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van 18.400,62 euro met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

In het onder 1 primair eerste variant en 2 eerste variant ten laste gelegde wordt verdachte verweten dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] .

De raadsvrouw heeft daarover het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft bij de politie en ook op de terechtzitting aangeven dat van dwang geen sprake was. Ten tijde van de seksuele handelingen is verdachte nooit gebleken dat [slachtoffer] daarvan niet gediend was. Verdachte hoefde dan ook geen dwang toe te passen om de seksuele handelingen mogelijk te maken. Naar het standpunt van verdachte was er immers een wederzijdse aantrekkingskracht ondanks het grote leeftijdsverschil.

Voor zover zij tegenstribbelde zag verdachte dat als een stoeien dat hij regelmatig met haar deed. Eerst nadat zij aangifte had gedaan werd voor verdachte duidelijk dat de handelingen tegen haar wil hadden plaatsgevonden. Uit die verklaring kan naar het standpunt van de raadsvrouw echter onvoldoende worden afgeleid dat verdachte geweld heeft gebruikt om de seksuele handelingen af te dwingen.

De rechtbank overweegt het volgende.

Het bestanddeel dwingen vereist dat het opzet of het voorwaardelijk opzet gericht is op het doen ondergaan van seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer. Het slachtoffer moet blijk geven van enige vorm van verzet op grond waarvan het voor verdachte kenbaar kon zijn dat de handelingen tegen de wil van het slachtoffer plaatsvonden.

Anderzijds dienen de dwanghandelingen van voldoende kaliber te zijn om de weerstand van het slachtoffer te breken. Bovendien moet het gepleegde geweld of de bedreiging daarmee gericht zijn geweest op het tot stand brengen van het seksuele contact.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit het dossier onvoldoende naar voren dat verdachte [slachtoffer] in vorenstaande zin heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. De rechtbank acht daarmee de dwang als bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht niet bewezen. Dit laat overigens onverlet dat [slachtoffer] een en ander wel zo heeft ervaren en dat de rechtbank zeker niet aanneemt dat zij de handelingen heeft gewenst.

Verdachte dient van het onder 1 primair eerste variant en 2 eerste variant ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde onder 1 primair tweede variant en onder 2 tweede variant de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 september 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte 1 d.d. 03 oktober 2014, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair eerste variant en 2 eerste variant ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 11 augustus 2010 tot en met 10 augustus 2011, in de gemeente Midden-Drenthe en/of Assen, telkens met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen beneden de leeftijd van twaalf jaren was, en die een kind was dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en een minderjarige was die aan zijn zorg was toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en

- die [slachtoffer] getongzoend en

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld;

2. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 11 augustus 2011 tot en met 31 augustus 2014, in de gemeente Midden-Drenthe en/of Assen, telkens met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en die een kind was dat hij verzorgde en/of opvoedde als behorend tot zijn gezin en die een minderjarige was die aan zijn zorg was toevertrouwd, telkens buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en

- zich door die [slachtoffer] laten aftrekken en

- die [slachtoffer] getongzoend en

- aan de vagina van die [slachtoffer] gelikt en

- de borsten van die [slachtoffer] betast/gestreeld en

- aan de borsten/tepels van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en

- de buik van die [slachtoffer] betast/gestreeld;

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorende tot zijn gezin, een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

2. Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorende tot zijn gezin, een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 15 juni 2015, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de minderjarige [slachtoffer] vanaf haar elfde levensjaar tot en met haar vijftiende levensjaar stelselmatig seksueel misbruikt op een wijze zoals de rechtbank dat hiervoor bewezen acht. Het hoeft geen betoog dat het langdurige misbruik voor het slachtoffer grote psychische gevolgen heeft. De gevolgen grijpen diep in op haar leven en wel in zo’n mate dat het slachtoffer is aangewezen op deskundige hulpverlening bij de GGZ. De verwachting is dat het slachtoffer zich langdurig onder behandeling van een psycholoog moet stellen om hetgeen haar is overkomen te kunnen verwerken.

Verdachte kan worden verweten dat hij totaal voorbij is gegaan aan de belevingswereld van het destijds elfjarige slachtoffer aangaande seksualiteit en relaties. Verdachte had behoren te weten dat hij met zijn handelen jegens het slachtoffer een sociaal ethische norm aanmerkelijk en langdurig heeft overschreden.

Anderzijds lijkt verdachte te door drongen zijn van zijn foutief handelen en neemt hij de volledige verantwoordelijkheid voor zijn handelen.

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de feiten een langdurige gevangenisstraf.

De rechtbank komt tot een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank van een andere bewezenverklaring uitgaat.

De rechtbank zal niet de gevangenneming ter terechtzitting van de verdachte gelasten nu niet is gebleken dat verdachte zich zal onttrekken aan de executie van de op te leggen straf.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met de door verdachte gepleegde strafbare feiten, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging dat de immateriële schade op een veel lager bedrag vastgesteld zou moeten worden. De rechtbank heeft daarbij betrokken dat de ernst en omvang van het seksuele misbruik, langdurige psychische gevolgen voor het slachtoffer zullen meebrengen.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de opgevoerde kosten ter zake verlofuren ouders niet als rechtstreekse schade worden gekwalificeerd. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet-ontvankelijk is.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De ingangsdatum van de wettelijke rente zal de rechtbank bepalen op de datum van de aangifte nu onvoldoende duidelijk op welke moment de materiële schade is ontstaan.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 27, 36f, 57, 244, 245 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1 primair tweede variant en 2, tweede variant ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

 Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 17.500,-- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2014.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is in de vordering en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 17.500,-- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en mr. P.J. van Steen, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2015.

Mr. Van Steen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 pag. 77ev van het dossier nummer: PL0300-2014074062