Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2712

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-05-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
C-17-140724 - FJ RK 15-245
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten jeugdhulp

artikel 6.1.2 Jeugdwet

vereisten verleningsbeslissing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaakgegevens : C/17/140724 / FJ RK 15-245

datum uitspraak: 20 mei 2015

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING, hierna te noemen de GI (gecertificeerde instelling), gevestigd te Amsterdam-Zuidoost.

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] te [geboorteplaats minderjarige], hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder], hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van het college van 20 maart 2015, ingekomen bij de griffie op 23 maart 2015

- de verklaring d.d. 22 april 2015 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder

- de instemmende verklaring d.d. 16 april 2015 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 6 mei 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [de minderjarige], bijgestaan door mr. M.W.J.M. van der Meer,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, mevrouw [naam gezinsvoogd].

Het verzoek


De GI heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van duur van de ondertoezichtstelling. [de minderjarige] verblijft sinds eind november in [de voorziening voor gesloten jeugdhulp]. In het begin van de plaatsing was [de minderjarige] erg boos en was er moeilijk contact met haar te krijgen. Dit is de afgelopen maanden verbeterd. Gebleken is dat [de minderjarige] veel ondersteuning nodig heeft bij de zelfverzorging. [de minderjarige] functioneert niet zoals leeftijdsgenoten omdat er sociaal-emotioneel gezien sprake is van een aanzienlijke achterstand. [de minderjarige] kan moeilijk meekomen met de anderen en zij wordt snel overvraagd. [de minderjarige] lijkt zichzelf te overschreeuwen. Sinds haar verblijf in [de voorziening voor gesloten jeugdhulp] is [de minderjarige] enigszins tot rust gekomen en is haar gedrag wat gestabiliseerd. In haar contacten met anderen is [de minderjarige] nog bijzonder kwetsbaar omdat zij de intenties van anderen niet goed kan inschatten en dit ook uitstraalt. [de minderjarige] heeft geen probleeminzicht en zij wil niet meewerken aan een plaatsing binnen een open setting. [de minderjarige] geeft aan geen hulp nodig te hebben en dat zij wel weer bij haar moeder kan gaan wonen. [de minderjarige] lijkt op dit moment niet optimaal van de behandeling in [de voorziening voor gesloten jeugdhulp] te kunnen profiteren, maar zij heeft de bescherming van een gesloten setting wel nodig totdat er een geschikte vervolgplek is gevonden. Ook zal er nog nadere diagnostiek moeten plaatsvinden. Een voorwaardelijke machtiging is, mede gelet op het wegloopgevaar van [de minderjarige], nog niet aan de orde.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [de minderjarige] wordt ontkend dat [de minderjarige] met een gedragsdeskundige heeft gesproken. Het verzoek voldoet hierdoor niet aan de formele vereisten en dient daarom te worden afgewezen. Daarnaast wordt aangevoerd dat de verleningsbeslissing te summier is, nu in voornoemde beslissing niet staat vermeld wat geïndiceerd is en voor hoe lang en omdat een deugdelijke motivering ontbreekt. Op grond hiervan dient deze beslissing te worden vernietigd. Met betrekking tot het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing wordt aangevoerd dat er geen onderzoek is gedaan naar de mogelijkheid van een voorwaardelijke machtiging. [de minderjarige] ziet inmiddels in dat zij behandeling nodig heeft, maar dit hoeft niet binnen een gesloten setting en kan ook binnen een open setting. [de minderjarige] betwist dat er sprake is van wegloopgevaar als zij binnen een open setting zou verblijven. [de minderjarige] voelt zich op de groep bij [de voorziening voor gesloten jeugdhulp] niet op haar plek. [de minderjarige] verzoekt primair tot afwijzing van het verzoek, omdat kan worden volstaan met een lichtere variant, de voorwaardelijke machtiging. Subsidiair wordt toewijzing voor drie maanden verzocht, zodat er spoedig kan worden bekeken of een plaating via Connecting Hands tot de mogelijkheden behoort. [de minderjarige] wil niet te ver van haar familie worden geplaatst.

De moeder stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie. De moeder begrijpt dat [de minderjarige] zich niet op haar plek voelt binnen [de voorziening voor gesloten jeugdhulp] en zij hoopt dat er spoedig een goede vervolgplek voor [de minderjarige] wordt gevonden.

De beoordeling

Met betrekking tot het verweer dat [de minderjarige] de gedragswetenschapper niet heeft gesproken, oordeelt de kinderrechter als volgt. De gedragswetenschapper heeft het gesprek met [de minderjarige] in zijn verklaring weergegeven. Namens en door [de minderjarige] is niet betwist dat deze inhoudelijk (grotendeels) klopt. De kinderrechter gaat ervan uit dat het gesprek tussen [de minderjarige] en de gedragswetenschapper wel heeft plaatsgevonden, omdat de gedragswetenschapper gebonden is aan zijn beroepscode en het hem niet is toegestaan een gesprek te fingeren. De kinderrechter kent aan deze omstandigheid meer gewicht toe dan aan de ontkenning van [de minderjarige], dat het gesprek heeft plaatsgevonden.

Met betrekking tot het verweer dat de verleningsbeslissing te summier is en daarom dient te worden vernietigd, oordeelt de kinderrechter als volgt. In de "Bepaling Jeugdhulp" van 22 april 2015 van de GI is de vorm van benodigde jeugdhulp opgenomen, de motivering dat deze vorm van jeugdhulp noodzakelijk is en de duur waarvoor het verzoek wordt gedaan. Voorts is vermeld dat over de in te zetten jeugdhulp is overlegd met de betreffende gemeente. De kinderrechter is van oordeel dat hiermee is voldaan aan de eisen, die aan een verleningsbeslissing gesteld kunnen worden. De motivering, dat een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie noodzakelijk is, is uitgebreider gegeven in het verzoekschrift. De kinderrechter is van oordeel dat de GI daarmee voldaan heeft aan de motiveringseis. Dit strookt ook met het gegeven dat tegen de verleningsbeslissing geen bezwaar en beroep open staan in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht, omdat tegen de inhoudelijke beslissing van de kinderrechter over de gevraagde machtiging hoger beroep open staat bij het hof.


Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de gronden van artikel 6.1.2 Jeugdwet is voldaan. De kinderrechter onderschrijft de zorgen van de GI over [de minderjarige]. Gelet op het feit dat er bij [de minderjarige] sprake is van een grote kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid vanuit haar verstandelijke beperking, maar mogelijk ook door andere problematiek, is het mogelijk dat [de minderjarige] gemakkelijk slachtoffer wordt van mensen die het niet goed met haar voor hebben. De kinderrechter is van oordeel dat de veiligheid van een gesloten setting noodzakelijk is om [de minderjarige] de veiligheid, structuur en het toezicht te bieden die zij nodig heeft en zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot [datum] 2015. De kinderrechter overweegt hierbij dat er nader onderzoek en behandeling dient plaats te vinden, waarvoor vooralsnog een gesloten uithuisplaatsing noodzakelijk is, omdat [de minderjarige] de noodzaak van hulp niet inziet en er dus bij haar geen draagvlak is om opgenomen te zijn in een open behandelinstelling.

Er is voldaan aan de criteria voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie. Daarmee is gegeven, dat naar het oordeel van de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging in dit geval niet passend is.

De kinderrechter heeft geen mogelijkheid geboden een familiegroepsplan op te stellen, gelet op de concrete ontwikkelingsbedreigingen.

De beslissing


De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van [datum] 2015 tot uiterlijk [datum] 2015 betreffende de minderjarige [de minderjarige];

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in tegenwoordigheid van O.C.F. de Haan als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2015.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden