Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:3023

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
18.730187-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:9788
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Oplichting en flessentrekkerij

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,63,326, 326A
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730187-13

ter berechting gevoegde parketnummers 18/920077-13, 18/820104-13 en 18/830091-13

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 01/289997-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2015. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. R.A.E. Bunge, advocaat te Heeze, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Groenewegen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(18/920077-13)

hij op of omstreeks 12 juni 2012 te [pleegplaats 1], met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 1] (eigenaar van Chinees

restaurant [bedrijfsnaam 1]) en/of een of meerdere medewerk(st)er(s) van restaurant

[bedrijfsnaam 1], heeft bewogen tot de afgifte van etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of (telkens) in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide

en/of serieuze klant of gast (welke genegen was de door verdachte de te

bestellen etenswaar en/of (alcoholische) drank te betalen) en/of (vervolgens)

in het restaurant [bedrijfsnaam 1] (telkens) een bestelling (etenswaar en/of

(alcoholische) drank) geplaatst (onder gehoudenheid tot betaling),

waardoor die [naam 1] en/of die medewerk(st)er(s) van restaurant [bedrijfsnaam 1]

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en waarna verdachte

die bestelde etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een)

consumptie(s), (telkens) geheel en/of gedeeltelijk heeft genuttigd (en/of

vervolgens niet heeft betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 12 juni 2012 te [pleegplaats 1], in elk geval in Nederland, een

beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het

oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking

over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte toen aldaar in het

restaurant [bedrijfsnaam 1] (telkens) met voormeld oogmerk etenswaar en/of

(alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), gekocht en/of vervolgens

die etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), geheel

en/of gedeeltelijk genuttigd (en/of vervolgens niet betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 12 juni 2012 te [pleegplaats 1], niet heeft voldaan aan de

verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd

krachtens de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafvordering, het

Wetboek van strafrecht, de Overleveringswet, de Uitleveringswet, de Wet

overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de Penitentiaire beginselenwet, de

Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële

jeugdinrichtingen en/of de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische

ziekenhuizen;

2.

(18/820104-13)

hij op of omstreeks 30 juni 2012 te [pleegplaats 2], in ieder geval in de gemeente

Weststellingwerf, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [naam 2] (eigenaar van Chinees restaurant

[bedrijfsnaam 2]) en/of een of meerdere medewerk(st)er(s) van restaurant [bedrijfsnaam 2] heeft

bewogen tot de afgifte van etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een)

consumptie(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of (telkens) in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide

en/of serieuze klant of gast (welke genegen was de door verdachte te bestellen

etenswaar en/of (alcoholische) drank te betalen) en/of (vervolgens) in het

restaurant [bedrijfsnaam 2] (telkens) een bestelling (etenswaar en/of (alcoholische)

drank) geplaatst (onder gehoudenheid tot betaling),

waardoor die [naam 3] en/of die medewerk(st)er(s) van restaurant [bedrijfsnaam 2]

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en waarna verdachte

die bestelde etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een)

consumptie(s), (telkens) geheel en/of gedeeltelijk heeft genuttigd (en/of

vervolgens niet heeft betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 juni 2012 te [pleegplaats 2], in ieder geval in de gemeente

Weststellingwerf, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft

gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige

betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te

verzekeren, hebbende verdachte toen aldaar in het restaurant [bedrijfsnaam 2] (telkens)

met voormeld oogmerk etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een)

consumptie(s), gekocht en/of vervolgens die etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), geheel en/of gedeeltelijk genuttigd (en/of

vervolgens niet betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 juni 2012 te [pleegplaats 2], in ieder geval in de gemeente

Weststellingwerf,

A.

zich in kennelijke staat van dronkenschap heeft bevonden op de openbare weg de

[straat 1], althans op de openbare weg en/of

B.

niet heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan

te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht, het

Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van strafrecht, de Overleveringswet,

de Uitleveringswet, de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de

Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking

gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en/of de Wet

bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

3.

(18/830091-13)

hij op of omstreeks 9 februari 2013 te [pleegplaats 3], in elk geval in Nederland,

een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het

oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking

over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte in het restaurant van het

[bedrijfsnaam 3] Hotel aldaar (telkens) met voormeld oogmerk etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), gekocht en/of vervolgens die etenswaar

en/of (alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), geheel en/of

gedeeltelijk genuttigd (en/of vervolgens niet betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 februari 2013 te [pleegplaats 3], (telkens) met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het

aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of

meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of

meer medewerkers van het bedrijf [bedrijfsnaam 3] Hotel (gelegen aan of bij het [straat 2])

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of (telkens) in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide

en/of serieuze klant of gast (welke genegen was de door verdachte te bestellen

etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), te betalen)

en/of (vervolgens) in het restaurant van dat bedrijf (telkens) een bestelling

(etenswaar en/of (alcoholische) drank) geplaatst (onder gehoudenheid tot

betaling),

waardoor die medewerk(st)er(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n) en waarna verdachte die bestelde etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), (telkens) geheel en/of gedeeltelijk heeft

genuttigd (en/of vervolgens niet heeft betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 februari 2013 te [pleegplaats 3], niet heeft voldaan aan de

verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd

krachtens de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafvordering, het

Wetboek van strafrecht, de Overleveringswet, de Uitleveringswet, de Wet

overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de Penitentiaire beginselenwet, de

Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële

jeugdinrichtingen en/of de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische

ziekenhuizen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 2 maart 2013 op

na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte

heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige

betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te

verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende

goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, hebbende verdachte

(telkens) met voormeld oogmerk

- in of omstreeks de periode omvattende de dagen 26 februari 2013 en 27

februari 2013 te [pleegplaats 4], in [bedrijfsnaam 4] (gevestigd aan of bij

de [straat 3]) etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een)

consumptie(s) gekocht en genuttigd (en/of vervolgens niet betaald) en/of

- op of omstreeks 2 maart 2013 te [pleegplaats 4], in het restaurant van

hotel/restaurant [bedrijfsnaam 5], (gevestigd aan of bij de [straat 4])

etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), gekocht

en (vervolgens) geheel en/of gedeeltelijk genuttigd (en/of vervolgens niet

betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

dat hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 2 maart

2013 te [pleegplaats 4], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

- een of meer medewerk(st)ers van het bedrijf [bedrijfsnaam 4] (gevestigd

aan of bij de [straat 3])

- een of meer medewerk(st)ers van het bedrijf hotel/restaurant [bedrijfsnaam 5] aan

of nabij de [straat 4]

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van etenswaar en/of (alcoholisch)

drank, althans (een) consumptie(s), in elk geval (telkens) van enig goed,

hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of (telkens) in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide

en/of serieuze klant of gast (welke genegen was de door verdachte te bestellen

etenswaar en/of (alcoholische) drank, althans (een) consumptie(s), te betalen)

en/of (vervolgens) in het restaurant van dat bedrijf (telkens) een bestelling

(etenswaar en/of (alcoholische) drankdrink) geplaatst (onder gehoudenheid tot

betaling),

waardoor die medewerk(st)er(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n) en waarna verdachte die bestelde etenswaar en/of (alcoholische)

drank, althans (een) consumptie(s), (telkens) geheel en/of gedeeltelijk heeft

genuttigd (en/of vervolgens niet heeft betaald),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde;

- veroordeling voor het onder 1. subsidiair, 2. subsidiair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest;

- tenuitvoerlegging van de op 6 februari 2012 door de politierechter in de rechtbank Den Bosch opgelegde 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam 2] tot een bedrag van

€ 67,15;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 67,15.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat zij de onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde oplichting niet bewezen acht, ondanks de pluraliteit van feiten op het strafblad van verdachte, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen door zich voor te doen als bonafide klant en evenmin vaststaat dat hij vooraf niet de bedoeling heeft gehad om te betalen. Zij verzoekt de rechtbank derhalve om verdachte hiervan vrij te spreken.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan flessentrekkerij. Verdachte heeft in verschillende restaurants na herhaalde aanmaning geweigerd te betalen. Voorts meent de officier van justitie, mede op grond van de veroordelingen op het strafblad ten aanzien van gelijke feiten, dat sprake is van een gewoonte. De officier van justitie acht derhalve het onder 1. subsidiair, 2. subsidiair,

3. primair en 4. primair tenlastegelegde bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter zitting - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat aangevers niet door vertellingen van verdachte omtrent zijn naam en/of hoedanigheid zijn bewogen tot het leveren van goederen en/of diensten. Verdachte heeft zich als een normale gast gedragen in de verschillende restaurants. Voorts is blijkens het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3546) het enkel zich voordoen als bonafide afnemer geen valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat verdachte de bedoeling had om niet te betalen op het moment van bestellen. De raadsman verzoekt de rechtbank daarom om verdachte vrij te spreken van de onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde oplichting.

Daarnaast is de raadsman van mening dat evenmin sprake is van flessentrekkerij, nu de frequentie te gering is om te oordelen dat hier sprake is van een gewoonte. Ook ten aanzien van de onder 1. subsidiair, 2. subsidiair, 3. primair en 4. primair verzoekt de raadsman aldus om verdachte vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

ten aanzien van 1. primair en 2. primair

Verdachte heeft in restaurant [bedrijfsnaam 1] een bestelling gedaan, waaronder nasi, soep, ijs en veel sterke alcoholische drank. Toen het restaurant ging sluiten, werd hem verschillende malen verzocht te betalen. Verdachte heeft dit telkens niet gedaan. Ook in restaurant [bedrijfsnaam 2] heeft verdachte eten besteld. Hij gaf aan dat hij de bami niet lekker vond en kreeg daarvoor in de plaats een ander gerecht. Verder heeft verdachte diverse alcoholische dranken besteld. Uiteindelijk is verdachte zonder te betalen het restaurant uitgelopen, nadat hem meermalen tevergeefs was verzocht de rekening te betalen.

Er is sprake van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, als valselijk is opgetreden in een rechtsverhouding waaraan bepaalde rechten en bevoegdheden kunnen worden ontleend. Daarbij gaat het om vaste geijkte rollen, waarop men in het betreffende onderdeel van het maatschappelijk verkeer afgaat en waaraan een specifieke rolverwachting is verbonden. Van belang is dus het verwachtingspatroon dat wordt gevormd door de algemeen aanvaarde gebruiken in de betreffende branche in het maatschappelijk verkeer. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat het op bedrieglijke wijze handelen in strijd met een dergelijk verwachtingspatroon, bedoelde valse hoedanigheid oplevert (HR 10 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AC1299, NJ 1998/497). Naar het oordeel van de rechtbank is het naar algemeen aanvaard gebruik zo dat een restauranthouder geen zekerheid vraagt voorafgaande aan een bestelling en de consumptie daarvan. Een restauranthouder die gevolg geeft aan een bestelling mag erop vertrouwen dat de geconsumeerde waren nadien worden betaald.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich in onderhavige zaak telkens als een bonafide restaurantbezoeker heeft voorgedaan, door etenswaar en alcoholische dranken te bestellen en te consumeren. Vervolgens heeft hij telkens de rekening niet betaald, ondanks meerdere verzoeken daartoe en zonder dat verdachte een aannemelijke reden heeft gegeven voor het uitblijven van die betaling. Met het oog daarop en ook gelet op de sterk gelijkende modus operandi bij elk van de tenlastegelegde feiten, is de rechtbank van oordeel dat verdachte op bedrieglijke wijze gebruik heeft gemaakt van het voornoemde algemeen aanvaarde gebruik, door waren te consumeren met het oogmerk om daarvoor nadien niet te betalen. De rechtbank is aldus van oordeel dat de onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde oplichting wettig en overtuigend bewezen kan worden.

ten aanzien van 3. primair en 4. primair

Verdachte heeft op soortgelijke wijze als hiervoor geschetst ook de rekeningen van zijn bestellingen van etenswaar en alcoholische dranken in de restaurants van [bedrijfsnaam 3] Hotel en [bedrijfsnaam 5] niet betaald, terwijl hem meermalen is verzocht de betreffende rekeningen wel te betalen, zodat de rechtbank van oordeel is dat verdachte het oogmerk had om de betaling niet te voldoen. Niet vereist is dat verdachte dit oogmerk telkens al heeft gehad op het moment dat hij een bestelling doorgaf. Voorts is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gewoonte in de zin van artikel 326a Wetboek van Strafrecht. De vijf tenlastegelegde feiten zijn begaan in een periode van circa negen maanden. Daarnaast geeft ook verdachtes justitiële documentatie blijk van soortgelijke feiten,. De rechtbank is aldus van oordeel dat het onder 3. primair en 4. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De rechtbank past bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe.

Feit 1. primair

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer PL037A 2012041180, gesloten op

4 juli 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1. een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer PL031V 2012041180-4, d.d. 16 juni 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 1]:

Op 12 juni 2012, omstreeks 18.00 uur kwam er een manspersoon bij mij in het restaurant [bedrijfsnaam 1] te [pleegplaats 1]. De man had diverse bestellingen gedaan waaronder nasi, soep, ijs en heel veel sterke alcoholische drank. De totale waarde van de etenswaren die de man besteld had, bedraagt 74,10 euro. Omstreeks 20.30 uur ben ik naar de man toegelopen. Ik vertelde de man dat het restaurant ging sluiten en verzocht hem de rekening te betalen. Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "Ik wil nog graag wat drinken". Ik heb daarop niet gereageerd en heb voor deze man dus geen drinken meer opgehaald. Omstreeks 21.30 uur ben ik weer naar de man toegelopen en heb hem toen gezegd dat het restaurant ging sluiten en dat hij de rekening moest betalen. Daar reageerde de man niet op. Ik zag wel dat hij meer dan genoeg alcohol had gehad. Ik wilde dat hij de rekening zou gaan betalen. De man deed dat echter niet. Nadat ik hem meerdere malen had verteld dat hij de rekening moest betalen, reageerde de man daar alleen maar op door te zeggen: "geen probleem, geen probleem". Ik hoorde een politieman tegen de man zeggen dat hij zijn rekening moest betalen. Ik hoorde vervolgens de man weer zeggen: "geen probleem, geen probleem". De rekening van de man is tot op heden nog steeds niet betaald. Ik wil graag dat de man de rekening gaat betalen.

2. een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, nummer PL031V 2012041180-12, d.d.

14 juni 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij vroegen aan hem waarom hij de rekening niet wilde betalen. Wij hoorden dat hij daarop zei dat hij dat wel ging doen, maar eerst een afscheidsdrankje wilde hebben. Daarop werd door ons en het personeel gezegd dat dit nu niet meer kon omdat de zaak gesloten was en hij een laatste drankje had gehad. De man werd door ons op vriendelijke manier nog enkele malen gevraagd de rekening te voldoen, doch hij bleef weigeren.

3. Een uittreksel uit de op naam van verdachte opgemaakte justitiële documentatie d.d.

15 januari 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van oplichting en flessentrekkerij, bijvoorbeeld nog op 18 oktober 2013 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam ter zake in de periode van 10 februari 2012 tot en met 16 februari 2012 een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Feit 2. primair

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2012068144, gesloten op 4 juli 2012, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1. een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer PL02FW 2012068144-1, d.d. 2 juli 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 2]:

Ik ben eigenaar van Chinees restaurant [bedrijfsnaam 2] te [pleegplaats 2]. Op 30 juni 2012 kwam er een man in de zaak. Ik zag dat de man aan een tafeltje ging zitten. Hij bestelde bij mij een cola met wodka en een soep. Voor het hoofdgerecht bestelde hij bami van het huis. De man vond de soep heerlijk, maar de bami vond hij niet lekker. Ik heb de man voorgesteld het gerecht om te ruilen voor een ander gerecht. Daar ging de man mee akkoord. De man kreeg vervolgens Mao Pao. Dit heeft de man helemaal opgegeten. Tijdens het eten heeft de man nog een fles witte wijn besteld en een cognac. Daarna bestelde de man een ijscoupe. Als laatste bestelde hij nog een dubbele cognac. Hij zei dat hij daarna wilde betalen. Ik hoorde dat [naam 4] problemen met de man kreeg omdat hij nog meer drank wilde. Ik heb de man uitgelegd dat hij eerst de rekening moest betalen en dan kreeg hij nog een cognac van het huis. Ik draaide de rekening uit. De man zei: 'eerst cognac, ik betaal straks wel.' Ik hoorde even later dat de man zonder te betalen de zaak was uitgelopen.

2. een ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige, nummer PL02FW 2012068144-11, d.d. 2 juli 2012 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[naam 4]:

Ik ben werkzaam in de bediening van restaurant [bedrijfsnaam 2] te [pleegplaats 2]. Op 30 juni 2012 begon mijn dienst om 17.00 uur. Mevrouw [naam 2] vertelde mij dat er een man in het restaurant zat die een beetje vervelend was. Mevrouw [naam 2] zei dat hij geen alcohol meer mocht en moest betalen en daarna weg moest gaan. Ik hoorde dat hij zei: 'ik wil een portie miniloempia's en een cognac.' Mevrouw [naam 2] zei dat als hij eerst zijn rekening betaalde dat hij dan een drankje kreeg van het huis. Uiteindelijk heeft de man zijn jas aangedaan en is hij het restaurant uitgelopen. Ik probeerde de man nog over te halen zijn rekening te betalen. De man zei: 'Ik ben er klaar mee. Geef mij nou maar gewoon die cognac.' Ik zag dat de man de hoek om ging en weg was.

3. Een uittreksel uit de op naam van verdachte opgemaakte justitiële documentatie d.d. 15 januari 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van oplichting en flessentrekkerij, bijvoorbeeld nog op 18 oktober 2013 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam ter zake in de periode van 10 februari 2012 tot en met 16 februari 2012 een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Feit 3. primair

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer PL01KE 2013014634-16, gesloten op 10 februari 2013, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1.een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer PL01KF 2013014634-1, d.d.

9 februari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[naam 5]:

Ik ben als kok werkzaam in het restaurant van het [bedrijfsnaam 3] hotel in [pleegplaats 3].

De man die zojuist is aangehouden kwam vandaag zaterdag 9 februari 2013 omstreeks 14.30 uur ons restaurant binnen. De man zag er netjes uit, hij droeg een pak en de man sprak duidelijk Nederlands en was welbespraakt. Hij bestelde een biefstuk en een tomatensoep. Wat opviel is dat de man sterke drank bestelde, te weten whisky. Het was nog geen 15.00 uur en de man begon al sterke drank te drinken. Hij vond de biefstuk en de tomatensoep niet goed. De man is gebleven en heeft een rundercarpaccio, uitsmijter, kaas, en een chocoladetaartje gegeten. De man dronk heel veel alcohol. De man vroeg de rekening. De man begon meteen na het zien van de rekening te protesteren. Hij vond de tomatensoep niet lekker en ook de rundercarpaccio was niet goed. Hij vond de whisky prijs te hoog. Hoe ik de man ook probeerde tegemoet te komen door de biefstuk, de tomatensoep en de rundercarpaccio niet in rekening te brengen, de man bleef maar moeilijk doen. De man heeft zijn biefstuk geheel opgegeten, de rundercarpaccio voor de helft en de tomatensoep voor de helft.

2. een ambtsedig proces-verbaal van aanhouding, nummer PL01KC 2013014643-2, d.d.

9 februari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

We kregen een melding van de meldkamer om te gaan naar [bedrijfsnaam 3] hotel te [pleegplaats 3]. Een medewerker, [naam 5], vertelde dat de persoon de rekening niet wilde betalen. De persoon was volgens [naam 5] naar de wc gelopen. De verdachte gaf aan de openstaande rekening nog steeds niet te willen betalen. Wij verbalisanten hebben hem dit meerdere keren gevraagd. Tijdens de insluitingsfouillering troffen wij bij verdachte zijn paspoort aan. De verdachte bleek te zijn: [verdachte].

3. Een uittreksel uit de op naam van verdachte opgemaakte justitiële documentatie d.d. 15 januari 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van oplichting en flessentrekkerij, bijvoorbeeld nog op 18 oktober 2013 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam ter zake in de periode van 10 februari 2012 tot en met 16 februari 2012 een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Feit 4. primair

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer PL01KE 2013014634-16, gesloten op 10 februari 2013, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1. een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer PL02GL 2013022868-1, d.d. 2 maart 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 6]:

Ik ben gerechtigd om namens het bedrijf [bedrijfsnaam 5] te [pleegplaats 4] aangifte te doen. Op

2 maart 2013 hoorde ik van mijn collega [naam 7] dat er een gast in het restaurant van het hotel zat die het betalen uitstelde. Deze gast was de laatste die nog in het restaurantgedeelte consumpties nam. Ik ben naar hem toegelopen en heb hem gevraagd of hij wilde betalen. De gast gaf aan dat hij eventueel wilde overnachten. Ik heb de gast verteld dat hij vooraf moest betalen. De gast zei: 'Ik ga het bedrag opschorten.' Ik heb hem daarna vriendelijk verzocht te betalen maar dat wilde hij niet.

2. een ambtsedig proces-verbaal van aanhouding, nummer PL02GL 2013021588-2, d.d.

2 maart 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij kregen het verzoek binnen te gaan naar de [straat 4] te [pleegplaats 4], hotel/restaurant [bedrijfsnaam 5]. Ter plaatse zou een klant aanwezig zijn welke niet wilde betalen voor het ontvangen eten en drinken. [naam 6] zei: Ik verzocht de man het reeds openstaande bedrag te betalen. De man vertelde hierop dat hij de betaling wenste op te schorten. Hierop zijn verbalisanten met de heer [naam 6] naar de verdachte toegelopen. Wij zagen dat verdachte een glas wijn in zijn handen had. Wij zagen dat op het bord verse etensresten aanwezig waren. Verdachte deelde wederom mede dat hij de betaling wenste op te schorten. Ik deelde de verdachte mede dat de bedrijfsleider hier geen boodschap aan had. Ik vroeg de verdachte of hij nu ging betalen of niet. Wij verbalisanten hoorden de verdachte hierop verklaren dat hij niet wenste te betalen en dat hij de betaling had opgeschort.

3. een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer PL02GL 2013021588-1, d.d.

27 februari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[naam 8]:

Ik ben eigenaar van [bedrijfsnaam 6] te [pleegplaats 4]. Op 26 februari 2013 omstreeks 18.30 uur was ik in mijn hiervoor genoemde restaurant. De formule is 'all you can eat'. Drinken moet wel afzonderlijk worden betaald. Ik zag een man binnen komen. Dit was de man die u (politie) heeft meegenomen, de man die weigerde te betalen. Ik zag dat de man diverse alcoholische dranken bestelde. Ik zag dat de man omstreeks 22.20 uur de rekening had gekregen. Ik hoorde de man zeggen dat de Berenburg en de andere drankjes niet op de rekening hoorden te staan. Ik heb hem uitgelegd dat de drank apart in rekening wordt gebracht. Ik heb hem verteld dat ik bereid was hem tegemoet te komen door hem een korting te geven. Ik stelde de man voor om 100 euro te voldoen. Ik hoorde hem zeggen: 'Het klopt gewoon niet.' Ik heb hem gezegd dat de drank waarover de discussie was ontstaan van de rekening was gehaald. Elke keer als ik tot een oplossing wilde komen hoorde ik de man zeggen dat het niet klopte. De man deed geen enkele poging of voorstel om tot een akkoord over de betaling te komen.

4. een ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige, nummer PL02GL 2013021588-4, d.d. 28 februari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[naam 9]:

Ik ben bediende bij [bedrijfsnaam 6] te [pleegplaats 4]. Op 26 februari 2013 kwam er een man binnen. Ik hoorde de man zeggen: 'Kan ik hier eten?' Ik heb een menukaart gebracht en de man uitgelegd dat we een 'all you can eat' concept hebben. Ik liet hem de kaart zien en wees hem de gerechten aan waar hij uit kon kiezen. Ik vertelde hem dat hij in twee en half uur vijf gerechten kan bestellen voor de prijs van 22,80 euro. Ik maakte hem duidelijk dat als je iets extra's wilt bestellen buiten de menukaart om dat je dan extra moet betalen. Ik zag dat de man mij aankeek en hoorde hem zeggen: 'Dat begrijp ik.' Vervolgens heb ik van de man meerdere bestellingen opgenomen en deze bij hem gebracht. Op de drankenkaart staan de dranken vermeld met de prijzen erbij. Ik heb de man de rekening gebracht. Ik zag dat de man naar het bonnetje keek. Ik hoorde hem zeggen: 'Ik wist niet dat ik de Beerenburg ook moest betalen.' Mijn chef [naam 10] heeft het gesprek overgenomen. De man had erg veel gedronken. Op een gegeven moment hoorde ik dat [naam 10] de politie ging bellen.

5. Een uittreksel uit de op naam van verdachte opgemaakte justitiële documentatie d.d. 15 januari 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen ter zake van oplichting en flessentrekkerij is veroordeeld, bijvoorbeeld nog op 18 oktober 2013 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam ter zake in de periode van 10 februari 2012 tot en met 16 februari 2012 een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair, 2. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

(18/920077-13)

hij op 12 juni 2012 te [pleegplaats 1], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, [naam 1], eigenaar van Chinees restaurant [bedrijfsnaam 1], en een of meerdere medewerkers van restaurant [bedrijfsnaam 1], heeft bewogen tot de afgifte van etenswaar en alcoholische drank, hebbende verdachte toen aldaar met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk zich voorgedaan als een bonafide en serieuze klant, welke genegen was de te bestellen etenswaar en alcoholische drank te betalen en vervolgens in het restaurant [bedrijfsnaam 1] een bestelling etenswaar en alcoholische drank geplaatst onder gehoudenheid tot betaling, waardoor die [naam 1] en die medewerkers van restaurant [bedrijfsnaam 1] werden bewogen tot bovenomschreven afgiften en waarna verdachte

die bestelde etenswaar en alcoholische drank, geheel en/of gedeeltelijk heeft genuttigd en

vervolgens niet heeft betaald, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2. primair

(18/820104-13)

hij op 30 juni 2012 te [pleegplaats 2], in de gemeente Weststellingwerf, met het oogmerk om zich

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, [naam 2], eigenaar van Chinees restaurant [bedrijfsnaam 2], en een of meerdere medewerkers van restaurant [bedrijfsnaam 2] heeft bewogen tot de afgifte van etenswaar en alcoholische drank, hebbende verdachte toen aldaar telkens met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk zich voorgedaan als een bonafide en serieuze klant welke genegen was de te bestellen etenswaar en alcoholische drank te betalen en vervolgens in het restaurant [bedrijfsnaam 2] een bestelling etenswaar en alcoholische drank geplaatst onder gehoudenheid tot betaling, waardoor die [naam 3] en die medewerkers van restaurant [bedrijfsnaam 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgiften en waarna verdachte die bestelde etenswaar en alcoholische drank, geheel en/of gedeeltelijk heeft genuttigd en vervolgens niet heeft betaald, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

3. primair

(18/830091-13)

hij op 9 februari 2013 te [pleegplaats 3] een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte in het restaurant van het [bedrijfsnaam 3] Hotel aldaar met voormeld oogmerk etenswaar en alcoholische drank, gekocht en vervolgens die etenswaar en alcoholische drank, geheel en/of gedeeltelijk genuttigd en vervolgens niet betaald, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

4. primair

hij in de periode van 26 februari 2013 tot en met 2 maart 2013 op na te noemen plaatsen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige

betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, hebbende verdachte met voormeld oogmerk

- in de periode omvattende de dagen 26 februari 2013 en 27 februari 2013 te [pleegplaats 4], in [bedrijfsnaam 4], gevestigd aan of bij de [straat 3], etenswaar en alcoholische drank,

gekocht en genuttigd en vervolgens niet betaald en

- op 2 maart 2013 te [pleegplaats 4], in het restaurant van hotel/restaurant [bedrijfsnaam 5], gevestigd aan of bij de [straat 4], etenswaar en alcoholische drank, gekocht en vervolgens geheel en/of gedeeltelijk genuttigd en vervolgens niet betaald,

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Oplichting, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

2. primair Oplichting, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

3. primair Een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

4. primair Een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit de over hem opgemaakte rapportage van Reclassering Nederland d.d. 1 mei 2013 en de rapportage van Leger des Heils, d.d. 19 mei 2014, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 15 januari 2015, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en flessentrekkerij in verschillende restaurants. Verdachte bestelde etenswaar en alcoholische dranken en wanneer hij moest betalen, begon hij moeilijk te doen over de rekening, waarna hij het restaurant verliet zonder te betalen. Door zijn handelen heeft verdachte op zeer grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen zoals dat gebruikelijk is in het maatschappelijk economisch verkeer van restaurants. Verdachte is eerder voor soortgelijke feiten tot forse gevangenisstraffen veroordeeld. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Uit het meest recente reclasseringsrapport komt naar voren dat het nu goed zou gaan met verdachte. Hij heeft werk en huisvesting. Nu er echter geen referenten geraadpleegd zijn, is onduidelijk of de informatie die verdachte heeft gegeven ook klopt. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen om zijn huidige persoonlijke omstandigheden nader te duiden, zodat de rechtbank geen verdere aanknopingspunten heeft dan zijn justitiële documentatie. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van

12 maanden geëist met aftrek van het voorarrest. Gelet op de vele veroordelingen ter zake van oplichting en flessentrekkerij is de rechtbank van oordeel dat per feit een gevangenisstraf van drie maanden passend en geboden is. Nu artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is en in aanmerking genomen dat inmiddels de nodige tijd is verstreken sinds de strafbare feiten zijn gepleegd, hetgeen deels te wijten is aan justitie, acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden.

Benadeelde partij

[naam 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade ad € 67,15 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen, nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 6 februari 2012, gewezen door de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte voor de zitting van 12 februari 2015 niet is opgeroepen voor de behandeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling, zodat de oproeping nietig zal worden verklaard.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 43a, 57, 63, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. primair, 2. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 67,15 (zegge: zevenenzestig euro en vijftien eurocent).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[naam 2], te betalen een bedrag van € 67,15 (zegge: zevenenzestig euro en vijftien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

01-289997-11:

Oproeping nietig

Dit vonnis is gewezen door mr. L.G. Wijma, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. A. Postma, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2015.

Mr. Postma en Gosselaar zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Wijma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730187-13

ter berechting gevoegde parketnummer 18/920077-13, 18/820104-13 en 18/830091-13

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 01/289997-11

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 12 februari 2015

Tegenwoordig:

mr. L.G. Wijma, voorzitter,

mr. M. Jansen en mr. A. Postma, rechters, en

mr. L.S. Gosselaar, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. M. Groenewegen.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats,

is niet ter terechtzitting verschenen.

De ter terechtzitting aanwezige raadsman van verdachte, mr. R.A.E. Bunge, advocaat te Heeze, verklaart uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd hem ter terechtzitting te verdedigen.

De rechtbank laat de advocaat tot de verdediging toe, zodat de zaak op tegenspraak wordt behandeld.

…..

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 26 februari 2015 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter.

De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.