Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4117

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-08-2015
Datum publicatie
01-09-2015
Zaaknummer
18.720146-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

12 woninginbraken, 2 diefstallen, i-pads, sieraden en computers, gemakkelijk te verkopen, ambulante behandeling VNN, tul, benadeelde partij

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,310,311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720146-15

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/730209-15

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/820293-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

thans gedetineerd in [verblijfplaats 1]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 augustus 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/720146-15

1.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 10 en 11 april 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( [adres 1]

[adres 1] , aldaar) heeft weggenomen -onder meer- een notebook/laptop

(Apple) en/of een playstation 4 en/of een aantal Playstation spellen en/of een

aantal WII-spellen en/of een controller (Sony) en/of een TV met

afstandsbediening (Apple) en/of een dockingstation (Sony) en/of een aantal

opladers (Apple Iphone) en/of een/twee afstandsbediening(en) (Samsung) en/of

een herenhorloge en/of een gouden ring en/of een spaarpot (inhoudende ongeveer

60 euro), toebehorende aan [slachtoffer 1] (en/of zijn [partner] ), in elk

geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan

aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks de periode van 2 april 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( [adres 2]

[adres 2] , aldaar) heeft weggenomen -onder meer- een computer (Mac book pro) en/of

een computer (Mac book air) een computer (I-pas wifi, white) een een computer

(I-pad wifi black) en/of een computer (Dell) en/of een fotocamera (Nikon) met

toebehoren en/of een videocamera (Sanyo) en/of een xbox en/of een aantal

I-phones en/of een aantal hoofdtelefoons en/of een I-pod shuffle (Apple)

en/of een aantal gouden en/of zilveren sieraden en/of (een) autosleutel(s)

en/of een aantal parfums en/of (een/twee koffer(s) inhoudende) een aantal

computers/I-pads (Apple) en/of een aantal computers (wifi), toebehorende aan

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval (telkens) enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan

verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 22 maart 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (speelgoed)winkel

heeft weggenomen een I-pad mini (Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan het [winkelbedrijf 1] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 25 en 26 maart 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

( [adres 3] , aldaar) heeft weggenomen -onder meer- een (HP)laptop en/of

gouden oorbellen en/of parfum en/of een bontjas, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

parketnummer 18/730209-15

1.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 2 en 3 april 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel/pand

(perceel [adres 4] , aldaar) heeft weggenomen -onder meer- een kluisje

en/of geld (ongeveer 120 euro) en/of een groot aantal (ongeveer 120)

kledingstukken (onder meer van de merken Mountain Peak, Le Coq Sportif ) en/of

een groot aantal (ongeveer 28 paar) schoenen (onder meer van de merken Adidas,

Puma, Nike ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het

[winkelbedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 17 april 2015 tot en met 20 april 2015

te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Leeuwarden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel

[adres 5] , aldaar) heeft weggenomen -onder meer- een I-pad (Apple)

en/of een laptop (Samsung) en/of een zonnebril (Rayban) en/of een zilveren

(heren)armband en/of een beamer (Sanyo) en/of een autosleutel en/of een slof

sigaretten (Marlboro) en/of een navigatiesysteem (Tomtom) en/of een rijbewijs

en/of coca-cola spullen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het in de zaak met parketnummer 18/720146-15 onder 1., 2., 3. primair en het in de zaak met parketnummer 18/730209-15 onder 1. en 2. ten laste gelegde, met dien verstande dat ter zake parketnummer 18/730209-15 het onder 1 tenlastegelegde de enkelvoudige diefstal bewezen kan worden verklaard;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest;

- oplegging van de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht, meldplicht, ambulante behandeling bij VNN Forensische Polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, drugs- en alcoholverbod;

- tenuitvoerlegging van de op 27 oktober 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

- toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij] tot een bedrag van € 1.645,81 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

parketnummer 18/720146-15

De rechtbank past met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 augustus 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2015103242-1, d.d. 20 april 2015, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

De rechtbank past met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 augustus 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2015093402-1, d.d. 20 april 2015, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

De rechtbank past met betrekking tot het onder 3. primair ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 augustus 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2015101845-1, d.d. 10 april 2015, inhoudende de verklaring van [naam 1] .

parketnummer 18/730209-15

De rechtbank past met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 augustus 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2015094452-1, d.d. 8 april 2015, inhoudende de verklaring van [naam 2] .

De rechtbank past met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 augustus 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2015111841-1, d.d. 7 mei 2015, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6] .

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder in de zaak met parketnummer 18/720146-15 onder 1., 2. en 3. primair en het in de zaak met parketnummer 18/730209-15 onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

parketnummer 18/720146-15

1.

hij in het tijdvak gevormd door 10 en 11 april 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning [adres 1]

[adres 1] , aldaar, heeft weggenomen -onder meer- een notebook/laptop (Apple) en een playstation 4 en een aantal Playstation spellen en een aantal WII-spellen en een controller (Sony) en een TV met afstandsbediening (Apple) en een dockingstation (Sony) en een aantal opladers (Apple Iphone) en twee afstandsbedieningen (Samsung) en een herenhorloge en een ring, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of zijn [partner] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

2.

hij op 2 april 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning [adres 2] , aldaar, heeft weggenomen -onder meer- een computer (Mac book pro) en een computer (Mac book air), een computer (I-pad wifi, white) en een computer (I-pad wifi black) en een computer (Dell) en een fotocamera (Nikon) met toebehoren en een videocamera (Sanyo) en een xbox en een aantal I-phones en een aantal hoofdtelefoons en een I-pod shuffle (Apple) en een aantal gouden en/of zilveren sieraden en autosleutels en een aantal parfums en twee koffers inhoudende een aantal computers/I-pads (Apple) en een aantal computers (wifi), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

3. primair

hij op 22 maart 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een speelgoedwinkel heeft weggenomen een I-pad mini (Apple), toebehorende aan het [winkelbedrijf 1] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 18/730209-15

1.

hij in het tijdvak gevormd door 2 en 3 april 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel [adres 4] , aldaar, heeft weggenomen kledingstukken, toebehorende aan het [winkelbedrijf 2] ;

2.

hij in de periode van 17 april 2015 tot en met 20 april 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning perceel

[adres 5] , aldaar, heeft weggenomen -onder meer- een I-pad (Apple) en een laptop (Samsung) en een zonnebril (Rayban) en een zilveren armband en een beamer (Sanyo) en een rijbewijs en coca-cola spullen, toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18/720146-15

1.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

2.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

3. primair

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.

parketnummer 18/730209-15

1.

Diefstal

2.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten (met uitzondering van feit 5 op de dagvaarding met parketnummer 18/720146-15), zoals deze op de dagvaarding zijn vermeld en welke hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich binnen twee maanden schuldig gemaakt aan twaalf woninginbraken en twee diefstallen uit winkels. Bij één van de inbraken kwam verdachte zelfs oog in oog met de dochter des huizes te staan. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte daarbij zeer berekend te werk gegaan door zich te richten op waardevolle spullen die hij, volgens zijn eigen verklaring, gemakkelijk kon verkopen zoals onder meer laptops en I-pads.

Een inbraak heeft in het algemeen grote impact op de slachtoffers, waarbij een groot gevoel van onveiligheid kan ontstaan.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor -onder meer- woninginbraken en winkeldiefstallen. Bovendien bevond verdachte zich nog in zijn proeftijd. De reclassering constateert dat verdachte onvoldoende adequate coping vaardigheden heeft om met problematische situaties of veranderingen en de stress die hij daardoor ervaart, om te gaan. Die situaties gaat verdachte uit de weg. Hij mijdt vervolgens het contact met de hulpverlening, raakt zwervende en vervalt in drugsgebruik en criminaliteit. Zowel het recidiverisico als het risico op het onttrekken aan de voorwaarden worden als hoog ingeschat.

Verslavingszorg Noord Nederland (verder VNN) heeft de reclassering meegedeeld dat tot

26 februari 2015 het contact met verdachte goed was. Hij hield zich aan zijn afspraken, verbleef bij [verblijfplaats 2] en er werd geprobeerd een dagbesteding op te starten. VNN concludeert dat verdachte zijn leven weer op orde wil krijgen en dat hij zich daarvoor goed heeft ingezet. VNN is bereid de begeleiding weer op te pakken indien verdachte zich daar na zijn vrijlating meldt.

De reclassering adviseert om verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daaraan gekoppeld een meldplicht bij Reclassering Nederland en het volgen van een ambulante behandeling bij VNN Forensische Polikliniek, opname in een instelling voor begeleid wonen en een drugs- en alcoholverbod.

De rechtbank is van oordeel dat voor de gepleegde feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd en ziet geen aanleiding daar in dit geval van af te wijken. Het LOVS-oriëntatiepunt voor een woninginbraak betreft drie maanden gevangenisstraf, voor een winkeldiefstal met recidive één maand. Gelet op verdachtes open houding ter zitting, zijn bekennende verklaringen, zijn motivatie om het nu wel goed te doen en de inhoud van het reclasseringsrapport, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is en zal zij de officier van justitie in zijn eis volgen. De rechtbank overweegt hierbij nog dat de door de raadsman bepleite straf naar het oordeel van de rechtbank geen recht doet aan de ernst van en het aantal gepleegde strafbare feiten. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbinden, teneinde te bewerkstelligen dat verdachte na zijn detentie zijn leven verder op orde kan krijgen. De door de reclassering voorgestelde verplichting tot een korte klinische opname indien de reclassering deze noodzakelijk acht, kan niet worden opgelegd. Naar vaste jurisprudentie heeft alleen de rechter de bevoegdheid een klinische opname op te leggen en deze bevoegdheid kan niet worden overgedragen aan de reclassering.

Benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 18/730209-15 onder 2. ad informandum ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen, nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 27 oktober 2014, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 11 november 2014.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 16 juli 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor in de zaak met parketnummer 18/720146-15 onder 1., 2. en 3. primair en de in de zaak met parketnummer 18/730209-15 onder 1. en 2. bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 27 oktober 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/720146-15 onder 1., 2. en 3. primair en het in de zaak met parketnummer 18/730209-15 onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 7 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden;

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de VNN Forensische Polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven;

3. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd of vanaf het moment dat het zorgaanbod beschikbaar is, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang te weten [verblijfplaats 2] of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het

(dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

4. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en/of drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd ten aanzien van zijn financiën contact met 'De Bewindvoerster' te Veendam zal onderhouden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.645,81 (zegge: zestienhonderd vijfenveertig euro en eenentachtig cent).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van € 1.645,81 (zegge: zestienhonderd vijfenveertig euro en eenentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 26 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/820293-14:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen d.d. 27 oktober 2014, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en

mr. L.G. Wijma, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 augustus 2015.

Mrs. Koelman en Jansen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Wijma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Postma-Westerhof

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Leeuwarden,