Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3355

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
27-07-2015
Zaaknummer
C-17-127340 - HA ZA 13-163
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Geschil over uitleg overeenkomst; commercieel contract; uitlegregels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/127340 / HA ZA 13-163

Vonnis van 8 juli 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [plaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H.M. Giezen, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R. Bremer, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 januari 2015

  • -

    de akte houdende uitlating producties van 25 februari 2015 van de zijde van [A]

  • -

    het pleidooi en de ter gelegenheid daarvan gewisselde stukken.

1.2.

Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

2.1.

De rechtbank handhaaft hetgeen in de tussenvonnissen van 28 mei 2014 en

14 januari 2015 is overwogen en beslist.

2.2.

In het tussenvonnis van 28 mei 2014 is voor wat betreft de vraag of de opslag al dan niet tot de daadwerkelijk door [A] van (in dit geval:) [G] ontvangen verkoopprijs minus [...] % behoort, overwogen dat indien en voor zover sprake is van een vaste toeslag

- zoals [B] stelt - welke toeslag derhalve niet afhankelijk is van een keuze van [A] voor één of meerdere diensten van [G] , deze toeslag onderdeel uitmaakt van de daadwerkelijk door [A] van [G] ontvangen verkoopprijs. Indien en voor zover de toeslag echter geen vaste toeslag betreft maar de hoogte daarvan afhankelijk is van een keuze van [A] voor één of meerdere diensten van [G] , maakt deze toeslag in zoverre géén onderdeel uit van de daadwerkelijk gerealiseerde verkoopprijs.

2.3.

De rechtbank overweegt dat het hiervoor genoemde criterium door de rechtbank is geformuleerd in lijn met het destijds tussen partijen gevoerde debat hierover. [A] stelde zich op het standpunt (zie onder meer de dagvaarding onder punt 3.14) dat de toeslag los staat van de contractprijzen (piek- en dalprijzen) die [G] aan [A] betaalt en dat het dus van de stroomprijs losstaande diensten van [G] betreffen. [A] heeft toen aangevoerd dat het niet zo kan zijn dat het afnemen door [A] van meer diensten van [G] zou leiden tot een lagere elektriciteitsprijs voor [B] .

2.4.

Uit de door [A] in het geding gebrachte brief van [G] van 18 juni 2014 blijkt dat de onderhavige opslag bestaat uit de volgende componenten, met het daarachter vermelde (door [G] geschatte) aandeel daarvan in de opslag:

- profilering, -15%

- onbalans, 28%

- 16- hrs vs 12-hrs verschillen, 70%

- mid-ask (mid-bid) spread, 17%

- marge [G] , zeer klein.

Partijen hebben de juistheid van het voorgaande niet weersproken. Hierna zal op de hiervoor genoemde componenten nader worden ingegaan, waarbij de rechtbank constateert dat partijen de juistheid van hetgeen [G] over deze componenten heeft medegedeeld in de hiervoor genoemde brief, niet hebben weersproken, maar dat zij hieruit slechts verschillende conclusies hebben getrokken.

2.5.

Partijen zijn het er over eens dat de component "marge [G] " op nihil kan worden gesteld omdat het saldo van de overige componenten 100% beloopt. Deze laatste component kan dan ook onbesproken blijven.

2.6.

Voor wat betreft de (negatieve) component "profilering" zijn partijen het er over eens dat dit - zoals [G] in voornoemde brief heeft aangegeven - een vaste prijscomponent betreft. [A] heeft echter aangegeven dat zij bereid is om dit vaste deel van de opslag voor de prijsberekening jegens [B] - in het voordeel van [B] - buiten beschouwing te laten.

2.7.

Voor wat betreft de component "onbalans" heeft [G] in voornoemde brief aangegeven dat individuele klanten desgewenst zelf de verantwoordelijkheid en het risico kunnen nemen voor het reguleren van de onbalans die samenhangt met hun elektriciteitsproductie. In dat geval wordt volgens [G] geen opslag in rekening gebracht voor het feit dat [G] één en ander voor de betreffende klant afdekt richting de netbeheerder. Volgens [G] betreft het hier derhalve een facultatieve prijscomponent die bovendien in omvang variabel is. Naarmate een klant beschikt over een stabieler productieprofiel en/of produceert op momenten dat [G] juist een tekort heeft aan elektriciteit (moet inkopen), kan deze prijscomponent lager zijn. [A] heeft ervoor gekozen de verantwoordelijkheid inzake onbalans uit te besteden aan [G] , aldus nog steeds [G] in voornoemde brief. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de toeslag voor wat betreft de component "onbalans" geen vaste toeslag betreft maar dat de hoogte daarvan afhankelijk is van een keuze van [A] voor één of meerdere diensten van [G] , waarbij - zoals hiervoor in rechtsoverweging 2.3. bedoeld - de toeslag los staat van de contractprijzen (piek- en dalprijzen) die [G] aan [A] betaalt. Zonder deze (component in de) opslag had [A] zelf de verantwoordelijkheid en het risico voor het reguleren van de onbalans die samenhangt met haar elektriciteitsproductie gehad, waarbij echter de contractprijzen tussen [A] en [G] gelijk waren gebleven. In zoverre is de opslag dan ook naar het oordeel van de rechtbank - zoals [A] heeft aangevoerd - te vergelijken met een premie ten aanzien van een verzekeringsovereenkomst. Het al dan niet sluiten van een dergelijke "verzekeringsovereenkomst" betreft daarbij een eigen keuze van [A] en de opslag vormt in zoverre naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet een onverbrekelijk onderdeel van de elektriciteitsprijs, zoals [B] ná het overleggen van de brief van [G] van 18 juni 2014 heeft betoogd. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de toeslag in zoverre géén onderdeel uitmaakt van de daadwerkelijk gerealiseerde verkoopprijs.

2.8.

Voor wat betreft de component "16-hrs vs 12-hrs verschillen" heeft [G] in haar brief van 18 juni 2014 aangegeven dat de inkoop van energie plaatsvindt op een piekdefinitie van 12 uur: werkdagen 08:00 - 20:00 uur is peak. Uitgangspunt voor bepaling van de piekprijs is de peakloadblok-prijs. De facturatie van piekuren is echter gebaseerd op werkdagen van 07:00-23:00 uur. Dit betekent volgens [G] dat over het algemeen meer piek-uren gefactureerd worden dan er uren in peakloadblokken zitten. Dit wordt volgens [G] in de opslag gecompenseerd met een afslagcomponent (profielafhankelijk dus). Deze opslagcomponent is volgens [G] facultatief. Een klant kan er ook voor kiezen om rechtstreeks af te rekenen op basis van een piekdefinitie op werkdagen van 08:00-20:00 uur.

Voor wat betreft de component "Mid-ask (mid bid) spread" heeft [G] in haar brief van 18 juni 2014 aangegeven dat de prijzen op ICE Endex EoD (End of Day) op settlement (Mid) basis (gemiddelde tussen Ask en Bid prijzen) zijn. Aankoop van energie geschiedt tegen Ask prijzen. De spread echter wordt in de opslag doorberekend. De opslag is volgens [G] afhankelijk van de keuze van de individuele klant. Op verzoek kan een klant er ook voor kiezen om af te rekenen op basis van de Ask-prijzen. In dat geval wordt deze opslagcomponent niet in rekening gebracht.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af - zoals [B] heeft aangevoerd - dat hoewel de toeslag in zoverre geen vaste toeslag betreft maar de hoogte daarvan afhankelijk is van een keuze van [A] voor één of meerdere diensten van [G] , dit onderdeel van de toeslag niet los staat van de contractprijzen (piek- en dalprijzen) die [G] aan [A] betaalt maar dat de opslag een onverbrekelijk onderdeel van de elektriciteitsprijs is, zoals [B] ná het overleggen van de brief van [G] van 18 juni 2014 heeft betoogd. Uit de brief van [G] blijkt immers dat de keuze om niet voor deze componenten van de opslag te kiezen, met zich brengt dat de elektriciteitsprijs op een andere wijze wordt berekend. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat deze componenten van de toeslag onderdeel uitmaken van de daadwerkelijk gerealiseerde verkoopprijs.

2.9.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de toeslag onderdeel uitmaakt van de gerealiseerde verkoopprijs voor zover het de volgende componenten betreft:

- 16- hrs vs 12-hrs verschillen, 70%

- mid-ask (mid-bid) spread, 17%

In totaal maakt (70 + 17 =) 87% van de toeslag dan ook onderdeel uit van de gerealiseerde verkoopprijs.

2.10.

De rechtbank zal de zaak thans naar de rol verwijzen om partijen in de gelegenheid te stellen - zoals reeds in het tussenvonnis van 28 mei 2014 is aangekondigd - om een nieuwe berekening in het geding te brengen van hun vorderingen over en weer op basis van de uitgangspunten, zoals deze in dit vonnis en in de tussenvonnissen van 28 mei 2014 en

14 januari 2015 zijn geformuleerd. Partijen zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte op elkaars akte te reageren.

2.11.

In afwachting van de te nemen aktes wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 5 augustus 2015 voor akte aan de zijde van beide partijen, houdende uitlating, zoals hiervoor in rechtsoverweging 2.10 bedoeld,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.1

1 82.