Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2489

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
11-06-2015
Zaaknummer
18.830180-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op 1 mei 2015 een 37-jarige man uit Groningen wegens mensenhandel en twee mishandelingen veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De rechtbank acht bewezen dat de man het slachtoffer, destijds zijn partner, dwong om in de prostitutie te werken en haar geld aan hem af te staan. Tevens acht de rechtbank bewezen dat hij het slachtoffer tijdens hun relatie tweemaal mishandelde. De rechtbank sprak de man vrij van een poging tot zware mishandeling. De rechtbank kent de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding toe tot een bedrag van € 25.000,00.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 300,304,273F
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830180-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 mei 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 april 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door R.J. Mesland, advocaat te Haarlem.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.T. Kooistra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 4 februari 2011

te [pleegplaats 1] en/of te [pleegplaats 2] en/of te [pleegplaats 3] en/of te [pleegplaats 4] en/of te

[pleegplaats 5], althans (elders) in Nederland,

A) een ander, te weten [slachtoffer], (telkens) door dwang, geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere

feitelijke(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik

van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of door

misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die

omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte

wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor

beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele

aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst

van haar, [slachtoffer], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting

van die ander, te weten die [slachtoffer], (sub 6°),

immers is/heeft hij, verdachte:

- een relatie aangegaan met die [slachtoffer] en/of

- tijdens die relatie aan die [slachtoffer] gevraagd om thuis te blijven en/of niet

meer met vriendinnen en/of familie af te spreken en/of niet meer te gaan

werken en/of (aldus) die [slachtoffer] geïsoleerd van haar leefomgeving en/of (aldus)

die [slachtoffer] (volledig) afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij XTC en/of cocaïne moest gebruiken (waardoor

de gevoelens van die [slachtoffer] werden uitgeschakeld) en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij, verdachte, vaker meisjes had gehad die voor

hem in de prostitutie werkten en dat hij, verdachte, respect had voor die

meisjes en/of trots was op die meisjes en/of

- die [slachtoffer] (telkens) heeft meegenomen naar prostitutiebuurten om (onder

meer) te kijken wat de meisjes die daar werkzaam waren droegen en/of

- die [slachtoffer] naar diverse prostitutiebuurten gebracht om in de prostitutie te

werken en/of (daarbij) geld verstrekt aan die [slachtoffer] om lingerie en/of

keukenrol en/of glijmiddel en/of condooms te kopen en/of

- als die [slachtoffer] aangaf dat ze niet meer in de prostitutie wilde werken,

(telkens) boos geworden op die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] geslagen, althans

fysiek geweld gepleegd tegen die [slachtoffer] en/of

- ( telkens) tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze nog maar een paar keer hoefde te

werken en/of dat het snel voorbij zou zijn en/of dat andere meisjes het ook

konden en/of dat ze van het door die [slachtoffer] verdiende geld leuke dingen

gingen doen en/of gingen sparen voor de toekomst en/of

- als die [slachtoffer] (veel) geld had verdiend, tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij,

verdachte, trots was op haar en/of

- als die [slachtoffer] zei dat ze weg wilde, tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze vies

was geworden door prostitutie en niemand meer van haar kon houden en/of dat

hij die [slachtoffer] aan de verwarming zou vastmaken en/of fysiek geweld gebruikt

tegen die [slachtoffer] en/of

- het door die [slachtoffer] verdiende geld aan hem, verdachte laten afstaan en/of

van die [slachtoffer] afgenomen;

2.

hij op of omstreeks 18 december 2010 te [pleegplaats 6], ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (te weten zijn,

verdachtes, levensgezel), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet:

- die [slachtoffer] aan de haren en/of kleding een (aantal) verdieping(en) naar boven

heeft getrokken (waardoor de rug en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] over/langs

een (stenen) trap schuurden) en/of

- die [slachtoffer] met het hoofd tegen de muur heeft geslagen en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer] bij de keel heeft gegrepen en/of in de keel heeft geknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 december 2010 te [pleegplaats 6], opzettelijk [slachtoffer] (te

weten zijn, verdachtes, levensgezel) heeft mishandeld, immers heeft hij,

verdachte:

- die [slachtoffer] aan de haren en/of kleding een (aantal) verdieping(en) naar boven

getrokken (waardoor de rug en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] over/langs een

(stenen) trap schuurden) en/of

- die [slachtoffer] met het hoofd tegen de muur geslagen en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer] bij de keel gegrepen en/of in de keel geknepen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 20 mei 2011, op

diverse data en/of tijdstippen, te [pleegplaats 1] en/of (elders) in Nederland,

(meermalen) opzettelijk [slachtoffer] (te weten zijn, verdachtes, levensgezel)

heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, (meermalen):

- het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] (met kracht) tegen de muur en/of de

vloer geslagen en/of geduwd en/of

- met een douchekop op het hoofd van die [slachtoffer] geslagen en/of

- de keel van die [slachtoffer] dichtgeknepen en/of

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of in het

gezicht en/of de arm(en) van die [slachtoffer] geknepen en/of

- aan de haren van die [slachtoffer] getrokken en/of

- die [slachtoffer] van de trap gegooid,

waardoor deze [slachtoffer] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2. primair en 3. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 26.500,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van alle onder 1. ten laste gelegde sub-onderdelen van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: art. 273f Sr.), te weten 1, 4, 6 en 9. Volgens de officier van justitie heeft verdachte gebruik gemaakt van de dwangmiddelen dwang, geweld, misleiding en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Hiertoe heeft de officier van justitie gewezen op de consistente en gedetailleerde verklaringen van [slachtoffer] (hierna: aangeefster), die in voldoende mate worden ondersteund door verschillende objectieve en subjectieve bewijsmiddelen.

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1. ten laste gelegde bepleit. Hiertoe heeft hij onder meer aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster onvoldoende worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen om in de prostitutie te gaan werken, noch dat hij haar heeft gedwongen om haar verdiensten aan hem af te staan, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op basis van de verklaringen van aangeefster en de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte staat in ieder geval vast dat aangeefster tijdens haar relatie met verdachte in de prostitutie is gaan werken en dat verdachte verdiensten van aangeefster ontving. De centrale vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of verdachte haar daartoe heeft gedwongen met enig in art. 273f Sr. opgenomen dwangmiddel.

De verklaringen van aangeefster houden, zakelijk weergegeven en voor zover hier relevant, het volgende in. De relatie tussen verdachte en aangeefster was in het begin goed, maar na verloop van tijd werd aangeefster steeds meer door verdachte geïsoleerd. Aangeefster mocht niet meer met haar vrienden en vriendinnen afspreken, moest stoppen met haar baan en moest thuisblijven als verdachte wegging. Aangeefster werd aldus - sociaal en emotioneel - van verdachte afhankelijk. Verdachte nam aangeefster meermalen mee naar de prostitutiebuurt in [pleegplaats 1] en sprak telkens met veel respect over de prostituees. Toen zij in financiële problemen kwamen en verdachte voorstelde dat aangeefster drie dagen in de prostitutie kon gaan werken om de problemen op te lossen, had aangeefster het gevoel dat ze geen nee kon zeggen en dat ze zich aan verdachte moest bewijzen. Toen aangeefster het na de eerste dag niet meer zag zitten, werd verdachte boos en negeerde hij haar. Enige tijd later stelde verdachte aangeefster voor om drie dagen te gaan werken, zodat ze leuke dingen konden doen. Aangeefster stemde hiermee in. Dit patroon herhaalde zich diverse malen, waarbij verdachte telkens trots op aangeefster was als ze veel geld had verdiend en boos of chagrijnig als aangeefster in zijn ogen niet genoeg had verdiend of niet lang genoeg had gewerkt. Het door aangeefster verdiende geld - wat was bestemd voor hun gezamenlijk leven - werd door verdachte achtergehouden, meegenomen of voor zichzelf uitgeven.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de verklaringen van aangeefster consistent en gedetailleerd zijn en op diverse punten worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, te weten de verklaringen van [getuige 2], [getuige 1] en [getuige 3] en een mutatie van de politie Gelderland-Midden. Daarnaast vormen de door verdachte aan aangeefster verzonden sms-jes ondersteunend bewijs. Verdachte heeft ter terechtzitting - in tegenstelling tot hetgeen hij bij de politie heeft verklaard - toegegeven dat hij wist dat aangeefster tijdens hun relatie is begonnen met werken in de prostitutie. Hij heeft voorts verklaard dat hij verder niets met haar werkzaamheden te maken heeft gehad en dat er geen sprake was van dwang.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de verklaringen van aangeefster en tevens uit een aantal nader op te nemen sms-berichten anders. In verschillende sms-berichten heeft verdachte aangeefster onder meer duidelijk gemaakt dat ze zich moet aanpassen, dat ze moet doorzetten en niet moeilijk moet doen. Ook heeft verdachte daarbij aan haar gevraagd of ze alles soms met iemand anders wil.

Naar het oordeel van de rechtbank passen de sms-berichten bij de verklaringen van aangeefster en ondersteunen zij die verklaringen. Deze sms-berichten gaan verder dan slechts "oppeppen", zoals verdachte ter terechtzitting verklaarde met betrekking tot de inhoud van de berichten.

Daarbij komt nog dat aangeefster meermalen door verdachte is mishandeld, zoals de rechtbank hierna bij de bespreking van het onder 2. en 3. ten laste gelegde zal overwegen. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat verdachte aangeefster middels de afzonderlijke mishandelingen direct dwong om in de prostitutie te werken of om haar verdiensten af te staan, maar de rechtbank ziet de mishandelingen door verdachte wel in het licht van het volledig aan zijn wil onderwerpen van aangeefster en het in stand houden van de ongelijke relatie.

Naar aanleiding van bovenstaande overwegingen en op basis van de nader te noemen bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag of verdachte aangeefster met enig dwangmiddel heeft gedwongen om in de prostitutie te (blijven) werken en haar geld af te (blijven) staan positief te worden beantwoord. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat hij gaandeweg de relatie op aangeefster kreeg, onder andere door haar te isoleren en te mishandelen. Voorts heeft verdachte aangeefster misleid door (telkens) te zeggen dat aangeefster maar (eenmalig) drie dagen hoefde te werken en door te doen alsof haar verdiensten voor hun gezamenlijke leven gebruikt zouden worden.

De rechtbank zal het onder 1. ten laste gelegde derhalve bewezen verklaren.

Beoordeling van het bewijs ten aanzien van het onder 2. en 3. ten laste gelegde

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het onder 2. primair en het onder 3. ten laste gelegde. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster op dit punt worden ondersteund door diverse getuigenverklaringen waaruit blijkt dat aangeefster regelmatig blauwe plekken had. Met betrekking tot het onder 2. primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie voorts gewezen op de mutatie van de regiopolitie Gelderland-Midden.

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 2. primair en subsidiair en het onder 3. ten laste gelegde bepleit. Hiertoe heeft hij onder meer aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster grotendeels op zichzelf staan. De blauwe plekken en het letsel in de hals van aangeefster, zoals waargenomen door respectievelijk getuigen en agenten, bieden geen dan wel onvoldoende steun aan de verschillende mishandelingen zoals door aangeefster omschreven. De raadsman heeft met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde in het bijzonder gewezen op het feit dat aangeefster heeft verklaard een bloedende hoofdwond te hebben opgelopen bij de mishandelingen aan de [laan 1] in [pleegplaats 6], terwijl de agenten nadien alleen striemen in haar hals hebben waargenomen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde als volgt.

Aangeefster heeft verklaard dat zij - kort gezegd - op 18 december 2010 door verdachte is mishandeld na een ruzie in de portiek van een flat aan de [laan 1] in [pleegplaats 6]. Verdachte zou aangeefster vanuit de portiek aan de haren en kleding omhoog hebben gesleurd naar de woning op de vierde verdieping. Op 24 mei 2011 heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar in de woning in de keel heeft geknepen en dat hij haar bij het hoofd pakte en haar hoofd met kracht tegen de muur heeft gebeukt. Op 11 juli 2011 heeft aangeefster over de gebeurtenissen in de woning verklaard dat verdachte haar bij de keel pakte en met haar hoofd tegen de tegels aan gooide. Een mutatie van de politie houdt in dat agenten polshoogte zijn gaan nemen naar aanleiding van een melding over een ruzie op de [laan 1] te [pleegplaats 6], waarbij vanuit de woning is gehoord dat een vrouw "alleen nog maar 'au, au' riep". Ter plaatse constateerden de agenten striemen in de hals van aangeefster. Voorts blijkt uit de mutatie dat de agenten met andere bewoners van de flat hebben gesproken, die ook ruzie hebben gehoord en hebben gezien dat een meisje op de trap zat en dat zij door een negroïde man aan haar jas omhoog werd getrokken.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis hiervan worden vastgesteld dat aangeefster en verdachte ruzie hadden in de portiek - wat verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd -, dat aangeefster vervolgens door verdachte aan de jas en haren omhoog is getrokken naar de woning op de vierde etage, alwaar verdachte aangeefster bij de keel heeft gepakt en in haar keel heeft geknepen.

Dat verdachte aangeefster met het hoofd tegen de muur heeft geslagen of gegooid acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen, nu de verklaringen van aangeefster daarover niet geheel consistent zijn en haar verklaringen op dit punt onvoldoende steun vinden in overige bewijsmiddelen.

De rechtbank is op basis van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte aangeefster op 18 december 2010 in [pleegplaats 6] heeft mishandeld.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat verdachte daarbij (voorwaardelijk) opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde mishandeling bewezen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde als volgt.

Uit de verklaringen van aangeefster blijkt dat zij gedurende de ruim anderhalf jaar durende relatie met verdachte meerdere malen door hem is mishandeld. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de enkele constatering van getuigen dat aangeefster regelmatig blauwe plekken had onvoldoende concrete steun biedt aan de verklaringen van aangeefster ten aanzien van de verschillende mishandelingen.

De rechtbank constateert echter dat de verklaring van aangeefster omtrent een mishandeling in oktober van 2010 wel concreet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, te weten de verklaring van haar tante [getuige 1] en een mutatie uit het politiesysteem.

Aangeefster heeft over de mishandeling in oktober 2010 verklaard dat ze bij verdachte weg wilde, waarop hij - kort gezegd - haar arm verdraaide, haar in haar gezicht vastpakte en kneep en haar met haar hoofd tegen de vloer duwde.

[getuige 1] heeft verklaard dat aangeefster haar in oktober 2010 belde met de vraag of ze haar wilde komen halen om bij verdachte weg te gaan. [getuige 1] kwam aangeefster vervolgens halen en zag dat ze onder de blauwe plekken zat. Aangeefster vertelde [getuige 1] ook dat zij door verdachte was mishandeld en dat zij voor verdachte in de prostitutie had moeten werken. [getuige 1] maakte melding bij de politie van het feit dat aangeefster haar had gebeld om te vragen of ze haar kon ophalen uit de woning van verdachte.

[getuige 1] meldde daarbij dat zij aangeefster omstreeks 14.30 zou ophalen en dat aangeefster erg bang was voor verdachte. [getuige 1] wilde graag dat de politie op de hoogte was omdat ze bang was dat het uit de hand zou lopen, zo blijkt uit een mutatie gedateerd 25 oktober 2010.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefster, de verklaring van [getuige 1] en voornoemde mutatie in onderlinge samenhang bezien voldoende wettig en overtuigend bewijs vormen voor de mishandeling van aangeefster in oktober 2010.

De rechtbank zal verdachte derhalve veroordelen voor het onder 3. ten laste gelegde voor zover het betreft het incident in oktober 2010. De rechtbank zal verdachte voor het overige vrijspreken wegens gebrek aan bewijs.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past bij de beoordeling van het onder 1., 2. subsidiair en 3. ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 20 april 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb een relatie gehad met [slachtoffer]. We hebben tijdens onze relatie wel eens door de hoerenbuurt in [pleegplaats 1] gelopen. Ik ben eerder met meisjes gegaan die in de prostitutie hebben gewerkt. Dat is leuk leven, genieten enzo. [slachtoffer] is tijdens onze relatie in de prostitutie gaan werken. Ik heb haar naar [pleegplaats 2] gebracht toen ze voor het eerst ging werken. Ik heb haar later ook wel eens naar [pleegplaats 3] gebracht om te werken. We zijn ook samen naar [pleegplaats 4] gegaan. Daar ging [slachtoffer] ook werken. [slachtoffer] heeft ook in [pleegplaats 5] gewerkt. Toen verbleven we bij een vriend van mij aan de [laan 1] in [pleegplaats 6]. [slachtoffer] en ik hebben in de portiek van het gebouw ruzie gehad.

Als [slachtoffer] aan het werk was, hielden we contact. Ik heb haar tijdens haar werk ook sms-berichten gestuurd. Met het door haar verdiende geld deden we leuke dingen. Ik heb ook verdiensten van haar gekregen.

2. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 01RUI12001, gesloten op 10 juni 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

2.1

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01TP 2011050324-4, d.d. 28 mei 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

In augustus 2009 kreeg ik een relatie met [verdachte]. In eerste instantie was het een prima relatie. We deden altijd alles samen. Zolang ik luisterde naar [verdachte] was er niks aan de hand. Als ik zelf wat wilde ondernemen kregen we daar ruzie over.

De rode draad is dat ik klappen kreeg of op andere manieren werd mishandeld als ik iets deed waar hij het niet mee eens was. Ik merkte na verloop van tijd dat ik steeds minder mijn dingen deed en steeds meer zijn dingen.

In oktober 2010 was ik van plan om bij [verdachte] weg te gaan. Ik wilde dus mijn spullen pakken. Ik had een gouden spaarvarken op de koelkast staan met daarin mijn geld. Ik wilde dit geld meenemen. [verdachte] zag dat ik mijn geld pakte en werd kwaad. Ik zag dat hij naar mij toe kwam. Er ontstond een worsteling waarbij wij op de grond vielen. Toen we op de grond lagen verdraaide hij mijn arm. Dit deed zo veel pijn dat ik niks meer kon. Ik heb hem toen mijn geld gegeven. Daarna voelde ik dat hij mij in mijn gelaat pakte. Ik voelde dat hij met zijn hand zeer hard in mijn gezicht kneep. Ik voelde zeer veel pijn hierdoor in mijn gezicht. Ook voelde ik dat hij mijn hoofd erg hard tegen de vloer duwde.

Hierdoor zat ik onder de blauwe plekken. Ik smeerde overal foundation op om dit te maskeren.

Op 18 december 2010 waren wij in [pleegplaats 6]. Dit was aan de [laan 1]. We stonden beneden in de portiek. Ik zei dat ik wel alleen zou gaan stappen. Hier werd hij erg boos van. Hij wilde namelijk dat ik thuis bleef. Hij heeft mij toen aan mijn haren gepakt en van beneden naar de vierde verdieping gesleurd aan mijn haren. Ik voelde erg veel pijn op mijn been en aan mijn hoofd. Ook mijn rug deed zeer veel pijn omdat ik net mijn rug over de stenen trap heen sleurde. Ik heb hier overigens nog dagen last van gehad. Van top tot teen zat ik hierdoor onder de blauwe plekken. Toen we boven waren liep ik naar de badkamer om mijn letsel te bekijken. Ik zag in de spiegel dat de rits van mijn jas mijn hals had opengereten. Dit doordat [verdachte] mij ook bij de capuchon had gepakt en daaraan naar boven gesleurd. Ik zag over de hele breedte van mijn hals een snee en voelde hier de pijn.

[verdachte] liep ook de badkamer in. Ik hoorde hem vragen of ik thuis bleef. Ik wilde hier niet op antwoorden. Hierop voelde ik dat hij mijn keel dichtkneep. Ik voelde veel pijn doordat hij mijn keel dichtkneep. Na een poosje deed ik mijn ogen dicht. Ik voelde dat [verdachte] stopte met knijpen.

2.2

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-1, d.d. 9 juni 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

Ik ging eerst regelmatig met vriendinnen weg. [verdachte] had er steeds meer moeite mee dat ik dat deed. Het contact met mijn vriendinnen werd steeds moeilijker omdat ik hen al heel lang niet had gebeld en [verdachte] ook steeds aan mij vroeg om thuis te blijven.

V: Hoe uitte zich dat dan, dat moeilijk doen.

A: Eerst nog op een lieve manier, dat hij dingen in de planning had. Later zei hij dat ik dan ook de consequenties moest dragen. Hij werd dan chagrijnig en boos. Hij gaf mij een koude schouder. Hij ging dan naar bed, draaide zich om en zweeg mij dood. Ik kon daar slecht tegen en vroeg aan hem wat het probleem was. Als ik dan weg wilde moest ik daarvan de consequenties maar zien. Hij wilde niet uitleggen wat dit waren. Dus dan bleef ik maar.

Al het contact wat ik met mensen had werd steeds minder. Ik werkte toen nog op donderdagavond. Ik had toen collega's om mij heen en daar had hij geen grip op. Het was beter volgens hem als ik geen werk meer had.

Later werd ik door [verdachte] steeds meer geïsoleerd van mijn familie en vrienden. Mijn vriendin heeft mij wel gewaarschuwd maar dat zag ik niet in. Nu zie ik wel wat zij bedoelde maar dat zag ik toen niet.

In november 2009 heb ik € 3.500,00 aan [verdachte] geleend. In december hadden we nog maar € 400. Toen begon [verdachte] over het feit dat hij wel vaker meisjes had gehad die voor hem hadden gewerkt in de prostitutie. Ik kwam er toen achter dat ik bij de kinderopvang een schuld had opgebouwd. Ik zei tegen [verdachte] dat ik de € 3.500,00 terug moest hebben. [verdachte] begon steeds meer te praten over de meiden die voor hem in de prostitutie hadden gewerkt en dat hij veel respect voor de meisjes had. Hij prees de meisjes de hemel in. Ik heb de gesprekken gelaten voor wat het was. [verdachte] nam mij wel mee naar de prostitutiebuurt. In december 2009 vroeg hij mij om naar [pleegplaats 2] te gaan en het te proberen in de prostitutie. As ik het niets vond kon ik weer stoppen. Ik heb hem toen wel gevraagd wat zijn bedoeling daarmee was. [verdachte] zei dat als we het samen zouden doen wij de € 3.500,00 zo terug zouden hebben en het dan anders zouden doen. Ik zag geen andere uitweg en vond het mijn verantwoordelijkheid omdat ik het zelf ernaar had gemaakt.

[verdachte] had veel respect voor de meiden die dit hadden gedaan. Ik kreeg het gevoel dat ik aan [verdachte] moest bewijzen dat ik dit voor hem wilde doen. Ik was bang anders alles kwijt te raken.

Ik had het gevoel mij te moeten bewijzen aan hem. [verdachte] had me al een paar keer meegenomen door de [locatie] in [pleegplaats 1] en daar heb ik gekeken wat de meiden aan hadden. [verdachte] heeft mij geld gegeven en ik heb zwarte lingerie gekocht. [verdachte] wist precies wat ik allemaal moest hebben. Keukenrol, glijmiddel, condooms, desinfectant, zeep.

[verdachte] had een nummer van [pleegplaats 2]. [verdachte] heeft mij verteld wat ik moest vragen. We zijn met de trein naar [pleegplaats 2] gegaan. [verdachte] bracht mij erheen.

V:Wanneer was dit

A: 17 of 18 december 2009. Ik had er eigenlijk helemaal geen zin in en het was mij al duidelijk dat ik niet geschikt was voor dit werk. De eerste klant ging niet om het neuken

maar om het gezelschap. Ik heb nog een tweede klant gehad die avond en die wilde alleen maar pijpen. [verdachte] en ik zijn later terug gegaan naar [pleegplaats 6] en we zouden de volgende dag weer komen. We zouden drie dagen blijven maar ik was al helemaal beroerd van die eerste dag. Ik durfde toen niet aan [verdachte] te vertellen dat ik het niet zag zitten. De volgende ochtend voelde ik mij heel benauwd worden en liepen de tranen over mijn wangen. [verdachte] vroeg wat er was en werd heel boos op mij. [verdachte] had het gevoel dat ik hem voor schut zette. Ik kreeg daardoor een schuldgevoel. [verdachte] gaf mij het gevoel dat ik niks waard was, terwijl ik dat gevoel ook al had. Ik had echt zoiets als: hier kan ik ook niets van. Ik vond het ook heel moeilijk hoe boos [verdachte] werd. Hij heeft de treinreis naar huis niets tegen mij gezegd. Hierdoor kreeg ik nog meer schuldgevoel.

Ik merkte na [pleegplaats 2] dat [verdachte] zich steeds vaker ergerde. Ik deed niet altijd wat hij wilde. Als hij weg ging moest ik thuis blijven of meegaan. Als ik thuis moest blijven mocht ik niet van hem met mijn vriendinnen afspreken.

2.3

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-2, d.d. 5 juli 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

In december 2009 waren we in [pleegplaats 2]. Daarna zijn we een hele poos thuis gebleven. Ik ben toen niet aan het werk geweest. We deden alleen maar leuke dingen en leuke dingen kosten geld. Toen werd de druk op mij gelegd dat als we leuke dingen wilden gaan doen ik maar moest werken. Anders kon hij wel een ander meisje regelen maar dan moest ik accepteren dat hij nog een vriendin had.

V: [verdachte] begon toen over [pleegplaats 3]. Om dan twee of drie keer aan het werk te gaan.

A: Ik gaf aan dat ik daar veel moeite mee had. Hij bleef op mij inpraten en dat ik het los moest zien van hetgeen wij hadden en seks met anderen. Hij manipuleerde mij als het ware. Andere meiden konden het ook. Het zou maar drie keer zijn. Toen wilde ik niet zien dat ik

werd gemanipuleerd. Ik ging zo in hem op dat ik het niet wilde zien. Ik dacht; die drie keer heb ik wel over voor ons. Ik kan dan daarna nog wel stoppen als ik het niet meer zou willen. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. We zijn toen naar [pleegplaats 3] gegaan. [verdachte] had mij een telefoonnummer gegeven en ik moest dan zelf daarheen bellen. Ik weet niet waar hij het geld vandaan had voor de kamerhuur. [verdachte] belde mij wel om het uur of twee uur om te zien hoeveel ik had verdiend. [verdachte] kwam mij in [pleegplaats 3] ophalen en dan was hij erg trots op mij en was erg lief tegen mij omdat ik 650 euro had verdiend. Dat gedrag van hem woog op tegen het feit dat ik daar stond.

De keer daarna in [pleegplaats 3] was niet spectaculair en het werd niet door [verdachte] gewaardeerd dat ik eerder terug was gekomen. [verdachte] was chagrijnig. Hij zei: zo komen we er nooit uit. Ik had volgens hem nog door moeten zetten. Ik ben nog een keer in mijn eentje drie dagen in [pleegplaats 3] geweest. [verdachte] heeft mij afgezet. [verdachte] belde mij continue.

Elke keer was het geld weer op en moest ik weer opnieuw drie dagen werken. Ik moest geduld hebben. Elke keer dat ik weer terug was liet hij het merken en gingen we op stap en gaf hij zo 300 euro op een avond uit, kocht kleren voor zichzelf en was het geld weer op.

Hij zou een potje regelen waar we geld in zouden doen en het er niet uit zouden kunnen halen. Dat potje kwam er niet. Ik heb toen een ander potje gepakt maar kwam wel tot de ontdekking dat er steeds veel te weinig geld in zat. Ik had afspraken met hem gemaakt dat hij niet meer dan 50 euro mee zou nemen. Achteraf merkte ik weer dat hij 400 euro mee had genomen en dit had vergokt, of aan drank opgemaakt.

Vanaf april begonnen we wel met naar [pleegplaats 4] te gaan. In [pleegplaats 4] waren de kosten 220 euro voor twee dagdelen en 80 euro waar we sliepen. Als ik in de ochtend aan het werk ging nam ik pas pauze als ik 300 of 350 had verdiend. In de avond was het streven om minimaal 500 euro te verdienen.

V; Wat gebeurde er met het geld.

A: Ik liet het altijd in het hotel of bij [verdachte]. Ik heb er eigenlijk nooit wat aan gehad. [verdachte] hield het altijd bij zich. Als we teruggingen mocht ik het even vasthouden voor het gevoel en dan kwamen we thuis en dan moesten we rekeningen betalen. Dat waren voornamelijk zijn boetes. Hij maakte eigenlijk het geld op. We zouden eigenlijk sparen maar dat gebeurde niet. Ik heb wel geprobeerd om geld achter te houden maar dat heb ik wel gevoeld. Ik kreeg dan klappen van hem. Ik mocht vooral niets uitgeven. Ik heb een keer 50 euro gepakt en dat werd niet door hem gewaardeerd. Ik mocht niet aan het geld komen. Alleen hij. Hij telde het geld ook altijd. Ik heb hem verteld dat we moesten gaan sparen omdat we er anders nooit uit zouden komen. Toen ik merkte dat hij steeds geld uit het potje pakte ben ik het gaan verstoppen. Dat wilde hij niet en kreeg ik klappen. Ik ging het verstoppen omdat er maar steeds geld bleef verdwijnen. Als [verdachte] thuis kwam ging hij direct het geld tellen en zei tegen mij dat ik geen geld mocht pakken.

V: Wat gebeurde er met het geld van een dag werken?

A: [verdachte] kwam mij ophalen. We kochten dan eten. In het hotel vroeg hij direct waar ik het geld had. Ik gaf het dan aan hem en begon hij te tellen. [verdachte] gaf mij dan het geld voor de huur voor de volgende dag, meestal maar voor een dagdeel, en de rest hield hij zelf.

V: Wie bepaalde wat je moest doen.

A; [verdachte] bepaalde wat ik wel en niet moest doen. Ik mocht niet teveel praten met de meiden. Pijpen, neuken en wijs maken dat ik SM kon doen. Ik heb daar wel veel moeite mee gehad. Ik ben niet zo'n dominant typje. Ik moest dat wel doen van [verdachte].

2.4

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-3, d.d. 11 juli 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

[verdachte] zei vaak dat nooit meer iemand met mij om zou willen gaan zoals ik was geworden. Er is nooit meer een man die mij zou willen. Hij had mij vies gemaakt door het werk wat ik had gedaan. Ik was vies geworden. Niemand zou meer van mij kunnen houden. [verdachte] zou de enige zijn die mij nog gevoel zou kunnen geven. Ik was heel afhankelijk geworden van [verdachte].

Ik ben toen in oktober weer drie dagen in de week naar [pleegplaats 3] gegaan. Als ik na drie dagen thuis kwam en hij had het gevoel dat ik minder had verdiend dan dat ik had kunnen verdienen werd hij boos. Ik had het volgens hem te gezellig. In dit tempo schoot het volgens [verdachte]niet op en kon ik beter meer werken. Hij wilde mij dan ook niet meer ergens mee naartoe nemen. Als ik dan alleen wat wilde doen dreigde hij mij vast te maken aan de verwarming zodat ik niet weg kon.

Ik heb ook in [pleegplaats 5] gestaan. Qua verdiensten ging dat beter. We spraken af dat we in [pleegplaats 6] samen zouden verblijven en ik kon steeds naar [pleegplaats 5] op een neer. We verbleven bij een vriend van hem aan de [laan 1]. Dat was van half november tot in december.

2.5

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-12, d.d. 8 juni 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

V: In je eerste verklaring vertel je dat [verdachte] je wel eens mee nam naar de

prostitutiebuurt in het begin van jullie relatie. Waarom was dat?

A: Nu achteraf kan ik me bedenken dat hij mij probeerde te laten wennen aan het idee om te werken in de prostitutie. We liepen daar gewoon langs en hij groette de meiden die daar werkten. Het leek of het daar heel gezellig was en had hij allemaal verhalen over de meiden. Op een gegeven moment werd het normaal om daar door te lopen.

2.6

een zaaksproces-verbaal, dossiernummer 2011056811, d.d. 10 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 18 december 2010 krijgen politieambtenaren van de regiopolitie Gelderland-Midden een melding over een ruzie op de [laan 1] te [pleegplaats 6]. Ongeveer 45 min. geleden heeft melder ruzie gehoord in de woning. Nu hoort melder een vrouw alleen maar 'au, au' roepen. Melder heeft nog nooit ruzie gehoord vanuit deze woning. Na te hebben aangebeld bij de portiek werd de deur open gemaakt. Boven gekomen stond de deur al open van de woning. Toen wij ons kenbaar maakten dat wij van de politie waren kwam betrokkene [slachtoffer] naar de deur gelopen. Wij vroegen wat er was gebeurd. Wij hoorden dat ze zei dat ze ruzie had gehad met haar vriend en dacht dat deze nu weer thuis was gekomen, vandaar dat de deur van de woning openstond. Wij zagen dat [slachtoffer] allemaal rode striemen in de hals had. Ook was te zien dat er dunne rode strepen in haar hals stonden, deze waren iets dikker dan de rest van de huid. Wij hadden het idee dat [slachtoffer] was mishandeld. Op de vraag waar haar vriend was antwoordde ze dat hij de stad in was met vrienden. Tijdens ons gesprek werd [slachtoffer] gebeld. Wij hoorden dat ze zei aan de telefoon ‘ze zijn er nog steeds”. Wij kregen de indruk dat iemand haar belde om te controleren of de politie er nog steeds was.

Na deze melding gesurveilleerd in deze wijk. Omstreeks 05:30 uur zagen wij een Opel Astra vanaf genoemd adres wegrijden. Bleken man en vrouw die woonachtig zijn op 4-2 hoog. Zij gaven aan ook ruzie gehoord te hebben en hebben het meisje die avond ten tijde van de ruzie op de trap zien zitten. Hierbij gaf de negroïde man (mogelijk de vriend van [slachtoffer]) aan dat ze naar de woning moest lopen en als ze dit niet zou doen, dan zou hij haar een handje helpen. Ook werd gezien dat [slachtoffer] door deze man omhoog getrokken werd door haar jas. (mogelijk komen de striemen op haar hals door de jas). Ze hadden tevens gehoord dat een andere bewoner uit de flat geschreeuwd had, dat ze op moesten houden met ruzie maken, anders zou ze de politie bellen, waarschijnlijk is dit de melder geweest.

2.7

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-5, d.d. 17 augustus 2011, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer]:

V: Wat is het telefoonnummer van [verdachte]?

A: [telefoonnummer]. (..)

A: Ik heb 10 dagen in [pleegplaats 3] gewerkt. De eerste dag verdiende ik 650 euro. Als ik het gemiddelde nam dan verdiende ik gemiddeld 400 tot 450 per dag. Ik betaalde 145 per dag voor de kamer.

V: Hoeveel klanten per dag had jij gemiddeld?

A: Rond de 10 klanten van minimaal 50 euro per klant. Sommige klanten bleven langer en dan verdiende ik meer.

V: Hoe lang ben je in [pleegplaats 4] geweest?

A: Van maart 2010 tot en met augustus 2010. Ik was daar soms 5 dagen daar en dan weer een week thuis. Gemiddeld werkte ik drie dagen in de week. We verbleven daar in een hotel. Ik betaalde 80 euro per overnachting. Gemiddeld overnachtte ik daar twee nachten per week met [verdachte].

V: Hoeveel huur betaalde je?

A: Bij het eerste pand betaalde ik 220 euro per dag. Bij de andere pand 180 per dag.

V: Hoeveel verdiende je in [pleegplaats 4] gemiddeld per dag?

A: Ongeveer 800 euro per dag zonder dat de kosten er af waren. Ik denk dat ik 500 euro per dag verdiende. Ik had ongeveer 12 a 13 klanten per dag. In september en oktober 2010 heb ik in [pleegplaats 3] gewerkt. Dit was ongeveer 7 weken. De eerste weken in september ging het financieel goed. Gemiddeld 950 euro per dag. In oktober verdiende ik ongeveer 550

per dag. Ik werkte toen ook drie dagen per week. De laatste twee weken van oktober waren financieel slecht.

V: Op 21 oktober 2010 ging je voor het eerst naar [pleegplaats 5].

A: Daar verdiende ik gemiddeld 850 per dag. Aan huur betaalde ik 200 euro. Per dag betaalde ik 40 euro voor een snorder (taxi). Ik werkte daar ook drie dagen per week. Ik heb daar gewerkt tot en met december 2010.

2.8

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01KN 2011056811-16, d.d. 13 juni 2012, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 3]:

[getuige 4] en ik waren bevriend met [slachtoffer]. Op een gegeven moment kwam ze [verdachte] tegen. Na een tijdje werd het contact met [slachtoffer] minder. [getuige 4] en ik vonden dat apart. Ik probeerde om contact met haar te krijgen. Dat lukte niet. Ik ben zelfs nog bij de HEMA geweest, waar ze werkte, maar ze bleek daar te zijn weggebleven zonder ontslag te nemen.

Op een keer kwam ik haar tegen en spraken we vervolgens af in de [discotheek]. [verdachte] was er die avond af en toe bij. We zagen toen een heel andere [slachtoffer]. Op een avond in oktober spraken we af om op een avond samen naar The Voice te kijken. Later belde ze dit af omdat dit niet mocht van [verdachte].

Toen [slachtoffer] [verdachte] een keer had verlaten, heb ik van haar gehoord dat [verdachte] haar wel weer terug wilde hebben. Ook om weer te werken. [verdachte] miste haar. [verdachte] zou haar hebben gezegd dat ze het werk wel weer mocht doen en dan zelf zou kunnen zeggen wanneer ze wilde gaan. Ik was bij dit telefoon gesprek. Ik heb dit gehoord.

Ik heb vaak getracht om haar te bereiken maar dat lukte niet. Ik hoorde van [slachtoffer] dat dat niet mocht. [slachtoffer] vertelde mij dat ze bang was voor [verdachte] en hem niets durfde te weigeren omdat ze bang was dat hij weer geweld zou gebruiken tegen haar.

V: Dus eigenlijk zeg je dat [verdachte] haar isoleerde van haar omgeving?

A: Ja, ze mocht zelf niet eens meer naar haar moeder. Iedereen die om haar gaf probeerde hij uit haar buurt te krijgen.

2.9

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01KC 2011056811-25, d.d. 19 juli 2012, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 2]:

Ik merkte wel dat ze niet weg mocht als er iets was in de familie.

2.10

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL01SC 2011056811-33, d.d. 22 augustus 2012, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 1]:

[slachtoffer] trok zich steeds meer terug. Als er wat was in de familie dan was [slachtoffer] er steeds niet. Wij maakten ons hier wel ongerust over.

Als wij haar hierover spraken, dan zei ze dat het goed met haar ging. Ze was erg kortaf in haar gesprekken. Ze kapte contact af zodra je dicht bij kwam. De contacten werden steeds oppervlakkiger.

V: [slachtoffer] heeft u gebeld in oktober 2010. Wat weet u hier nog van?

A: Ze zei toen: “[getuige 1] kun je mij hier weg halen, het gaat niet langer meer. Ik heb er schoon genoeg van”. Toen [slachtoffer] opendeed, schrok ik er wel van hoe ze eruit zag. Ze was heel mager en had ladingen make-up op om te verbergen dat ze onder de blauwe plekken zat. Die waren duidelijk nog te zien. Ik zag dat ze ook blauwe plekken op haar armen had.

V: Wat vertelde [slachtoffer] toen.

A: Ze vertelde dat [verdachte] haar regelmatig sloeg. Dat hij dwingend was in de seks. Hij had tegen haar gezegd dat hij wilde dat ze voor hem ging werken. Zou ze dit niet doen, dat zou [verdachte] er een vriendin bij nemen. Ik begreep dat ze het had over werken in de prostitutie.

2.11

een mutatierapport, nummer PL01TP 2010104866-1, d.d. 25 oktober 2010 opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op maandag 25 oktober 2010 belde mevrouw [getuige 1]. Ze vertelde dat haar nichtje, [slachtoffer], haar had gebeld om te vragen of ze haar kon ophalen van de [laan 2] te [pleegplaats 1]. [getuige 1] haalt [slachtoffer] omstreeks 14.30 op. [slachtoffer] woonde sinds een jaar op dit adres bij een Antilliaanse man genaamd [verdachte]. [slachtoffer] is erg bang voor [verdachte], en wilde dit alles niet melden aan de politie. [getuige 1] wilde graag dat de politie van dit alles op de hoogte was omdat ze bang was dat het uit de hand zou lopen.

2.12

een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, nummer 01RUI12001 AH-028, d.d. 1 mei 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aangeefster geeft tijdens haar verhoor op 05 juli 2011 toestemming om haar mobiele telefoon uit te lezen. Uit de inhoud van de sms/tekst berichten lijkt het erop dat de sms berichten gekoppeld aan het nummer +[telefoonnummer] zijn verzonden door [verdachte].

+[telefoonnummer] 8-10-10 17:25:30 inbox: Die auto is 350 zo. dus al met al. 850. en pino heeft al voor ons betaal. fucke up schatje. ik dacht je heb zeker 1800. maar kijk wat je uit kan persen. love you.

+[telefoonnummer] 20-10-10 16:34 inbox: Ik hoop dat jij me begrijpt .je hoef niet net als die dames daar te worden hé. neem niks van niemand als het alleen geld is! kan jij dat of niet? ik pas me aan jou. jij moet ook tog. Wees stabiel volgens onze plan. love you. We bellen.x.x.x.

+[telefoonnummer] 13-10-10 11:09:02 inbox: Als het niet anders kan does. dan is het even door bijten of ergens anders gaan tog? kijk ik kan dat niet zo. het ga fout mama. Kijk hoe leuk

we hadden zaterdag. duur gedan. maar waneer we aan de slag moeten. ga jij moeilijk doen. door zetten mama. of wil je dat allemaal met iemand anders?@

+[telefoonnummer] 13-10-10 11:18:56 inbox: Welke? jij ga tog niet de helle tijd zitten wachten tot waneer er een plek Vrij is? er zijn andere platsen hoor. wat is je plan? kan jij en wil jij met mij knokken of niet?

+[telefoonnummer] 13-10-10 11:36:31 inbox: Ik dwing niet, maar blijven zitten wachten is niet de ding. zie je later wel.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2. subsidiair en 3. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 4 februari 2011 te [pleegplaats 1] en te [pleegplaats 2] en te [pleegplaats 3] en te [pleegplaats 4] en te [pleegplaats 5],

A) een ander, te weten [slachtoffer], telkens door misleiding en door misbruik

van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] (sub 1°) en

- heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer], seksuele handelingen met een derde (sub 9°) en

B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer], (sub 6°),

immers is/heeft hij, verdachte:

- een relatie aangegaan met die [slachtoffer] en

- tijdens die relatie aan die [slachtoffer] gevraagd om thuis te blijven en niet meer met vriendinnen en familie af te spreken en aldus die [slachtoffer] geïsoleerd van haar leefomgeving en aldus die [slachtoffer] afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij, verdachte, vaker meisjes had gehad die voor hem in de prostitutie werkten en dat hij, verdachte, respect had voor die meisjes en trots was op die meisjes en

- die [slachtoffer] telkens heeft meegenomen naar prostitutiebuurten om onder meer te kijken wat de meisjes die daar werkzaam waren droegen en

- die [slachtoffer] naar diverse prostitutiebuurten gebracht om in de prostitutie te werken en geld verstrekt aan die [slachtoffer] om lingerie en keukenrol en glijmiddel en condooms te kopen en

- als die [slachtoffer] aangaf dat ze niet meer in de prostitutie wilde werken, telkens boos geworden op die [slachtoffer] en

- telkens tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze nog maar een paar keer hoefde te werken en dat het snel voorbij zou zijn en dat andere meisjes het ook konden en dat ze van het door die [slachtoffer] verdiende geld leuke dingen gingen doen en gingen sparen voor de toekomst en

- als die [slachtoffer] veel geld had verdiend, tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij, verdachte, trots was op haar en

- als die [slachtoffer] zei dat ze weg wilde, tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze vies was geworden door prostitutie en niemand meer van haar kon houden en dat hij die [slachtoffer] aan de verwarming zou vastmaken en fysiek geweld gebruikt tegen die [slachtoffer] en

- het door die [slachtoffer] verdiende geld aan hem, verdachte laten afstaan en van die [slachtoffer] afgenomen;

2. subsidiair

hij op 18 december 2010 te [pleegplaats 6], opzettelijk [slachtoffer], te weten zijn, verdachtes, levensgezel, heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte:

- die [slachtoffer] aan de haren en kleding een aantal verdiepingen naar boven getrokken, waardoor de rug en benen van die [slachtoffer] over een trap schuurden en

- die [slachtoffer] bij de keel gegrepen en in de keel geknepen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

hij in oktober 2010 te [pleegplaats 1] opzettelijk [slachtoffer], te weten zijn, verdachtes, levensgezel, heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte,:

- het hoofd van die [slachtoffer] tegen de vloer geduwd en

- in het gezicht en de arm van die [slachtoffer] geknepen,

waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Mensenhandel, meermalen gepleegd.

2. subsidiair Mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

3. Mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage d.d. 8 mei 2014, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 25 maart 2015, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer een jaar schuldig gemaakt aan mensenhandel en aan twee mishandelingen. Hij heeft het slachtoffer, zijnde zijn toenmalige partner, aangeworven om voor hem in de prostitutie te werken en haar verdiensten aan hem af te staan. Ook heeft hij haar meermalen mishandeld. Verdachte heeft eerst gezorgd dat het slachtoffer (emotioneel) aan hem gebonden was. Vervolgens heeft hij ervoor gezorgd dat het slachtoffer steeds meer werd losgeweekt van haar sociale omgeving, waardoor ze geïsoleerd raakte en zich afhankelijk van verdachte voelde. Verdachte was manipulatief en heeft ingespeeld op het schuldgevoel van het slachtoffer door haar verantwoordelijk te maken voor de relatie en het samen (leuk) kunnen leven. Zo is het slachtoffer voor verdachte grenzen overgegaan, die ze zonder hem niet overschreden zou hebben.

Verdachte heeft zonder enige gêne misbruik gemaakt van de verliefdheid en afhankelijkheid van het slachtoffer en daarbij haar lichamelijke en geestelijke integriteit geschonden.

Dit zijn ernstige strafbare feiten. Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande vorm van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt worden gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. De psychische gevolgen van dergelijke uitbuiting voor een slachtoffer zijn, zo is algemeen bekend, groot.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor uiteenlopende delicten, echter niet voor mensenhandel.

Blijkens het reclasseringsrapport signaleert de reclassering problemen op diverse leefgebieden. Zo is verdachte werkloos en heeft hij financiële problemen.

De raadsman heeft een aanzienlijk lagere straf bepleit dan de door de officier van justitie gevorderde 36 maanden. De raadsman heeft hiertoe onder meer gewezen op de ouderdom van de feiten.

De rechtbank is van oordeel dat in beginsel slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is bij de mensenhandel - en daarbovenop de mishandelingen - zoals bewezenverklaard. De rechtbank houdt bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf in het onderhavige geval rekening met het feit dat het gaat om seksuele uitbuiting van de levensgezel gedurende een lange periode, waarbij verdachte gebruik van geweld niet heeft geschuwd.

De rechtbank komt tot een lagere strafoplegging dan geëist door de officier van justitie. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de straffen die in andere mensenhandelzaken zijn opgelegd, alsmede in aanmerking genomen het grote tijdsverloop in deze zaak. De rechtbank

zal aan verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1., 2. subsidiair en 3. ten laste gelegde en bewezen verklaarde, alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade, groot € 20.000,00, voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde immateriële schade als gevolg van de seksuele uitbuiting en de twee bewezen mishandelingen tot een bedrag van € 5.000,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend.

De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en tot een bedrag van in totaal € 25.000,00 voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 300, 304 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1., 2. subsidiair en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro).

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een bedrag van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 160 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 20.000,00 aan materiële schade en

€ 5.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. de Wit, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. A. Jongsma, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2015.

Mr. Klaassens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.