Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4119

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-08-2015
Datum publicatie
02-09-2015
Zaaknummer
18.830683-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens bezit van kinderporno. Gevangenisstraf voor de duur van 61 dagen met aftrek waarvan 60 dagen voorwaardelijk proeftijd 2 jaar met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden o.a. ambulante behandeling.

En taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830683-13

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 augustus 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.I. Cambier, advocaat te Axel.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Akkerman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen gedurende de jaren 2011 tot en met 2013, te

[pleegplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

een of meer gegevensdragers bevattende een of meer afbeeldingen te weten 8

foto's en/of 47 films- althans een aantal afbeeldingen en/of films heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar

was/waren, waarbij (telkens) een of meer personen die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar

was/waren betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) -zakelijk weergegeven- bestonden uit

(onder meer):

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, en/of de billen van een

(andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet had bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt,

en/of (waarbij) door het camerastandpunt, nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat er geen sprake is van de strafverzwarende omstandigheid van het maken van een gewoonte van het misdrijf. Verdachte dient van dit deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte 1 foto en 1 filmpje, bevattende kinderpornografische afbeeldingen, in zijn bezit heeft gehad. De raadsman heeft aangevoerd dat op de overige foto's geen gedragingen van expliciet seksuele aard getoond worden. Voorts is op de filmpjes niet vast te stellen dat de afgebeelde personen de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. De raadsman kan zich met het standpunt van de officier van justitie verenigen dat niet kan worden bewezen dat sprake is van de strafverzwarende omstandigheid van het maken van een gewoonte van het misdrijf.

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat alleen de toegankelijke bestanden bij een bewezenverklaring dienen te worden meegenomen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

De door verdachte op de terechtzitting afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb 1 foto en 1 filmpje in mijn bezit gehad die kunnen worden geduid als kinderporno.

Een proces-verbaal bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 1 augustus 2013 en 24 september 2013, met bijlagen, opgenomen op pagina 83 e.v. van dossier nr. 2013001553

d.d. 12 november 2013, inhoudende de relatering van bevoegd zedenrechercheurs, werkzaam bij Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme, zakelijk weergegeven:

Op de onder verdachte in beslag genomen gegevensdrager hebben wij verbalisanten vastgesteld dat in totaal 55 afbeeldingen voorkwamen die kinderpornografisch zijn. Het betreft 8 fotoafbeeldingen en 47 filmafbeeldingen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2013 opgenomen op pagina 74 van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 29 juni 2013 hebben wij, bevoegd zedenrechercheurs, een computer behorende aan verdachte, inbeslaggenomen. We hebben verdachte medegedeeld dat wanneer er kinderpornografie zou worden aangetroffen de computer niet teruggeven zou worden.

De verdachte deelde vervolgens mee dat hij deze dan niet terug zou krijgen.

Een proces-verbaal d.d. 12 november 2013 opgenomen op pagina 7 van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De computer van verdachte werd overgedragen aan en onderzocht door het team digitale expertise bestrijding kinderpornografie en kindersekstoerisme.

Op de computer werden 47 filmbestanden beoordeeld als kinderpornografisch beeldmateriaal.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 november, opgenomen op pagina 115 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik verzamel foto's en beelden van vooral jongeren. Soms naakt, niet altijd. De jongste was misschien 16 jaar. Ik ben weleens 1 of 2 filmpjes tegengekomen van 2 jongens van ongeveer 16 jaar oud die seks met elkaar hadden. Er staan misschien 5 plaatjes kinderporno op. Ik heb ook nog filmpjes gedownload die ik nog niet heb bekeken. Ik vond het mooi om te zien dat jonge jongens seksuele handelingen bij elkaar doen.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank constateert dat een groot deel van de afbeeldingen overeenkomt met de door de zedenrechercheurs overgelegde en beschreven representatieve collectiescan.

Evenwel bevindt zich bij de filmpjes, één filmpje (nr. 3) dat de rechtbank buiten beschouwing zal laten nu niet goed te beoordelen valt of dit voldoet aan de criteria kinderpornografie, vanwege de slechte weergave van de filmafbeeldingen.

Voorts is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat waar op de foto's geen sprake is van gedragingen van expliciete seksuele aard, deze eveneens strekken tot het opwekken van seksuele prikkelingen, mede gelet op de wijze waarop de betrokkenen zijn afgebeeld. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van kinderporno.

De rechtbank is voorts van oordeel dat aan de hand van de uit de afbeeldingen blijkende uiterlijke lichaamskenmerken moet worden aangenomen dat de afgebeelde jongeren kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt.

Ten aanzien van het verweer van de raadsman betreffende de kinderporno die verdachte had verwijderd waardoor hij geen toegang meer had tot deze bestanden stelt de rechtbank dat in de jurisprudentie is uitgemaakt dat bestanden met kinderporno die aangemerkt zijn als “deleted” onvoldoende zijn voor het aannemen van "bezit" in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Deze bestanden zijn zonder speciale software niet toegankelijk voor een computergebruiker. Nu niet gebleken is dat verdachte over dergelijke software heeft beschikt en uit het dossier niet is gebleken dat de bestanden beschikbaar zijn geweest voor opening gedurende een zekere vast te stellen periode, kan niet gezegd worden dat verdachte (nog) beschikkingsmacht had over die bestanden.

Dit betekent dat van 24 bestanden, door de zedenpolitie aangetroffen in de locatie "deleted", niet het bezit in de zin van artikel 240b Sr kan worden aangenomen en dat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich in het jaar 2013 heeft schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderporno.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, zodat verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in 2013 te [pleegplaats] , een gegevensdrager bevattende afbeeldingen en films in bezit heeft gehad terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit (onder meer):

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, en/of de billen van een

(andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet had bereikt

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt,

en/of (waarbij) door het camerastandpunt, nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

had en/of strekte tot seksuele prikkeling

en

het masturberen boven/bij het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

had en/of strekte tot seksuele prikkeling

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag onvoorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering gesteld is geweest, hierbij rekening houdende met artikel 22b Sr, en een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, waarbij als bijzondere voorwaarden worden opgelegd een meldplicht en een verplichte ambulante behandeling.

Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf gevorderd voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

Bij de bepaling van de straf heeft de officier van justitie onder meer rekening gehouden met het tijdsverloop.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, mede gelet op de ouderdom van de strafzaak, gepleit voor een geheel voorwaardelijke taakstraf met daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarden zoals deze worden geadviseerd door de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen die zijn aangetroffen op de onder verdachte in beslag genomen computer.

Het bezit van kinderporno dient met kracht te worden bestreden, nu bij de vervaardiging daarvan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd.

In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot gesteld worden psychische schade op die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.

Verdachte heeft het vervaardigen van kinderporno indirect bevorderd omdat hij, door kinderporno te downloaden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan het plegen van een ernstig strafbaar feit.

Als uitgangspunt voor het bezit van kinderporno geldt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte slechts één veroordeling (in 1997) op zijn strafblad heeft staan.

Ook houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de strafzaak. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is daaromtrent het volgende gebleken. De politie heeft op 29 juni 2013 onder verdachte zijn computer inbeslaggenomen. Verdachte is door de politie over het tenlastegelegde feit gehoord op 11 november 2013 en mocht er, gelet op de inhoud van dit verhoor, vanuit gaan dat hij ter zake strafrechtelijk zou worden vervolgd. Het door de politie opgemaakte en ingezonden proces-verbaal van onderzoek is op 21 november 2013 ingekomen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland. Eerst op 17 december 2014, derhalve ruim een jaar later, heeft de officier van justitie besloten om tot dagvaarden van verdachte over te gaan ( tegen de zitting van 10 augustus 2015). Op deze gang van zaken en dit tijdsverloop heeft verdachte zelf geen enkele invloed gehad. De officier van justitie heeft ter terechtzitting meegedeeld geen enkele verklaring te kunnen geven voor het – ook volgens hem – ongewenst lange tijdsverloop tussen het eerste verhoor van verdachte en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Duidelijk is geworden dat verdachte onnodig lang gebukt is gegaan onder de onzekerheid die bedoeld tijdsverloop voor hem meebracht aangaande de uiteindelijke afloop van het strafrechtelijke onderzoek naar hem. Op grond van een en ander zal de rechtbank in het voordeel van verdachte met dit tijdsverloop rekening houden.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het rapport van de reclassering van 13 april 2015.

Alles afwegend acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf van na te noemen duur passend en geboden teneinde de ernst van het feit te benadrukken en verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal als bijzondere voorwaarden aan verdachte een meldplicht bij de reclassering en de verplichting om mee te werken aan een ambulante behandeling opleggen. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op twee jaren.

De rechtbank komt tot een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf omdat de rechtbank in de bewezenverklaring uitgaat van minder afbeeldingen dan de officier van justitie doet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 61 dagen

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich binnen drie werkdagen volgend op zijn onherroepelijk vonnis tussen 09:00 uur en 12:00 uur meldt bij Reclassering Nederland, [locatie] . Hierna moet hij zich gedurende door de reclassering bepaalde periode tijdens de proeftijd blijven melden zo frequent als de reclassering gedurende deze periode nodig acht;

- dat veroordeelde zich zal laten behandelen bij [ambulante forensische psychiatrie] of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

een taakstraf van 100 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De taakstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Jongsma, voorzitter, L.H.A.M. Voncken en R. Baluah, rechters, bijgestaan door J.H. van Scharrenburg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 augustus 2015.