Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4195

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-09-2015
Datum publicatie
04-09-2015
Zaaknummer
18.676005-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bij vonnis van heden de voormalig exploitant van een groot aantal seksclubs in Nederland veroordeeld voor witwassen, valsheid in geschrifte, belastingfraude, voor het oprichten en leiding geven aan een criminele organisatie en voor verboden wapenbezit. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte jarenlang meer dan de helft van de omzet van de seksclubs buiten de administratie heeft gehouden, zodat daarover geen belasting werd betaald. De zwarte omzet werd naar Zwitserland gebracht en daar gestort op de rekeningen van een drietal voor dit doel opgerichte Zwitserse ondernemingen. Deze Zwitserse ondernemingen, die niet op naam van de verdachte stonden maar achter de schermen wel door hem werden bestuurd, gebruikten dit geld om panden in Nederland te kopen die vervolgens aan de seksclubs, aan de verdachte zelf en aan een aantal van zijn gezinsleden werden verhuurd. Op deze manier heeft de verdachte op grote schaal geld witgewassen en is de Nederlandse staat voor miljoenen euro’s benadeeld.

De rechtbank stelt vast dat het qua duur en omvang om één van de zwaarst denkbare vormen van fraude gaat en dat de verdachte het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien. Die omstandigheden rechtvaardigen het opleggen van een langdurige gevangenisstraf. Hoewel de verdachte op leeftijd is en in een broze fysieke gezondheid verkeert, is van absolute detentieongeschiktheid geen sprake. In de executiefase van de straf kan gezocht worden naar een passend regime. De gezondheidssituatie van de verdachte is wel aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Alles afwegende veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 140,1 402bis,
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69,2
Wet wapens en munitie 26,1 55,3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Sector Strafrecht

Parketnummer: 18/676005-12

datum uitspraak: 4 september 2015

op tegenspraak

raadsman: mr. T. Lucas, advocaat te Den Haag.

VONNIS van de rechtbank te Noord-Nederland, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, zitting houdende te locatie Groningen in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 maart 2013, 14 april 2014, 16 maart 2015 en 19, 20, 22, 26, 27 en 28 mei 2015 en 27 augustus 2015.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzittingen van 14 april 2014 en 19 mei 2015 op vordering van de officier van justitie gewijzigd en daarmee als volgt komen te luiden;

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1A) (artikel 420 ter jo 51 Wetboek van Strafrecht)

[naam bedrijf 1] op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december

2001 tot en met 30 januari 2013, te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] en/of

[pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland, en/of [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in Zwitserland

tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen en/of

rechtspersonen.

meermalen, althans eenmaal,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt. immers heeft/ hebben

[naam bedrijf 1] en/of haar mededader(s) (telkens) van een of meer onderstaande

voorwerpen,

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of

heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen is/zijn

en/of die voorwerpen voorhanden heeft/hebben,

en/of heeft/ hebben [naam bedrijf 1] en/of haar mededader(s)

een of meer van die hieronder genoemde voorwerpen verworven en/of voorhanden gehad

en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik gemaakt,

te weten:

- de zwarte omzet van [naam bedrijf 1] ter grootte van een bedrag van 2.483.666 euro (AH -

755), althans een aanzienlijk geldbedrag (deze zwarte omzet wordt buiten het zicht

van de Nederlandse overheid gebracht door deze zwarte omzet naar Zwitserland te

vervoeren en in Zwitserland onder te brengen in Zwitserse rechtspersonen ( [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] )

en/of deze zwarte omzet te herinvesteren, middels schijnconstructies, in onroerend

goed in Nederland en/of van deze zwarte omzet contante bestedingen te doen onder

meer bij [naam bedrijf 2] en/of bij [persoon 1] (aannemer));

en/of

- onroerend goed onder andere de panden waarin de seksclubs van [naam bedrijf 1] zijn

gevestigd gelegen in [plaats 1] aan [adres 1] en/of in [plaats 2] aan

[adres 16] en/of in [plaats 3] aan [adres 3] en/of in [plaats 4] aan

[adres 4] en/of een loods aan [adres 5] te [plaats 5] en/of een

perceel grond [nummer 1] [locatie 1] bij [adres 6] te [plaats 6] ,

althans onroerend goed, (door het onroerend goed op naam te zetten van Zwitserse

rechtspersonen ( [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2]

en/of [rechtspersoon 3] ) en een bestuurder voor die rechtspersonen aan te stellen),

terwijl [naam bedrijf 1] , en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

zulks terwijl hij, [verdachte] , al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke

leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

OF

1B) (artikel 420 ter jo 47 Wetboek van Strafrecht)

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot

en met 30 januari 2013 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 5] en/of elders in Nederland, en/of [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in Zwitserland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen en/of

rechtspersonen,

meermalen, althans eenmaal, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben

gemaakt, immers heeft/ hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) van een of

meer onderstaande voorwerpen,

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of

heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen is/zijn

en/of die voorwerpen voorhanden heeft/hebben,

en/of heeft hij verdachte, en of zijn mededader(s),

een of meer van die hieronder genoemde voorwerpen verworven en/of voorhanden gehad

en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik gemaakt,

te weten:

- de zwarte omzet van [naam bedrijf 1] ter grootte van een bedrag van 2.483.666 euro

(AH 755), althans een aanzienlijk geldbedrag (deze zwarte omzet wordt buiten het zicht van de Nederlandse overheid gebracht door deze zwarte omzet naar Zwitserland te brengen en in Zwitserland onder te brengen in Zwitserse rechtspersonen ( [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2]

en/of [rechtspersoon 3] ) en/of deze zwarte omzet te herinvesteren, middels schijnconstructies, in onroerend goed in Nederland en/of van deze zwarte omzet contante bestedingen te doen onder meer bij [naam bedrijf 2] en/of bij [persoon 1] (aannemer));

en/of

- onroerend goed: onder andere de panden waarin de seksclubs van [naam bedrijf 1]

zijn gevestigd gelegen in [plaats 1] aan [adres 1] en/of in

[plaats 2] aan [adres 16] en/of in [plaats 3] aan [adres 3] en/of

in [plaats 4] aan [adres 4] en/of een loods aan [adres 5] te

[plaats 5] en/of een perceel grond [nummer 1] [locatie 1] bij [adres 6]

te [plaats 6] , althans onroerend goed, (door het onroerend goed op naam te

zetten van Zwitserse rechtspersonen ( [rechtspersoon 1] en/of

[rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] ) en een bestuurder voor die

rechtspersonen aan te stellen),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2. ( artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 30 januari 2013

te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in Zwitserland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5]

en/of [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2] en/of

[rechtspersoon 3] en/of [naam bedrijf 1] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht en/of

- gewoonte witwassen en/of witwassen zoals bedoeld in (de) artikel(en) art 420ter en/of

420bis Wetboek van Strafrecht, en/of

- het opzettelijk niet doen van een juiste aangifte omzetbelasting en/of

vennootschapsbelasting, zoals bedoeld in artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake

Rijksbelastingen,

terwijl hij, verdachte, van die organisatie (mede)oprichter en/of bestuurder was en/of

binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

3A. (artikel 225 lid 2 jo 51 Wetboek van Strafrecht)

[naam bedrijf 1] en/of [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2]

en/of [rechtspersoon 3] in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 30 januari

2013 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5]

en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in

Zwitserland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, geschriften, te weten onder meer de navolgende:

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 7] te [plaats 7]

(AH 04-004, p 400162 -zaaksdossier 3) en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 8] te [plaats 8] (AH 04-004, p

400163 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 1] te [plaats 1] (AH 04-

004, p 400160 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 9] te [plaats 9] (AH 004-

004, p 400159 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 4] te [plaats 4] (AH 004-004, p

400161 en AH 06, p 400449 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan het [adres 10] te [plaats 10] ( [locatie 2]

) (AH 004-004, p 400164 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 12] te [plaats 11] (AH 004-004, p

400l65 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 11] te [plaats 12] (AH 004-

004, p 400166 zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] (AH 004-004, p 400167 zaaksdossier

3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] (AH 004-004, p 400168

zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1] betreffende

een pand aan de [adres 2] te [plaats 2] (AH 832-003), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 3] te [plaats 3] (AH 875-

003), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 1 maart 2001 (AH 004-003, p 400l52

zaaksdossier 3 en AH875-012 en AH832-010), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004 (AH 04-003, p 400155 zaaksdossier 3 en

AH875-010 en AH832-012), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 30 november 2004 (AH 04-003, p 400156 zaaksdossier 3 en

AH875-009 en AH832-013), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 4 april 2007 (AH 04-003, p 400157 zaaksdossier 3 en AH

875-008 en AH832-014), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 14 februari 2008 (AH 875-007 en AH832-015), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en

[naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004 (AH 004-003, p 400154 zaaksdossier 3 en AH 832-

18), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d.14 april 2009 (AH832-007 en AH875-015), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d.31 juli 2009 (AH832-008 en AH875-014), en/of

- een koopovereenkomst d.d. 7 januari 2003 betreffende [adres 1] te

[plaats 1] (AH 004-010 p 400189 zaaksdossier 3), en/of

- een leveringsakte d.d. 26 maart 2012 betreffende de [adres 2] te [plaats 2] (AH029-

001, p 5000276), en/of

- een leveringsakte d.d. 2 mei 2012 betreffende de woning [adres 1] te

[plaats 1] (AH029-002, p 5000283), en/of

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4] te

[plaats 4] (AH005-018, p 400345 -zaaksdossier 3), en/of

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4] te

[plaats 4] (AH005-019, p 400354 -zaaksdossier 3),

elk zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen, daarvan telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt als ware die geschriften telkens

echt en onvervalst

bestaande dat gebruikmaken hierin dat genoemde documenten zijn overgelegd ten

behoeve van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) en/of de inschrijving

bij het Kadaster en/of overgelegd in het kader van BIBOB aanvragen door gemeente(s)

en/of het aanvragen van exploitatievergunningen bij gemeentes,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat telkens valselijk immers opzettelijk in

strijd met de waarheid, deze huurovereenkomst(en) (Mietvertragen) en/of

leningsovereenkomst(en) (Darlehensvertragen) en/of koopovereenkomst(en) en/of

leveringsakte(s) vermelden

- met betrekking tot leningsovereenkomst(en): dat geldlener [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] is, terwijl de

eigenaar van de/het uitgeleende geldbedrag(en) [naam bedrijf 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 3] is/zijn, zodat van (een) geldlening(en)

geen sprake is/zijn en/of sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot huurovereenkomst(en): dat de verhuurder [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] is/zijn, terwijl

de/het pand(en) in werkelijkheid eigendom is/zijn van [naam bedrijf 1] en/of [verdachte]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , zodat van een huurrelatie

geen sprake is en/of sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot koopovereenkomst(en) en/of notariële leveringsakte(n): dat [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3]

en/of een andere rechtspersoon koper(s)/eigenaar(s) is/zijn, terwijl de/het pand(en) in

werkelijkheid gekocht worden en/of in eigendom verkregen worden door [naam bedrijf 1]

en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , zodat

sprake is van een schijnconstructie,

met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door

anderen te doen gebruiken,

tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk

leiding heeft gegeven;

OF

3B (artikel 225 lid 2 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 januari 2013

te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of

[pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in Zwitserland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, geschriften, te weten onder meer de navolgende

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 7] te [plaats 7]

(AH 04-004, p 400162 -zaaksdossier 3) en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 8] te [plaats 8] (AH 04-004, p

400163 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 1] te [plaats 1] (AH 04-

004, p 400160 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 9] te [plaats 9] (AH 004-

004, p 400159 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 4] te [plaats 4] (AH 004-004, p

400161 en AH 06, p 400449 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan het [adres 10] te [plaats 10] ( [locatie 2]

) (AH 004-004, p 400164 -zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 12] te [plaats 11] (AH 004-004, p

400165-zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 11] te [plaats 12] (AH 004-

004, p 400166 zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] (AH 004-004, p 400167 zaaksdossier

3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] (AH 004-004, p 400168

zaaksdossier 3), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1] betreffende

een pand aan de [adres 2] te [plaats 2] (AH 832-003), en/of

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 3] te [plaats 3] (AH 875-

003), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 1 maart 2001 (AH 004-003, p 400152

zaaksdossier 3 en AH875-012 en AH832-010), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004 (AH 04-003, p 400155 zaaksdossier 3 en

AH875-0l0 en AH832-012), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 30 november 2004 (AH 04-003, p 400156 zaaksdossier 3 en

AH875-009 en AH832-013), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 4 april 2007 (AH 04-003, p 400157 zaaksdossier 3 en AH

875-008 en AH832-014), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 14 februari 2008 (AH 875-007 en AH832-015), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en

[naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004 (AH 004-003, p 400l54 zaaksdossier 3 en AH 832-

18), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d. 14 april 2009 (AH832-007 en AH875-0l5), en/of

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d.31 juli 2009 (AH832-008 en AH875-014), en/of

- een koopovereenkomst d.d. 7 januari 2003 betreffende [adres 1] te

[plaats 1] (AH 004-010 p 400189 zaaksdossier 3), en/of

- een leveringsakte d.d. 26 maart 2012 betreffende [adres 2] te [plaats 2] (AH029-

001, p 5000276), en/of

- een leveringsakte d.d. 2 mei 2012 betreffende de woning [adres 1] te

[plaats 1] (AH029-002, p 5000283), en/of

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4] te

[pleegplaats 1] (AH005-018, p 400345 -zaaksdossier 3), en/of

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4] te

[pleegplaats 1] (AH005-019, p 400354 -zaaksdossier 3),

elk zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te

dienen, daarvan telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt als ware die geschriften telkens

echt en onvervalst

bestaande dat gebruikmaken hierin dat genoemde documenten zijn overgelegd ten

behoeve van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) en/of de inschrijving

bij het Kadaster en/of overgelegd in het kader van BIBOB aanvragen door gemeente(s)

en/of het aanvragen van exploitatievergunningen bij gemeentes,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat telkens valselijk immers opzettelijk in

strijd met de waarheid, deze huurovereenkomst(en) (Mietvertragen) en/of

leningsovereenkomst(en) (Darlehensvertragen) en/of koopovereenkomst(en) en/of

leveringsakte(s) vermelden

- met betrekking tot leningsovereenkomst(en): dat geldlener [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] is, terwijl de

eigenaar van de/het uitgeleende geldbedrag(en) [naam bedrijf 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 3] is/zijn, zodat van (een) geldlening(en)

geen sprake is/zijn en/of sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot huurovereenkomst(en): dat de verhuurder [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] is/zijn, terwijl

de/het pand(en) in werkelijkheid eigendom is/zijn van [naam bedrijf 1] en/of [verdachte]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , zodat van een huurrelatie

geen sprake is en/of sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot koopovereenkomst(en) en/of notariële leveringsakte(n): dat [rechtspersoon 1]

en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3]

en/of een andere rechtspersoon koper(s)/eigenaar(s) is/zijn, terwijl de/het pand(en) in

werkelijkheid gekocht worden en/of in eigendom verkregen worden door [naam bedrijf 1]

en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , zodat

sprake is van een schijnconstructie,

met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door

anderen te doen gebruiken.

4A (artikel 69 lid 2 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (omzetbelasting)

[naam bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en

met 30 januari 2013 in de gemeente [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 9] en/of [pleegplaats 10] en/of

[pleegplaats 11] en/of [pleegplaats 12] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met andere(n) rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijk(e)

perso(o)n(en), althans alleen

meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene

aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten (een)

aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [naam bedrijf 1] over de

aangiftetijdvak(ken):

- januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of april 2007 en/of mei

2007 en/of juni 2007 en/of juli 2007 en/of augustus 2007 en/of september 2007

en/of oktober 2007 en/of november 2007 en/of december 2007; en/of

- januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of mei

2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of september 2008

en/of oktober 2008 en/of november 2008 en/of december 2008; en/of

- januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of mei

2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of september 2009

en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009; en/of

- januari 2010 en/of februari 2010 en/of maart 2010 en/of april 2010 en/of mei

2010 en/of juni 2010 en/of juli 2010 en/of augustus 2010 en/of september 2010

en/of oktober 2010 en/of november 2010 en/of december 2010; en/of

- januari 2011 en/of februari 2011 en/of maart 2011 en/of april 2011 en/of mei

2011 en/of juni 2011 en/of juli 2011 en/of augustus 2011 en/of september 2011

en/of oktober 2011 en/of november 2011 en/of december 2011; en/of

- januari 2012 en/of februari 2012 en/of maart 2012 en/of april 2012 en/of mei

2012 en/of juni 2012 en/of juli 2012 en/of augustus 2012 en/of september 2012,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst,

terwijl dat feit/die feiten er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemd(e)

(electronische) aangiftebiljet(ten) (telkens) een te laag bedrag aan te betalen

omzetbelasting werd vermeld, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting werd

opgegeven;

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot

bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke

leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

EN/OF

4B.1. (artikel 225 lid 1 jo 51 Wetboek van Strafrecht)

[naam bedrijf 1] op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

januari 2001 tot en met 30 januari 2013

te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 7] , althans in Zwitserland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal (telkens) de (bedrijfs)administratie, zijnde die (bedrijfs)administratie een

(samenstel van) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, namelijk onder meer

a. omzetformulier [plaats 7] 1e week 2013 (O.01.0l.01.02-00l p 5002208, AH

357 p 5000648), en/of

b. omzetformulier [plaats 8] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-002 p 500221, AH 357 p

5000648 ), en/of

c. omzetformulier [locatie 2] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-003 p 5002214, AH

357 p 5000648), en/of

d. omzetformulier [plaats 11] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-004 p 50002225, AH 357

p 5000648), en/of

e. omzetformulier [plaats 12] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-005 p 5002228, AH 357 p

5000648), en/of

f. omzetformulier [plaats 9] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-006, p 5002231 AH 357

p 5000648), en/of

g. omzetformulier [plaats 5] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-007, p 5002234 AH 357 p

5000648), en/of

h. omzetformulier [plaats 1] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-008 p 5002238, AH 357

p 5000648), en/of

i. omzetformulier [plaats 4] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-009 p 5002241, AH 357

p 5000648), en/of

j. omzetformulier [plaats 13] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-010 p 5002244, AH 357

p 5000648), en/of

k. omzetformulier [plaats 2] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-011 p 5002247, AH 357

p 5000648), en/of

l. omzetformulier [plaats 8] week 38, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

m. omzetformulier [plaats 8] week 40, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

n. omzetformulier [plaats 8] week 42, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

o. omzetformulier [plaats 8] week 44, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

p. omzetformulier [plaats 8] week 45, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

q. omzetformulier [plaats 9] week 46, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

r. omzetformulier [plaats 11] week 1, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

s. omzetformulier [plaats 8] week 2, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

t. omzetformulier [plaats 8] week 4, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

u. omzetformulier [plaats 11] week 5, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

v. omzetformulier [plaats 8] week 46, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

w. omzetformulier [plaats 11] week 47, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

x. omzetformulier [plaats 8] week 48, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

y. omzetformulier [plaats 8] week 49, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

z. omzetformulier [plaats 8] week 50, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

aa. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

bb. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

cc. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

dd. omzetformulier [locatie 2] week 12, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ee. omzetformulier [locatie 2] week 13, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ff. omzetformulier [locatie 2] week 14, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

gg. omzetformulier [locatie 2] week 15, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

hh. omzetformulier [locatie 2] week 34, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316. p 5000623) en/of

ii. omzetformulier [locatie 2] week 35, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

jj. omzetformulier [locatie 2] week 36, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

kk. omzetformulier [locatie 2] week 37, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ll. omzetformulier [locatie 2] week 38, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

mm. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v.,

AH 316, p 5000623) en/of

nn. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

oo. omzetformulier [locatie 2] week 3, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

pp. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

qq. omzetformulier [locatie 2] week 21, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

rr. omzetformulier [locatie 2] week 22, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ss. omzetformulier [locatie 2] week 23, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

tt. omzetformulier [locatie 2] week 24, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

uu. omzetformulier [locatie 2] week 46, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p5000623) en/of

vv. omzetformulier [locatie 2] week 47, 2012 (G 01.07.04/05 p5002120 e.v., AH

316, p5000623) en/of

ww. omzetformulier [locatie 2] week 48, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120

e.v., AH 316, p 5000623) en/of

xx. omzetformulier [locatie 2] week 49, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

yy. omzetformulier [locatie 2] week 50, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

zz. omzetformulier [locatie 2] week 51, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

welke in de bedrijfsadministratie was/waren verwerkt/opgenomen en/of bestemd

was/waren om in de bedrijfsadministratie te verwerken/op te nemen en/of te doen

verwerken/opnemen,

bestaande die valsheid hierin dat de (bovengenoemde) omzetformulieren (telkens)

valselijk en in strijd met de waarheid zijn opgemaakt,

immers is heeft/hebben [naam bedrijf 1] en/of haar mededaders telkens (een) onjuist(e) en/of
te lage omzetbedrag(en) op het/de omzetformulier(en) vermeld, terwijl de/het

daadwerkelijk behaalde omzetbedrag(en) hoger was/waren,

zulks (telkens) met het oogmerk om die die bedrijfsadministratie en/of geschriften als

echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij,

verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk

leiding heeft gegeven;

OF

4B.2. (artikel 225 lid 1 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001

tot en met 30 januari 2013 te [pleegplaats 1] en/of te [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 4] en/of

[pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of te [pleegplaats 6] en/of

[pleegplaats 7] , althans in Zwitserland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) de (bedrijfs)administratie van

[naam bedrijf 1] , zijnde die (bedrijfs)administratie een (samenstel van) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft

opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, namelijk onder meer

a. omzetformulier [plaats 7] 1e week 2013 (O.01.0l.01.02-00l p 5002208, AH

357 p 5000648), en/of

b. omzetformulier [plaats 8] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-002 p 500221, AH 357 p

5000648 ), en/of

c. omzetformulier [locatie 2] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-003 p 5002214, AH

357 p 5000648), en/of

d. omzetformulier [plaats 11] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-004 p 50002225, AH 357

p 5000648), en/of

e. omzetformulier [plaats 12] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-005 p 5002228, AH 357 p

5000648), en/of

f. omzetformulier [plaats 9] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-006, p 5002231 AH 357

p 5000648), en/of

g. omzetformulier [plaats 5] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-007, p 5002234 AH 357 p

5000648), en/of

h. omzetformulier [plaats 1] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-008 p 5002238, AH 357

p 5000648), en/of

i. omzetformulier [plaats 4] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-009 p 5002241, AH 357

p 5000648), en/of

j. omzetformulier [plaats 13] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-010 p 5002244, AH 357

p 5000648), en/of

k. omzetformulier [plaats 2] 1e week 2013 (O.01.01.01.02-011 p 5002247, AH 357

p 5000648), en/of

l. omzetformulier [plaats 8] week 38, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

m. omzetformulier [plaats 8] week 40, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

n. omzetformulier [plaats 8] week 42, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

o. omzetformulier [plaats 8] week 44, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

p. omzetformulier [plaats 8] week 45, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

q. omzetformulier [plaats 9] week 46, 2011 (G.01.07.02 p 5002066, AH 387 p

5000663), en/of

r. omzetformulier [plaats 11] week 1, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

s. omzetformulier [plaats 8] week 2, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

t. omzetformulier [plaats 8] week 4, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

u. omzetformulier [plaats 11] week 5, 2012 (G.01.07.04 p 5002120, AH 387 p

5000663), en/of

v. omzetformulier [plaats 8] week 46, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

w. omzetformulier [plaats 11] week 47, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

x. omzetformulier [plaats 8] week 48, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

y. omzetformulier [plaats 8] week 49, 2012 (G.01.07.05 p 5002 142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

z. omzetformulier [plaats 8] week 50, 2012 (G.01.07.05 p 5002142 e.v., AH 387 p

5000663), en/of

aa. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

bb. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

cc. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

dd. omzetformulier [locatie 2] week 12, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ee. omzetformulier [locatie 2] week 13, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ff. omzetformulier [locatie 2] week 14, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

gg. omzetformulier [locatie 2] week 15, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

hh. omzetformulier [locatie 2] week 34, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316. p 5000623) en/of

ii. omzetformulier [locatie 2] week 35, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

jj. omzetformulier [locatie 2] week 36, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

kk. omzetformulier [locatie 2] week 37, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ll. omzetformulier [locatie 2] week 38, 2011 (G 01.07.02/03 p 5002066 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

mm. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v.,

AH 316, p 5000623) en/of

nn. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

oo. omzetformulier [locatie 2] week 3, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

pp. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

qq. omzetformulier [locatie 2] week 21, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

rr. omzetformulier [locatie 2] week 22, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

ss. omzetformulier [locatie 2] week 23, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

tt. omzetformulier [locatie 2] week 24, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

uu. omzetformulier [locatie 2] week 46, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p5000623) en/of

vv. omzetformulier [locatie 2] week 47, 2012 (G 01.07.04/05 p5002120 e.v., AH

316, p5000623) en/of

ww. omzetformulier [locatie 2] week 48, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120

e.v., AH 316, p 5000623) en/of

xx. omzetformulier [locatie 2] week 49, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

yy. omzetformulier [locatie 2] week 50, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

zz. omzetformulier [locatie 2] week 51, 2012 (G 01.07.04/05 p 5002120 e.v., AH

316, p 5000623) en/of

welke in de bedrijfsadministratie was/waren verwerkt/opgenomen en/of bestemd

was/waren om in de bedrijfsadministratie te verwerken/op te nemen en/of te doen

verwerken/opnemen,

bestaande die valsheid hierin dat de (bovengenoemde) omzetformulieren (telkens)

valselijk en in strijd met de waarheid zijn opgemaakt,

immers is heeft/hebben hij en/of zijn mededaders telkens (een) onjuist(e) te lage

omzetbedrag(en) op het/de omzetformulier(en) vermeld, terwijl de/het daadwerkelijk

behaalde omzetbedrag(en) hoger was/waren,

zulks (telkens) met het oogmerk om die die bedrijfsadministratie en/of geschriften als

echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

5. ( artikel 69 lid 2 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (vennootschapsbelasting))

[naam bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en

met 30 januari 2013 in de gemeente [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 8] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 5] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 13] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met andere(n) rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijk(e)

perso(o)n(en), althans alleen

meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene

aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten de aangiften

vennootschapsbelasting ten name van [naam bedrijf 1] over de aangiftetijdvak(ken)

- 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011 en/of 2012

onjuist of onvolledig heeft gedaan aan de Inspecteur der Belastingen/Belastingdienst,

welke onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaat dat in genoemde aangiftebiljetten

- ( een) onjuist(e)bedrag(en) aan ondernemingswinst, althans een te laag bedrag aan

vennootschapsbelasting en/of

- ( een) onjuist(e) bedrag(en) aan belastbare winst en/of

- door middel van een valse en/of vervalste bedrijfsadministratie te lage belastbare

bedragen was vermeld / opgegeven / aangegeven;

terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot

bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke

leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6. ( artikel 26 lid 1 jo art. 55 lid 3 onder a Wet Wapens en Munitie)

hij in of omstreeks 1 januari 2001 t/m 30 januari 2013 te [pleegplaats 4] , althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meet andere natuurlijke personen, althans alleen,

een vuurwapen van categorie III, te weten een alarm - cq start pistool, kaliber 6mm,

categorie III onder 4, voorhanden heeft gehad;

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het onder 1A, 2, 3A, 4A, 4B.1, 5 en 6 tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, en de verbeurdverklaring zal uitspreken van de inbeslaggenomen wapens, stacaravan, horloges en cash en op rekening staande geldbedragen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Verjaring

Op grond van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vervalt het recht tot strafvordering in twaalf jaren voor de misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld. De termijn van verjaring vangt ingevolge artikel 71 Sr aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd, met dien verstande dat bij valsheid de termijn aanvangt op de dag na die waarop gebruik is gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid gepleegd is. In artikel 72 Sr is bepaald dat elke daad van vervolging de verjaring stuit, ook ten aanzien van anderen dan de vervolgde. De rechtbank merkt de dag van de doorzoeking van verschillende panden, 30 januari 2013, aan als daad van vervolging, zodat vanaf dat moment de verjaring is gestuit. Dit brengt mee dat ten aanzien van de feiten die ten laste zijn gelegd onder 2, 3A, 4 en 6 (zijnde feiten waarop een gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld) sprake is van verjaring voor zover de tenlastelegging in deze feiten een periode bestrijkt van voor 30 januari 2001. In zoverre wordt de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Nu van de documenten die zijn opgenomen in het onder 4B1 ten laste gelegde niet eerder gebruik kan zijn gemaakt dan op zijn vroegst in 2011 is, gelet op het bepaalde in artikel 71 aanhef en onder 2 Sr, bij dat feit geen sprake van verjaring.

Verweren met betrekking tot de aanvang van het onderzoek

De verdediging heeft betoogd dat er bij de aanvang van het strafrechtelijk onderzoek sprake is geweest van meerdere vormverzuimen, die ertoe moeten leiden dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De rechtbank overweegt op grond van de stukken, in het bijzonder AH-002 en AH-023, ten aanzien van de start van het onderzoek als volgt.

Op 20 mei 2009 hebben de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie, de politie en de Financial Intelligence Unit-Nederland het Convenant Gegevensuitwisseling Aanpak Vastgoed ondertekend, om zo de operationele samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de samenwerkende partijen te versterken. Op grond van het convenant is een Vastgoed Intelligence Centre (VIC) ingericht. Het doel van het VIC is het vervaardigen van strategische, tactische en operationele analyses ter ondersteuning van een bestuurlijke, fiscale en/of strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit in relatie tot criminaliteit in de vastgoedsector.

Op 12 april 2011 zijn de Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland (BRNON) en de toenmalige projectleider van het VIC, de officier van justitie mr. R.J. Leijenaar, overeengekomen dat het VIC een zogeheten “geoscan” zou uitvoeren op de vastgoedsituatie in het postcodegebied van de politieregio’s die onder de BRNON vallen. Het gaat hierbij om een geautomatiseerde vergelijking van gegevens afkomstig uit bestanden van het Kadaster, justitie en de Belastingdienst, waarbij aan de hand van vooraf vastgestelde risico-indicatoren via puntentoekenning een lijst van objecten en subjecten wordt gegenereerd waarbij mogelijk sprake is van misstanden. De betreffende lijst is vervolgens door medewerkers van het VIC nader geanalyseerd, waarbij gebruik is gemaakt van bekende typologieën van witwassen.

Uit de geoscan kwam onder meer een rechtspersoon naar Zwitsers recht, [rechtspersoon 1] (hierna ook wel: [rechtspersoon 1] ), naar voren. Uit informatie van het Kadaster bleek dat [rechtspersoon 1] vanaf 1992 een zestiental onroerende goederen in diverse plaatsen in Nederland in eigendom had gekregen, dat geen van de betreffende panden met hypotheek was bezwaard en dat de bestuurder van [rechtspersoon 1] was genaamd [medeverdachte 2] . Nader onderzoek via internet wees uit dat het hierbij gaat om een in [pleegplaats 6] (Zwitserland) gevestigde jurist, die ook bij een groot aantal andere rechtspersonen naar Zwitsers recht betrokken is.

Uit onderzoek in het politiesysteem Blue View kwam naar voren dat 15 van de 16 panden die op naam stonden van [rechtspersoon 1] , te relateren waren aan [verdachte] , diens zoon [medeverdachte 1] of aan diens onderneming [naam bedrijf 1] . In het bijzonder viel op dat [rechtspersoon 1] eigenaar was van de (toenmalige) woningen van [verdachte] , [medeverdachte 1] en van de moeder van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , terwijl de overige panden gehuurd werden door [naam bedrijf 1] en in gebruik waren als seksclubs. Verder onderzoek in Blue View leverde op dat [naam bedrijf 1] ook in [plaats 5] een pand in gebruik had als seksclub, welk pand volgens het Kadaster eigendom was van een andere Zwitserse rechtspersoon, [rechtspersoon 2] (hierna ook wel: [rechtspersoon 2] ). Deze rechtspersoon was evenals [rechtspersoon 1] statutair gevestigd in [pleegplaats 6] , had als bestuurder eveneens [medeverdachte 2] , en ook op dit pand rustte geen hypotheek.

Anders dan de verdediging heeft gesteld, vormden deze feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs voldoende grond voor een verdenking van witwassen ten aanzien van de hiervoor genoemde (rechts)personen. De bijzondere opsporingsbevoegdheden die vervolgens tegen hen zijn ingezet, zijn derhalve niet onrechtmatig uitgeoefend.

Uit het voorgaande volgt tevens dat het redelijk vermoeden van schuld is gerezen op grond van informatie waarover de politie zelfstandig kon beschikken, namelijk uit eigen systemen en uit openbare bronnen zoals kadastrale gegevens en het internet. De stelling van de verdediging dat in dit verband, zonder daartoe strekkende bevoegdheid of wettelijke basis, gebruik is gemaakt van gegevens van de Belastingdienst, is derhalve feitelijk onjuist. De rechtbank merkt overigens op dat naar haar oordeel artikel 43c van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen een voldoende juridische basis zou hebben geboden voor het verschaffen van dergelijke informatie door de Belastingdienst, één en ander overeenkomstig de overwegingen van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in het arrest van 8 november 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:8478).

Tot slot overweegt de rechtbank dat het hierboven beschreven onderzoek door het VIC niet kan worden aangemerkt als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Wetboek van Strafvordering (Sv), zoals de verdediging heeft betoogd. Er was immers voorafgaand aan dat onderzoek geen sprake van feiten of omstandigheden waaruit aanwijzingen voortvloeiden dat binnen verzamelingen van personen de in dat artikel bedoelde misdrijven werden beraamd of gepleegd. Het doel van het onderzoek van het VIC was juist om via gegevensuitwisseling mogelijke misstanden in de vastgoedwereld op het spoor te komen. Hetgeen de verdediging op dit punt verder heeft aangevoerd behoeft derhalve geen bespreking.

Nu de verweren van de verdediging worden verworpen, acht de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk en ziet zij (subsidiair) geen aanleiding om delen van het dossier uit te sluiten van het bewijs. Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen, ziet zij bovendien geen reden om nader onderzoek te verrichten naar de al dan niet bij de start van het onderzoek beschikbare informatie, zoals de verdediging (voorwaardelijk) heeft verzocht.

Bewijsoverwegingen

Werkwijze [naam bedrijf 1]

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat bij [naam bedrijf 1] sprake was van de navolgende werkwijze.

Omzet 1

In de diverse clubs van [naam bedrijf 1] werd de omzet per dagdeel (voornamelijk contante inkomsten uit de verhuur van kamers aan prostituees en de verkoop van drank, alsmede de vergoedingen die prostituees betalen voor het overnachten op de club en de aanschaf van condooms) bijgehouden door de managers. Aan het eind van de week werden de dagopbrengsten door hen in een handgeschreven weekoverzicht gezet. Enkele managers noteerden de omzet van de club (ook) wekelijks in een agenda. Per week werden de dag- en weekoverzichten, samen met het contante geld, de creditcardslips en de pinbonnen in een envelop gedaan.

De managers mochten per werkdag 25% van de omzet houden. Zij haalden dat bedrag uit de contante inkomsten. Het contractueel afgesproken netto minimumloon dat ze (per bank) al hadden ontvangen, dienden ze hiermee te verrekenen. Veelal gebeurde dat door aan het eind van de maand het per bank uitbetaalde loon contant terug te storten in de enveloppen.

De enveloppen met daarin de contante omzet werden wekelijks bij de clubs opgehaald, meestal door de verdachte [medeverdachte 5] , maar ook wel door [medeverdachte 1] of [medeverdachte 4] . De enveloppen werden vervolgens doorgaans naar [medeverdachte 4] , en soms, bij afwezigheid van [medeverdachte 4] , naar [medeverdachte 1] of [medeverdachte 3] gebracht.

Dubbele boekhouding 2

Door [medeverdachte 4] (of, bij afwezigheid van [medeverdachte 4] , door [medeverdachte 1] ) werden de weekomzetten van de clubs overgeschreven op een kladbriefje. Het opgehaalde geld werd dan per club door hem opgeteld en in een andere kolom op hetzelfde kladbriefje genoteerd. Op de achterzijde werd de verdeling van de opbrengsten per soort eurobiljet, creditcardslips en pinopbrengsten aangegeven.

Vervolgens halveerde [medeverdachte 4] (of in diens afwezigheid, [medeverdachte 1] ) de weekomzetten en zette hij het resulterende bedrag om in een op 1 decimaal afgerond getal (zodat bijvoorbeeld een weekomzet van € 4.625,-- werd omgezet in 2.3 en een weekomzet van € 5.718,-- in 2.8). Deze getallen werden vervolgens per club telefonisch (veelal per voicemail of per sms-bericht) doorgegeven aan [verdachte] , later ook wel aan [medeverdachte 1] .

De doorgegeven, gehalveerde, omzetten werden door [verdachte] met de hand genoteerd op een briefje, waarbij overigens in veel gevallen het bedrag eerst nog een tweede keer werd verlaagd. Daarna maakte [medeverdachte 4] op basis van deze briefjes “nieuwe” dagoverzichten op, op soortgelijke blokken als daarvoor in de clubs werden gebruikt. Deze dagoverzichten werden samengevoegd tot weekbundels, met de handgeschreven briefjes van [verdachte] als voorblad, waarna [medeverdachte 4] de herschreven weektotalen digitaal wegzette op zijn externe harde schijf.

Uit een vergelijking tussen de weekcijfers zoals die blijken uit de in beslag genomen agenda’s (waarin de werkelijke weekomzet stond genoteerd), de onder [medeverdachte 4] in beslag genomen versies van de administratie en de “officiële” boekhouding zoals die bij [persoon 2] is aangetroffen blijkt dat tot bijna 65% van de werkelijke omzet buiten de boeken werd gehouden.

Het in de boekhouding te verantwoorden deel van de omzet werd door [medeverdachte 4] gestort op de bankrekening van [naam bedrijf 1] . Het niet-verantwoorde deel van het bij de clubs opgehaalde contante geld, alsmede de oorspronkelijke door de managers opgemaakte weekomzetten, werd door [medeverdachte 4] , en in voorkomende gevallen door [medeverdachte 1] , naar de woning van [medeverdachte 3] aan [adres 13] in [pleegplaats 5] gebracht. Het contante geld bracht [medeverdachte 3] naar een safeloket bij de Rabobank te [pleegplaats 5] . De oorspronkelijke administratie verbrandde zij in haar open haard.

De door [medeverdachte 4] samengestelde weekbundels en de door [medeverdachte 3] opgemaakte kasboeken (met daarin het te verantwoorden deel van de omzet) werden vervolgens overgedragen aan de boekhouder [persoon 2] , die aan de hand van deze (fictieve) gegevens de belastingaangiftes van [naam bedrijf 1] verzorgde.

Zwitserland 3

In ieder geval ten aanzien van een gedeelte van het contante geld dat buiten de boeken werd gehouden kan worden vastgesteld dat het naar Zwitserland is gebracht. Bij de drie onderzochte gevallen in 2012 was de gang van zaken dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of [verdachte] onderling telefonisch contact met elkaar hadden voor het afspreken van een datum en tijdstip, waarna [medeverdachte 3] een geldbedrag ophaalde uit het safeloket bij de Rabobank te [pleegplaats 5] . Dit geldbedrag werd vervolgens bij haar thuis opgehaald door [medeverdachte 5] , die daarmee naar [pleegplaats 6] reed en het pakket in kwestie afgaf ten kantore van [medeverdachte 2] .

Daarnaast kan worden aangenomen dat in 2009 in ieder geval één keer op dezelfde wijze geld naar Zwitserland is gebracht, nu uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] op 29 juni 2009 door de douane is gecontroleerd bij de grensovergang tussen Duitsland en Zwitserland en dat toen een bedrag van € 85.000,-- aan contant geld is aangetroffen in zijn bagage.

Aanschaf onroerend goed 4 en leningen 5

Het kantooradres van [medeverdachte 2] aan [adres 14] in [pleegplaats 6] is ook het vestigingsadres van de Zwitserse rechtspersonen [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] . Deze drie rechtspersonen hebben in de loop der jaren een groot aantal panden in Nederland aangekocht. De meeste van deze panden werden verhuurd aan [naam bedrijf 1] en hierin waren de seksclubs gevestigd die door [naam bedrijf 1] werden geëxploiteerd. [rechtspersoon 1] was daarnaast eigenaar van de woningen die aan [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] werden verhuurd.

[rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 2] hebben bovendien in de periode van juli 1999 tot en met februari 2008 een achttal onderhandse leningen verstrekt aan [naam bedrijf 1] , waarvoor overigens geen zekerheden zijn gesteld, waarbij in een tweetal gevallen geen en in de overige gevallen een niet-marktconforme rente is bedongen en waarop nauwelijks werd afgelost.

Nader onderzoek naar de Zwitserse bankrekeningen van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] heeft uitgewezen dat [verdachte] de begunstigde eigenaar is van de vermogenswaarden op deze bankrekeningen. Bij [medeverdachte 2] zijn trustovereenkomsten, notities en e-mailberichten aangetroffen die aantonen dat [verdachte] de achterliggende, feitelijke bestuurder is van deze drie rechtspersonen.

Uit het verloop van de bankrekeningen van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] is gebleken dat zij over geen andere inkomsten beschikten dan de (overigens niet-marktconforme) huur die [naam bedrijf 1] voor het gebruik van de panden betaalde en stortingen van contant geld door [medeverdachte 2] . Het onderzoek heeft geen andere bron voor dit contante geld kunnen aantonen dan de buiten de boeken gehouden en naar Zwitserland gebrachte deel van de omzet van de seksclubs.

Tussenconclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank oordeel dat sprake is geweest van een zogenaamde “loan back”-constructie, dat wil zeggen dat dat deel van de omzet van [naam bedrijf 1] dat buiten de boeken werd gehouden, nadat het naar Zwitserland was gebracht, werd geïnvesteerd in panden in Nederland of als lening werd verstrekt ten behoeve van deze zelfde rechtspersoon.

Bespreking van de tenlastegelegde feiten

Criminele organisatie en de rol van [verdachte]

Uit hetgeen de rechtbank hierboven in algemene zin heeft overwogen, blijkt genoegzaam dat tussen de in feit 2 genoemde natuurlijke en rechtspersonen op duurzame en structurele wijze werd samengewerkt om een deel van de omzet van de seksclubs die [naam bedrijf 1] exploiteerde buiten de administratie en de belastingheffing te houden en om deze zwarte omzet via een schijnconstructie wit te wassen. De rechtbank zal op dat laatste hieronder nog nader ingaan.

Deze vorm van samenwerking om financiële misdrijven als witwassen, belastingfraude en valsheid in geschrifte te plegen kan naar het oordeel van de rechtbank zonder meer als een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht (Sr) worden beschouwd.

Voor wat betreft de rol van [verdachte] binnen deze criminele organisatie, stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat hij, blijkens de tapverslagen die zich in het dossier bevinden en de verklaringen die door getuigen zijn afgelegd, de oprichter en formeel en feitelijk de leidinggevende was van [naam bedrijf 1] , de exploitant van de seksclubs waarmee het wit te wassen geld werd verdiend, en dat hij zich actief bemoeide met de bedrijfsvoering in de clubs, in het bijzonder ook door van de managers te verlangen dat zij op geen andere wijze de omzet mochten bijhouden dan op de dag- en weekstaten die vervolgens door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] werden opgehaald en verzameld.

[medeverdachte 4] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat het gedeeltelijk buiten de boeken houden van de omzet van de clubs in opdracht gebeurde van de [verdachte] . Ook uit tapverslagen en uit het gegeven dat zijn handschrift is aangetroffen op de valselijk opgemaakte omzetbriefjes, blijkt dat [verdachte] nadrukkelijk betrokken was bij het valselijk opmaken van de administratie van [naam bedrijf 1] .

Uit diens verklaringen en de in dit verband afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat [medeverdachte 5] in opdracht van [verdachte] naar het kantoor van [medeverdachte 2] in Zwitserland afreisde. Ook bij het overbrengen van het zwarte geld van Nederland naar Zwitserland was de [verdachte] derhalve actief betrokken.

Daarnaast heeft de rechtbank hierboven al overwogen dat uit het onderzoek naar [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] is komen vast te staan dat [verdachte] de feitelijke bestuurder was van deze rechtspersonen en de begunstigde eigenaar van de vermogenswaarden op de bijbehorende Zwitserse bankrekeningen, waarmee de panden die [naam bedrijf 1] gebruikte voor de exploitatie van de seksclubs werden aangekocht. Daarmee had hij (achter de schermen) een cruciale positie bij de schijnconstructie waarmee het zwarte geld werd witgewassen. Ook bij de gang van zaken rond de aankoop van de panden, zoals de onderhandelingen met de wederpartij en de keuze voor de notaris, trad hij nadrukkelijk op.

Het voorgaande maakt duidelijk dat [verdachte] consequent een leidende rol had bij het opzetten en uitvoeren van alle onderdelen van de constructie waarbij de zwarte omzet van [naam bedrijf 1] werd witgewassen. Om die reden kan hij worden beschouwd als de oprichter, bestuurder en leidinggevende van de criminele organisatie.

De rechtbank acht derhalve het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Witwassen

Zoals hiervoor al eerder overwogen, werd slechts een deel van de werkelijke omzet van de clubs in de boekhouding verantwoord. Het overgebleven deel, in de tenlastelegging onder feit 1A aangeduid als “de zwarte omzet”, bleef door de eerder beschreven vervalsing van de relevante administratieve bescheiden buiten het zicht van iedereen behalve de betrokken verdachten. Het buiten de boekhouding gehouden deel van de omzet kan dan ook (vanaf dat moment) worden aangemerkt als geld dat afkomstig is uit misdrijf, namelijk de gepleegde valsheid in geschrifte. De rechtbank volgt derhalve niet de stelling van de verdediging dat het strafbare feit waarmee het wit te wassen geld zou zijn verkregen, het onjuist doen van belastingaangifte zou zijn geweest.

Uit het voorgaande algemene overzicht van de werkwijze binnen [naam bedrijf 1] volgt verder dat deze zwarte omzet, in ieder geval voor een deel, naar [medeverdachte 2] in Zwitserland werd gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank staat buiten redelijke twijfel vast dat dit geld geheel of gedeeltelijk ten goede is gekomen aan de drie Zwitserse rechtspersonen [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] . Zoals al eerder opgemerkt is immers uit het onderzoek gebleken dat deze rechtspersonen, afgezien van huurbetalingen door [naam bedrijf 1] , over geen andere bron van inkomsten beschikten dan stortingen van contant geld door [medeverdachte 2] .

Het vermogen van de drie Zwitserse rechtspersonen is – afgezien van de al eerdergenoemde leningen – vrijwel uitsluitend aangewend ten behoeve van de aankoop van onroerend goed in Nederland, dat reeds in gebruik was dan wel daarna in gebruik kwam bij [verdachte] , zijn gezinsleden of [naam bedrijf 1] . Omdat uit het onderzoek genoegzaam is komen vast te staan dat [verdachte] zelf de uiteindelijke rechthebbende was van [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] , moet worden geconcludeerd dat de panden die onder feit 1A staan genoemd, feitelijk aan hemzelf toebehoorden en dat middels een schijnconstructie, waarbij gebruik is gemaakt van valse huur- en koopovereenkomsten, is verhuld dat deze panden in werkelijkheid werden gefinancierd met de zwarte omzet van de clubs.

De rechtbank acht in het licht van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [naam bedrijf 1] zich in vereniging met verschillende natuurlijke en rechtspersonen schuldig heeft gemaakt aan het gewoontewitwassen van de zwarte omzet en van onroerend goed op de wijze zoals in de tenlastelegging onder feit 1A is beschreven, behoudens de hierna te noemen onderdelen. Gelet op de leidende rol die zij vervulden binnen het criminele samenwerkingsverband waarvan [naam bedrijf 1] deel uitmaakte, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] daartoe opdracht hebben gegeven dan wel daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de contante bestedingen bij [naam bedrijf 2] en aan [persoon 1] zijn betaald met geld dat van misdrijf afkomstig is, nu deze betalingen rechtstreeks zijn gedaan vanuit de kas van de clubs, dat wil zeggen voordat de werkelijke omzet middels valsheid in geschrifte werd verhuld. De rechtbank acht derhalve dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen.

Met betrekking tot de tenlastegelegde aankoop van een perceel grond [nummer 1] [locatie 1] bij [adres 6] te [plaats 6] stelt de rechtbank vast dat deze aankoop heeft plaatsgevonden op 30 november 2001 en derhalve buiten de tenlastegelegde periode valt. Dat leidt ertoe dat ook dit onderdeel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen.

Valsheid in geschrift

De verdediging heeft betoogd dat de onder feit 3A c.q. 3B bedoelde geschriften geen feitelijke onjuistheden bevatten en om die reden niet als vals kunnen worden aangemerkt.

Dat de inhoud van de in de tenlastelegging genoemde geschriften strikt genomen niet in strijd is met de waarheid staat niet ter discussie. Dat neemt echter niet weg dat al deze geschriften opgemaakt zijn met het uitsluitende doel om derden te misleiden omtrent de werkelijkheid, namelijk dat [naam bedrijf 1] gebruik maakte van de Zwitserse rechtspersonen [rechtspersoon 1] , [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] om onroerend goed in Nederland aan te kopen en aan zichzelf terug te verhuren en op die manier de zwarte omzet van de clubs wit te wassen. Naar het oordeel van de rechtbank staat buiten redelijke twijfel vast dat het nadrukkelijk opvoeren van de Zwitserse rechtspersonen als partij bij de genoemde huur-, lenings- en koopovereenkomsten en leveringsaktes enkel diende om deze schijnconstructie te verhullen.

Het voorgaande betekent dat van al de in de tenlastelegging genoemde geschriften gezegd kan worden dat zij valselijk zijn opgemaakt.

Van deze geschriften heeft [naam bedrijf 1] gebruik gemaakt als waren zij echt en onvervalst door deze te overleggen aan de in de tenlastelegging genoemde officiële instanties. Gelet op hun leidende rol binnen het criminele samenwerkingsverband waarvan [naam bedrijf 1] deel uitmaakte, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] daartoe opdracht hebben gegeven, dan wel daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

De rechtbank acht derhalve het onder 3A tenlastegelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de onder 4B.1 tenlastegelegde omzetformulieren overweegt de rechtbank als volgt.

Uit hetgeen de rechtbank eerder heeft overwogen over de wijze waarop een deel van de omzet buiten de boekhouding werd gehouden, volgt buiten redelijke twijfel dat de in dit feit bedoelde omzetformulieren in alle gevallen valselijk door [naam bedrijf 1] zijn opgemaakt, nu op die formulieren opzettelijk een lagere omzet is vermeld dan de diverse clubs in werkelijkheid hadden gedraaid. Ook hier is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] , gezien hun leidende rol binnen het criminele samenwerkingsverband waarvan [naam bedrijf 1] deel uitmaakte, daartoe opdracht hebben gegeven dan wel daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

De rechtbank acht dan ook het onder feit 4B.1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Onjuiste belastingaangiftes

Nu de aangiftes omzetbelasting van [naam bedrijf 1] over de tijdvakken januari 2007 tot en met september 2012, zoals in de tenlastelegging onder 4A bedoeld, gedaan zijn op basis van de eerdergenoemde valselijk opgemaakte omzetformulieren, staat vast dat deze aangiftes opzettelijk onjuist zijn gedaan, met als gevolg dat over deze tijdvakken te weinig belasting is geheven.

Gelet op hun leidende rol binnen het criminele samenwerkingsverband waarvan [naam bedrijf 1] deel uitmaakte, staat ook hier vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] tot het doen van deze onjuiste aangiftes opdracht hebben gegeven dan wel daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

De rechtbank acht derhalve het onder feit 4A tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de aangiftes vennootschapsbelasting van [naam bedrijf 1] , zoals tenlastegelegd onder feit 5, overweegt de rechtbank dat de aangifte over 2007 incompleet in het dossier is gevoegd en dat is komen vast te staan dat de aangiftes over 2011 en 2012 nooit zijn ingediend. Van deze onderdelen zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Voor de aangiftes vennootschapsbelasting over de overige tijdvakken die zijn genoemd in de tenlastelegging, geldt hetzelfde als de rechtbank hierboven heeft overwogen met betrekking tot de aangiftes omzetbelasting. Ook de aangiftes vennootschapsbelasting zijn gebaseerd op de gegevens in de valselijk opgemaakte bedrijfsadministratie, met als gevolg dat over deze tijdvakken te weinig belasting is geheven, en ook hier geldt dat bewezen kan worden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] , gelet op hun leidende rol binnen het criminele samenwerkingsverband waarvan [naam bedrijf 1] deel uitmaakte, daartoe opdracht hebben gegeven dan wel daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.

In zoverre acht de rechtbank het onder feit 5 tenlastegelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Wet Wapens en Munitie

Gelet op het aanvangsproces-verbaal in zaaksdossier 8 is op 30 januari 2013 in de woning aan de [adres 15] (in het proces-verbaal aangeduid met de locatiecode “A”) een alarm- c.q. startpistool aangetroffen. Dit blijkt ook uit de kennisgeving inbeslagname, waarin staat vermeld dat er op het adres aan de [adres 15] diverse voorwerpen in beslag zijn genomen en dat het betreffende vuurwapen in beslag is genomen op locatie A. Het verweer van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat het vuurwapen is gevonden tijdens de doorzoeking van [nummer 2] , wordt derhalve verworpen.

Uit een proces-verbaal van bevindingen (AH-725) blijkt verder dat het aangetroffen wapen een wapen is in de zin van artikel 2, lid 1, categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat Jan Bik op 30 januari 2013 het bedoelde wapen voorhanden heeft gehad, zoals onder feit 6 is tenlastegelegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht resumerend wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1A, 2, 3A, 4A, 4B.1, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1A.

[naam bedrijf 1] in de periode van 14 december 2001 tot en met 30 januari 2013, in Nederland en in Zwitserland, tezamen en in vereniging met natuurlijke personen en rechtspersonen, meermalen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. immers hebben [naam bedrijf 1] en haar mededaders van onderstaande voorwerpen,

de werkelijke aard en de herkomst en verplaatsing verborgen en/of verhuld en verborgen en verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen zijn, en hebben [naam bedrijf 1] en haar mededaders de hieronder genoemde voorwerpen verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet en van die voorwerpen gebruik gemaakt,

te weten:

- de zwarte omzet van [naam bedrijf 1] ter grootte van een aanzienlijk geldbedrag (deze zwarte omzet wordt buiten het zicht van de Nederlandse overheid gebracht door deze zwarte omzet naar Zwitserland te vervoeren en in Zwitserland onder te brengen in Zwitserse rechtspersonen ( [rechtspersoon 1] of [rechtspersoon 2] of [rechtspersoon 3] ) en deze zwarte omzet te herinvesteren, middels schijnconstructies, in onroerend

goed in Nederland) en

- onroerend goed onder andere de panden waarin de seksclubs van [naam bedrijf 1] zijn gevestigd gelegen in [plaats 1] aan [adres 1] en/of in [plaats 2] aan de [adres 2] en/of in [plaats 3] aan [adres 3] en/of in [plaats 4] aan [adres 4] en/of een loods aan [adres 5] te [plaats 5] , (door het onroerend goed op naam te zetten van Zwitserse rechtspersonen ( [rechtspersoon 1] of [rechtspersoon 2] of [rechtspersoon 3] ) en een bestuurder voor die rechtspersonen aan te stellen),

terwijl [naam bedrijf 1] , en haar mededaders telkens wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf,

zulks terwijl hij, [verdachte] , in vereniging met anderen, tot bovenomschreven strafbare feiten opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

2.

hij in de periode van 30 januari 2001 tot en met 30 januari 2013, in Nederland en in Zwitserland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande (onder meer) uit

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 2] en [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht en

- gewoonte witwassen zoals bedoeld in de artikelen art 420ter en 420bis Wetboek van Strafrecht, en

- het opzettelijk niet doen van een juiste aangifte omzetbelasting en vennootschapsbelasting, zoals bedoeld in artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen,

terwijl hij, verdachte, van die organisatie oprichter en bestuurder was en binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

3A.

[naam bedrijf 1] en/of [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2]

en/of [rechtspersoon 3] in de periode van 30 januari 2001 tot en met 30 januari 2013 in Nederland en in Zwitserland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, geschriften, te weten de navolgende:

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 17] [adres 7] te [plaats 7] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 8] te [plaats 8] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de Crooswijksesingel 33 te [plaats 1] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 9] te [plaats 9] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 4] te [plaats 4] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan het [adres 10] te [plaats 10] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 12] te [plaats 11] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan de [adres 11] te [plaats 12] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en [naam bedrijf 1]

betreffende een pand aan de [adres 5] te [plaats 5] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1] betreffende

een pand aan de [adres 2] te [plaats 2] , en

- een huurovereenkomst (Mietvertrag) tussen [rechtspersoon 1] en

[naam bedrijf 1] betreffende een pand aan [adres 3] te [plaats 3] , en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 1 maart 2001, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 30 november 2004, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 4 april 2007, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 1]

en [naam bedrijf 1] d.d. 14 februari 2008, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 2] en

[naam bedrijf 1] d.d. 19 mei 2004, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d.14 april 2009, en

- een leningsovereenkomst (Darlehensvertrag) tussen [rechtspersoon 3] en [naam bedrijf 1]

d.d. 31 juli 2009, en

- een koopovereenkomst d.d. 7 januari 2003 betreffende [adres 1] te

[plaats 1] , en

- een leveringsakte d.d. 26 maart 2012 betreffende de [adres 2] te [plaats 2] , en

- een leveringsakte d.d. 2 mei 2012 betreffende de woning [adres 1] te

[plaats 1] , en

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4] te

[plaats 4] , en

- een leveringsakte d.d. 25 augustus 2008 betreffende de woning [adres 4]

te [plaats 4] ,

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, daarvan telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt als ware die geschriften telkens echt en onvervalst

bestaande dat gebruikmaken hierin dat genoemde documenten zijn overgelegd ten behoeve van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) en de inschrijving bij het Kadaster en overgelegd in het kader van BIBOB aanvragen door gemeentes en het aanvragen van exploitatievergunningen bij gemeentes,

en bestaande die valsheid hierin dat telkens valselijk immers opzettelijk in strijd met de waarheid, deze huurovereenkomsten (Mietvertragen) en leningsovereenkomsten (Darlehensvertragen) en koopovereenkomst en leveringsaktes vermelden

- met betrekking tot leningsovereenkomsten: dat geldlener [rechtspersoon 1] of [rechtspersoon 2] of [rechtspersoon 3] is, terwijl de eigenaar van de uitgeleende geldbedragen [naam bedrijf 1] en [verdachte] zijn, zodat van geldleningen geen sprake is en sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot huurovereenkomsten: dat de verhuurder [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 2] en/of [rechtspersoon 3] is, terwijl de/het pand(en) in werkelijkheid eigendom zijn van [naam bedrijf 1] en [verdachte] , zodat van een huurrelatie geen sprake is en sprake is van een schijnconstructie,

- met betrekking tot koopovereenkomst en notariële leveringsakten: dat [rechtspersoon 1] of [rechtspersoon 3] of een andere rechtspersoon koper/eigenaar is, terwijl de panden in werkelijkheid gekocht worden en in eigendom verkregen worden door [naam bedrijf 1] en [verdachte] , zodat sprake is van een schijnconstructie,

met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken,

tot welke feiten hij, [verdachte] , tezamen en in vereniging met anderen, opdracht heeft gegeven en aan welke verboden gedragingen hij, tezamen en in vereniging met anderen, feitelijk leiding heeft gegeven;

4A.

[naam bedrijf 1] in de periode van 30 januari 2001 tot en met september 2013 in Nederland,

tezamen en in vereniging met andere rechtspersonen en natuurlijke personen,

meermalen telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [naam bedrijf 1] over de aangiftetijdvakken:

- januari 2007 en februari 2007 en maart 2007 en april 2007 en mei 2007 en juni 2007 en juli 2007 en augustus 2007 en september 2007 en oktober 2007 en november 2007 en december 2007; en

- januari 2008 en februari 2008 en maart 2008 en april 2008 en mei 2008 en juni 2008 en juli 2008 en augustus 2008 en september 2008 en oktober 2008 en november 2008 en december 2008; en

- januari 2009 en februari 2009 en maart 2009 en april 2009 en mei 2009 en juni 2009 en juli 2009 en augustus 2009 en september 2009 en oktober 2009 en november 2009 en december 2009; en

- januari 2010 en februari 2010 en maart 2010 en april 2010 en mei 2010 en juni 2010 en juli 2010 en augustus 2010 en september 2010 en oktober 2010 en november 2010 en december 2010; en

- januari 2011 en februari 2011 en maart 2011 en april 2011 en mei 2011 en juni 2011 en juli 2011 en augustus 2011 en september 2011 en oktober 2011 en november 2011 en december 2011; en

- januari 2012 en februari 2012 en maart 2012 en april 2012 en mei 2012 en juni 2012 en juli 2012 en augustus 2012 en september 2012,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen / de Belastingdienst,

terwijl dat feit er telkens toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in genoemde (electronische) aangiftebiljetten telkens een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting werd vermeld,

zulks terwijl hij, [verdachte] , in vereniging met een ander, tot bovenomschreven strafbare feiten opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

en

4B.1.

[naam bedrijf 1] op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 30 januari 2013, in Nederland, tezamen en in vereniging met een anderen, meermalen, telkens de bedrijfsadministratie, zijnde die bedrijfsadministratie een samenstel van geschriften, dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, namelijk:

a. omzetformulieren [plaats 7] 1e week 2013, en

b. omzetformulieren [plaats 8] 1e week 2013, en

c. omzetformulieren [locatie 2] 1e week 2013, en

d. omzetformulieren [plaats 11] 1e week 2013, en

e. omzetformulieren [plaats 12] 1e week 2013, en

f. omzetformulieren [plaats 9] 1e week 2013, en

g. omzetformulieren [plaats 5] 1e week 2013, en

h. omzetformulieren [plaats 1] 1e week 2013, en

i. omzetformulieren [plaats 4] 1e week 2013, en

j. omzetformulieren [plaats 13] 1e week 2013, en

k. omzetformulieren [plaats 2] 1e week 2013, en

l. omzetformulieren [plaats 8] week 38, 2011, en

m. omzetformulieren [plaats 8] week 40, 2011, en

n. omzetformulier [plaats 8] week 42, 2011, en

o. omzetformulieren [plaats 8] week 44, 2011, en

p. omzetformulier [plaats 8] week 45, 2011, en

q. omzetformulier [plaats 9] week 46, 2011, en

r. omzetformulier [plaats 11] week 1, 2012, en

s. omzetformulier [plaats 8] week 2, 2012, en

t. omzetformulier [plaats 8] week 4, 2012, en

u. omzetformulier [plaats 11] week 5, 2012, en

v. omzetformulier [plaats 8] week 46, 2012, en

w. omzetformulier [plaats 11] week 47, 2012, en

x. omzetformulier [plaats 8] week 48, 2012, en

y. omzetformulier [plaats 8] week 49, 2012, en

z. omzetformulier [plaats 8] week 50, 2012, en

aa. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2011 en

bb. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2011 en

cc. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2011 en

dd. omzetformulier [locatie 2] week 12, 2011 en

ee. omzetformulier [locatie 2] week 13, 2011 en

ff. omzetformulier [locatie 2] week 14, 2011 en

gg. omzetformulier [locatie 2] week 15, 2011 en

hh. omzetformulier [locatie 2] week 34, 2011 en

ii. omzetformulier [locatie 2] week 35, 2011 en

jj. omzetformulier [locatie 2] week 36, 2011 en

kk. omzetformulier [locatie 2] week 37, 2011 en

ll. omzetformulier [locatie 2] week 38, 2011 en

mm. omzetformulier [locatie 2] week 1, 2012 en

nn. omzetformulier [locatie 2] week 2, 2012 en

oo. omzetformulier [locatie 2] week 3, 2012 en

pp. omzetformulier [locatie 2] week 4, 2012 en

qq. omzetformulier [locatie 2] week 21, 2012 en

rr. omzetformulier [locatie 2] week 22, 2012 en

ss. omzetformulier [locatie 2] week 23, 2012 en

tt. omzetformulier [locatie 2] week 24, 2012 en

uu. omzetformulier [locatie 2] week 46, 2012 en

vv. omzetformulier [locatie 2] week 47, 2012 en

ww. omzetformulier [locatie 2] week 48, 2012 en

xx. omzetformulier [locatie 2] week 49, 2012 en

yy. omzetformulier [locatie 2] week 50, 2012 en

zz. omzetformulier [locatie 2] week 51, 2012 en

welke in de bedrijfsadministratie waren verwerkt en bestemd waren om in de bedrijfsadministratie te verwerken/op te nemen,

bestaande die valsheid hierin dat de bovengenoemde omzetformulieren telkens

valselijk en in strijd met de waarheid zijn opgemaakt,

immers hebben [naam bedrijf 1] en haar mededaders telkens een onjuist en te laag omzetbedrag op de omzetformulieren vermeld, terwijl de daadwerkelijk behaalde omzetbedragen hoger waren,

zulks telkens met het oogmerk om die bedrijfsadministratie en geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot welke feiten hij, [verdachte] , tezamen en in vereniging met een ander, opdracht heeft gegeven en aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, feitelijk leiding heeft gegeven;

5.

[naam bedrijf 1] op 4 december 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, te weten de aangiften vennootschapsbelasting ten name van [naam bedrijf 1] over de aangiftetijdvakken

- 2008 en 2009 en 2010

onjuist of onvolledig heeft gedaan aan de Inspecteur der Belastingen/Belastingdienst,

welke onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaat dat in genoemde aangiftebiljetten

- een onjuist bedrag aan belastbare winst was opgegeven

terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

zulks terwijl hij, [verdachte] , in vereniging met een ander, tot bovenomschreven strafbare feiten opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan

boven omschreven verboden gedragingen;

6.

hij op 30 januari 2013 te [pleegplaats 4] , een vuurwapen van categorie III, te weten een alarm - cq start pistool, kaliber 6mm, categorie III onder 4, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Door een kennelijke vergissing staat in het onder 1A tenlastegelegde “ [adres 16] ” in plaats van “ [adres 2] ” en in het onder 3A tenlastegelegde “ [adres 7] ” in plaats van “ [adres 17] ”. De rechtbank gaat telkens van het laatste uit. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het onder 3A en 4B.1 in de laatste alinea en 4A en 5 in de een na laatste alinea staande “tot welke feit(en) hij, verdachte, tezamen” leest de rechtbank in als “tot welke feit(en) hij, [verdachte] , tezamen”. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank heeft daarnaast de overig in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

onder 1A:

medeplegen van opdracht geven tot dan wel feitelijk leiding geven aan medeplegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon;

onder 2:

als oprichter, leider en bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

onder 3A:

medeplegen van opdracht geven tot dan wel feitelijk leiding geven aan medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

onder 4A:

medeplegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

onder 4B.1:

medeplegen van opdracht geven tot dan wel feitelijk leiding geven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

onder 5:

medeplegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

en

onder 6:

handelen in strijd met het in artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie gegeven verbod, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van de verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapportage, het uittreksel uit het justitieel documentatieregister waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Bij feiten als de onderhavige kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een straf zoals geëist door de officier van justitie. Het gaat om zeer langdurige en grootschalige belastingontduiking waarbij de Nederlandse samenleving voor miljoenen is benadeeld. Verdachte heeft daarbij gebruik gemaakt van een door hem bedachte slinkse constructie, waarbij een flink aantal personen zich onder zijn leiding bezighield met het opzetten van een dubbele boekhouding, het transporteren van zwart geld naar het buitenland en het witwassen van dat zwarte geld met gebruikmaking van buitenlandse rechtspersonen in landen die gelden als belastingparadijs. Het gaat qua duur en omvang om één van de zwaarst denkbare vormen van belastingfraude, valsheid in geschrifte en gewoontewitwassen.

In zijn nadeel weegt ook zeker mee dat verdachte het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien. Verdachte verwijst slechts naar het verschil van mening dat hij al jarenlang heeft met de Belastingdienst over de wijze van administratieve verantwoording binnen zijn bedrijfstak. Voorts heeft verdachte geen opening van zaken willen geven. In zijn berekenende antwoorden op vragen die hem worden gesteld (“zou het zo zijn dat, dan …”) lijkt hij in dat conflict zelfs een rechtvaardiging te vinden voor zijn handelen.

Tegen die achtergrond acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar zonder meer gerechtvaardigd.

Namens de verdediging is gemotiveerd aangevoerd dat verdachte om medische redenen detentieongeschikt zou zijn. Subsidiair verzoekt de verdediging de rechtbank onderzoek te laten doen naar de detentiegeschiktheid van verdachte alvorens uitspraak te doen.

De rechtbank stelt allereerst vast dat niet is komen vast te staan dat verdachte in absolute zin detentieongeschikt is. Die conclusie kan in elk geval niet volgen uit het summiere rapport dat op verzoek van de verdediging is opgesteld door de GGD-arts, nu dat vrijwel geheel is gebaseerd op informatie verkregen van de verdachte zelf of zijn directe omgeving.

Daarbij neemt de rechtbank in ogenschouw dat detentieongeschiktheid in het algemeen niet snel wordt aangenomen. Het gaat om een beoordeling van de zorgbehoefte en de eventuele medische risico’s. In beginsel kan alle zorg die thuis mogelijk is, ook binnen detentie geleverd worden. Zelfs bestaat de mogelijkheid dat de veroordeelde in een zorginstelling wordt geplaatst onder verantwoordelijkheid van de Dienst Justitiële Inrichtingen.

De rechtbank wijst het verzoek van de verdediging om de zaak aan te houden teneinde de detentie(on)geschiktheid van verdachte nader te laten onderzoeken af. Een onderzoek thans heeft naar het oordeel van de rechtbank geen toegevoegde waarde, nu daadwerkelijke detentie nog niet aan de orde is. Dat geldt temeer nu de gezondheidsklachten van verdachte grotendeels verband houden met zijn leeftijd, en er in dat opzicht niet op enig moment sprake zal zijn van een stabiele eindsituatie.

Uit eigen waarneming heeft de rechtbank kunnen constateren dat de fysieke gezondheid van verdachte weliswaar broos is, maar dat maakt detentie op zichzelf niet onmogelijk. Er zijn immers voldoende mogelijkheden om bij het ondergaan van detentie rekening te houden met fysieke beperkingen van veroordeelden. Verdachte is, mede door zijn gevorderde leeftijd, kwetsbaar, maar niet in die mate dat reeds daarom detentie is uitgesloten. Bovendien blijkt uit eerder genoemd GGD-onderzoek dat de klachten van verdachte deels zijn toe te schrijven aan de omstandigheid dat hij medicijnen weigert. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat uit de ondervraging op locatie en de berekenende wijze waarop verdachte op vragen reageert, de stellige indruk ontstaat dat verdachte in geestelijk opzicht goed gezond lijkt te zijn.

De rechtbank acht aangewezen dat in de executiefase gezocht dient te worden naar een passend regime.

De gezondheidssituatie van verdachte is voor de rechtbank wel aanleiding de op te leggen gevangenisstraf te matigen. Daarbij speelt een rol dat kan worden verwacht dat, gelet op de leeftijd en de gezondheidssituatie van verdachte, voor recidive niet meer valt te vrezen.

Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. Een verdere matiging is, gelet op de ernst van de feiten, niet geïndiceerd.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten:

1. horloge, goudkleur, Marc By Marc Jac

2 stacaravan (bewaarderscontract)

3 horloge, Luminor Panerai 1053

4 horloge, Breitling navitimer A688

5 geld € 875,82 ABN/AMRO [rekening courant]

6 geld € 44.464,00 ABN/AMRO [rekeningnummer]
7 geld Nederlands € 9.025,00

moeten worden verbeurd verklaard, nu de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte toebehoren en geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen en betrekking hebben op de feiten die door de verdachte zijn begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten:

1a Mes, stiletto A.01.04.02

1b Beugel, boksbeugel A.01.08.01

1c Wapen, werpster A.01.08.02

1d Wapen, alarm-/startpistool A.01.09.01

1e Mes, 2 messen met stootrand A.01.09.01

1f Mes, vlindermes A.01.09.01

1g Mes, stiletto A.01.09.01

1h Mes, dolk A.01.09.01

moeten worden onttrokken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

33, 33a, 36b, 36c, 47 lid 1, 51, 57, 140 lid 1 en 3, 225 lid 1 en 2, 402bis en 420ter en van het Wetboek van Strafrecht

69 lid 2 (oud) Algemene wet inzake rijksbelastingen

26 lid 1 en 55, lid 3 aanhef en onder b van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie ten aanzien van de onder 2, 3A, 4 en 6 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging, voor zover het ten laste gelegde een periode bestrijkt van voor 30 januari 2001;

- verklaart het onder 1A, 2, 3A, 4A, 4B.1, 5 en 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- veroordeelt de verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren

- beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

- verklaart verbeurd:

1. horloge, goudkleur, Marc By Marc Jac

2 stacaravan (bewaarderscontract)

3 horloge, Luminor Panerai 1053

4 horloge, Breitling navitimer A688

5 geld € 875,82 ABN/AMRO [rekening courant]

6 geld € 44.464,00 ABN/AMRO [rekeningnummer]
7 geld Nederlands € 9.025,00

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

1a Mes, stiletto A.01.04.02

1b Beugel, boksbeugel A.01.08.01

1c Wapen, werpster A.01.08.02

1d Wapen, alarm-/startpistool A.01.09.01

1e Mes, 2 messen met stootrand A.01.09.01

1f Mes, vlindermes A.01.09.01

1g Mes, stiletto A.01.09.01

1h Mes, dolk A.01.09.01

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. J. van Bruggen, voorzitter, C.M.M. Oostdam en

W.S. Sikkema, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 september 2015.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Onder meer: AH-007-25 (klikbrief Belastingdienst); AH066, AH102, AH128 en OTPV.20120828.GOU (ophalen enveloppen); verklaringen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] ter terechtzitting en V09.03; G10.01, G50.01, G71.01, G72.01, G72.01, G78.01, G82.01 en verhoren [manager 1] en [manager 2] bij de RC (verklaringen managers); diverse taps.

2 Onder meer: AH378 (doorzoeking [persoon 2] ); AH316 (doorzoeking [locatie 2] ); AH751 (doorzoeking [plaats 11] ); AH309, AH325, AH357, AH555, AH621, AH638 (NFI-rapport m.b.t. aangetroffen papierresten in de open haard van de woning van [medeverdachte 3] ), AH695, AH709, AH726-002; G73.01, G79.01; verklaring [medeverdachte 4] bij de RC; diverse taps.

3 AH-007-25 (klikbrief Belastingdienst); verklaring [persoon 3] bij de RC; AH063, AH064, AH107, AH137, AH156, AH515, AH668 en AH668-001; observatieverslagen; diverse taps; verklaring [medeverdachte 5] ter terechtzitting.

4 AH004-004, AH005-016, AH005-017, AH005-18, AH005-019, AH007-008, AH13-006, AH16-003, AH029-001, AH029-002, AH530-002, AH530-007, AH530-008, AH530-012, AH531, AH582, AH596, AH631, AH699, AH762, AH763, AH817, AH832-003, AH834, AH835, AH836, AH838-002; G01.01, G80.01, G81.01, G81.02, G87.01, G89.01, G93-01, G95-01, G98.01, G108.01; DCT725; taps; verklaring [medeverdachte 2] tegenover politie [pleegplaats 6] (pvb 20130119.0010, ARVO2).

5 AH004-002, AH004-003, AH007-020, AH762, AH763, AH817, AH832-007, AH832-008, AH832015, AH834, AH835, AH836, taps.