Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4048

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
C18/155526/HA RK 15-122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Schaderegeling NAM staat niet in de weg aan toewijzing verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rekestnummer: C/18/155526 / HA RK 15-122

Beschikking van 19 augustus 2015

in de zaak van

1 [A] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [B],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat: mr. H.M. Lenting, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Assen,

verweerster,

advocaat: mr. R. van Tricht, kantoorhoudende te Amsterdam.

Verzoekers zullen hierna tezamen worden aangeduid als [A] c.s. (in mannelijk enkelvoud). Verweerster zal hierna NAM genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift;

  • -

    de mondelinge behandeling van de zaak, gehouden op 2 juli 2015;

  • -

    de pleitnota van mr. Lenting;

  • -

    de spreekaantekeningen van mr. Van Tricht;

  • -

    het faxbericht van de zijde van NAM d.d. 16 juli 2015;

  • -

    het faxbericht van de zijde van [A] c.s. d.d. 17 juli 2015;

  • -

    het faxbericht van de zijde van NAM d.d. 23 juli 2015;

  • -

    het faxbericht van de zijde van [A] d.d. 23 juli 2015;

  • -

    het faxbericht van de zijde van NAM d.d. 31 juli 2015;

  • -

    het faxbericht van de zijde van [A] c.s. d.d. 31 juli 2015.

1.2.

Beschikking is vervolgens bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

NAM is producent van aardgas. Zij produceert sinds 1963 onder meer gas uit het Groningenveld, dat zich bevindt onder de gemeenten Appingedam, Bedum, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Loppersum, Menterwolde, Slochteren, Oldambt, Pekela, Ten Boer, Veendam en een klein stukje van Bellingwolde en Haren.

2.2.

Als gevolg van de gasproductie door NAM hebben zich aardbevingen voorgedaan boven het Groningenveld. NAM heeft voor de afwikkeling van schade aan woningen en gebouwen ten gevolge van de aardbevingen een schaderegeling in het leven geroepen. Aan deze schaderegeling ligt het "Protocol Schadeafhandeling" van augustus 2014 (hierna: het schadeprotocol) ten grondslag. Dit schadeprotocol luidt voor zover thans van belang:

"3.1.

SCHADEAFHANDELING GEBOUWEN STAP VOOR STAP

Het proces van de schadeafhandeling bestaat uit de volgende stappen. (…)

Stap 1

De schade wordt gemeld op de manier beschreven in paragraaf 2.1

Stap 2

NAM neemt contact op met de eigenaar. In het gesprek wordt de aard en omvang van de schade in kaart gebracht en wordt bepaald of een bezoek aan het gebouw met spoed moet plaatsvinden. (…) In het gesprek wordt een termijn genoemd waarbinnen de schade-expert een afspraak zal maken voor een bezoek aan het gebouw

(…)

Stap 3

De schade-expert brengt een bezoek aan het gebouw en inspecteert de schade. (…)

Stap 4

De schade-expert maakt een rapport waarin de vastgestelde schade, het verband ("de causaliteit") met aardbevingen en de geadviseerde herstelmethode is beschreven. (…)

(…)

CONTRA EXPERTISES

De procedure zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken is er op gericht om de schade op een correcte en voor de eigenaar acceptabele wijze vast te stellen. Niettemin komt het in een beperkt percentage van de schadegevallen voor dat de eigenaar het niet eens is met het schaderapport. In dat geval bestaat de mogelijkheid om een contra expertise aan te vragen. NAM vergoedt de kosten van de contra expertise mits vooraf toestemming is gegeven en onder de volgende voorwaarden:

A De eigenaar geeft na het ontvangen van het schaderapport aan de NAM aan het niet eens

te zijn met (delen van) het schaderapport en een contra-expertise te willen. In dit gesprek wordt vastgelegd met welke onderdelen van het schaderapport men het niet eens in. Dit is van belang omdat het vooraf duidelijk moet zijn met welk(e) onderdeel(en) van het schaderapport men het niet eens is. (…)

B De kosten van de contra expertise zijn (en dit ter beoordeling van NAM) redelijk en

marktconform.

C De contra-expert (en dit ter beoordeling van NAM) is deskundig.

(…)

De schade-expert en de contra-expert zullen de resultaten van de contra expertise bespreken. (…) Voor die delen van de contra expertise, waarover overeenstemming is, zal het schaderapport en de bijbehorende calculatie worden aangepast. Voor die delen waar geen overeenkomst is kan een derde onafhankelijke deskundige (op kosten van NAM) worden ingeschakeld die gezamenlijk wordt aangewezen door de schade-expert van NAM en de contra-expert van de eigenaar."

2.3.

In de zogeheten "Werkinstructie Contra en derde deskundige bij schadeherstel" van NAM (hierna: de werkinstructie), die een verdere uitwerking vormt van paragraaf 6.1 van het schadeprotocol, wordt onder andere bepaald:

"Indien de schademelder geen advies van een derde deskundige wil, staat alleen de weg van de Tcbb of rechtbank open. Dit gebeurt op initiatief van de schademelder.

(…)

Derde deskundige oordeelt alleen over de lijst van geschilpunten tussen de schade-expert en de contra-expert."

2.4.

[A] c.s. is sinds begin 2012 eigenaar van de woning (met bijgebouwen) aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Deze woning bevindt zich boven het Groningenveld. [A] c.s. heeft de woning voorafgaand aan de aankoop laten taxeren door de heer [C] van Makelaardij Stad en Ommeland B.V. (hierna: [C] ). [C] heeft in zijn taxatierapport van 15 december 2011 onder meer vermeld:

"C. DOEL VAN DE TAXATIE

Het vaststellen van de marktwaarde ten behoeve van:

a. het verkrijgen van (hypothecaire) financiering

b. verkrijging Nationale Hypotheek Garantie (NHG): Ja

(…)

De taxatie is uitsluitend bestemd voor genoemd doel (…).

(…)

I. ONDERHOUDSTOESTAND, NIEUWBOUW, VERBOUWING EN/OF VERBETERING

(…)

a. In zijn algemeenheid kan de onderhouds- en bouwkundige staat van het object aldus

worden omschreven:

- - binnenonderhoud: Voldoende

- - buitenonderhoud: Voldoende

- - bouwkundige constructie: Goed

b. De te verwachten kosten voor direct noodzakelijk herstel Nee

van het achterstallig onderhoud t.b.v. de instandhouding

van het object bedragen meer dan 10% van de

getaxeerde marktwaarde:

c. De indruk die de taxateur heeft verkregen van het object Nee

geeft aanleiding tot nader (bouwkundig) onderzoek:

d. De volgende van belang zijnde gebreken zijn door de Er zijn geen van belang zijnde

taxateur waargenomen: gebreken waargenomen."

2.5.

[A] c.s. heeft in 2012 een verzoek bij NAM ingediend tot herstel van schade aan (de gevel van) de woning ten gevolge van aardbevingen. NAM heeft het causaal verband tussen de schade en de aardbevingen erkend en de schade vervolgens naar tevredenheid van [A] c.s. afgewikkeld.

2.6.

[A] c.s. heeft op 17 januari 2014 bij NAM gemeld dat ten gevolge van de aardbevingen schade is ontstaan aan de schuur en bijgebouwen van zijn woning.

2.7.

Naar aanleiding van voormelde schademelding, heeft Arcadis Nederland B.V. (hierna: Arcadis) op 17 april 2014 in opdracht en voor rekening van NAM de gemelde schade aan de bijgebouwen van de woning van [A] c.s. onderzocht. Arcadis heeft vervolgens op 2 mei 2014 een "Taxatierapport Bevingschade" uitgebracht. Arcadis heeft blijkens dit rapport op 11 punten schade geconstateerd aan de bijgebouwen van de woning. Zij heeft al deze schade gekwalificeerd als schade die niet zelfstandig in verband kan worden gebracht met aardbevingen. Het rapport luidt voorts voor zover van belang:

"Causaliteit

Gebouwen (grote schuur, bijschuur, aanbouw) verkeren in slechte staat van onderhoud, ongelijke zakkingen/zettingen, gescheurd en los metselwerk, verweerd voegwerk, los ontbreken van lateien enz. Beving kan op de gebouwen vat hebben en een veiligheidsrisico met zich meebrengen. Echter de gebreken hebben achterliggende oorzaken van bouwkundige aard.

(…)

De grote schuur is in zo'n slechte staat van onderhoud, dat de gevels kunnen knikken en omvallen. Het dak dat op de muren rust zal dan mee naar beneden komen. Bij de aanbouw boven de buitendeur, is het metselwerk los en rust op de bovendorpel van het kozijn, de bovendorpel vertoont een scheur. Er is sprake van een veiligheidsrisico bij de grote schuur en bij het kozijn met buitendeur van de aanbouw. De heer [D] van de NAM heeft op 22-4-2014 akkoord gegeven voor het treffen van maatregelen om de grote schuur en achterzijde van de aanbouw veilig te stellen. De maatregelen bestaan uit schoren en stempelen van het dak van de grote schuur, het stampelen en afsluiten van de deurkozijn in de achtergevel van de aanbouw. Verder wordt het gebied met veiligheidsrisico afgezet.

(…)

Gedupeerde heeft voorkeur uitgesproken voor de volgende mogelijkheid:

- Gedupeerde vraagt zelf een offerte aan bij een aannemer.

Voor het herstellen van de schade heeft de aannemer een offerte opgesteld. (…) Het geoffreerde bedrag is 2.524,35 euro (inclusief BTW). De offerte is door ons getoetst en akkoord bevonden.

Met schademelder is geen overeenstemming over de schades (oorzaken) en over de herstelmaatregelen. Wel kan hij zich vinden in de maatregelen om de grote schuur en achterzijde van de aanbouw veilig te stellen i.v.m. veiligheidsrisico, echter hij vindt dit geen definitieve oplossing. Voor verdere afwikkeling wil schademelder dat er een contra-expertise wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij."

2.8.

[A] c.s. heeft vervolgens - na voorafgaande toestemming en op kosten van NAM - een contra-expertise laten uitvoeren door Vergnes Expertise B.V. (hierna: Vergnes). Vergnes heeft in haar expertiserapport van 29 augustus 2014 onder meer geschreven:

"5.4 Schadebeoordeling

Vergnes Expertise stelt zich op het standpunt dat het inmiddels als genoegzaam aangetoond mag worden dat gaswinningsactiviteiten en / of aardbevingen leiden tot wijzigingen in de ondergrond die uiteindelijk resulteren in ongelijkmatige zettingen. Deze zullen veelal tot bouwkundige schades leiden. Daar waar aanzienlijke schades aan panden ontstaan en er eventueel twijfel mocht zijn over de causaliteit tussen schade en aardbeving krijgt claimant bij Vergnes Expertise het voordeel van de twijfel. Wij gaan uit van de juistheid van de opgave van gedupeerde en hanteren verder het falsificatieprincipe. Eerst in het geval dat er naar overtuiging van Vergnes Expertise van causaliteit geen sprake kan zijn, zullen voorkomende gevallen niet in onze rapportage worden opgenomen.

(…)

6.3

Overwegingen Vergnes Expertise

Bij de opname heeft Vergnes Expertise specifiek aandacht besteed aan geconstateerde gebreken, zoals onder andere scheuren en breuken, die wij konden relateren aan voornoemde beving. Daar waar bij ons de stellige overtuigen bestond dat er sprake was van achterstallig onderhoud, is dit met de gebouweigenaar besproken en zijn deze eventuele gebreken buiten onderhavige rapportage gelaten.

(…)

Op basis van de aan ons verstrekte informatie en de door ons verricht opname ter plaatse komen wij tot de navolgende overwegingen:

(…)

De huidige conditie van de aanbouwen achter de woning inspecterend, komen wij tot de conclusie dat deze dermate zijn aangetast dat herstel ondoenlijk is. Het verband is uit de gebouwen en wij achten verantwoord herstel ondoenlijk/onmogelijk.

Claimant geeft aan dat het huidige schadebeeld volstrekt niet aanwezig was ten tijde van de aankoop van de bebouwing. Weliswaar zou er sprake zijn van oudere gebouwen, evenwel, deze zouden nog zeer goed kunnen worden gerenoveerd. Constructieve aantasting van de gebouwen zou niet aan de orde zijn geweest c.q. zijn hersteld.

Het bovengenoemde sluit aan bij de omschrijvingen zoals staan te lezen in het taxatierapport opgesteld door Makelaardij Stad en Ommeland BV.

Wel vertoonden de aanbouwen enkele bouwkundige onvolkomenheden zoals minder goed voegwerk en afwerkingsproblemen, welke vermoedelijk ook voor de bevingen reeds aanwezig zullen zijn geweest. Overigens zonder dat dit in onze optiek de constructieve hoedanigheid van het pand direct verzwakte. Desalniettemin schatten wij dat er in de onderhoudsmatige sfeer voor de bevingen rekening diende te worden gehouden met circa

€ 10.000,00 inclusief BTW aan wenselijke onderhoudstechnische verbeteringen.

Het volledig stutten van het bijgebouw en het afzetten van het gebied rondom de aanbouwen geven blijk van een volledig verlies van vertrouwen in de constructieve eigenschappen van het pand door de eerstelijns taxateur. Het uitbuiken van diverse gevels en de deformatie van het pand in ogenschouw nemend onderschrijven wij deze inschatting. Wij konden na beoordeling van alle aan ons aangereikte gegevens tot geen andere conclusie komen dan dat de beste oplossing van het probleem bestaat uit het slopen van de aanbouwen waarna deze dienen te worden herbouwd.

(…)

6.4

Aanbevelingen Vergnes Expertise

Wij adviseren u om de schade met claimant af te wikkelen op basis van het hierboven uiteengezette alsmede op basis van een vergoeding voor de hierna genoemde herstelkosten. Dit teneinde het pand terug te brengen in een hoedanigheid waarin het volgens opgave van claimant verkeerde voor de aardbeving enerzijds en ter realisatie van verantwoord en duurzaam herstel anderzijds.

6.5

Herstelkosten

Voor het verantwoord en duurzaam herstellen van de beschadigingen zijn wij overgegaan tot het opstellen van een kostenraming. Deze luidt als navolgt:

In- en uitruimingskosten gebouwen inclusief opslag huisraad/roerende zaken: € 2.500,00

Raming sloopkosten aanbouwen, rekening houdend met asbest: € 17.500,00

Raming herbouwkosten 314 m3 x € 300,00 € 94.200,00

Raming realisatie nieuwe fundering € 10.000,00

Tijdelijk dichtzetten woning na gedane sloop € 1.000,00

Totaal raming schade inclusief BTW € 125.200,00"

2.9.

Arcadis en Vergnes hebben op 28 november 2014 de verschillen van inzicht over de (oorzaak van de) schade aan de bijgebouwen van de woning van [A] c.s. met elkaar besproken. Zij zijn niet tot elkaar gekomen.

2.10.

NAM heeft [A] c.s. voorgesteld om - overeenkomstig de bepalingen in de schaderegeling - op haar kosten een derde expert te laten benoemen door Arcadis en Vergnes. Vergnes heeft haar medewerking hieraan geweigerd. [A] c.s. heeft evenmin zijn medewerking verleend aan het benoemen van een derde expert.

2.11.

[A] c.s. heeft op 5 januari 2015 bij het Centrum Veilig Wonen gemeld dat ten gevolge van een nieuwe aardbeving schade is ontstaan aan de woning zelf. Deze melding is vervolgend doorgestuurd naar NAM.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[A] c.s. heeft de rechtbank verzocht om - op kosten van NAM - een voorlopig deskundigenbericht te bevelen naar de volgende vragen:

1. Welke schade kan aan het woonhuis, de (bij)gebouwen en de schuur/garage worden vastgesteld?

2. In hoeverre is deze vastgestelde schade als een rechtstreeks dadelijk gevolg van aardbevingen ontstaan en/of verergerd?

3. Welk bedrag is gemoeid met het herstel van deze onder 2. vastgestelde schade?

4. Geeft uw onderzoek overigens nog aanleiding tot opmerkingen?

3.2.

NAM heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van [A] c.s., met primaire conclusie tot afwijzing van dit verzoek. NAM heeft daartoe - samengevat weergegeven - aangevoerd dat [A] c.s. geen rechtens te respecteren belang heeft bij zijn verzoek en dat dit verzoek bovendien in strijd is met een goede procesorde.

Subsidiair, voor het geval de rechtbank het verzoek van [A] c.s. toewijsbaar mocht achten, heeft NAM aangevoerd dat [A] c.s. de kosten van het voorlopig deskundigenonderzoek zelf dient te dragen. Ten aanzien van de door [A] c.s. geformuleerde vragen, heeft NAM betoogd dat vraag 1. beperkt dient te worden tot de geconstateerde elf schadepunten aan de bijgebouwen van de woning, nu de schaderapporten van Arcadis en Vergnes enkel zien op deze schade en niet op schade aan het woonhuis van [A] c.s. NAM heeft de rechtbank tevens verzocht om de volgende vragen aan de deskundige voor te leggen:

a. Kunt u aangeven wat de algehele bouwkundige toestand van de Bijgebouwen is?

Wat is/zijn naar uw oordeel de oorzaak/oorzaken van de geconstateerde schades aan de Bijgebouwen?

Voor zover u concludeert dat sprake is van meerdere oorzaken van de schades, kunt u toelichten in welke mate de verschillende oorzaken aan het ontstaan van de schades hebben bijgedragen en welke schades het rechtstreekse en dadelijke gevolg zijn van aardbevingen?

Kunnen de schades worden hersteld? Zo ja, op welke wijze?

Kunt u bij het begroten van de kosten voor de eventueel door u voorgestane wijze van herstel aangeven in welke mate de woningeigenaar wordt verrijkt door de door u voorgestane wijze van herstel?

4 De beoordeling

4.1.

Het verzoekschrift van [A] c.s. strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. Aan de rechter die heeft te oordelen over een dergelijk verzoek komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek terzake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenbericht bewezen kunnen worden. Toewijzing van het verzoek kan evenwel achterwege blijven, indien de rechter op grond van in zijn beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen misbruik wordt gemaakt - bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar (zie onder meer HR 12 september 2003, ECLI:NL:HR: 2003:AJ9973, HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5448 en HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN5833). Toewijzing van het verzoek kan ook achterwege blijven indien de verzoeker geen belang heeft bij zijn verzoek. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:303 BW heeft immers te gelden dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat het verzoek van [A] c.s. tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Partijen verschillen evenwel van mening over het antwoord op de vragen of [A] c.s. een rechtens te respecteren belang heeft bij zijn verzoek en of dit verzoek in strijd is met de beginselen van een goede procesorde.

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de schaderegeling van NAM voorziet in de benoeming van een (derde) deskundige, niet het oordeel rechtvaardigt dat [A] c.s. geen rechtens te respecteren belang heeft bij het onderhavige verzoek. Hoewel de schaderegeling van NAM een regeling betreft die tot stand is gekomen in samenspraak met verschillende belanghebbenden en deskundigen en die, zoals NAM onweersproken heeft aangevoerd, in het merendeel van de gevallen tot een bevredigende oplossing voor partijen leidt, blijkt een volledige onafhankelijkheid van de derde deskundige ten opzichte van partijen, niet uit deze regeling. De derde deskundige wordt blijkens het schadeprotocol door de schade-expert van NAM en de contra-expert gezamenlijk aangewezen. NAM heeft echter niet alleen zeggenschap over de persoon van de eerste schade-expert, zoals blijkt uit paragraaf 3.1 van het schadeprotocol, maar, zo blijkt uit paragraaf 6.1 onder B en C van het schadeprotocol, zij heeft ook een doorslaggevende stem in de benoeming van de contra-expert. Een door de rechtbank volgens de wettelijke procedure te benoemen deskundige kent daarentegen deze onafhankelijkheid ten opzichte van partijen wel.

4.4.

Voorts heeft te gelden dat de schaderegeling van NAM niet bindend is voorgeschreven tussen partijen. Het gebruik maken van de voorzieningen uit hoofde van de schaderegeling geschiedt op vrijwillige basis. De schaderegeling ontneemt [A] c.s. - zoals NAM ook heeft onderkend in punt 55 van haar verweerschrift - aldus niet het recht om zich tot de rechter te wenden met een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten. Het betoog dat NAM ter zitting d.d. 2 juli 2015 - bij monde van de heer [E] - heeft gehouden, inhoudende dat een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht pas aan de orde kan zijn, nadat een derde deskundige is benoemd op de wijze zoals voorgeschreven in het schadeprotocol, gaat reeds daarom niet op. Dit betoog strookt overigens ook niet met de omstandigheid dat het schadeprotocol geen verplichting voor de schademelder bevat om mee te werken aan de benoeming van een derde deskundige. In de werkinstructie van NAM is expliciet voorzien in de mogelijkheid dat de schademelder geen derde deskundige wil benoemen. Hieromtrent is immers bepaald: "Indien de schademelder geen advies van een derde deskundige wil, staat alleen de weg van de Tcbb of rechtbank open."

4.5.

Dat in dit concrete geval [A] c.s. een rechtens te respecteren belang heeft bij zijn verzoek geldt temeer nu de derde deskundige die volgens de schaderegeling van NAM kan worden ingeschakeld - blijkens de werkinstructie van NAM - slechts oordeelt over de lijst van geschilpunten tussen de schade-expert en de contra-expert. De geschilpunten in de onderhavige zaak tussen Arcadis (de schade-expert) en Vergnes (de contra-expert) zien alleen op de schade aan de bijgebouwen van de woning van [A] c.s. Het voorlopig deskundigenoordeel dat [A] c.s. voorstaat, is echter ruimer dan alleen een oordeel over deze geschilpunten. [A] c.s. wil immers naast een onderzoek naar de schade aan de schuur en bijgebouwen van zijn woning, waarover voormelde experts hebben gerapporteerd, ook een onderzoek naar de schade aan de woning zelf, over welke schade de schade-expert van NAM en de contra-expert van [A] c.s. zich niet hebben uitgelaten. De schade aan de woning is immers pas door [A] c.s. gemeld nadat voornoemde experts hun schaderapporten hadden uitgebracht.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van [A] c.s. evenmin in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De rechtbank overweegt daartoe dat de ratio van het voorlopig deskundigenbericht is dat een partij de mogelijkheid krijgt om aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te krijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden, zodat hij kan beoordelen of het raadzaam is een procedure aan te vangen of voort te zetten (zie HR 9 februari 1998, NJ 1999, 478). NAM heeft weliswaar betoogd dat [A] op grond van de bestaande rapporten van Arcadis en Vergnes zijn proceskansen moet kunnen inschatten en dat ontevredenheid over de conclusies van Arcadis geen reden kan zijn voor het gelasten van een derde deskundigenonderzoek, temeer niet omdat [A] c.s. in het geheel geen inhoudelijke bezwaren heeft aangevoerd tegen het rapport van Arcadis, maar de rechtbank volgt NAM niet in dit betoog. De rechtbank stelt namelijk vast dat het verzoek van [A] c.s. - anders dan NAM aanvoert en anders dan het geval was in de zaak die ten grondslag lag aan de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 mei 2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AR7195, waarnaar NAM in haar verweerschrift heeft verwezen - niet alleen is ingegeven door zijn ontevredenheid met de conclusies in het schaderapport van Arcadis, maar ook - en vooral - door de omstandigheid dat voornoemde rapporten tegenstrijdig zijn. Arcadis concludeert immers dat er geen causaal verband bestaat tussen de aardbevingen en de schade, terwijl Vergnes concludeert dat dit causaal verband wel bestaat. Gelet op deze tegenstrijdige conclusies kan [A] c.s. naar het oordeel van de rechtbank op basis van de thans voorhanden zijnde deskundigenrapporten zijn proceskansen onvoldoende inschatten. De rechtbank neemt bij haar oordeel ook in aanmerking dat zowel in het schaderapport van Arcadis als in het schaderapport van Vergnes niet uitvoerig wordt gemotiveerd waarom de geconstateerde schade al dan niet veroorzaakt zou zijn door aardbevingen. Een onafhankelijk deskundigenonderzoek is ook om die reden op zijn plaats.

4.7.

Het belang van [A] c.s. om gebruik te kunnen maken van de wettelijke mogelijkheid om zich tot de rechtbank te wenden met een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht, weegt naar het oordeel van de rechtbank voorts - mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - zwaarder dan het belang van NAM bij een buiten-gerechtelijke afhandeling van haar geschil met [A] c.s. Door NAM is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat met het voorlopig deskundigenonderzoek onevenredig veel tijd en kosten gemoeid zullen zijn en dat hierdoor een nodeloze vertraging in de afwikkeling van het geschil zal ontstaan. [A] c.s. maakt met het onderhavige verzoek dan ook geen misbruik van bevoegdheid. Om dezelfde redenen is het verzoek evenmin in strijd met de eisen van een doelmatige en efficiënte rechtsgang.

4.8.

Nu de rechtbank voorts niet is gebleken van andere zwaarwegende gronden tegen het verzoek van [A] c.s. tot het gelasten van een voorlopige deskundigenbericht, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.

De persoon van de deskundige

4.9.

Partijen hebben in de periode na afloop van de mondelinge behandeling d.d. 2 juli 2015 met elkaar gesproken over de persoon van de te benoemen deskundige. Zij hebben de rechtbank bij afzonderlijke faxberichten van 31 juli 2015 laten weten dat zij hierover geen overeenstemming hebben bereikt. De rechtbank is daarom zelf op zoek gegaan naar een deskundige en heeft de heer ing. P.B.J.M Elfrink (hierna: Elfrink), verbonden aan Exploitatiemaatschappij Elfrink B.V., bereid en in staat gevonden om het voorlopig deskundigenonderzoek te verrichten. Elfrink heeft desgevraagd verklaard ook vrij te staan ten opzichte van partijen.

De aan de deskundige te stellen vragen

4.10.

De rechtbank zal de door [A] c.s. geformuleerde vragen aan de deskundige voorleggen. NAM heeft weliswaar het verweer gevoerd dat het geschil tussen partijen enkel betrekking heeft op de schade aan de bijgebouwen van de woning en dat de vragen aangaande de woning zelf daarom niet relevant zijn, maar de rechtbank zal dit verweer passeren. De rechtbank acht een onderzoek naar de schade aan de woning - naast de schade aan de schuur en bijgebouwen van de woning - geraden, omdat [A] c.s. ter zitting heeft verklaard dat hij recentelijk - na een aardbeving - ook schade aan de woning heeft ontdekt.

4.11.

Nu [A] c.s. geen bezwaren heeft geuit tegen de vragen die NAM in haar verweerschrift onder a), b), c) en d) heeft geformuleerd, zullen ook deze vragen aan de deskundige worden voorgelegd. Om overlap in de vraagstelling te voorkomen, zullen enkele vragen evenwel samengevoegd worden met de vragen van [A] c.s. op de wijze zoals in het dictum is opgenomen.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat [A] c.s. terecht het bezwaar heeft geuit dat vraag e) van NAM een juridische vraag betreft. Het antwoord op de vraag of [A] c.s. verrijkt zal worden door het herstel van de schade aan zijn woning en bijgebouwen is immers voorbehouden aan de rechter(s) in de eventueel aanhangig te maken bodemprocedure. Het bezwaar van [A] c.s. kan echter ondervangen worden door vraag e) te herformuleren tot een feitelijk vraag. Deze vraag komt alsdan te luiden: "Kunt u

- indien en voor zover u concludeert dat schade als een rechtstreeks dadelijk gevolg van aardbevingen is ontstaan en/of verergerd - aangeven wat de waarde van de woning is na de herstelwerkzaamheden die volgens u verricht moeten worden betreffende deze schade en wat de waarde van de woning zou zijn geweest indien deze schade niet was opgetreden?"

4.13.

Nu NAM heeft aangekondigd in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure de mogelijkheid van verrijking ("nieuw voor oud") na schadeherstel aan de orde te stellen, acht de rechtbank het - uit proceseconomische overwegingen - geraden dat de deskundige ook de geherformuleerde vraag e) beantwoordt. Het verweer van [A] c.s. dat het "nieuw voor oud-beginsel" niet geldt en dat het hanteren van dit beginsel onredelijk is bij aardbevingsschade, doet daar niet aan af. Of dit beginsel al dan niet geldt en redelijk is bij aardbevingsschade, zal in de eventuele bodemprocedure aan de orde moeten worden gesteld. De onderhavige procedure leent zich er niet voor om op deze beoordeling reeds vooruit te lopen.

Het voorschot op de kosten van de deskundige

4.14.

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag ten laste van wie het voorschot op de kosten van het voorlopig deskundigenbericht dient te komen. De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat deze kosten op grond van het bepaalde in artikel 195 Rv in beginsel door de verzoekende partij gedeponeerd moeten worden.

4.15.

[A] c.s. heeft betoogd dat de omstandigheden van het geval aanleiding geven om af te wijken van voormeld uitgangspunt, in die zin dat het voorschot op de kosten van de deskundige door NAM dient te worden betaald. [A] c.s. heeft daartoe allereerst aangevoerd dat evident is dan wel dat een aanzienlijke kans bestaat dat de schade aan zijn woning en bijgebouwen door toedoen van NAM is veroorzaakt. De rechtbank volgt [A] c.s. hierin niet, nu de deskundigenrapporten die thans voorhanden zijn - zoals hiervoor reeds is overwogen - tegenstrijdig zijn voor wat betreft het antwoord op de vraag of de schade is veroorzaakt door de aardbevingen.

4.16.

De stelling van [A] c.s. dat in de bodemprocedure ten aanzien van het causaal verband tussen de aardbevingen en de schade mogelijk - vooruitlopend op nieuwe wetgeving - een omkering van de bewijslast zal plaatsvinden en dat NAM om die reden gehouden is het voorschot op de kosten van het voorlopig deskundigenbericht te dragen, slaagt evenmin. Het voorlopig deskundigenbericht wordt gelast, teneinde [A] c.s. in staat te stellen zijn proceskansen in te schatten. Indien [A] c.s. naar aanleiding van het voorlopig deskundigenbericht besluit om een bodemprocedure aanhangig te maken, zal in die procedure aan de orde moeten worden gesteld of een omkering van de bewijslast in vorenbedoelde zin op zijn plaats is. De onderhavige procedure leent zich niet voor het beantwoorden van deze vraag. Het oordeel hieromtrent is voorbehouden aan de rechter(s) in de bodemprocedure.

4.17.

Dat NAM de kosten van een deskundigenonderzoek door een onafhankelijke derde deskundige op grond van het schadeprotocol vrijwillig voor haar rekening neemt, brengt

- anders dan [A] c.s. heeft aangevoerd - ook niet met zich dat NAM daarom gehouden is om de kosten van het voorlopig deskundigenonderzoek voor haar rekening te nemen. Het schadeprotocol is immers geen geldend recht en daarom niet leidend in de onderhavige procedure.

4.18.

[A] c.s. heeft daarnaast betoogd dat NAM de kosten van het voorlopig deskundigenonderzoek voor haar rekening dient te nemen, omdat zij te weinig geld ter beschikking heeft gesteld aan de contra-expert Vergnes om goed onderzoek te kunnen doen naar de schade en dat dit onderzoek daarom alsnog zal moeten plaatsen. De rechtbank zal aan dit betoog voorbijgaan, nu NAM gemotiveerd heeft betwist dat aan Vergnes onvoldoende middelen ter beschikking zijn gesteld om uitvoerig onderzoek te doen en Vergnes in zijn schaderapport ook op geen enkele wijze heeft vermeld dat hij de contra-expertise niet goed heeft kunnen uitvoeren wegens onvoldoende middelen. Nog afgezien daarvan, heeft NAM bovendien op vrijwillige basis de kosten van de contra-expertise op zich genomen. Een wettelijke plicht daartoe bestaat niet.

4.19.

De enkele omstandigheid dat NAM kapitaalkrachtiger is dan [A] c.s., rechtvaardigt voorts evenmin het oordeel dat NAM daarom het voorschot op de kosten van de deskundige dient te dragen.

4.20.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de kosten van het voorlopig deskundigenbericht voor rekening van de verzoekende partij komen. Dit voorschot zal dan ook door [A] c.s. moeten worden betaald.

De verplichtingen van partijen

4.21.

De rechtbank wijst partijen erop dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven.

4.22.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Kunt u aangeven wat de algehele bouwkundige toestand van de woning en de bijgebouwen is?

2. Welke schade kan aan het woonhuis, de (bij)gebouwen en de schuur/garage worden vastgesteld?

3. Wat is/zijn naar uw oordeel de oorzaak/oorzaken van de geconstateerde schades aan de woning en de bijgebouwen?

4. In hoeverre is de vastgestelde schade als een rechtstreeks dadelijk gevolg van aardbevingen ontstaan en/of verergerd? Voor zover u concludeert dat sprake is van meerdere oorzaken van de schades, kunt u toelichten in welke mate de verschillende oorzaken aan het ontstaan van de schades hebben bijgedragen?

5. Kunnen de schades worden hersteld? Zo ja, op welke wijze?

6. Welk bedrag is gemoeid met het herstel van de geconstateerde schade? Kunt u bij beantwoording van deze vraag onderscheid maken naar de schade die als een rechtstreeks dadelijk gevolg van aardbevingen is ontstaan en/of verergerd en de schade die dat niet is?

7. Kunt u - indien en voor zover u concludeert dat schade als een rechtstreeks dadelijk gevolg van aardbevingen is ontstaan en/of verergerd - aangeven wat de waarde van de woning is na de herstelwerkzaamheden die volgens u verricht moeten worden betreffende deze schade en wat de waarde van de woning zou zijn geweest indien deze schade niet was opgetreden?

8. Geeft uw onderzoek overigens nog aanleiding tot opmerkingen?

5.2.

benoemt tot deskundige:

de heer ing. P.B.J.M. Elfrink,

verbonden aan Exploitatiemaatschappij Elfrink B.V.

Postadres: [adres]

Telefoonnummer: [nummer]

Mobiel: [nummer]

Fax: [nummer]

E-mailadres: [adres]

het voorschot

5.3.

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

  • -

    de deskundige dient binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten;

  • -

    de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen;

  • -

    partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting;

  • -

    indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;

  • -

    indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

5.4.

bepaalt dat [A] c.s. er zorg voor dient te dragen dat het voorschot tijdig wordt voldaan na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

5.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

5.6.

bepaalt dat [A] c.s. zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

5.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

5.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;

5.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

5.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

5.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

5.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.E. Wichers en in het openbaar uitgesproken op

19 augustus 2015.1

1 type: pgmcoll: