Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3795

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-08-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
18.730004-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man wegens het meermalen plegen van schennis van de eerbaarheid. Hiermee heeft hij bij derden gevoelens van afschuw en onveiligheid teweeggebracht. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar op, waarbij verdachte onder meer wordt verplicht zich onder behandeling te laten stellen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 239
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730004-15

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/930043-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Eefting, advocaat te Heerenveen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode omvattende de maand november 2014 (tot en met 20 november 2014) te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, meermalen, althans eenmaal, zich oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, gelegen of bij (en/of zichtbaar vanaf) de weg(en) de [weg 1] en/of [weg 2] en/of [weg 3] , te weten in of voor of bij de deuropening en/of op de galerij van verdachtes (flat)woning (gelegen aan of bij de [weg 1] ( [nummer 1] )) en/of voor/bij het/een raam van verdachtes woning en/of op het balkon van verdachtes woning, met ontbloot geslachtsdeel heeft

bevonden;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode omvattende de maand november 2014 (tot en met 20 november 2014) te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, meermalen, althans eenmaal, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in of voor of bij de deuropening en/of op de galerij van verdachtes woning (gelegen aan of bij de [weg 1] ( [nummer 1] )) en/of voor/bij het/een raam van verdachtes woning en/of op het balkon van verdachtes woning, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij een ander of anderen zijns/haars/hunner ondanks tegenwoordig waren;

2.

hij in of omstreeks de periode omvattende de maand mei 2014 ((onder meer) op 14 mei 2014 en/of 21 mei 2014) te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, meermalen, althans eenmaal, zich oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op het balkon van verdachtes woning, gelegen of bij (en/of zichtbaar vanaf) de weg de [weg 1] en/of [weg 3] en/of [weg 2] , met ontbloot geslachtsdeel heeft

bevonden;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode omvattende de maand mei 2014 ((onder meer) op 14 mei 2014 en/of 21 mei 2014) te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, meermalen, althans eenmaal, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten op het balkon van verdachtes woning, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij een ander of anderen zijns/haars/hunner ondanks tegenwoordig waren.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde;

- oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaren;

- oplegging van de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, een verplichting tot ambulante behandeling en een drugs- en alcoholverbod;

- omzetting van de op 21 oktober 2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in een taakstraf van 60 uren;

- toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 177,60 en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag;

- toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 125,- en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van het onder 1. primair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 21 juli 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 19 en 20 november 2014 heb ik te [pleegplaats] mijn blote geslachtsdeel laten zien.

Op 20 november stond ik daarbij voor het raam van mijn appartement.

2. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer PL0100-2014165859, gesloten op 5 december 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

2.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2014155903-1, d.d. 19 november 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [benadeelde partij 1] :

Ik woon op de [weg 1] [nummer 2] te [pleegplaats] . Op 19 november rond 21.45 uur keek ik naar buiten en zag ik de bewoner van [weg 1] [nummer 1] , de [verdachte] , geheel naakt voor zijn woning staan.

2.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2014155903-3, d.d. 20 november 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [benadeelde partij 2] :

Op 19 november 2014 zag ik dat de buurman van de [weg 1] [nummer 1] naakt op de galerij stond.

2.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2014156947-4, d.d. 20 november 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op 20 november 2014 zag ik dat de [verdachte] met ontkleed onderlichaam achter het glas van de deur in zijn woning stond. Ik zag dat de verdachte in het volle licht publiekelijk zichtbaar zijn naakte onderlichaam toonde.

De rechtbank past met betrekking tot het onder 2. primair ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02FW-20140508026-1,

d.d. 17 mei 2014, inhoudende de verklaring van [persoon] ;

3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02R2-2014053619-5,

d.d. 26 augustus 2014, inhoudende de verklaring van verbalisant.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen hierna bewezen wordt verklaard. Op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het hierna bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode omvattende de maand november 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Weststellingwerf, meermalen zich oneerbaar aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, zichtbaar vanaf de weg de [weg 1] , op de galerij van verdachtes flatwoning, gelegen aan de [weg 1] [nummer 1] , en voor een raam van verdachtes woning, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

2.

hij op 14 mei 2014 en 21 mei 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Weststellingwerf, meermalen zich oneerbaar aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op het balkon van verdachtes woning, gelegen bij en zichtbaar vanaf de weg [weg 3] , met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair: schennis van de eerbaarheid, op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd;

2. primair: schennis van de eerbaarheid, op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem d.d. 13 februari 2015 door Reclassering Nederland opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft meermalen schennis van de eerbaarheid gepleegd. Door anderen ongewenst en onverhoeds te confronteren met zijn ontblote onderlichaam heeft verdachte bij deze derden gevoelens van afschuw en onveiligheid teweeggebracht. Dergelijk gedrag wordt beschouwd als een inbreuk op de goede zeden en is om die reden strafbaar gesteld. De rechtbank neemt verdachte de door hem gepleegde feiten kwalijk, te meer nu uit diens strafblad blijkt van meerdere eerdere veroordelingen voor dezelfde feiten. Kennelijk hebben verschillende strafopleggingen verdachte er niet van weerhouden af te zien van het plegen van deze feiten.

Uit de rapportage van de reclassering blijkt dat verdachte zich tot op heden inspant om hulp te krijgen voor zijn problematiek en dat hij gemaakte afspraken nakomt. Desondanks blijft de reclassering het risico op recidive inschatten als hooggemiddeld. Kennelijk voelt verdachte telkens na het gebruik van een combinatie van alcohol en cannabis de aandrang tot exhibitionisme. De reclassering adviseert de rechtbank daarom om verdachte - in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf - te verplichten zich van het gebruik van middelen te onthouden. Verder stelt de reclassering een meldplicht en een ambulante behandelverplichting voor.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven spijt te hebben van de schennisplegingen. In brieven aan omwonenden heeft hij excuses gemaakt. Verder heeft verdachte, ter aanvulling op de lopende ambulante behandeling, zelf voorzien in begeleiding door een aan de praktijk van zijn huisarts verbonden psychiater. Verdachte heeft inmiddels een fulltime baan met uitzicht op een vast contract. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om verdachte, ondanks de recidive, geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen maar hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden te veroordelen, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Aan verdachte wordt zo nog een kans geboden de komende drie jaar te laten zien dat hij zich, met behulp van de nodige begeleiding en behandeling, kan onthouden van nieuwe strafbare feiten.

Benadeelde partijen

[benadeelde partij 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar, inclusief de wettelijke rente vanaf 20 november 2014. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

[benadeelde partij 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar, inclusief de wettelijke rente vanaf 20 november 2014. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 21 oktober 2013, gewezen door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, is verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar. Deze proeftijd is ingegaan op 5 november 2013.

De officier van justitie heeft op 6 juli 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij dat vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. De onder 1. primair en 2. primair bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan tijdens de proeftijd. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf van 60 uren.

Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, kan de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. De rechtbank ziet echter aanleiding om in plaats daarvan een taakstraf te gelasten. In afwijking van de vordering van de officier van justitie stelt de rechtbank deze taakstraf vast op 120 uren, conform de in de LOVS-afspraken opgenomen omrekentabel.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 57 en 239 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de [benadeelde partij 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 177,60 (zegge: honderdzevenenzeventig euro en zestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2014.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 177,60 (zegge: honderdzevenenzeventig euro en zestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 2,60 aan materiële schade en € 175,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

20 november 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de [benadeelde partij 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

20 november 2014.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 2] , te betalen een bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat immateriële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

20 november 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/930043-13:

Gelast het verrichten van een werkstraf voor de duur van 120 uren, in plaats van de last tot tenuitvoerlegging van gevangenisstraf voor de duur van één maand, oorspronkelijk opgelegd bij vonnis van deze rechtbank d.d. 21 oktober 2013.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van één maand zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

mr. R.B.M. Keurentjes en mr. F. Sieders, rechters, bijgestaan door mr. J.C. Huizenga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2015.

Mr. Keurentjes is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Sieders

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Huizenga

locatie Leeuwarden,