Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3787

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-07-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
18.720072-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 juli 2015 een man veroordeeld voor het opzettelijk telen van hennepplanten en de diefstal van energie door middel van braak. De man heeft gedurende een periode van ruim vijf jaren in zijn woning hennepplanten geteeld. De energie heeft hij weggenomen door een gaatje in de kap van de elektriciteitsmeter te boren en vervolgens zou nu en dan, wanneer het erg koud was of wanneer hij midden in een kweekcyclus zat, een pennetje door het gaatje te steken waardoor deze tegen de schijf van de meter werd gedrukt en de meter tot stilstand werd gebracht. De afgenomen elektriciteit werd hierdoor niet meer geregistreerd. De rechtbank heeft de man een taakstraf van 120 uren opgelegd conform een eerder transactievoorstel van het openbaar ministerie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,63, 311
Opiumwet 3, 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2015/206
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720072-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 juli 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 april 2015 en 26 juni 2015.

De verdachte is beide malen verschenen en bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting van 21 april 2015 vertegenwoordigd door

mr. M. Groenewegen en ter terechtzitting van 26 juni 2015 door mr. S.T. Kooistra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2013 te [pleegplaats] , althans in de gemeente Franekeradeel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 8527 gram hennep en/of ongeveer 125, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van

1 januari 2007 tot en met 28 mei 2013 te [pleegplaats] , gemeente Franekeradeel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutel;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2013 te [pleegplaats] , gemeente Franekeradeel, opzettelijk en wederrechtelijk een elektriciteitsmeter in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (een gaatje in het kapje van voornoemde elektriciteitsmeter gemaakt en vervolgens een pennetje hierin geplaatst, waardoor de schijf in de elektriciteitsmeter tot stilstand wordt gebracht).

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

De rechtbank heeft de tenlastelegging onder 1, aldus verstaan dat impliciet cumulatief ten laste is gelegd - kort gezegd - het telkens opzettelijk telen van hennepplanten gedurende een lange periode en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en hennepplanten op de dag van inbeslagname, omdat de uitdrukkelijk genoemde hoeveelheden enkel bij het aanwezig hebben kunnen behoren.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. primair ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1. en 2. primair ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 april 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij

nr. 2013055834, d.d. 9 december 2013, inhoudende de verklaring van verbalisanten;

3. de inhoud van een kennisgeving van inbeslagname, registratienr. PL02KB-2013055834-11;

4. het in wettelijk vorm opgemaakte proces-verbaal 2013055834, d.d. 18 juni 2013, inhoudende de aangifte van [bedrijf] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 27 mei 2013 te [pleegplaats] , telkens opzettelijk heeft geteeld een aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II

en

dat hij op 28 mei 2013 te [pleegplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal 8527 gram hennep en 125 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. primair

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 mei 2013 te [pleegplaats] in de gemeente Franekeradeel, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan [bedrijf] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet

gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het een grote hoeveelheid van het middel betreft;

2. primair diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van verbreking.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzittingen, het reclasseringsrapport opgemaakt door Reclassering Nederland d.d.

16 april 2015 en het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, waaruit onder meer blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf jaren in zijn woning hennepplanten geteeld. Tevens heeft verdachte elektriciteit gestolen. Hij heeft een gaatje in de kap van de elektriciteitsmeter geboord. Vervolgens heeft hij zo nu en dan, wanneer het erg koud was buiten of wanneer hij midden in een kweekcyclus zat, een pennetje door het gaatje gestoken waardoor deze tegen de schijf van de meter werd gedrukt en de meter tot stilstand werd gebracht. De afgenomen elektriciteit werd hierdoor niet meer werd geregistreerd. Het telen van hennep veroorzaakt vaak overlast. Daarnaast zijn telen van- en de handel in hennep veelvuldig aanleiding voor andere vormen van criminaliteit, waaronder gewelds- en vermogensdelicten. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van de handel in verdovende middelen.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Verdachte heeft aangegeven dat hij voor het financieel gewin is gestart met de hennepteelt en dat hij veel plezier beleefde aan het kweken van de hennepplanten en er daarom mee door is gegaan. De reclassering schat het recidiverisico laag/gemiddeld in. Verdachte heeft zelf reeds hulp gezocht bij een psycholoog in verband met zijn depressieve klachten. De reclassering adviseert een taakstraf op te leggen.

Door de raadsman is aangevoerd dat op 9 mei 2014 schikkingsonderhandelingen met het openbaar ministerie hebben plaatsgevonden met betrekking tot deze strafzaak en de ontnemingsvordering. Het openbaar ministerie heeft toen een taakstraf van 120 uren voor de strafzaak voorgesteld. De raadsman heeft tijdens deze schikkingsonderhandelingen aangegeven dat hij van mening was dat er sprake was van gebreken in het onderzoek waar hij opheldering over wilde hebben. Het openbaar ministerie heeft hieromtrent geen actie ondernomen en heeft verdachte op grond van hetzelfde dossier gedagvaard. Verdachte heeft aangegeven dat wanneer er geen onzorgvuldigheden waren geconstateerd in het proces-verbaal, hij de taakstraf zou hebben geaccepteerd. De rechtbank heeft het onderzoek op 1 mei 2015 heropend voor nader onderzoek naar de punten die de raadsman eerder bij het openbaar ministerie had aangevoerd. De raadsman is van mening dat verdachte niet de dupe hoeft te zijn van een onzorgvuldig opsporingsonderzoek en heeft bepleit dat verdachte een taakstraf conform het eerdere voorstel wordt opgelegd.

Door de officier van justitie is ter terechtzitting bevestigd dat een schikkingsvoorstel van een taakstraf van 120 uren is aangeboden.

Voorts heeft de officier van justitie opgemerkt dat algemeen geldend uitgangspunt is dat ter zitting een andere straf gevorderd kan worden indien geen schikking tot stand komt. De officier van justitie heeft om die reden zijn eis van 200 uren gehandhaafd.

De rechtbank zal de officier van justitie niet in de strafeis volgen. Verdachte heeft immers door een onzorgvuldig opgemaakt proces-verbaal ruim een jaar in onzekerheid geleefd omtrent de afdoening van zijn strafzaak. Alles afwegend ziet de rechtbank daarom geen aanleiding om thans een hogere straf op te leggen dan eerder is aangeboden. De rechtbank zal verdachte een taakstraf van 120 uren opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. I.M. Dölle en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2015.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Dölle

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Sikkema

locatie Leeuwarden,

Zandstra-Alkema