Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:2390

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
18.830272-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 89 Sv.

In de oorspronkelijke dagvaarding zijn twee feiten aangebracht, waarbij voor één feit een veroordeling is gevolgd en ten aanzien van het andere feit het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond is verklaard. Het verzoek ziet op het laatste feit.

De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank tot gegrond verklaring van het bezwaarschrift voor de toepassing van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering feitelijk als splitsing van de zaak moet worden beschouwd. Gelet hierop is de zaak, waarop het verzoek om schadevergoeding betrekking heeft, geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Dit betekent dat sprake is van een situatie waarin op grond van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering een schadevergoeding kan worden toegekend.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 89
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830272-14

Kenmerk: Rk 15/143

Datum uitspraak: 13 mei 2015

BESLISSING

van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen, meervoudige raadkamer voor strafzaken, op verzoek tot toekenning van schadevergoeding in de zaak van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen “verzoeker”.

Procedure

Namens verzoeker is op 16 februari 2015 een verzoekschrift ingediend, strekkende tot toekenning van een vergoeding voor de schade welke hij stelt te hebben geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met bovenvermeld parketnummer, die is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, nu het bezwaarschrift tegen de dagvaarding van verzoeker bij beslissing van 20 november 2014 gegrond werd verklaard.

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift alsmede van het strafdossier met bovenvermeld parketnummer.

De officier van justitie en de raadsman van verzoeker, mr. M.C. van Linde, zijn gehoord in openbare raadkamer van 29 april 2015. Verzoeker is niet verschenen.

Beoordeling

Standpunt van de raadsman

Onder bovengenoemd parketnummer zijn in de oorspronkelijke dagvaarding meerdere zaken met verschillende processen-verbaal van de politie ten laste gelegd, te weten vernieling en de zaak waarop het onderhavige verzoekschrift ziet. Voor de vernieling is verzoeker veroordeeld en ten aanzien van het onderhavige feit is het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. Zowel het bevel inverzekeringstelling als het bevel bewaring hadden uitsluitend betrekking op dit feit. Zaken die administratief onder één parketnummer zijn gevoegd en daardoor één zaak zijn geworden, worden na splitsing, zoals hier feitelijk is gebeurd, weer twee aparte zaken. Immers, in beide zaken zijn verschillende eindbeslissingen genomen waarop verschillende appelmogelijkheden van toepassing zijn. Tegen de veroordeling voor vernieling kunnen zowel de verdachte als de officier van justitie in appèl, tegen de beslissing op het bezwaarschrift tegen de dagvaarding alleen de officier van justitie. De zaak waarop dit verzoekschrift ziet kan daarom worden beschouwd als een zaak die geëindigd is zonder oplegging van straf of maatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, terugkomende op haar standpunt zoals weergegeven in de schriftelijke reactie op het verzoekschrift van 4 maart 2015, niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om schadevergoeding.

Beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

Slechts indien een zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering voor toewijzing in aanmerking komen. Het begrip zaak behelst al datgene waarop het rechtsgeding betrekking heeft. De dagvaarding bepaalt daarbij de grenzen van het rechtsgeding. Staan er meerdere feiten op de dagvaarding dan vormen die feiten de zaak ook al bestaat tussen die feiten onderling geen verband. Ook kunnen feiten die op verschillende dagvaardingen zijn vermeld samen de zaak vormen, indien de rechtbank besluit tot voeging van die gelijktijdig aangebrachte zaken. Indien de rechtbank besluit tot splitsing van gelijktijdig aangebrachte zaken, vormen die zaken niet langer een zaak in die zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering.

Onder bovengenoemd parketnummer zijn in de oorspronkelijke dagvaarding twee feiten aangebracht. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de rechtbank bij beslissing van 20 november 2014 het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. Voor het onder 2 ten laste gelegde is verzoeker bij vonnis van 4 december 2014 tot een geldboete veroordeeld.

Het onderhavige verzoek ziet op feit 1, ten aanzien waarvan de rechtbank het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond heeft verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank tot gegrond verklaring van het bezwaarschrift voor de toepassing van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering feitelijk als splitsing van de zaak moet worden beschouwd. Gelet hierop is de zaak, waarop het verzoek om schadevergoeding betrekking heeft, geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Dit betekent dat sprake is van een situatie waarin op grond van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering een schadevergoeding kan worden toegekend.

Verzoeker is op 3 september 2014 in verzekering gesteld en vervolgens op 6 september 2014 in voorlopige hechtenis gesteld. De voorlopige hechtenis is op 17 september 2014 geëindigd. Voor de tijd die verzoeker in verzekering gesteld is geweest en in voorlopige hechtenis met beperkingen heeft doorgebracht komt hem op grond van het bepaalde in artikel 89 Wetboek van Strafvordering en op gronden van billijkheid een vergoeding toe. De forfaitaire vergoeding voor het verblijf van 1 dag detentie in een politiecel of in beperkingen bedraagt

€ 105,00. Aan verzoeker wordt derhalve een vergoeding toegekend van € 1.470,00

(14 dagen x € 150,00).

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek van [verzoeker] toe en kent aan verzoeker een vergoeding uit 's Rijks kas toe van € 1.470,00 (zegge: veertienhonderd en zeventig euro).

Deze beslissing is gegeven door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, mr. D.M. Schuiling en mr. M.J.B. Holsink, rechters, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.

Mr. Schuiling was buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Kenmerk: Rk 15/143

B E V E L S C H R I F T

========================

van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen.

De voorzitter heeft gelet op aangehechte beslissing d.d. 13 mei 2015.

BESLISSING:

De voorzitter beveelt dat de uitbetaling van het in voornoemde beslissing genoemde geldbedrag van € 1.470,00 (zegge: veertienhonderd en zeventig euro) zal geschieden door de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen.

Aldus gegeven op 13 mei 2015 door:

mr. L.M.E. Kiezebrink, fungerend voorzitter