Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3951

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
23-12-2019
Zaaknummer
C18/157163/PR RK 15-295
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking, ongemotiveerd verzoek, verzoeker is niet ontvankelijk in zijn verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Groningen

meervoudige kamer

Zaaknummer/rolnummer: C/18/157163/PR RK 15/295


Beslissing van 12 juni 2015

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van

[naam] , te [woonplaats] ,

verzoeker.

1 Procesverloop

1.1.

Bij brief van 3 juni 2015 heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van
mr. L. Mulder, die als rechter de bestuursrechtelijke procedure met registratienummer Awb 14-3360 behandelt.

Mr. L. Mulder heeft aangegeven niet in de wraking te berusten.

2 De beoordeling

3.1.

Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter tegenover een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.

3.3.

De rechtbank overweegt dat uit het wrakingsverzoek van verzoeker niet blijkt waarom verzoeker van mening is dat de rechter zich partijdig of vooringenomen zou hebben getoond. Verzoeker heeft hiertoe geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen. Omdat een motivering ontbreekt dient verzoeker in zijn verzoek

niet-ontvankelijk te worden verklaard en kan een mondelinge behandeling van het verzoek daarom achterwege blijven

3 De beslissing

De rechtbank Noord-Nederland:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

3.2.

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer Awb 14/3360) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking,

3.3.

beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan partijen.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, en mrs. P.J. Duinkerken en B.R. Tromp, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2015

kb