Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3956

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
13-08-2015
Zaaknummer
4083231 EJ VERZ 15-130
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Mogelijk disfunctioneren geen redelijke grond voor ontbinding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1505
AR-Updates.nl 2015-0756
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 4083231 EJ VERZ 15-130

Beschikking van de kantonrechter van 9 juni 2015

inzake

de besloten vennootschap Ten Kate Vetten B.V.,

gevestigd te Musselkanaal,

verzoekster, hierna Ten Kate te noemen,

gemachtigde: mr. D. Lacevic, advocaat te Groningen (Postbus 1100, 9701 BC),

tegen

[A] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

verweerder, hierna [A] te noemen,

gemachtigde: mr. J. Sinnema, advocaat te Emmen (Baander 69a, 7811 HH).

PROCESGANG

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 april 2015, heeft Ten Kate verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden in verband met een verandering van de omstandigheden, onder toekenning van een ontbindingsvergoeding van één bruto maandsalaris.

[A] heeft zich bij verweerschrift, ter griffie binnengekomen op 1 juni 2015, verzet tegen de gevraagde ontbinding. Subsidiair maakt [A] aanspraak op een ontbindingsvergoeding van twee bruto maandsalarissen.

De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden plaatsgevonden op 8 juni 2015. Ten Kate werd ter zitting deugdelijk vertegenwoordigd door de heren [B] (HR-medewerker) en [C] (productmanager). Partijen hebben hun wederzijdse standpunten op de zitting nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat door de partijen op de zitting is aangevoerd.

Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast.

1.1

Ten Kate houdt zich bezig met de productie van dierlijke vetten en eiwitten, die worden gebruikt als ingrediënten van levensmiddelen, diervoeding en technische producten.

1.2

[A] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 1 februari 2014 krachtens arbeidsovereenkomst bij Ten Kate in dienst als procesoperator. Laatstelijk was hij gerechtigd tot een salaris van € 2.088,75 bruto per maand, te vermeerderen met 19,5 % ploegentoeslag, 8 % vakantietoeslag en 3 % eindejaarsuitkering.

1.3

Bij indiensttreding van [A] is hem duidelijk gemaakt dat er in de functie van procesoperator bij Ten Kate in ploegendiensten wordt gewerkt, wat betekent dat alle procesoperators conform vastgestelde roosters met regelmaat in de avonduren moeten werken. Dit blijkt ook uit de door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst.

1.4

Op 20 maart 2015 heeft er op initiatief van [A] een gesprek plaatsgevonden tussen hem en de heer [C] (hierna: [C] ), productmanager bij Ten Kate. In het gesprek is het werken van nachtdiensten aan de orde gesteld.

1.5

Op 24 maart 2015 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [C] ,

de heer [B] (hierna: [B] ), HR-medewerker bij Ten Kate en [A] , wederom over het werken van nachtdiensten.

1.6

In het verslag van het gesprek van 24 maart 2015 wordt onder meer het volgende vermeld:

(…) Deze afspraak is gepland omdat [A] aan [C] heeft aangegeven dat sinds een aantal maanden de nachtdienst niet meer volhoudt. Overdag slaapt hij enkele uren maar rust onvoldoende uit en [A] ziet het dus niet meer zitten om nachtdiensten te draaien.

(…) [B] en [C] geven aan dat [A] dan niet geschikt is voor de uitoefening van zijn functie.

(…) Helaas is een functie in 2 ploegen of dagdienst (betekent ook een andere functie en andere afdeling) nu en in de nabije toekomst niet beschikbaar.

(…) [B] geeft aan dat [A] destijds een keuze gemaakt heeft voor deze functie waarbij de nachtdienst een wezenlijk onderdeel vormt.

(…) [B] en [C] geven dan ook aan dat het contract met [A] beëindigd dient te worden.

1.7

In de verklaring van [C] van 28 april 2015, wordt - voor zover van belang - het volgende vermeld:

(…) Op 20 maart 2015 heeft de heer [A] kenbaar gemaakt dat hij veel moeite heeft met het werken in nachtdiensten. Met name aan het eind van de week zijn de diensten voor hem heel zwaar.

(…) Naar aanleiding van het gesprek van 20 maart hebben we een gesprek gepland met de heer [B] (personeelszaken) op 24 maart 2015. In dit gesprek heeft

[A] zijn verhaal verteld. [A] gaf aan dat hij graag een ander rooster of een andere functie binnen Ten Kate wilde uitvoeren omdat hij de nachtdiensten al sinds enkele maanden niet meer vol kan houden. [A] gaf ook aan dat het voor hem moeilijk was om zich tijdens de diensten te concentreren en dat hij niet in slaap kon komen en per dag maar een paar uren slaapt.

(…) Door ons is aangegeven dat wij [A] dan niet geschikt achten voor de functie en dat het veel risico's met zich meebrengt om op deze wijze door te gaan (bijv. lichamelijke klachten, kans op fouten/ongelukken tijdens het werk).

2 Het standpunt van Ten Kate

2.1

Ten Kate stelt zich op het standpunt dat [A] in het gesprek van 20 maart 2015 heeft aangegeven niet langer in staat te zijn om nachtdiensten te werken omdat dit te zwaar voor hem is. Tijdens het daaropvolgende gesprek op 24 maart 2015 heeft [A] dit bevestigd.

2.2

Hoewel Ten Kate begrip heeft voor wat [A] naar voren heeft gebracht, ziet zij geen mogelijkheden om tegemoet te komen aan de wens van [A] om hem minder nacht- en meer dagdiensten te laten werken. Vast staat dat het werken van nachtdiensten een wezenlijk onderdeel vormt van de bedongen arbeid. Wanneer [A] , zoals hij heeft gezegd, moeite heeft met het werken van deze nachtdiensten, bestaat het risico op gezondheidsproblemen en ongelukken op de werkvloer.

2.3

Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen Ten Kate en [A] ligt in de rede. Ten Kate is bereid [A] een vergoeding gelijk aan één bruto maandsalaris aan te bieden als ontbindingsvergoeding.

3 Het standpunt van [A]

3.1

betwist de stelling van Ten Kate dat hij heeft aangegeven niet langer in staat te zijn om de nachtdiensten te werken. [A] heeft in de gesprekken die hij met Ten Kate heeft gevoerd enkel aangegeven moeite te hebben met het werken van de nachtdiensten, omdat het voor hem soms lastig is om overdag in slaap te komen nadat hij 's nachts heeft gewerkt. Door dit probleem te melden bij Ten Kate heeft [A] willen onderzoeken of er wellicht mogelijkheden waren om minder nacht- en meer dagdiensten te werken. Nu Ten Kate heeft aangegeven dat dit niet mogelijk is, wil [A] zijn werkzaamheden in de ploegendiensten gewoon voortzetten. Hiertoe is hij ook in staat. Over het functioneren van [A] zijn nooit klachten geweest.

3.2

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van Ten Kate is prematuur en dient dit te worden afgewezen.

4 De beoordeling van het geschil

4.1

De kantonrechter is van oordeel dat een werknemer zonder bang te hoeven zijn voor het behoud van zijn baan, (de inhoud van) zijn werk bespreekbaar moet kunnen maken. Zou dit niet kunnen dan blijven mogelijkheden voor zowel werknemer als werkgever waar voordeel mee gedaan kan worden, onbenut.

4.2

Niet vast staat dat [A] zijn werk in de ploegendienst op een zodanige wijze aan de orde heeft gesteld, dat Ten Kate niet anders kon dan begrijpen dat [A] de bedongen arbeid niet langer wenste uit te voeren. Voordat [A] (de inhoud van) zijn werk, bij eerst [C] en vervolgens [C] en [B] samen, aan de orde stelde, is ook niet van enig disfunctioneren van [A] gebleken. De enige keer dat [A] heeft gevraagd om het werk twee uren eerder te mogen verlaten, en dat wanneer de werkzaamheden dat zouden toelaten, kan niet als disfunctioneren worden gekwalificeerd.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat wanneer [A] met zijn uitlatingen aanvankelijk wel die overtuiging bij Ten Kate kon wekken, het hem vrij stond van de inhoud van die uitlatingen terug te komen. De kantonrechter wijst op vaste jurisprudentie over werknemers die hun baan opzeggen - wat verder gaat! - en daarop terug kunnen komen.

4.3

De door Ten Kate beweerde dreiging dat [A] vanwege zijn probleem met de ploegendienst "zal omvallen" is door [A] ontkend en naar het oordeel van de kantonrechter veel te vaag om daar een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op te baseren.

4.4

De gevraagde ontbinding zal worden afgewezen. De kantonrechter ziet aanleiding Ten Kate te veroordelen in de kosten van de procedure gevallen aan de kant van [A] , welke kosten worden begroot op € 500,00 voor het salaris van de gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Ten Kate in de kosten van de procedure gevallen aan de kant van [A] , welke de kantonrechter begroot op € 500,00 voor het salaris van de gemachtigde.

Deze beschikking is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 9 juni 2015 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

LvdW/RTjT