Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4285

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-08-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
18.830048-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling terzake van o.a. medeplegen van gewapende woningoverval, gevangenisstraf 5 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285,310,312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummers: 18/830048-15 en 18/830200-15 en 18/820120-14 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 31 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans preventief gedetineerd [verblijfplaats] ,

[verblijfadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 augustus 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.H. Kappelhof, advocaat te Delfzijl.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.J. Heus.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

1.

hij op of omstreeks 8 februari 2015, in [pleegplaats 1] , althans in de gemeente Oldambt, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fototoestel en/of een juwelenbox met sieraden en/of een portemonnee met inhoud (onder meer 400 euro en/of pasjes en/of rijbewijs) en/of een spelcomputer en/of drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- ‘ s nachts bij de woning van die [slachtoffer 1] op/tegen de deur en/of het raam heeft/hebben geklopt, en/of hierbij een bivakmuts droeg en/of

- nadat die [slachtoffer 1] de deur had geopend de woning is/zijn binnengedrongen,

en/of

- die [slachtoffer 1] op de grond heeft/hebben gedrukt en/of naar achteren heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in een wurggreep heeft/hebben vastgehouden, en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getrapt/geschopt, en/of

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geld, geld” en/of

“Coke, coke”, en/of

- een gaspistool, althans een vuurwapen, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die [slachtoffer 1] , en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of in de buik van die [slachtoffer 1] gedrukt en/of

- met een gaspistool, althans een vuurwapen, een of meer schoten heeft/hebben afgevuurd in de woning van die [slachtoffer 1] , en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vernield;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat, hij op of omstreeks 8 februari 2015 te [pleegplaats 1] , gemeente Oïdambt, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of drugs en/of andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- ‘ s nachts bij de woning van die [slachtoffer 1] op/tegen de deur en/of het raam

heeft/hebben geklopt, en/of hierbij een bivakmuts droeg en/of

- nadat die [slachtoffer 1] de deur had geopend de woning is/zijn binnengedrongen,

en/of

- die [slachtoffer 1] op de grond heeft/hebben gedrukt en/of naar achteren heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in een wurggreep heeft/hebben vastgehouden, en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getrapt/geschopt, en/of

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geld, geld” en/of

“Coke, coke”, en/of

- een gaspistool, althans een vuurwapen, heeft/hebben getoond aan en/of

gericht op die [slachtoffer 1] , en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of in de

buik van die [slachtoffer 1] gedrukt en/of

- met een gaspistool, althans een vuurwapen, een of meer schoten heeft/hebben

afgevuurd in de woning van die [slachtoffer 1] , en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vernield;

heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in een wurggreep

heeft/hebben vastgehouden, en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getrapt/geschopt, en/of

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geld, geld” en/of

“Coke, coke”, en/of

- een gaspistool, althans een vuurwapen, heeft/hebben getoond aan en/of

gericht op die [slachtoffer 1] , en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of in de

buik van die [slachtoffer 1] gedrukt en/of

- met een gaspistool, althans een vuurwapen, een of meer schoten heeft/hebben

afgevuurd in de woning van die [slachtoffer 1] , en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] heeft/hebben en/of

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2015 tot en met 15 februari

2015 te [pleegplaats 2] , althans in de Bondsrepubliek Duitsland,

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, in het

gezicht te slaan en/of de keel van die [slachtoffer 2] dicht te knijpen;

Ten aanzien van parketnummer 18/830200-15

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2014 tot en met 12 juli 2014 te

[pleegplaats 1] , gemeente Oldambt, opzettelijk [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte

-die [slachtoffer 3] (met kracht) een woning uit getrokken en meegenomen naar een

andere woning en/of die [slachtoffer 3] vervolgens (met kracht) in die woning naar

binnen geduwd en/of

-die [slachtoffer 3] in het gezicht geslagen en/of

-tegen die [slachtoffer 3] gezegd "Je hoeft niet proberen weg te komen want ik maak

je dood" en/of "Als jij naar de politie gaat dan weet je het" en/of een mes in

de tafel gestoken" en/of

-die [slachtoffer 3] belemmerd om de woning gedurende enige tijd te verlaten.

Ten aanzien van parketnummer 18/820120-14

1.

hij op of omstreeks 22 april 2014 te [pleegplaats 1] , gemeente Oldambt,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen filet

americain en/of repen chocola en/of vleeswaren en/of blikje(s) vis en/of

chilisaus, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het

winkelbedrijf Aldi, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 05 september 2012 tot en met 25 oktober 2012 te [pleegplaats 3] , althans

binnen de gemeente Winsum, althans in de provincie Groningen,

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] meermalen, althans

eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend naar [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] onder andere de volgende teksten per smsbericht

en/of per bericht gestuurd:

- " Geloof me ik maak jullie af als ik geen gebruik kan maken van mijn rekening"

- " Als [naam 3] mij niet binnen vijf minuten belt gooi ik een handgranaat naar

- " Ik sta nu voor de deur met een handgranaat ik wil [naam 3] spreken als jullie

de politie bellen gooi ik het naar binnen"

- " Goed uitkijken in de auto, de remmen kunnen het begeven"

- " Je moet [naam 2] goed in de gaten houden, jullie zijn allemaal de lul het maakt

mij niet uit wie van jullie ik te pakken krijg"

althans woorden van gelijke strekking.

3.

hij op of omstreeks 12 januari 2015 te [pleegplaats 1] , gemeente Oldambt, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met

inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat alle ten laste gelegde feiten, voor zover van toepassing in hun primaire vorm, op grond van de stukken in het dossier wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 18/830048-15 betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hoewel er wettig bewijs aanwezig is, de overtuiging ontbreekt dat verdachte een aandeel heeft gehad in de overval in de woning.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde en het ten laste gelegde feit onder parketnummer 18/830200-15 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/820120-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde is de raadsman met de officier van justitie van mening dat deze feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Ten aanzien van het onder laatst genoemde parketnummer onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat niemand heeft gezien dat verdachte de portemonnee uit de tas van aangeefster heeft gehaald. Er zijn andere scenario's te bedenken waardoor aangeefster haar portemonnee is kwijtgeraakt. Het enkele feit dat, niet bij name genoemde, bezoekers van het café verdachte kennen en mogelijk hem hebben zien instappen in de auto van aangeefster is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Beoordeling van het bewijs

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen ten aanzien van parketnummer 18/830048-15 onder 2 ten laste is gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat het in de aangifte omschreven letsel van aangeefster is ontstaan door het handelen van verdachte.

Bij de beoordeling van de overige ten laste gelegde feiten heeft de rechtbank acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt.

Ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

Het onder 1 primair ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 8 februari 2015, opgenomen op pagina 251 e.v. van dossier nr. 2015038265 ( [onderzoeksnaam] ) d.d. 26 maart 2015, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Ik woon aan de [adres 1] te [pleegplaats 1] . Het was zaterdag. Er werd geklopt op de deur of het raam. Ik zag [bijnaam medeverdachte 1] ( de rechtbank begrijpt telkens: [medeverdachte 1] ) voor de deur staan. Ik ben naar beneden gegaan om de deur te openen.

[bijnaam medeverdachte 1] vroeg, toen ik de deur had open gemaakt, of ik vijf ballen wit had. Voordat ik antwoord kon geven duwde hij mij naar achteren en ineens waren er 2 mannen achter hem. De dikke man besprong mij. Ik werd vastgegrepen in een wurggreep en ik voelde dat ik een aantal trappen kreeg. Ik hoorde de mannen schreeuwen: "Geld, geld, coke, coke". Ik weet nog dat één van de mannen een pistool tegen mijn buik drukte. De twee mannen die bij [bijnaam medeverdachte 1] waren spraken Duits. Toen die ene man mij in de gang in bedwang hield ging die andere man naar boven om naar drugs en geld te zoeken. Ik heb één keer een schot gehoord. Dat was in de gang toen ik besprongen werd. De man die naar boven ging was een dikke man. De mannen hebben een fototoestel merk Samsung, een juwelenbox met sieraden weggenomen en mijn portemonnee met 400 euro mijn ANWB pas, ING pas ID-kaart, kentekenbewijs van mijn auto en mijn rijbewijs. Er is ook drugs gestolen door de mannen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2015, opgenomen op pagina 264 van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Abusievelijk is in de aanhef van de aangifte vermeld dat [slachtoffer 1] op zondag 8 februari 2015 aangifte heeft gedaan. Dit moet zijn: dinsdag 10 februari 2015.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 19 februari 2015, opgenomen op pagina 265 e.v. van voormeld dossier, inhoudende een aanvullende verklaring van aangever [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Ik werd in de gang in bedwang gehouden en ik hoorde de man die mij vast hield zeggen :"Joe ma pang pang". Dit is Surinaams voor: je moeders stinkkut. Die man die dit zo feilloos uitsprak moet wel Surinamer zijn.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2015, opgenomen op pagina 215 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

Ik begin te vertellen vanaf zaterdag 7 februari 2015 op zondag 8 februari 2015. We zijn naar [bijnaam medeverdachte 1] gereden. [medeverdachte 1] (de rechtbank leest: [medeverdachte 1] ) heeft geklopt en we werden binnen gelaten. Hij heeft het wapen volledig eruit getrokken en hij heeft 1 keer geschoten. Hij zei toen in het Nederlands:" [bijnaam medeverdachte 1] ik ben dronken je moet bang voor me zijn ik wil drugs. Regel wat voor me". [bijnaam medeverdachte 1] heeft toen een persoon gebeld en hij zei 1 bolletje wit en 1 bolletje bruin. Het duurde 5 minuten en toen kon [bijnaam medeverdachte 1] dat halen bij de persoon die de dealer is van zowel [verdachte] (de rechtbank begrijpt telkens: [verdachte] ) als [bijnaam medeverdachte 1] . Dit is de man die overvallen is. We zijn er toen naar toe gelopen. Ik heb toen een bivakmuts opgezet. Ik had deze van [bijnaam medeverdachte 1] gekregen in de woning. [bijnaam medeverdachte 1] stond voor de voordeur en [verdachte] stond tegen de muur gedrukt naast [bijnaam medeverdachte 1] en had zijn hand aan het pistool. Ik stond naast [verdachte] . [bijnaam medeverdachte 1] heeft geklopt en daarna ging de deur open. Daarvoor hoorde ik [verdachte] en [bijnaam medeverdachte 1] tegen elkaar zeggen: van alles meenemen, drugs is belangrijk en geld. [bijnaam medeverdachte 1] stapte naar binnen en meteen naar links. [verdachte] kwam toen met het wapen een kwartslag gekanteld en hij richtte dat op de man die binnen was. Hij drukte het wapen meteen tegen de man zijn voorhoofd of tegen zijn slaap. Hij had het wapen vooraf doorgeladen. [verdachte] heeft hem toen met zijn knie in zijn maag of onderlijf geschopt. De bewoner van het huis is toen op de grond geworpen.

[verdachte] heeft toen met een knie op zijn borst of keel gedrukt en het wapen op hem gericht. Er lagen meerdere grammen cocaïne. Beneden heeft [verdachte] op de persoon geschoten. Hij riep: "kom kom". Er waren ook nog 2 bolletjes wit . Ik ben naar buiten gerend en heb me in de auto verstopt. Ik zag dat [verdachte] de straat overstak. Ik heb mijn auto gepakt en [medeverdachte 1] stapte bij mij in en we zijn toen richting Duitsland gereden. [medeverdachte 1] had cocaïne en geld bij zich. Ik heb dat gezien toen we thuis waren.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 23 februari 2015, opgenomen op pagina 146 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] ( [bijnaam medeverdachte 1] ), zakelijk weergegeven:

[verdachte] kwam samen met [bijnaam medeverdachte 2] (wijst naar foto van [medeverdachte 2] ) bij mij binnen.

En toen kwam in een keer pats dat wapen op tafel, een pistool. lk moest met ze mee gaan naar [slachtoffer 1] . Het was hun bedoeling om [slachtoffer 1] (de rechtbank leest telkens: [slachtoffer 1] ) te gaan overvallen. lk zag dat omdat ze een pistool bij zich hadden en een bivakmuts en ze hadden geen geld. lk zag dat [medeverdachte 2] bij mij thuis de bivakmuts opzette.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben tegen mij gezegd dat ik aan moest bellen bij [slachtoffer 1] . Zij zouden zich verstoppen. Zo gauw als de deur open zou gaan zouden zij naar binnen gaan.

lk moest mee omdat [slachtoffer 1] voor [medeverdachte 1] de deur niet zou opendoen. Voor mij doet hij wel open, daarom moest ik mee. Net voor het huis van [slachtoffer 1] , hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich verdekt opgesteld in dat steegje.

lk liep door naar de voordeur klopte bij [slachtoffer 1] op de grote ruit van de woonkamer. [slachtoffer 1] was op dat moment boven. Hij keek naar beneden en deed het slaapkamerraam open. Ik vroeg hem om 50 euro wit . [slachtoffer 1] kwam toen naar beneden en hij deed de voordeur open. lk stapte de gang bij [slachtoffer 1] in en [slachtoffer 1] liet mij de drugs zien. Op dat moment kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] langs mij heen gestormd. lk zag dat in ieder geval [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] op de grond lagen. lk hoorde nog dat iemand riep: "Geb hier das Zeug!" of iets in die strekking. lk hoorde dat [slachtoffer 1] riep: "Help, help, help!". lk hoorde nadat de deur dicht was ook een schot.

Een proces-verbaal d.d. 26 maart 2015 opgenomen op pagina 9 van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op zondag 8 februari 2015 te 02.22 uur werd er een telefonische melding gedaan door de bewoner van [adres 2] te [pleegplaats 1] , genaamd [getuige 1] , dat hij iemand om hulp had horen roepen vanuit perceel [adres 1] te [pleegplaats 1] . Twee surveillance-eenheden begaven zich naar het adres [adres 1] te [pleegplaats 1] .

Een proces-verbaal bevindingen d.d. 8 februari 2015, opgenomen op pagina 25 e.v. in voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen de melding om te gaan naar [adres 1] te [pleegplaats 1] . Wij, verbalisanten, zijn hierop ter plaatse gegaan. Bij aanrijden van de woning zagen wij, verbalisanten, ons ambtshalve bekende [verdachte] op de [straat 1] te [pleegplaats 1] lopen in de richting van de [laan] nabij de woning van het slachtoffer [adres 1] .

Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] uit de zijstraat van de [straat 1] liep waaraan dus de woning van het slachtoffer is gelegen.

Ten aanzien van parketnummer 18/830200-15

De door verdachte op de terechtzitting afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik trof [slachtoffer 3] in de woning van [persoon] . Ik wilde met haar praten vanwege het feit dat ze een belastende en valse verklaring over mij had afgelegd. Er ontstond tumult. Toen is ze met mij meegegaan naar de woning van [medeverdachte 1] aan de [laan] in [pleegplaats 1] .

Het klopt dat ik een mes bij me had.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 17 juli 2014, als bijlage A pag. 13 e.v van dossier nr. 2014077853 d.d 15 oktober 2014, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven:

"Op vrijdag 11 juli 2014 was ik omstreeks 23.00 uur bij [persoon] in haar woning aan de [weg] in [plaats] . Op een gegeven moment zag ik dat de mij bekende [verdachte] ook de woning van [persoon] binnen kwam. Hij bleef maar over de belastende verklaring zeuren. We zijn lopend vanaf de woning van [persoon] naar de woning aan de [laan] [nummer] gegaan. Op een gegeven moment kwamen we bij de woning van [bijnaam medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ). Ik wilde niet naar binnen. Ik voelde echter dat [verdachte] mij met brute kracht de woning via de voordeur induwde. Ik hoorde dat hij tegen mij zei :"Je hoeft niet proberen weg te komen, want ik maak je dood." Ook hoorde ik dat hij zei: "Wanneer je naar de politie gaat, weet ik je te vinden en ga je eraan. Als je leven jou lief is, dan laat je dat." Verder zag ik dat [verdachte] een mes bij zich had. Ik zag dat hij met kracht dat mes in de tafel stak. Ik hoorde dat hij zei: "Als jij naar de politie gaat, dan weet je het!". [verdachte] bleef ook nu voortdurend op die belastende verklaring hameren. Ik ben namelijk erg bang dat [verdachte] dat doet wat hij tegen mij heeft gezegd, namelijk: "Als je leven je lief is, dan zeg je niets tegen de politie".

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 23 februari 2015, opgenomen op pagina 150 e.v. opgenomen in voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] ( [bijnaam medeverdachte 1] ), zakelijk weergegeven:

[slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt aangeefster [slachtoffer 3] ) uit [pleegplaats 1] werd tegen haar wil vastgehouden. Dit was in de zomer. Het was al laat op de avond. Hij kwam met haar bij mij thuis. Ze kwamen toen bij [persoon] van de [weg] vandaan. Zij wilde constant weg en [verdachte] wilde haar niet weg laten gaan. Zij smeekte steeds of [verdachte] haar wilde laten gaan. Zij huilde constant. [verdachte] sloeg haar dan omdat ze huilde. Daardoor ging ze steeds harder huilen en sloeg hij haar weer. Ze waren ongeveer een half uur tot een uur bij mij thuis en toen is er op een gegeven moment politie gekomen en toen kon ze weg.

Ten aanzien van parketnummer 18/820120-14

Het onder 1 ten laste gelegde

De door verdachte op de terechtzitting afgelegde bekennende verklaring.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 22 april 2014, opgenomen op pagina 27 e.v. van dossier nr.PL01PL-2014046276 d.d. 30 april 2014, inhoudende de verklaring van aangever, namens Aldi Vastgoed,

Het onder 2 ten laste gelegde

De door verdachte op de terechtzitting afgelegde bekennende verklaring.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 10 september 2012, opgenomen op pagina 48 e.v. van dossier nr.PL01PE-2013003133 d.d. 10 januari 2013, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 4] mede namens [slachtoffer 5] .

Het onder 3 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 12 januari 2015, opgenomen op pagina 14 e.v. van dossier nr.PL0100-2015012364 d.d. 21 januari 2015, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 8] zakelijk weergegeven:

Vandaag maandag 12 januari 2015 ben ik samen met [naam 1] naar [pleegplaats 1] gereden. Ik ben uitgestapt om te bellen. [naam 1] bleef in de auto zitten en er kwam een man met een donkere huidskleur aanlopen. Hij bleef bij de auto staan en kwam in gesprek met [naam 1] . [naam 1] riep mij op een gegeven moment en vroeg of we de man een lift konden geven. Dat hebben we gedaan en we hebben hem een paar straten verderop afgezet. Dat was in de buurt van de [straat 1] op een grote parkeerplaats.

Ik zat op de bijrijdersstoel en [naam 1] reed en de man zat achterin de auto. Op de parkeerplaats bedankte hij ons en liep hij weg in de richting van het bos en ging de hoek om.

Ik zag daarop dat mijn tas die nog op de achterbank stond open was en die was eerst gesloten. Ik heb in mijn tas gekeken en zag dat mijn portemonnee uit de tas was weggenomen. De man had zich voorgesteld aan mij als [verdachte] en dat hij vijftig jaar oud was.

Ik mis nu dus mijn portemonnee met daarin in papier 180 euro en mijn ziekenfonds pas en mijn Duitse Identiteitsbewijs.

Het signalement van de man is als volgt;

-donkere huidskleur/negroïde,

-slank postuur,

-ingevallen wangen, zeer opvallend,

-slanke dunne vingers,

-kort haar, bijna kaal of kaal,

-spijkerbroek, blauw van kleur,

-gewatteerde jas, drie kwart lang en grijs van kleur.

-vijftig jaar oud.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 januari 2015, op genomen op pagina 18 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van getuige, zakelijk weergegeven:

Vandaag, maandag 12 januari 2015, omstreeks 16.00 uur, ben ik samen met mijn vriendin in mijn auto in [pleegplaats 1] aangekomen. We werden in de [straat 2] aangesproken door een man. Op dat moment regende het erg. De man welke ons aansprak vroeg ons een lift. De man is toen bij ons ingestapt en ging achter [slachtoffer 8] zitten. Deze man stelde zich in de auto voor als " [verdachte] ". Hij vertelde ons dat hij vijftig jaar was.

Bij een parkeerplaats aan de [straat 1] hebben we de man/ [verdachte] er uitgelaten.

Toen de man weg was, kwam mijn vriendin er achter dat haar portemonnee weg was. De man die wij een lift hebben gegeven, [verdachte] , kan ik u als volgt omschrijven.

-Negroide man.

-Ongeveer 50 jaar.

-ingevallen gezicht, type junk.

-180/185 cm lang.

-Gemillimeterd haar.

-Donkergekleurde jas.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 januari 2015, op genomen op pagina 20 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2] , zakelijk weergegeven:

"U vraagt mij of [verdachte] , die ik goed ken, op maandag 12 januari 2015, tussen 15.00 uur en 18.30 uur bij is geweest. Dit is niet het geval geweest. [verdachte] was die dag en op genoemde tijdstippen niet bij mij.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2015, op genomen op pagina 3 t/m 7 e.v. van voormeld dossier, inhoudende als relaas van bevindingen van [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:

Door mij verbalisant zij te vermelden dat gezien de verklaringen en opgegeven signalement van aangeefster [slachtoffer 8] en [getuige 3] , alsmede door [verbalisant 4] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, de persoon die bij aangeefster en getuige in de auto heeft gezeten [verdachte] moet zijn geweest.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

Het onder 1 primair ten laste gelegde

Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde feit bewezen verklaard kan worden. Deze bewijsmiddelen bevatten voorts redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank, anders dan de raadsman ook de overtuiging heeft gekregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld, in vereniging gepleegd, waarbij geld en drugs zijn weggenomen.

Ten aanzien van parketnummer 18/830200-15

Verdachte heeft erkend de bewuste avond met aangeefster samen te zijn geweest. Voorts verklaren beiden dat er woorden zijn geweest over een belastende verklaring die door aangeefster zou zijn afgelegd.

De verklaring van aangeefster vindt steun in ander bewijs te weten in de verklaring van getuige Rademaker. De rechtbank acht deze twee verklaringen en hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard voldoende om tot het oordeel te komen dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangeefster van haar vrijheid heeft beroofd.

Ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

Het onder 3 ten laste gelegde

Anders dan de raadsman acht de rechtbank op grond van voornoemde bewijsmiddelen de diefstal van een portemonnee met inhoud wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ten tijde van het delict bij een vriend, genaamd [getuige 2] , was. Voorts heeft verdachte verklaard dat een bekende van hem, waarvan hij de naam en het woonadres niet weet, maar die zoveel op hem lijkt dat het zijn tweelingbroer zou kunnen zijn, de diefstal zou kunnen hebben gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat deze verklaringen van verdachte, mede gelet op de verklaring van [getuige 2] , als kennelijk leugenachtig, door verdachte afgelegd om de waarheid te bemantelen, moeten worden aangemerkt. Vorenstaand oordeel in combinatie met voornoemde bewijsmiddelen leidt tot het oordeel dat hetgeen verdachte wordt verweten wettig en overtuigend bewezen dient te worden verklaard.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ten aanzien van parketnummer 18/830048-15 het onder 1 primair, parketnummer 18/830200-15 en parketnummer 18/820120-14 het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

Het onder 1 primair ten laste gelegde

Hij op 8 februari 2015, in [pleegplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (onder meer 400 euro) en drugs geheel toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader:

- ‘ s nachts bij de woning van die [slachtoffer 1] op/tegen de deur en/of het raam hebben laten kloppen, en hierbij een bivakmuts droeg en

- nadat die [slachtoffer 1] de deur had geopend de woning zijn binnengedrongen, en

- die [slachtoffer 1] op de grond hebben gedrukt en naar achteren hebben geduwd en vervolgens die [slachtoffer 1] in een wurggreep hebben vastgehouden, en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben getrapt/geschopt, en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden hebben toegevoegd: “Geld, geld” en “Coke, coke”, en

- een gaspistool, hebben getoond aan en gericht op die [slachtoffer 1] , en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of in de buik van die [slachtoffer 1] gedrukt en

- met een gaspistool, een of meer schoten hebben afgevuurd in de woning van die [slachtoffer 1] .

Ten aanzien van parketnummer 18/830200-15

Hij in de periode van 11 juli 2014 tot en met 12 juli 2014 te [pleegplaats 1] , opzettelijk [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte,

-die [slachtoffer 3] meegenomen naar een woning en die [slachtoffer 3] vervolgens (met kracht) in die woning naar binnen geduwd en

- die [slachtoffer 3] in het gezicht geslagen en

-tegen die [slachtoffer 3] gezegd "Je hoeft niet proberen weg te komen want ik maak je dood" en "Als jij naar de politie gaat dan weet je het" en een mes in de tafel gestoken en

-die [slachtoffer 3] belemmerd om de woning gedurende enige tijd te verlaten.

Ten aanzien van parketnummer 18/820120-14

1.

Hij op 22 april 2014 te [pleegplaats 1] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen filet americain en repen chocola en vleeswaren en blikje(s) vis en

chilisaus toebehorende aan het winkelbedrijf Aldi.

2.

Hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 05 september 2012 tot en met 25 oktober 2012 te [pleegplaats 3] , althans binnen de gemeente Winsum, althans in de provincie Groningen,

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend naar [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] onder andere de volgende teksten per smsbericht en/of per bericht gestuurd:

- " Geloof me ik maak jullie af als ik geen gebruik kan maken van mijn rekening"

- " Als [naam 3] mij niet binnen vijf minuten belt gooi ik een handgranaat naar binnen

- " Ik sta nu voor de deur met een handgranaat ik wil [naam 3] spreken als jullie

de politie bellen gooi ik het naar binnen"

- " Goed uitkijken in de auto, de remmen kunnen het begeven"

- " Je moet [naam 2] goed in de gaten houden, jullie zijn allemaal de lul het maakt

mij niet uit wie van jullie ik te pakken krijg" althans woorden van gelijke strekking.

3.

Hij op 12 januari 2015 te [pleegplaats 1] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud toebehorende aan [slachtoffer 8] .

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 18/830048-15

1. primair Diefstal voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van parketnummer 18/830200-15

1. Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Ten aanzien van parketnummer 18/820120-14

1. Diefstal.

2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

3. Diefstal.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten. Daarnaast heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat verdachte vaker is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder geweldsdelicten.

Daarnaast heeft de officier van justitie rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit, zoals dat op de dagvaarding met parketnummer 18/820120-14 is vermeld en dat door verdachte is erkend.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de door de raadsman bewezen geachte feiten.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat een gevangenisstraf gelijk aan de periode door verdachte reeds in voorlopige hechtenis doorgebracht als ook een forse voorwaardelijke straf, meer op zijn plaats is, mede nu is gebleken dat verdachte onder behandeling in een kliniek dient te worden gesteld zoals wordt geadviseerd door de gedragsdeskundigen en de reclassering. Verdachte heeft aangeven zijn medewerking aan behandeling te willen verlenen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit, zoals deze op de dagvaarding is vermeld en dat door verdachte is erkend.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten. Verdachte heeft samen met anderen een brute woningoverval gepleegd waarbij geweld is gebruikt in de woning en het slachtoffer op ernstige wijze is bedreigd. Verdachte heeft gebruik gemaakt van een gaspistool en dit gericht op het slachtoffer. Voorts heeft verdachte het slachtoffer naar de grond gewerkt en is het slachtoffer geschopt en geslagen. Verdachte en zijn mededaders waren uit op geld en drugs, hetgeen ze in de woning hebben aangetroffen en hebben meegenomen.

De rechtbank rekent het verdachte in ernstige mate aan dat hij samen met zijn mededaders deze overval heeft gepleegd in de woning van het slachtoffer, de plek waar deze zich veilig moet kunnen voelen. Ook rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij en zijn mededaders inbreuk hebben gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer door hem te mishandelen en (doods)angst aan te jagen. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een woningoverval zich nog lange tijd onveilig voelen in hun eigen huis en dat zij gedurende lange tijd de nadelige psychische gevolgen daarvan nog kunnen ondervinden. Ook levert dergelijk feit gevoelens van angst en onrust op binnen de maatschappij.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving. Hij heeft het slachtoffer in de woning van een vriend van haar vrijheid beroofd en beroofd gehouden door zich zeer bedreigend jegens haar te gedragen.

Door aldus te handelen heeft verdachte grote gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt bij het slachtoffer en een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en psychische integriteit, alsook op haar bewegingsvrijheid.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het sturen van zeer dreigende sms-berichten aan zijn ex-vriendin en haar familie en daarmee een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De zeer bedreigende uitlatingen van het geweld hebben een grote indruk op hen gemaakt. Slachtoffers van dit soort feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal en een diefstal van een portemonnee met inhoud behorende aan een vrouw die zo vriendelijk was verdachte een lift te geven. Door zijn handelen is het vertrouwen van aangeefster in de medemens geschonden.
Daarnaast zijn diefstallen ergerlijke feiten, die schade veroorzaken en in het algemeen bij de benadeelde gevoelens van onrust en onveiligheid met zich meebrengen.
De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf voorts rekening gehouden met de documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij reeds vele malen met politie en justitie in aanraking is gekomen onder andere ook meerdere keren voor geweldsdelicten.

De rechtbank heeft voorts gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 27 juli 2015, opgemaakt door drs. F.P. Bish, psychiater en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 28 juli 2015, opgemaakt door drs. G.J. W. Pol, psycholoog.

Met betrekking tot diagnostiek en advisering bestaat tussen de rapporteurs verregaande consensus en luiden hun bevindingen als volgt, zakelijk weergegeven;

Behandeling van de bij verdachte vastgestelde psychopathologie is geïndiceerd. Gedacht wordt daarbij aan een langer durende, intensieve klinische behandeling, binnen een strak gestructureerd en voldoende stevig kader, waarbij met name aandacht besteed dient te worden aan de verslavingsproblematiek en de impulscontrole c.q. agressieregulatie.

De rechtbank heeft voorts gelet op het reclasseringsrapport d.d. 12 augustus 2015 waarin wordt geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringstoezicht en een klinische opname in een forensische kliniek.

Alles overwegende rechtvaardigt, hetgeen ten laste van verdachte bewezen is verklaard naar het oordeel van de rechtbank, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.
De duur van de op te leggen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in aanmerking genomen staat het gestelde in artikel 14a Wetboek van Strafrecht ervan in de weg om voormeld advies van de reclassering over te nemen, hoezeer op zichzelf ook de rechtbank behandeling en begeleiding van verdachte gewenst acht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 48, 57, 282, 285, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten aanzien van parketnummer 18/830048-15 onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het ten aanzien van parketnummer 18/830048-15 onder 1 primair, het feit onder parketnummer 18/830200-15 en parketnummer 18/820120-14 het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. L.H.A.M Voncken, voorzitter, K. Bunk en A. Jongsma, rechters, bijgestaan door J.H. van Scharrenburg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 augustus 2015.

Mr. K. Bunk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.