Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2870

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
17-06-2015
Zaaknummer
18.930187-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en medeplegen van valsheid in geschrift tot 80 uur taakstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930187-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juni 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 02 juni 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.W. Brouwer, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 15 maart 2007 tot en met 27 januari 2010
in de gemeente(n) Westerveld en/of Hardenberg en/of Zwolle, althans in het/de
arrondissement(en) Noord-Nederland en/of Oost-Nederland, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke
perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,
als bestuurder van de [besloten vennootschap],
welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te [plaats] van 9 juni 2009, in
staat van faillissement is verklaard,
ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s),

niet heeft voldaan en/of niet voldeed aan de op haar rustende verplichtingen
ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste
lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van
Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of tevoorschijn
brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die
artikel(en) bedoeld,
immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke
perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,
niet een (volledige en/of samenhangende) administratie, als boven bedoeld,
gevoerd en/of bijgehouden en/of aan de curator overgelegd;

art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 343 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 343 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht
art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

het aan verdachte te wijten is dat
in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 27 januari 2010 in de
gemeente(n) Westerveld en/of Hardenberg en/of Zwolle, althans in het/de
arrondissement(en) Noord-Nederland en/of Oost-Nederland, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke
perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,
als bestuurder van de [besloten vennootschap],
welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te [plaats] van 9 juni 2009, in
staat van faillissement is verklaard,

niet is voldaan aan de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen, en/of
dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die
artikelen administratie is gevoerd, en/of de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden
staat te voorschijn werden gebracht,
immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke
perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,
niet een (volledige en/of samenhangende) administratie, als boven bedoeld,
gevoerd en/of bijgehouden en/of aan de curator overgelegd;

art 342 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht


2.

zij in of omstreeks mei 2009 in de gemeente(n) Coevorden en/of Hardenberg e/of
Westerveld, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een
inschrijvingsformulier van de Kamer van Koophandel - zijnde een geschrift dat
bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt
of vervalst,
immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
- valselijk op dat formulier (document KvK 3, dossierpagina 365 t/m 370)
vermeld of doen/laten vermelden (onder punt 9 en/of 10) dat de [stichting]
per 26 maart 2009 bestuurder en/of directeur was
geworden van [besloten vennootschap]., en/of daartoe dat formulier heeft ondertekend of
doen/laten ondertekenen namens die stichting,
en/of
- (vervolgens) dat formulier (onder punt 11) als juist heeft ondertekend of
doen/laten ondertekenen namens [besloten vennootschap],
zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of
door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 4 juni 2009, althans in of omstreeks juni 2009, te [pleegplaats 1]
en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3], in elk geval in Nederland, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een authentieke akte,
te weten (een afschrift van) een Akte levering aandelen, opgemaakt door
[notaris] en/of het notariskantoor [pleegplaats 2], valselijk heeft
doen opnemen dat er daadwerkelijk een directiewisseling in de vennootschap
[besloten vennootschap]. zou plaatsvinden of had plaatsgevonden, te weten dat mevrouw [verdachte]
zou aftreden/aftrad als bestuurder van die vennootschap en dat
de [stichting] tot bestuurder werd benoemd en wel met ingang
van 26 maart 2009, van de waarheid van welk(e) feit(en) die akte moest doen
blijken,
terwijl verdachte en/of haar medeverdachte(n) wist(en) dat die [stichting]

op 26 maart 2009 nog niet was opgericht en/of dat er in
werkelijkheid en/of feitelijk helemaal geen directiewisseling zou plaatsvinden
of had plaatsgevonden en/of geen overdracht van juridische en/of feitelijke
bevoegdheden en/of geen wijziging in het feitelijke optreden van het bestuur
had plaatsgevonden op die datum, in elk geval dat er sprake was van een
schijnconstructie ten aanzien van die bestuurswisseling,
zulks met het oogmerk om die akte of een afschrift daarvan te gebruiken of
door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de
waarheid;

art 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis;

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie en evenals als de raadsman van verdachte het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

De rechtbank is met betrekking tot de door de notaris opgemaakte akte van levering van aandelen van oordeel dat onvoldoende is gebleken van betrokkenheid en/of wetenschap van verdachte bij de formulering van de tekst in de akte en de ondertekening ervan.

De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen aan verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd het volgende.

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en anders dan de raadsman van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als bestuurder van de in staat van faillissement verklaarde [besloten vennootschap], ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s), tezamen en in vereniging met een ander, niet heeft voldaan de verplichting de administratie van voornoemde B.V. te voorschijn te brengen.

De rechtbank overweegt hierbij dat op verdachte, als bestuurder van de rechtspersoon, de zwaarwegende zorgplicht ten aanzien van het voeren, bewaren en te voorschijn brengen van de administratie rust. Verdachte is deze zorgplicht niet nagekomen. Verdachte heeft daardoor bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er geen administratie aan de curator in bedoeld faillissement werd overgelegd. In dit verband is van belang dat niet is aangetoond dat de administratie is overgedragen aan de nieuwe eigenaar ([stichting]) van de aandelen van [besloten vennootschap]..

De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd het volgende.

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en anders dan de raadsman van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, een inschrijvingsformulier van de kamer van koophandel, valselijk heeft opgemaakt.

De rechtbank overweegt hierbij dat verdachte heeft verklaard het formulier te hebben ondertekend. Verdachte heeft daarbij de zwaarwegende plicht de juistheid van de (gehele) inhoud van het formulier te verifiëren.

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

[aangever], curator in het faillissement van [besloten vennootschap] verklaart -zakelijk weergegeven-1: Op 9 juni 2009 is door de rechtbank te [plaats] in staat van faillissement verklaard de [besloten vennootschap]2 In het kader van de afwikkeling van het faillissement heb ik vastgesteld dat de bestuurder niet in staat is de administratie van de vennootschap aan mij over te dragen. Ondanks herhaald verzoek om een volledige administratie af te geven heeft de bestuurder dat niet gedaan. De bestuurder heeft verklaard daartoe niet in staat te zijn. Er is geen administratie. Op grond van bovenstaande is sprake van een vermoeden van bedrieglijke bankbreuk, waarvan ik hierbij aangifte doe.

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart -zakelijk weergegeven-3: [besloten vennootschap] heeft op mijn naam gestaan. Het bedrijf [stichting] stond op mijn naam, dus eigenlijk ben ik eigenaar. We moesten bij de curator komen, er was geen administratie te vinden.

Wij tonen u nu KVK3 van de documentenmap. Volgens deze gegevens van de Kamer van Koophandel werd op 22 mei 2009 doorgegeven dat per 26 maart 2009 de [stichting] aandeelhouder en bestuurder is geworden van [besloten vennootschap]. Wiens handtekening is geplaatst namens [stichting]? Mijn handtekening staat er wel onder. De handtekening buiten de hokjes is wel weer mijn handtekening. Het plaatsen van de handtekening moet ik gedaan hebben.

[medeverdachte 2] verklaart -zakelijk weergegeven-4: [naam 1] vertelde dat hij [besloten vennootschap] over ging nemen. In de BV zat een BMW X5. [naam 1] vroeg mij toen of ik met hem mee wilde gaan om deze BMW op te halen. [naam 1] vroeg of [medeverdachte 1], mijn vrouw, de stichting op naam wilde hebben. [medeverdachte 1] was de eigenaar van [stichting]. Als er iets geregeld moest worden dan deed ik dat. [besloten vennootschap] is overgenomen door [stichting], via de notaris of Kamer van Koophandel. De aandelenoverdracht is in [pleegplaats 2] geregeld. Alleen de BMW hebben wij gekregen van [besloten vennootschap]. Ik ben naar de curator gegaan. Deze vroeg om administratie, die had ik niet. Op papier klopt het dat wij de boekhouding moesten overdragen.

Wij tonen u nu KvK 3 van de documentenmap. Volgens deze gegevens van de Kamer van Koophandel werd op 22 mei 2009 doorgegeven dat per 26 maart 2009 de [stichting] aandeelhouder en bestuurder is geworden van [besloten vennootschap]. Wiens handtekening is onder 9.4 geplaatst namens [stichting]? Dat is [medeverdachte 1] haar handtekening. Het is mijn handschrift.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-5: We zijn [besloten vennootschap] opgestart en dat kwam op mijn naam. Ik was de eigenaar. [medeverdachte 3] heeft het geregeld. [medeverdachte 3] heeft de brieven opgesteld. Ik heb wel ondertekend. Mijn man [medeverdachte 3] was de leidinggevende/ bestuurder van dit bedrijf. Een bedrijfsauto, BMW X5 is overgegaan. Die man heeft de auto opgehaald. Op een gegeven moment belde [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 3] dat hij bij de curator moest komen. Hij moest de administratie en de boekhouding overleggen aan de curator.

Wij tonen u nu KvK 3 van de documentenmap. Volgens deze gegevens van de Kamer van Koophandel werd op 22 mei 2009 doorgegeven dat per 26 maart 2009 de [stichting] aandeelhouder en bestuurder is geworden van [besloten vennootschap]. Wiens handtekening is onder 11.1 geplaatst namens [verdachte] waaruit blijkt dat dit formulier naar waarheid is ingevuld? Dat is mijn handtekening. Ook het handschrift is van mij.

[medeverdachte 3] verklaart -zakelijk weergegeven-6:

Eigenlijk deed is alles bij [besloten vennootschap]. [verdachte] was de eigenaar van het bedrijf. Ik was de leidinggevende/bestuurder van het bedrijf. Ik ben begin van 2009 bezocht door [medeverdachte 2] en [naam 1]. Zij kwamen met het plan dat [medeverdachte 2] het bedrijf over zou gaan nemen. Dit was rond februari 2009 of zoiets. Ik hoorde later dat [medeverdachte 2] eigenaar was van de [stichting]. De aandelen van [besloten vennootschap] zijn op 4 juni 2009 overgenomen. Dat is met volmachten gegaan bij notariskantoor [pleegplaats 2]. Het bestuurderschap is overgenomen op 26 maart 2009. Deze datum is door ons beiden, verkoper en koper aangegeven. De leaseauto BMW is al vrij snel opgehaald. Dit was kort na 26 maart 2009. [medeverdachte 2] heeft deze opgehaald. Verder heeft hij de pinpassen van [besloten vennootschap] meegenomen.

Wij tonen u nu KvK 3 van de documentenmap. Volgens deze gegevens van de Kamer van Koophandel werd op 22 mei 2009 doorgegeven dat per 26 maart 2009 de [stichting] aandeelhouder en bestuurder is geworden van [besloten vennootschap]. Wie zijn handschrift is dit? Onder 1.1 is mijn handschrift. Wie zijn handschrift is dit gedeelte wat doorgestreept is? Dat is [medeverdachte 2] zijn handschrift volgens mij. Ik weet niet wiens handtekening onder 9.4 staat. De handtekening onder 11.1 is van [verdachte]. Ik heb de eerste gedeelten ingevuld. [verdachte] heeft getekend en [medeverdachte 2] heeft de papieren meegenomen.

[naam 1] verklaart -zakelijk weergegeven-7: Ik heb [stichting] opgericht op naam van mevrouw [medeverdachte 1] op verzoek van de heer [medeverdachte 2]. Het was volgens mij april 2009. [medeverdachte 2] was de leidinggevende. De heer [naam 2] belde mij dat hij een probleem had. Ik heb [naam 2] toen een andere BV geleverd. Volgens mij weer op naam van zijn vrouw. Het oude bedrijf is naar [medeverdachte 2] gegaan. Die wilde dit bedrijf, [besloten vennootschap], saneren. Samen met [medeverdachte 2] ben ik er twee keer geweest. Ook nog een keer om de BMW X5 op te halen. Ik heb de boekhouding nooit gezien.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel inzake [besloten vennootschap]. d.d. 9 juni 20098: Enig aandeelhouder is [stichting] sinds 26 maart 2009. Enig bestuurder is [stichting] sinds 26 maart 2009.

Handelsregisterhistorie van de Kamer van Koophandel inzake [besloten vennootschap]. d.d. 9 juni 20099: Aandeelhouder bestuurder vanaf 15 maart 2007 is [verdachte]. Zij is uit functie getreden op 26 maart 2009.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel inzake [stichting] d.d. 9 juni 200910: Akte van oprichting van de [stichting] is gedateerd op 7 april 2009. Bestuurder sinds 7 april 2009 is [medeverdachte 1].

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel inzake [besloten vennootschap]. d.d. 9 juni 200911: Enig aandeelhouder is [stichting] sinds 26 maart 2009. Enig bestuurder is [stichting] sinds 26 maart 2009.

Formulier 11 functionaris voor een rechtspersoon ingekomen 27 mei 200912: op pagina 369 [stichting] staat dat [medeverdachte 1] per 26 maart 2009 directeur is van [besloten vennootschap]. Handtekening van [medeverdachte 1] bij 9.4. Op pagina 370, staat dat [verdachte] op 22 mei 2009 onder 11.1 het formulier naar waarheid is ingevuld en heeft ondertekend.

Formulier 16 wijziging functionaris gegevens ingekomen 27 mei 200913: Op pagina 372 staat dat [verdachte] per 26 maart 2009 is uitgetreden als directeur. Handtekening van [verdachte]. Op pagina 374, staat dat [verdachte] op 22 mei 2009 onder 7.1 het formulier naar waarheid is ingevuld en heeft ondertekend.

Akte van oprichting [stichting]14: [stichting] is op 7 april 2009 opgericht. [medeverdachte 1] is oprichter.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 15 maart 2007 tot en met 04 juni 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een andere natuurlijke persoon, als bestuurder van de [besloten vennootschap], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te [plaats] van 9 juni 2009, in
staat van faillissement is verklaard,
ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers,

niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting van het tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon, niet een administratie, als boven bedoeld, aan de curator overgelegd;


2.

zij in mei 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een inschrijvingsformulier van de Kamer van Koophandel - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen,
- valselijk op dat formulier (document KvK 3, dossierpagina 365 t/m 370) vermeld of doen/laten vermelden (onder punt 9 en/of 10) dat de [stichting] ([stichting]) per 26 maart 2009 bestuurder en directeur was geworden van [besloten vennootschap]., en daartoe dat formulier heeft ondertekend of doen/laten ondertekenen namens die stichting, en
- vervolgens dat formulier (onder punt 11) als juist heeft ondertekend of doen/laten ondertekenen namens [besloten vennootschap],
zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of
door anderen te doen gebruiken;

De verdachte zal van het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Onder 1 primair: Medeplegen van als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon, niet voldoen aan de op haar rustende verplichting van het tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,

strafbaar gesteld bij artikel 343 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

Onder 2: medeplegen van valsheid in geschrift,

strafbaar gesteld bij artikel 225 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldige gemaakt aan medeplegen van bedrieglijke bankbreuk door het niet overleggen van de administratie aan de curator in het uitgesproken faillissement van de [besloten vennootschap] Daarnaast heeft zij zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift door in een inschrijvingsformulier van de Kamer van Koophandel op te nemen dat [stichting] per 26 maart 2009 bestuurder en directeur was geworden van voornoemde B.V.

De rechtbank rekent verdachte deze feiten aan. Verdachte heeft door haar handelen de belangen van de schuldeisers in het faillissement in [besloten vennootschap]. geschonden. Tevens heeft zij schade toegebracht aan het vertrouwen in de juistheid van de informatie in de openbare registers van de kamer van Koophandel.

In strafmatigende zin betrekt de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat dat het om relatief oudere feiten gaat.

De rechtbank is op grond van de ernst van de feiten, in samenhang met de hiervoor

weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een werkstraf en -ter voorkoming van recidive en om de ernst van de feiten te benadrukken- een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd dienen te worden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 80 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter,

mrs. O.J. Bosker en M.A.A. van Capelle, rechters,

bijgestaan door J. Hoogeveen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2015.

1 op pagina 113ev van het proces-verbaal van politie Noord-Nederland, BVO-nummer: 03DRF12002 (het PV)

2 op pagina. 465 [aangever] 1 Documentenmap

3 op pagina 41ev van het PV

4 op pagina 53ev van het PV

5 op pagina 64ev van het PV

6 op pagina 83ev van het PV

7 op pagina 104ev van het PV

8 op pagina 467 [aangever] 2 documentenmap

9 Op pagina 469

10 Op pagina 472

11 Op pagina. 357 KvK 1 documentenmap

12 Op pagina 365 KvK 3 documentenmap

13 Op pagina 372

14 Op pagina 380 KvK 6 documentenmap