Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3996

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
C/18/158106/FA RK 15-1858
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

betrokkene leegt de brievenbus niet meer en is niet bereikbaar; zij is waarschijnlijk niet op de hoogte van het verzoek tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis; desondanks vindt inhoudelijke behandeling plaats; het niet meer kennis willen nemen van oproepingen past namelijk in het (verslechterende) psychiatrisch toestandsbeeld en de verwachting is dat ook verdere oproepingen betrokkene niet zullen bereiken, temeer daar ook haar zoon heeft aangegeven geen contact meer met haar te hebben; verzoek wordt toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 2, geldigheid: 2015-08-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JVGGZ 2015/44 met annotatie van E. Plomp

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

Voorlopige machtiging

Zaak-/rekestnr.: C/18/158106 / FA RK 15-1858

Beschikking van 31 juli 2015,

van de rechtbank Noord-Nederland naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging om:

[betrokkene]

[…]

[…]

[…]

[…]

te doen opnemen en verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis.

Procesverloop

Op 8 juli 2015 heeft de officier van justitie het verzoek ingediend.

Bij het verzoek is overgelegd een geneeskundige verklaring.

Tevens zijn politiemutaties overgelegd.

De rechtbank heeft op 27 juli 2015 de behandeling van het verzoekschrift aangehouden in verband met de afwezigheid van betrokkene.

De rechtbank heeft op 31 juli 2015 de volgende personen gehoord:

  • -

    mr. M.R. Holthinrichs, raadsvrouw van betrokkene

  • -

    mw. J. Quak, psychiater.

Motivering

Bij brief van 22 juli 2015 is betrokkene van de datum, tijd en locatie (huisadres betrokkene) van de zitting op de hoogte gebracht. Op herhaaldelijk aanbellen deed betrokkene de deur niet open. Het is gebleken dat betrokkene de brievenbus niet heeft geleegd, zodat de geconcludeerd kan worden dat betrokkene niet op de hoogte is geweest van de zitting. Dit is nog meer duidelijk geworden, omdat op 28 juli jl. de voornoemde brief ter griffie retour is ontvangen met de mededeling dat er sprake is van een volle brievenbus. De raadsvrouw geeft aan dat zij betrokkene circa een uur voor aanvang van de zitting voor het raam heeft zien staan. De raadsvrouw geeft voorts aan dat zij nog geen contact met betrokkene heeft gehad. Gezien het feit dat betrokkene in verleden wel gehoor geeft aan een oproeping om op de rechtbank te verschijnen, heeft de raadsvrouw aanhouding verzocht om betrokkene alsnog in de gelegenheid te stellen te worden gehoord door de rechter. Bij aangetekende en per gewone post verzonden oproepingsbrief van 28 juli 2015 voor een zitting op 31 juli 2015 op de rechtbank is betrokkene wederom niet verschenen. De raadsvrouw heeft na verschillende pogingen ook geen contact kunnen krijgen.

Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat betrokkene ervan op de hoogte moet zijn dat zij door de rechtbank wil worden gehoord op het verzoek van de officier van justitie. Eveneens blijkt uit de jurisprudentie dat iemand door het niet mee willen werken aan het medisch onderzoek niet kan voorkomen dat er een beslissing wordt genomen op het verzoek om een rechterlijke machtiging. In deze zaak is betrokkene vermoedelijk niet op de hoogte van de beide oproepingen. Desalniettemin heeft de rechtbank de zaak wel inhoudelijk behandeld en zal zij ook een beslissing nemen op het verzoek van de officier van justitie. De rechtbank deelt namelijk de visie van de psychiater dat het niet meer kennis willen nemen van oproepingen (betrokkene leegt haar brievenbus niet meer sedert een aantal maanden) past in het beeld van een verslechtering van het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene. In het verleden kwam betrokkene vaak na herhaalde oproepingen namelijk wel ter zitting om te worden gehoord. Ook volgende oproepingen zullen betrokkene niet bereiken, temeer nu ook de zoon van betrokkene heeft aangegeven geen contact meer met zijn moeder te hebben.

Uit de geneeskundige verklaring en het verhoor is gebleken dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens. Er is sprake van dementie en een psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie.

Ook is komen vast te staan dat deze stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken. Het betreft

 het gevaar dat betrokkene maatschappelijk ten onder gaat,

 het gevaar dat betrokkene zichzelf in ernstige mate zal verwaarlozen.

De zorgen om betrokkene zijn groot. Er is de laatste tijd geen contact meer met betrokkene te krijgen. Zowel de hulpverlening als de zoon van betrokkene hebben geen toegang meer. De zoon had altijd een sleutel van de woning van betrokkene, maar onlangs heeft betrokkene wederom de sloten vervangen. De zoon heeft daarna geen sleutel gekregen. Er is sprake van toenemend isolerend gedrag. Het is mogelijk dat dit voortvloeit vanuit toenemende angst. Betrokkene heeft in de afgelopen maanden een aantal keren bij de buurvrouw aangebeld, waarbij duidelijk was dat betrokkene erg angstig was. Ook de vergeetachtigheid speelt een rol. Zo vergeet betrokkene soms waar de sleutel van haar huis ligt en kan dan de deur niet van het nachtslot krijgen, waardoor zij niet naar buiten kan, maar ook niemand naar binnen. Als gevolg daarvan is betrokkene in maart van dit jaar een week opgesloten geweest in haar woning. Ook is betrokkene een aantal keer verward in de portiek gezien en heeft zij de laatste weken haar voordeur en haar portiekdeur een aantal keren wijd open laten staan terwijl zij niet thuis was.

De zoon van betrokkene heeft aangegeven dat uit de bankafschriften van betrokkene is gebleken dat zij reeds anderhalve week geen boodschappen meer bij een supermarkt heeft gedaan. Gezien het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene niet in staat is voor zichzelf te zorgen.

Gebleken is voorts dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

Betrokkene geeft geen blijk van de nodige bereidheid zich in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen.

Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 Wet Bopz, welke machtiging de bevoegdheid geeft om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen verblijven tot en met 31 januari 2016.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015.

(fn: RH)

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.