Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3687

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-07-2015
Datum publicatie
28-07-2015
Zaaknummer
18.930103-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van ontuchtige handelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.930103-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 juli 2015 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboorteplaats 1] te [geboorteplaats 2] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden.

Het Openbaar Ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.M. de Vries.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 februari 2015 in de gemeente Emmen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, hebbende verdachte die [slachtoffer] onverwachts in een borst geknepen, althans haar borst vastgepakt;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 februari 2015 in de gemeente Emmen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen beneden de leeftijd van zestien jaren was, buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer] in een borst heeft geknepen, althans haar borst heeft vastgepakt.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van 20 uren werkstraf subsidiair 10 dagen hechtenis.

Vrijspraak

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Naar het oordeel van de officier van justitie moet de verklaring van aangeefster worden gevolgd waaruit kan blijken dat verdachte een seksuele bedoeling had op het moment dat hij aangeefster in haar borst kneep gedurende een aantal seconden. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat verdachte die handeling per ongeluk heeft verricht. De officier van justitie heeft bij haar standpunt eveneens betrokken hetgeen verdachte kort na het incident aan de politie heeft medegedeeld.

De raadsman heeft gemotiveerd aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het aanraken van de borst van aangeefster door verdachte, een seksueel karakter had.

Verdachte kreeg op enig moment een klap in zijn kruis en heeft als directe reactie om zich heen gegrepen. Verdachte heeft door zijn handelen aangeefster kortstondig bij haar borst vastgepakt zonder te beseffen wie hij vastpakte. Verdachte had dan ook van te voren in het geheel geen intentie om aangeefster zo te bejegenen.

Naar het oordeel van de raadsman dient verdachte te worden vrijgesproken omdat het seksuele karakter aan de handeling ontbreekt, zodat er geen sprake is van ontucht in juridisch opzicht.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte zich in een café bevond en dat daar veel personen aanwezig waren. Aangeefster bevond zich in hetzelfde café.

Op enig moment wordt aangeefster in haar borst geknepen door verdachte. Verdachte ontkent die handeling op zich niet maar weerspreekt dat hij daar een seksuele bedoeling bij had. Het ging per ongeluk aldus verdachte.

Verdachte heeft zowel bij de politie als op de terechtzitting verklaard dat hij op enig moment een klap in zijn kruis kreeg en als reactie daarop om zich heen heeft gegrepen om de vermeende dader bij de kleren vast te pakken en hem op zijn gedrag aan te spreken. Verdachte heeft aangegeven dat hij daardoor bij toeval aangeefster bij de borst heeft vastgepakt. Dit was kortstondig omdat hij van zijn handelen schrok.

De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van aangeefster kan worden afgeleid dat zij het handelen van verdachte heeft ervaren als een handelen met een duidelijke seksuele bedoeling. Zij voelde zich duidelijk aangerand door verdachte en was daardoor zeer ontdaan. Die reactie is begrijpelijk en voorstelbaar. Ook is de rechtbank gebleken dat verdachte daarvan is doordrongen.

De kernvraag is of aan het handelen van verdachte een seksueel karakter moet worden toegekend.

Het antwoord op die vraag kan niet louter worden gegrond op de subjectieve beleving van aangeefster. In dit licht acht de rechtbank van belang dat verdachte zowel bij de politie als op de terechtzitting consistent heeft verklaard omtrent het ontbreken van het seksuele karakter van zijn handelen en er overigens geen bewijsmiddelen zijn die zijn verklaring tegenspreken.

De rechtbank komt tot het oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval en de verklaring van verdachte niet kan worden vastgesteld dat het gedrag van verdachte een seksueel karakter heeft gehad. De rechtbank acht daarmee niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van ontuchtige handelingen, zoals aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. A. Heidekamp, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2015.