Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3033

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
18.730253-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Dealen xtc en cocaine

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 56,57
Opiumwet 2,10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730253-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.L. van den Broek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere data en/of tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 juni 2013 tot en met 22 juni 2014,

te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in het

arrondissement Noord-Nederland, in elk in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op meerdere data en/of tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 juni 2013 tot en met 22 juni 2014,

te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in het

arrondissement Noord-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of MDEA en/of

N-ethylMDA en/of amfetamine, te weten zogeheten XTC-pillen,

zijnde MDA en MDMA en MDEA en N-ethylMDA en amfetamine (telkens) een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest;

- oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 3 jaren;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2015;

2. een schriftelijk bescheid, te weten de rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 18 juli 2014;

3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen nr. PLO2GL-2014066245-38, d.d. 28 augustus 2014.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op meerdere data en tijdstippen in de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 juni 2014 te [pleegplaats], in de gemeente Leeuwarden, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op meerdere data en tijdstippen in de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 juni 2014 te [pleegplaats], in de gemeente Leeuwarden, meermalen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende MDA en MDMA en MDEA en N-ethylMDA en amfetamine, te weten zogeheten XTC-pillen, zijnde MDA en MDMA en MDEA en N-ethylMDA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1.

Ten aanzien van het verkopen en afleveren:

De voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het verstrekken en vervoeren:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2.

Ten aanzien van het verkopen en afleveren:

De voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het verstrekken en vervoeren:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar, nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages van Reclassering Nederland

d.d. 25 september 2014 en 21 januari 2015, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 15 januari 2015, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een jaar op grote schaal bezig gehouden met het dealen van xtc en cocaïne. Verdachtes drijfveer voor het plegen van voornoemde feiten was onder meer het voorzien in de kosten en het vergemakkelijken van zijn eigen drugsgebruik. Verdachte is met het plegen van deze feiten voorbij gegaan aan de gevaren die dergelijke verdovende middelen, naar algemene bekendheid, met zich brengen voor de volksgezondheid. Xtc en cocaïne zijn niet alleen voor de gezondheid schadelijke stoffen, maar ook leidt het gebruik ervan tot velerlei vormen van overlast en verwervingscriminaliteit. Ook de handel zelf gaat gepaard met criminaliteit. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Uit de reclasseringsrapportage komt naar voren dat verdachte zich houdt aan de afspraken met de reclassering. De reclassering acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gezien de gestarte behandeling bij VNN en de opleiding die verdachte nu volgt, niet geïndiceerd. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte in 2011 een werkstraf opgelegd heeft gekregen wegens overtreding van de Opiumwet.

De rechtbank overweegt dat de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden bij het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende

12 maanden met enige regelmaat, uitgaande van een alleen opererende dader. De rechtbank heeft het voorgaande als uitgangspunt genomen bij het bepalen van de hoogte van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf. Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 204 dagen met een proeftijd van 3 jaren en reclasseringstoezicht, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 204 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich binnen 14 dagen na de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1, 8933 AJ Leeuwarden. Hierna moet hij zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering dat nodig acht.

2. dat veroordeelde gedurende de proeftijd verplicht is deel te nemen aan een persoonlijkheidsonderzoek en hij zich onder behandeling zal stellen voor zijn middelengebruik bij Verslavingszorg Noord Nederland, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dat nodig acht.

3. dat het veroordeelde wordt verboden om verdovende middelen te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarden zal ondersteund worden door middel van middelencontrole.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.G. Wijma, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. A. Postma, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2015.

Mr. Postma en Gosselaar zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Wijma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730253-14

ontnemingsvordering parketnummer 18/730253-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 12 februari 2015

Tegenwoordig:

mr. L.G. Wijma, voorzitter,

mr. M. Jansen en mr. A. Postma, rechters, en

mr. L.S. Gosselaar, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. J.L. van den Broek.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden.

…..

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 26 februari 2015 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter.

De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.