Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2990

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-06-2015
Datum publicatie
24-06-2015
Zaaknummer
18/930017-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal en vier gevallen van opzetheling. Door zich schuldig te maken aan opzetheling houdt verdachte de vermogenscriminaliteit in stand. Een heler treft een soortgelijk verwijt als een dief, nu diefstal lonend wordt gemaakt door heling. Door de diefstal van professionele gereedschappen, die bovendien nog werd vooraf gegaan door beschadiging van bedrijfsauto’s, heeft verdachte de slachtoffers getroffen in hun beroepsmatige werkzaamheden. Verdachte is eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van negen maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, 311, 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930017-15

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 23 juni 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 3 april 2015 (pro forma) en 9 juni 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij gewijzigde dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de nacht van 22 op 23 januari 2015, te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal blokken hout, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 januari 2015, te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een aantal blokken hout heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die blokken hout wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;


2.

hij in of omstreeks de nacht van 22 op 23 januari 2015, te [pleegplaats 2], gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfsbus (met [kenteken 1]) heeft weggenomen boormachines, een schroefmachine, een boorhamer, een koffer, een zaklantaarn, een acculader, en/of accu's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat


hij in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 januari 2015, te [pleegplaats 2], gemeente Steenwijkerland en/of te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, boormachines, een schroefmachine, een boorhamer, een koffer, een zaklantaarn, een acculader, en/of accu's heeft verworven,
voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;


3.
hij in of omstreeks de nacht van 20 op 21 januari, te [pleegplaats 3], gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit meerdere bestelwagens heeft weggenomen bladblazers, een kettingzaag, bosmaaiers, twee kettingzaagbladbeschermers en/of twee heggescharen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2015 tot en met 23 januari 2015, te [pleegplaats 3], gemeente Súdwest-Fryslân en/of te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, bladblazers, een kettingzaag, bosmaaiers, twee kettingzaagbladbeschermers en/of twee heggescharen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het
verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 januari 2015, te [pleegplaats 4], gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een generator, een tas, een klopboormachine, een heteluchtpistool, een compressor, een koffer aircotechniek, een drukmeter, een batterijmeter, een elektrische schroevendraaier, een aktentas, een accuboormachine, een acculader, een spanningzoeker, een ratelsleutel, een slijpmachine, een computer (notebook), een computer Apple mini, een diagnosemeter, een borenslijpmachine, een hydraulische pers, stekkergereedschap, een manometerset, een meetslangset, een tappen set, een halogeen detector en/of een luchfrees, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 19 tot en met 23 januari 2015, te [pleegplaats 4], gemeente Coevorden en/of te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een generator, een tas, een klopboormachine, een heteluchtpistool, een compressor, een koffer aircotechniek, een drukmeter, een batterijmeter, een elektrische schroevendraaier, een aktentas, een
accuboormachine, een acculader, een spanningzoeker, een ratelsleutel, een slijpmachine, een computer (notebook), een computer Apple mini, een diagnosemeter, een borenslijpmachine, een hydraulische pers, stekkergereedschap, een manometerset, een meetslangset, een tappen set, een halogeen detector en/of een luchfrees, heeft verworven, voorhanden heeft gehad
en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;


5.

hij in of omstreeks de periode van 05 januari 2015 tot en met 23 januari 2015, te [pleegplaats 1], gemeente Coevorden en/of te [pleegplaats 5], gemeente Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een cirkelzaag (Husqvarna), een trilplaat (Wacker Neuson), een slijpmachine (Hilti), een acculader (Hilti) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goederen wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren)
betrof.

Mededeling ad informandum gevoegde strafbare feiten met parketnummer 18.930017-15

23 januari 2015; [pleegplaats 1]; Voorhanden hebben van een op een wapen gelijkend voorwerp.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A. van den Oever acht hetgeen onder 1 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen. Datzelfde geldt voor hetgeen onder 2 subsidiair, onder 3 subsidiair en onder 4 subsidiair is ten laste gelegd, met dien verstande dat de officier van justitie de opzetvariant bewezen acht. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gesteld dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van de heling van de goederen van [slachtoffer 3]. De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden onder aftrek van voorarrest.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3], [bedrijf 2] en [bedrijf 1] dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van de benadeelde partijen [bedrijf 2] en [bedrijf 1] wel een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, te weten ten bedrage van 595,40 euro voor [bedrijf 2] en tot 1625,- euro voor [bedrijf 1].

Ten aanzien van het beslag verzoekt de officier van justitie de rechtbank te handelen conform de door haar ter zitting overgelegde beslaglijst. In aanvulling op die lijst heeft de officier van justitie ter zitting aangegeven, dat de houtblokken kunnen worden teruggegeven aan [slachtoffer 1].

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de rechtbank de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 09.183427-14 zal toewijzen en last zal geven tot tenuitvoerlegging van 4 weken gevangenisstraf.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank zulks, net als de officier van justitie en de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmotivering

De rechtbank baseert haar beslissing dat verdachte het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3 subsidiair, onder 4 subsidiair en onder 5 tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die hierna in samenvattende vorm worden weergegeven en die voorkomen in de in de voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

In het bijzonder ten aanzien van Feit 1:

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] volgt dat zij op 23 januari 2015 rond 03:00 uur ’s nachts wakker werd van blaffende honden. Zij bekeek vervolgens de camerabeelden die weergaven dat er op dat moment in totaal 3 manspersonen om haar woning aan de [pleegplaats 1] liepen. Nadat zij 112 had gebeld, zag zij de drie mannen weglopen, waarbij één van de mannen enkele houtblokken vasthield. Na inspectie bleek dat deze houtblokken van aangeefster waren en van onder een afdakje bij haar woning waren weggenomen.1

De verbalisanten die rond 03:10 uur op de melding van aangeefster af kwamen, hielden vervolgens aan de [pleegplaats 1], drie mannen staande in een Mercedes met [kenteken 2].

Het betrof [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte.2

[verbalisant] heeft vervolgens de camerabeelden van aangeefster [slachtoffer 1] bekeken en herkende daarop verdachte aan zijn uiterlijk en zijn kleding. Ook herkende de verbalisant [medeverdachte 1] op de beelden. Bij [medeverdachte 1] werd bij de aanhouding een sleutel met [nummer] aangetroffen.3

Deze sleutel bleek te passen op een huisje met dat nummer op [pleegplaats 1]. In het huisje met [nummer] trof de politie vervolgens meerdere houtblokken aan, die voldeden aan de beschrijving die aangeefster [slachtoffer 1] daarvan had gegeven.4

Ten aanzien van Feit 2 tot en met Feit 5:

Uit nader onderzoek ten aanzien van het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] bleek onder meer dat:

- het huisje blijkens de gegevens van het bungalowpark van maandag 19 januari 2015 tot en met vrijdag 23 januari 2015 werd gehuurd door [medeverdachte 2];5

- verspreid door het huisje kleding aanwezig was van zowel verdachte als de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2];6

- een tweetal bemonsteringen van speeksel, genomen van een blikje Blue Bastard en een blikje Red Bull die werden aangetroffen in een van de drie slaapkamers van [huisje met nummer], een DNA-match opleverden met verdachte;7

- in het huisje onder meer 3 bosmaaiers, een steenzaag, een aggregaat, jerrycans met brandstof, diverse gebruikte klopboormachines, een kettingzaag, bladblazers waaronder een Stihl bladblazer, verschillende koffers met gereedschappen (accuboormachines), een laptop, meerdere navigatiesystemen, en een paspoort op naam van [medeverdachte 1] lagen.8 De betreffende goederen werden gefotografeerd.9

De eerdergenoemde Mercedes met [kenteken 2] stond op naam van [medeverdachte 1].10 De Mercedes was op 20 januari 2015 gezien door de leidinggevende van de bibliotheek te [plaats 1], die had waargenomen dat de inzittenden, drie mannen, om 19:10 uur de bibliotheek waren binnengekomen en zich opvallend gedroegen.

Zij bleken goederen aan te bieden op Marktplaats en daarvoor gebruik te maken van de computer in de bibliotheek.11

[medeverdachte 2] verklaarde op vrijdag 23 januari 2015 dat hij de dinsdag of woensdag ervoor samen met twee andere jongens, te weten [verdachte] en [medeverdachte 1], naar Drenthe was gekomen. [medeverdachte 1] woont in [plaats 2] en [verdachte] woont in [woonplaats], aldus [medeverdachte 2].12 [medeverdachte 1] verklaarde op vrijdag 23 januari 2015 dat hij de gehele tijd samen is geweest met de beide andere jongens die waren aangehouden.13

In het bijzonder ten aanzien van Feit 2:

Namens [bedrijf 2] is aangifte gedaan van een inbraak in een bedrijfsbus tussen donderdag 22 januari 2015 17:00 uur en vrijdag 23 januari 2015 omstreeks 06:45 uur. Daarbij werden onder meer weggenomen een Makita schroefboormachine met lader en 2 accu’s, een tweetal Hilti klopboren, een Makita sloophamer, een Bosch boormachine en een Hilti acculader. [aangever 1] verklaarde dat op de meeste goederen zijn initialen ([naam 1]) met zwarte stift waren geschreven.14 In het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] waren diverse goederen aangetroffen met daarop een sticker van [bedrijf 2], waarvan enkele de inscriptie ‘[naam 1]’ droegen.15

[aangever 1] heeft enkele van de goederen die in het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] waren aangetroffen, herkend als zijnde eigendom van [bedrijf 2] en deze vervolgens uit handen van de politie meegenomen. Het betrof een Makita schroefboormachine, een tweetal Hilti klopboormachines (waarvan 1 met het opschrift ‘[naam 1]’), een Bosch boormachine (met sticker van Hoekstra), een klopboormachine (met het opschrift ‘[naam 1]’), een boorhamer (met het opschrift ‘[naam 1]’), een Hilti koffer, een zaklantaarn met accu’s (met het opschrift ‘[naam 1]’) en een Hilti acculader (met sticker van [bedrijf 2]).16

In het bijzonder ten aanzien van Feit 3:

Namens [bedrijf 1] is door [aangever 2] aangifte gedaan van diefstal met braak uit een zestal bestelbussen tussen dinsdag 20 januari 2015 17:00 uur en woensdag 21 januari 2015 07:00 uur.

Daarbij werden weggenomen 4 Stihl bladblazers, 2 kettingzaagbladbeschermers, 1 Stihl kettingzaagmachine, 3 Stihl bosmaaiers en 2 Stihl heggescharen.17

In het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] werden diverse goederen aangetroffen met daarop een sticker van [bedrijf 3]. Uit navraag bij [bedrijf 3] te [pleegplaats 3] bleek dat dit bedrijf tuingereedschap (waaronder bladblazers, bosmaaiers en kettingzagen van het merk Stihl) aan [bedrijf 1] had geleverd en dat op dat gereedschap stickers van [bedrijf 3] waren aangebracht.18

[aangever 2] heeft enkele goederen die in het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] waren aangetroffen, herkend als zijnde eigendom van [bedrijf 1] en deze vervolgens uit handen van de politie meegenomen. Het betrof 4 Stihl bladblazers (waarvan 3 voorzien van een sticker met ‘[bedrijf 3]’), 1 Stihl kettingzaagmachine, 3 Stihl bosmaaiers (waarvan 1 voorzien van een sticker met ‘[bedrijf 3]’) en 2 kettingzaagbladbeschermers.19

In het bijzonder ten aanzien van Feit 4:

[slachtoffer 2] heeft op 25 januari 2015 aangifte gedaan van een inbraak in zijn bedrijfsauto tussen 19 januari 2015 omstreeks 21:00 uur en 20 januari 2015 omstreeks 08:15 uur. Daarbij werd het speciale gereedschap dat in de bedrijfsauto aanwezig was weggenomen, te weten een Hitachi accuboormachine, een schroefmachine, een acculader, een aircotester in koffer, een meterset airco in koffer, een spanningzoeker (multimeter) in koffer, een Metabo boormachine in koffer, een ratelsleutel (momentsleutel), een aggregaat, een Hitachi slijpmachine (haakse slijper), een Dell notebook met laptoptas, een Apple iPad mini, een diagnosemeter in koffer, een borenslijpmachine, een hydraulische pers, stekkergereedschap, een manometerset, een meetslangset, een tappenset, een halogeendetector, een luchtfrees, een verfafbrander en een airco krimp.20 In het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] was onder meer een tas aangetroffen met daarin een visitekaartje van [slachtoffer 2].21

[slachtoffer 2] heeft enkele van de goederen die in het huisje met [nummer] waren aangetroffen, herkend als zijnde zijn eigendom en deze vervolgens uit handen van de politie meegenomen. Het betrof een generator, een tas, een Makita boormachine, een Metabo heteluchtpistool, een compressor, een koffer aircotechniek, een drukmeter, een batterijmeter, een elektrische schroevendraaier, een aktentas en een Hitachi boormachine.22

In het bijzonder ten aanzien van Feit 5:

Op een tweetal goederen die in het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] waren aangetroffen, te weten een Hilti acculader en een Hilti handslijpmachine, werd een sticker aangetroffen met het Duitse [kenteken 3]. Navraag bij de Duitse politie leerde dat de eigenaar van het betreffende voertuig dergelijke goederen miste na een inbraak in zijn auto.23 Deze eigenaar ([naam 2]) heeft bij de Duitse politie aangifte gedaan van een inbraak in zijn auto tussen 16 januari 22:00 uur en 17 januari 2015 07:00 uur.24

Bewijsoverwegingen

Uit de hiervoor in samengevatte vorm weergegeven bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.

Feit 1:

In de nacht van 23 januari 2015 heeft verdachte samen met de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] enkele houtblokken van [slachtoffer 1] weggenomen bij haar woning aan de [pleegplaats 1]. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de gezamenlijke uitvoering van de diefstal in voldoende mate dat er sprake is geweest van medeplegen. Aldus handelend heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde feit. Dit feit acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte dat hij ten tijde van de diefstal lag te slapen in de auto acht de rechtbank ongeloofwaardig. Aangeefster heeft immers 3 mannen rond haar woning zien lopen. [verbalisant] heeft verdachte op de camerabeelden van aangeefster herkend als zijnde één van die 3 mannen, nadat hij verdachte kort na de melding in het bijzijn van zijn 2 medeverdachten had aangetroffen in de buurt van de woning van aangeefster.

Feit 2 tot en met 5:

Met betrekking tot de verschillende goederen die in het huisje met [nummer] op [pleegplaats 1] werden aangetroffen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. Daartoe acht de rechtbank met name de volgende omstandigheden redengevend. Het staat vast dat verdachte in de periode van maandag 19 januari 2015 tot en met vrijdag 23 januari 2015 in het huisje met [nummer] heeft verbleven dat werd gehuurd door medeverdachte [medeverdachte 2]. De goederen die in het huisje met [nummer] aanwezig waren, bleken afkomstig te zijn uit diefstallen, gepleegd in de aangehaalde periode of kort daarvoor. Beide medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], hebben afzonderlijk van elkaar bij de politie verklaard dat zij in de dagen voorafgaand aan hun aanhouding steeds in gezelschap van verdachte zijn geweest. De in het huisje met [nummer] aangetroffen kleding en DNA-sporen van verdachte ondersteunen die verklaringen. Hetzelfde geldt voor de verklaring van de leidinggevende van de bibliotheek te [plaats 1] , die op 20 januari 2015 drie mannen in de Mercedes van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gezien.

De rechtbank gaat daarom uit van de verklaringen van beide medeverdachten, die verdachte gedurende de gehele aangehaalde periode als verblijvend in het huisje met [nummer] plaatsen. Gelet op de aard en hoeveelheid van deze goederen, acht de rechtbank verdachtes verklaring, dat hij niets bijzonders heeft opgemerkt in het huisje, ongeloofwaardig. De gestolen goederen lagen immers vrijwel allemaal in de woonkamer en in de gang, plaatsen waar ook verdachte zich tijdens zijn verblijf herhaaldelijk moet hebben opgehouden. Hierbij weegt de rechtbank mee, dat het dikwijls om gelijksoortige goederen ging, zoals koffers met boormachines en andere gereedschappen. Gelet op deze feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte heeft geweten dat de betreffende goederen van misdrijf afkomstig waren.

Door gezamenlijk in een huisje met gestolen goederen te verblijven, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in vereniging voorhanden hebben daarvan. Naar zijn aard is voor het medeplegen van ‘voorhanden hebben’ naar het oordeel van de rechtbank niet vereist dat de nauwe en bewuste samenwerking zich in expliciete handelingen heeft gemanifesteerd. De gezamenlijke uitvoering ligt reeds besloten in de aanwezigheid van zowel verdachte als de medeverdachten als de goederen in het huisje.

Het voorgaande geldt evenzeer voor zover de tenlastelegging ziet op goederen die volgens de aangiftes zijn gestolen, maar niet in het huisje zijn aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is boven redelijke twijfel verheven dat verdachte samen met zijn kompanen ook over die goederen heeft beschikt, temeer daar het bezoek aan de bibliotheek erop wijst, dat zij goederen hebben verkocht via Marktplaats. Daarin vindt de rechtbank een logische verklaring voor het ontbreken van de goederen in het huisje nadat verdachte was aangehouden in verband met de diefstal van de houtblokken.

Feit 5:

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor het voorhanden hebben van de goederen van aangever [slachtoffer 3]. De rechtbank zal verdachte om die reden in zoverre vrijspreken van het ten laste gelegde.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3 subsidiair, onder 4 subsidiair en onder 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de nacht van 22 op 23 januari 2015, te [pleegplaats 1] , gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal blokken hout, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.
subsidiair:

hij in de periode van 22 tot en met 23 januari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, boormachines, een schroefmachine, een boorhamer, een koffer, een zaklantaarn, een acculader, en accu’s voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.
subsidiair:
hij in de periode van 20 januari 2015 tot en met 23 januari 2015, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, bladblazers, een kettingzaag, bosmaaiers, twee kettingzaagbladbeschermers en twee heggescharen, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4. subsidiair:

hij in de periode van 19 tot en met 23 januari 2015, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een generator, een tas, een klopboormachine, een heteluchtpistool, een compressor, een koffer aircotechniek, een drukmeter, een batterijmeter, een elektrische schroevendraaier, een aktentas, een accuboormachine, een acculader, een spanningzoeker, een ratelsleutel, een slijpmachine, een computer (notebook), een computer Apple mini, een diagnosemeter, een borenslijpmachine, een hydraulische pers, stekkergereedschap, een manometerset, een meetslangset, een tappen set, een halogeendetector en een luchtfrees, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;


5.

hij in de periode van 16 januari 2015 tot en met 23 januari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een slijpmachine (Hilti) en een acculader (Hilti) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1 primair: diefstal door twee of meerdere verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2 subsidiair: medeplegen van opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3 subsidiair: medeplegen van opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4 subsidiair: medeplegen van opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5: medeplegen van opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 13 mei 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld, alsmede de over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportage d.d. 7 april 2015 en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals ter terechtzitting door de raadsman uiteengezet.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en opzetheling, in vereniging gepleegd. Met betrekking tot de diefstal van de houtblokken overweegt de rechtbank dat verdachte zich ’s nachts met zijn medeplegers rondom de woning van [slachtoffer 1] heeft begeven. Het slachtoffer heeft het drietal vervolgens op haar bewakingscamera gadegeslagen, hetgeen haar hevige schrik heeft aangejaagd. Ten aanzien van de bewezenverklaarde gevallen van opzetheling overweegt de rechtbank dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van vermogenscriminaliteit zoals het plegen van diefstallen met braak. Naar het oordeel van de rechtbank treft de heler een gelijksoortig verwijt als de dief, nu diefstal lonend wordt gemaakt door heling.

In het onderhavige geval zijn de slachtoffers op bijzonder kwalijke wijze getroffen in de uitoefening van hun beroepsmatige werkzaamheden. De geheelde goederen betroffen immers professionele gereedschappen. Bovendien is bij de gepleegde diefstallen die aan de heling vooraf zijn gegaan, schade toegebracht aan bedrijfsauto’s. De rechtbank houdt verdachte medeverantwoordelijk voor de overlast die de slachtoffers daardoor en door het gemis van hun gereedschappen moeten hebben ervaren. Zij zijn bovendien ernstig belemmerd in de uitvoering van hun dagelijkse werkzaamheden.

Als reactie op deze feiten is naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens soortgelijke feiten als de onderhavige, alsook voor geweldsdelicten. De rechtbank wijst er voorts op, dat verdachte ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten nog in een proeftijd liep met betrekking tot een eerder begane poging tot diefstal.

Voor enig vergelijk heeft de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS in aanmerking genomen. Als uitgangspunt voor een diefstal uit een bedrijfspand wordt daar (in geval van recidive) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken gehanteerd. In het onderhavige geval is sprake geweest van een viertal gevallen van heling, waaraan een diefstal uit een of meer bedrijfsauto’s is voorafgegaan. Voor deze 4 bewezen verklaarde gevallen van heling zou derhalve in beginsel – zonder rekening te houden met de meerdaadse samenloop – een gevangenisstraf van 40 weken als ijkpunt kunnen dienen voor het afleiden van een passende straf. Daar komt dan nog de diefstal van de houtblokken bij.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsadvies van 7 april 2015, waarin wordt geadviseerd om verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daaraan gekoppeld enkele bijzondere voorwaarden. Nu verdachte ter terechtzitting duidelijk heeft aangegeven niets met de reclassering te maken te willen hebben en zich ook niet aan de voorwaarden te zullen houden, ziet de rechtbank echter geen reden om het advies over te nemen.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden passend en geboden is.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen - met uitzondering van de houtblokken - dient te worden gehandeld zoals door de officier van justitie is gevorderd conform de overgelegde beslaglijst, nu op dit punt door de verdediging geen verweer is gevoerd en de rechtbank ook overigens geen aanleiding ziet om daarvan af te wijken. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen houtblokken moeten worden teruggegeven aan [slachtoffer 1], nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet .

Benadeelde partij [bedrijf 2] (feit 2 subsidiair)

[bedrijf 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 2 primair ten laste gelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 595,40 aan materiële schade.

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De vordering ziet immers op schade die verband houdt met het onder 2 primair ten laste gelegde, terwijl verdachte terzake zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voor de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel acht de rechtbank geen termen aanwezig.

Benadeelde partij [bedrijf 1] (feit 3 subsidiair)

[bedrijf 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 3 primair ten laste gelegde feit respectievelijk het aan verdachte onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 4.864,- aan materiële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank is omtrent de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de indiener van de vordering onvoldoende komen vast te staan. Er is geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat de indiener bevoegd was om namens de benadeelde partij een vordering in te dienen. Om die reden kan de rechtbank de vordering niet in behandeling nemen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Ook de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel acht de rechtbank vanwege het ontbreken van een machtiging niet mogelijk.

Benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 5)

[slachtoffer 3] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 5 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 2.900,- aan materiële schade.

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De vordering ziet immers op schade die verband houdt met de heling van de in te tenlastelegging opgenomen goederen van [slachtoffer 3], terwijl verdachte terzake zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij zal daarom niet- ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts [slachtoffer 3] rechter aanbrengen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 09/183427-14

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 24 september 2014, gewezen door de politierechter in de rechtbank Den Haag, is de verdachte veroordeeld tot - voor zover hier van belang - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 8 oktober 2014.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 19 mei 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3 subsidiair, onder 4 subsidiair en onder 5 bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 24 september 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14g, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair, onder 3 primair en onder 4 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair, onder 2 subsidiair, onder 3 subsidiair, onder 4 subsidiair en onder 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven zijn vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag d.d. 24 september 2014, te weten: 4 weken.

De rechtbank verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen zoals vermeld bij de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, met uitzondering van de houtblokken.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen zoals vermeld bij de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

De rechtbank gelast de teruggave aan de rechthebbenden en aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals vermeld bij de aan dit vonnis gehechte beslaglijst. De rechtbank gelast de teruggave van de houtblokken aan [slachtoffer 1].

De rechtbank bepaalt dat de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 2], [bedrijf 1] en [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk zijn en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht . De rechtbank bepaalt voorts dat deze benadeelde partijen en veroordeelde hun eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mrs. E. Läkamp en A. Heidekamp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 juni 2015.

Mr. Läkamp en mr. Vermeer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal aangifte d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 295 e.v. van proces-verbaal PL0100-2015060656 d.d. 2 maart 2015 van Politie Eenheid Noord-Nederland.

2 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 90 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

3 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 90 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

4 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 98 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

5 Reserveringsformulier [huisje met nummer], opgenomen op p. 197 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

6 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 114 e.v. van voornoemd proces-verbaal, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2], Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 februari 2015, opgenomen op p. 184 e.v. van voornoemd proces- verbaal en Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 februari 2015, opgenomen op p. 185 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

7 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 19 februari 2015, met bijlagen, met proces-verbaalnummer PL0100-2015022542.

8 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 98 e.v. van proces-verbaal PL0100-2015060656 en Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 116 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

9 Bijlagen bij het voorblad van voornoemd proces-verbaal.

10 Proces-verbaal bevindingen d.d. 25 januari 2015, opgenomen op p. 121 van voornoemd proces-verbaal.

11 Proces-verbaal bevindingen d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 117 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

12 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p. 270 e.v. van voornoemd proces-verbaal, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2].

13 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 23 januari 2015, opgenomen op p . 244 e. v. van voornoemd proces-verbaal, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1].

14 Proces-verbaal aangifte d.d. 24 januari 2015, met bijlagen, opgenomen op p. 311 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

15 Proces-verbaal bevindingen d.d. 24 januari 2015, opgenomen op p. 118 van voornoemd proces-verbaal.

16 Proces-verbaal bevindingen d.d. 28 januari 2015, opgenomen op p. 169 e.v. van voornoemd proces-verbaal, Bewijs van ontvangst d.d. 27 januari 2015, opgenomen op p. 80 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

17 Proces-verbaal aangifte d.d. 24 januari 2015, met bijlagen, opgenomen op p. 291 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

18 Proces-verbaal bevindingen d.d. 24 januari 2015, opgenomen op p. 118 van voornoemd proces-verbaal.

19 Proces-verbaal bevindingen d.d. 26 januari 2015, opgenomen op p. 124 van voornoemd proces-verbaal, Bewijs van ontvangst d.d. 26 januari 2015, opgenomen op p. 78 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

20 Proces-verbaal aangifte d.d. 25 januari 2015, met bijlagen, opgenomen op p. 283 e.v. van voornoemd proces-verbaal, Proces-verbaal bevindingen d.d. 25 januari 2015, opgenomen op p. 21 van voornoemd proces-verbaal.

21 Proces-verbaal bevindingen d.d. 24 januari 2015, opgenomen op p. 118 van voornoemd proces-verbaal.

22 Proces-verbaal bevindingen d.d. 20 februari 2015, opgenomen op p. 82 e.v. van voornoemd proces-verbaal, Proces-verbaal bevindingen d.d. 25 januari 2015, opgenomen op p. 21 van voornoemd proces-verbaal, Bewijs van ontvangst d.d. 25 januari 2015, opgenomen op p. 72 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

23 Proces-verbaal bevindingen d.d. 30 januari 2015, opgenomen op p. 171 e.v. van voornoemd proces-verbaal.

24 Bescheinigung über die Erstattung einer Anzeige, opgenomen op p. 303 e.v. van voornoemd dossier.