Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:1839

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-04-2015
Datum publicatie
16-04-2015
Zaaknummer
18.730317-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor poging tot doodslag ter zake een verkeersgerelateerd delict. De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is van voorwaardelijk opzet, nu de mogelijkheid open blijft dat er contra-indicaties zijn op de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op een aanrijding met dodelijk gevolg.

Veroordeling tot een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor overtreding van artikel 5 en 6 van de Wegenverkeerswet 1994, welke artikelen als voortgezette handeling worden beschouwd

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 56
Wegenverkeerswet 1994 5,6,175,177,179
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730317-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 april 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te of bij [pleegplaats], in ieder geval

in de gemeente De Friese Meren,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een (personen)auto, daarmee rijdende,

- een of meerdere fietsende perso(o)n(en) (waaronder die [slachtoffer 1]) over

een of meerdere weg(en) in [pleegplaats] heeft achtervolgd en/of

(nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had verloren)

- een of meerdere andere perso(o)n(en) heeft aangesproken met de vraag waar

die een of meerdere fietsende perso(o)n(en) was/waren gebleven en/of

(vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder(s) van zijn/hun fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad

(dat toegang geeft tot een terrein rond een aldaar aanwezige sporthal

([naam])) was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door

verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met die door verdachte bestuurde

(personen)auto dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden en/of

(vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 1] op dat voetpad/fietspad (verder) heeft

achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 1]),

met die door verdachte bestuurde (personen)auto tegen die [slachtoffer 1]

en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige lantaarnpaal is

aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] door de lucht vloog en (vervolgens)

(onder meer met zijn hoofd) op dat/een voetpad/fietspad terecht is gekomen,

althans is gevallen, en/of die [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen (een deel

van) die lantaarnpaal is terechtgekomen en/of die lantaarnpaal geheel of

gedeeltelijk op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] terecht is gekomen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te of bij [pleegplaats], in ieder geval

in de gemeente De Friese Meren, aan een persoon (te weten [slachtoffer 1]),

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

(te weten meerdere schedelfracturen en/of een fractuur van de wand van een

oogkas en/of een fractuur van de buitenste wand van de linker neusbijholte

en/of een bloeding tussen de schedelbot en de harde hersenvlies en/of

bloedingen in het overgangsgebied van een deel van de hersenstam en/of

meerdere bloedingen en kneuzingen van het hersenweefsel en/of een bloeding

rond de linker oogzenuw, waardoor een (mogelijk blijvende) visusbeperking van

het linker oog is ontstaan, in elk geval zwaar hoofdletsel),

heeft toegebracht, door met dat opzet,

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een (personen)auto, daarmee rijdende,

- een of meerdere fietsende perso(o)n(en) (waaronder die [slachtoffer 1])

over een of meerdere weg(en) in [pleegplaats] heeft achtervolgd en/of

(nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had verloren)

- een of meerdere andere perso(o)n(en) heeft aangesproken met de vraag waar die

een of meerdere fietsende pers(o)n(en) was/waren gebleven en/of (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder(s) van zijn/hun fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad

(dat toegang geeft tot een terrein rond een aldaar aanwezige sporthal

([naam])) was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door

verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens),

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met die door verdachte bestuurde

(personen)auto dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden en/of

(vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)nen op

dat voetpad/fietspad (verder) heeft achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 1]),

met die door verdachte bestuurde (personen)auto tegen die [slachtoffer 1]

en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige lantaarnpaal is

aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] door de lucht vloog en (vervolgens)

(onder meer met zijn hoofd) op dat/een voetpad/fietspad terecht is gekomen,

althans is gevallen, en/of die [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen (een deel

van) die lantaarnpaal is terechtgekomen en/of die lantaarnpaal geheel of

gedeeltelijk op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] terecht is gekomen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te [pleegplaats], in elk geval in de

gemeente De Friese Meren, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmede

rijdende over de weg de [weg] en/of een nabij gelegen voetpad/fietspad

(dat toegang geeft tot een terrein rond een aldaar aanwezige sporthal

([naam])),

zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

immers heeft/is verdachte met dat door haar bestuurde motorrijtuig

(personenauto) roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend,

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

- een of meerdere fietsende perso(o)n(en) (waaronder [slachtoffer 1])

over een of meerdere weg(en) in [pleegplaats] achtervolgd en/of

(nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had verloren)

- een of meerdere andere perso(o)n(en) aangesproken met de vraag waar die een

of meerdere fietsende pers(o)n(en) was/waren gebleven en/of (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe gereden in de richting van de sporthal ([naam])

aldaar, en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder(s) van zijn/hun fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad

(dat toegang geeft tot een terrein bij een aldaar aanwezige sporthal

([naam])) was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door

verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze haar weg op de voor auto's

bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met dat door verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto) dat voetpad/fietspad opgereden en/of

(vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 1] op dat voetpad/fietspad met dat motorrijtuig

(personenauto) achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 1]),

met dat motorrijtuig (personenauto) tegen die [slachtoffer 1] en/of de door

hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige lantaarnpaal

aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] door de lucht vloog en (vervolgens)

(onder meer met zijn hoofd) op dat/een voetpad/fietspad terecht is gekomen,

althans is gevallen, en/of die [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen (een deel

van) die lantaarnpaal is terechtgekomen en/of die lantaarnpaal geheel of

gedeeltelijk op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] terecht is gekomen,

waardoor een ander, genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten

meerdere schedelfracturen en/of een fractuur van de wand van een oogkas en/of

een fractuur van de buitenste wand van de linker neusbijholte en/of een

bloeding tussen de schedelbot en de harde hersenvlies en/of bloedingen in het

overgangsgebied van een deel van de hersenstam en/of meerdere bloedingen en

kneuzingen van het hersenweefsel en/of een bloeding rond de linker oogzenuw,

waardoor een (mogelijk blijvende) visusbeperking van het linker oog, in elk

geval zwaar hoofdletsel, is ontstaan, en/of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te [pleegplaats], in elk geval in de

gemeente De Friese Meren,

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende,

- meerdere fietsende perso(o)n(en), waaronder een persoon genaamd [slachtoffer 1]

, op een of meerdere weg(en) in [pleegplaats] heeft achtervolgd

en/of (nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had

verloren) (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder(s) van de door hem/hen bestuurde fiets(en) een aldaar gelegen

voetpad/fietspad (dat toegang geeft tot een terrein bij een aldaar

aanwezige sporthal ([naam])) was/waren opgereden, (teneinde aan de

achtervolging door verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken),

(vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met dat door verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto) dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden

en/of (vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 1] en/of een of meerdere andere perso(o)nen op

dat voetpad/fietspad (verder) heeft achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 1]),

met dat door verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) tegen die

[slachtoffer 1] en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige

lantaarnpaal is aangereden/opgebotst,

tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] door de lucht vloog en (vervolgens)

(onder meer met zijn hoofd) op dat/een voetpad/fietspad terecht is gekomen,

althans is gevallen, en/of die [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen (een deel

van) die lantaarnpaal is terechtgekomen en/of die lantaarnpaal geheel of

gedeeltelijk op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] terecht is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd

gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te of bij [pleegplaats], in ieder geval

in de gemeente De Friese Meren,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een (personen)auto, daarmee rijdende,

- een of meerdere fietsende perso(o)n(en) (waar onder die [slachtoffer 2])

over een of meerdere weg(en) heeft achtervolgd en/of

(nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had verloren)

- een of meerdere andere perso(o)n(en) heeft aangesproken met de vraag waar

die een of meerdere fietsende personen was/waren gebleven en/of (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder(s) van zijn/hun fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad

(dat toegang geeft tot een terrein rond een aldaar aanwezige sporthal

([naam])) was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door

verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met die door verdachte bestuurde

(personen)auto dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden en/of

(vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)nen op

dat voetpad/fietspad (verder) heeft achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 2]),

met die door verdachte bestuurde (personen)auto tegen die [slachtoffer 2]

en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige lantaarnpaal is

aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk onder die

(personen)auto terecht is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te of bij [pleegplaats], in ieder geval

in de gemeente De Friese Meren,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon,

te weten [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een (personen)auto, daarmee rijdende,

- een of meerdere fietsende perso(o)n(en) (waar onder die [slachtoffer 2])

over een of meerdere weg(en) heeft achtervolgd en/of

(nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had verloren)

- een of meerdere andere perso(o)n(en) heeft aangesproken met de vraag waar

die een of meerdere fietsende personen was/waren gebleven en/of (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) als

bestuurder van zijn/hun fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad (dat

toegang geeft tot een terrein bij een aldaar aanwezige sporthal ([naam]))

was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door verdachte te

ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met die door verdachte bestuurde

(personen)auto dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden en/of

(vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en)

op dat voetpad/fietspad (verder) heeft achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 2]),

met die door verdachte bestuurde (personen)auto tegen die [slachtoffer 2]

en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige lantaarnpaal is

aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk onder die

(personen)auto terecht is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij op of omstreeks 10 augustus 2014 te [pleegplaats], in elk geval in de

gemeente De Friese Meren,

(naar aanleiding van een (vermeend) incident met betrekking tot het

uitdagen/opruien van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd

(vermeend) incident aansprakelijke personen na te sporen),

als bestuurster van een voertuig/motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende,

- meerdere fietsende perso(o)n(en), waaronder een persoon genaamd [slachtoffer 2]

, op een of meerdere weg(en) in [pleegplaats] heeft achtervolgd

en/of (nadat verdachte die fietsende personen kennelijk uit het oog had

verloren) (vervolgens)

- na aanwijzingen daartoe is gereden in de richting van de sporthal ([naam])

en/of (vervolgens), ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar,

nadat die [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) met de

door hem/hen bestuurde fiets(en) een aldaar gelegen voetpad/fietspad (dat

toegang geeft tot een terrein bij een aldaar aanwezige sporthal ([naam]))

was/waren opgereden, (teneinde aan de achtervolging door verdachte te

ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken), (vervolgens)

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg op de voor

auto's bestemde rijbaan te vervolgen, toen aldaar, (vervolgens)

- ( met een aanzienlijke snelheid, althans een snelheid die te hoog was voor

een veilig verkeer ter plaatse,) met dat door verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto) dat aldaar gelegen voetpad/fietspad is opgereden

en/of (vervolgens)

- die fietsende [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en)

op dat voetpad/fietspad (verder) heeft achtervolgd en/of (vervolgens)

- ( met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een snelheid die hoger

was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 2]),

met dat door verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) tegen die [slachtoffer 2]

en/of de door hem bestuurde fiets en/of een aldaar aanwezige

lantaarnpaal is aangereden/opgebotst,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk onder dat

motorrijtuig (personenauto) terecht is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

- oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar.

Bewijsoverweging

In deze zaak staat vast dat verdachte met haar auto [slachtoffer 1] heeft aangereden en een zogenoemde botsingsvriendelijke lantaarnpaal omver heeft gereden alsook dat [slachtoffer 2] met zijn fiets onder de auto van de verdachte terecht is gekomen. Centraal staat de vraag of verdachte moedwillig op voornoemde jongens is ingereden met de opzet hen van het leven te beroven (poging doodslag) dan wel of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een meer of minder ernstige verkeersfout met verstrekkende gevolgen voor met name [slachtoffer 1]. Het essentiële verschil tussen de poging doodslag en de verkeersfout is de opzet op de dood die voor de poging doodslag vereist is. Bij de verkeersfout gaat het niet om opzet maar om schuld. Dit verschil heeft gevolgen voor de strafoplegging in die zin dat doorgaans voor poging doodslag aanmerkelijk hogere straffen worden opgelegd dan voor verkeersfouten met ernstige gevolgen.

Uit het dossier en hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard, volgt niet dat verdachte de uitdrukkelijke bedoeling heeft gehad om de slachtoffers van het leven te beroven. De rechtbank acht derhalve niet bewezen dat verdachte zogenoemd "vol" opzet had op de dood van de jongens. Onder opzet wordt echter ook begrepen “voorwaardelijk” opzet. Daarom moet worden beoordeeld of verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood. De rechtbank zal hierna tot het oordeel komen dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van de jongens had en zal haar derhalve vrijspreken van de tenlastegelegde poging doodslag.

De rechtbank komt op grond van het volgende tot die conclusie.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - in dit geval de dood van het slachtoffer - is aanwezig indien de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Voor de vaststelling daarvan is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Onvoldoende is dus als de verdachte zich wel bewust was van die kans maar dat de verdachte ervan is uitgegaan dat die kans zich niet zou realiseren.

Naar algemene ervaringsregels is de kans dat de gedragingen van de verdachte tot een ongeval met dodelijke afloop leiden aanmerkelijk te achten. De rechtbank gaat er in deze zaak dan ook van uit dat verdachte wetenschap had van die aanmerkelijke kans.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte deze aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard.

De officier van justitie is van oordeel dat dit wel het geval is en heeft daarom veroordeling voor poging doodslag gevorderd. De handelwijze van verdachte was naar zijn oordeel naar haar uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood van de jongens, dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties voor deze bewuste aanvaarding is naar het oordeel van de officier van justitie geen sprake.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er geen sprake was van bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op de dood van beide jongens.

Er was sprake van een te relativeren snelheid waarmee verdachte heeft gereden. Voorts kan niet worden vastgesteld dat verdachte niet heeft geremd en het pad waarop het gebeuren zich heeft afgespeeld, was niet aangeduid met een verkeersbord waardoor het gemarkeerd werd als een fiets- of voetpad. Het was daarom een pad dat op zichzelf voor automobilisten vrij toegankelijk was.

Verdachte heeft zich direct nadat het feit had plaatsgevonden erg bezorgd geuit en verklaard dat zij de gevolgen nooit heeft gewild. Zij wilde de jongens enkel aanspreken op hun gedrag en heeft daarbij een inschattingsfout gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van de vraag of verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van de jongens heeft aanvaard, naast de verklaringen van verdachte, eveneens meewegen de feitelijke omstandigheden van het geval, waarbij de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht van belang zijn. Het kan zo zijn dat de gedragingen van een verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op het gevolg dat het - ondanks een andersluidende verklaring van verdachte en behoudens aanwijzingen voor het tegendeel - niet anders kan zijn geweest dan dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.

Verdachte heeft verklaard dat zij op zoek is gegaan naar de jongens omdat zij ze wilde aanspreken op hun gedrag. Verdachte heeft aangegeven dat zij, hoewel zij zich weinig tot niets kan herinneren van de aanrijdingen en de secondes daarvoor, op geen enkel moment de jongens iets aan heeft willen doen.

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het ter zitting besprokene vast dat verdachte met de door haar bestuurde auto op zoek is gegaan naar de groep jongens waarvan de latere slachtoffers deel uit maakten. Deze groep had zich volgens de verdachte al langere tijd schuldig gemaakt aan het treiteren van haar honden. Nadat verdachte de groep uit het oog was verloren, werd zij door een getuige gewezen op de plaats waar de groep zich zou bevinden. Daar aangekomen, zag zij de groep jongens zitten aan het begin van een pad. De jongens zagen verdachte in haar auto aan komen rijden en sloegen per fiets op de vlucht waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] iets achterop raakten ten opzichte van de anderen. Daarop sloeg verdachte af en reed zij dit pad in. Na een achtervolging op het steeds smaller wordende pad heeft de verdachte met haar auto [slachtoffer 1] aangereden en een zogenoemde botsingsvriendelijke lantaarnpaal omver gereden. [slachtoffer 2] kwam met zijn fiets onder de auto van verdachte terecht.

Door de Dienst Regionale Recherche Forensische Opsporing, afdeling Verkeersongevalsanalyse (verder: VOA) is onderzoek verricht naar de het verloop van voornoemde gebeurtenissen. De resultaten zijn neergelegd in een proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse (verder: het onderzoek). Op verzoek van de raadsman van verdachte is naar aanleiding van het onderzoek door een gerechtelijk deskundige, [deskundige] van MVOA, nader onderzoek verricht waar op haar beurt door VOA is gereageerd.

Uit het onderzoek leidt de rechtbank het volgende af.

Gezien het gebrek aan specifieke contactsporen kan -hoewel dat niet zeer voor de hand liggend lijkt- niet worden uitgesloten dat [slachtoffer 2] niet is aangereden, maar dat hij zelf ten val is gekomen, waarna hij met zijn fiets onder de auto terecht is gekomen. De door verdachte gereden snelheid op het moment van aanvang van de krassporen op het wegdek, veroorzaakt door de fiets van [slachtoffer 2] die onder de auto van verdachte terecht was gekomen, lag tussen de 18 en 27 kilometer per uur (verder: km/u). De botsing met [slachtoffer 1] vond plaats kort voordat de auto tot stilstand kwam op de omver gereden lantaarnpaal. Op het moment van de botsing met de lantaarnpaal lag de snelheid tussen de 15 en 25 km/u. Omdat zowel de fiets van [slachtoffer 1] als de auto geringe schade had, was er sprake van een klein snelheidsverschil tussen beiden op het moment van de botsing.

Voorts wordt door onderzoekers geconcludeerd dat de gereden snelheid eerder op het pad meest waarschijnlijk op enig moment tussen de 30 en 40 km/u moet hebben gelegen. Dit wordt afgeleid uit het feit dat verdachte, om de fietsers te kunnen naderen en gezien de te overbruggen afstand, een hogere snelheid gehad moet hebben ten opzichte van de fietsers.

Of verdachte heeft geremd kan bevestigd noch uitgesloten worden. Of verdachte een uitwijkende beweging heeft gemaakt blijkt eveneens niet uit het verrichte onderzoek. De bandensporen in het gras zouden daartoe een aanwijzing kunnen zijn, maar de onderzoekers gaan niet in op de betekenis van deze sporen.

Nu uit de verklaring van verdachte niet blijkt van een bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat de jongens door haar gedraging om het leven zouden kunnen komen dan wel zwaar letsel zouden bekomen, zal de rechtbank bij haar beoordeling voornoemde feiten en omstandigheden betrekken.

De rechtbank stelt enerzijds vast dat in de gedragingen van de verdachte aanwijzingen kunnen worden gevonden die er op duiden dat zij het gevolg van haar handelen op de koop toe heeft genomen. Verdachte, heeft terwijl zij in een geëmotioneerde geestestoestand achter het stuur zat, na een zoektocht van enige duur met een opgefokte rijstijl en een te hoge snelheid op een steeds smaller wordend pad gereden. Op dat pad heeft zij met haar auto de fietsende jongens achtervolgd en heeft zij onvoldoende afstand gehouden. Zij heeft een gevaarlijke situatie doen ontstaan, waardoor het tot de hiervoor omschreven gevolgen is gekomen.

De rechtbank stelt anderzijds vast dat de onderzoeksresultaten elementen bevatten die de lezing van de verdachte kunnen ondersteunen en ruimte zouden kunnen bieden voor de conclusie dat zij niet de aanmerkelijke kans op de dood van de jongens heeft aanvaard.

- Uitgaande van het onderzoek is sprake geweest van snelheidsvermindering. Op enig moment op het pad heeft de snelheid van verdachte tussen de 30 en 40 km/u gelegen, terwijl de onderzoekers bij de aanvang van de krassporen een snelheid aangeven tussen de 18 en 27 km/u.

- De VOA geeft geen verklaring voor de sporen die de linker wielen van de auto in de berm hebben achtergelaten en die zouden kunnen duiden op een uitwijkende beweging.

- Niet vast is komen te staan hoe [slachtoffer 2] ten val is gekomen. De VOA sluit niet uit dat [slachtoffer 2] niet is aangereden, maar dat hij zelf ten val is gekomen. [slachtoffer 2] heeft weliswaar zelf verklaard dat hij is aangereden, maar deze verklaring vindt onvoldoende steun in de onderzoeksresultaten.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat niet uitgesloten kan worden dat verdachte op enig moment bewust snelheid heeft verminderd, heeft geremd of een uitwijkende beweging heeft gemaakt, om een aanrijding te voorkomen. Mogelijk heeft zij gereageerd op een val van [slachtoffer 2] door – weliswaar onvoldoende – te remmen en/of uit te wijken. Ook mogelijk is dat zij al voor de val of aanrijding van [slachtoffer 2] snelheid heeft geminderd of heeft geremd.

Dergelijke handelingen zouden gezien kunnen worden als contra-indicaties voor bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op een aanrijding met dodelijke gevolgen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de VOA tot de conclusie komt dat slechts sprake was van een gering verschil in snelheid tussen verdachte en de fietsers.

De rechtbank komt, alle feiten en omstandigheden afwegend, tot de conclusie dat op grond van het dossier en het ter terechtzitting besprokene, niet is komen vast te staan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bewust heeft aanvaard.

De rechtbank zal verdachte als reeds overwogen daarom vrijspreken van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Voorts zal de rechtbank verdachte om dezelfde reden vrijspreken van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling daar waar het gaat om de gedragingen verricht jegens [slachtoffer 1] en de onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling, daar waar het gaat om gedragingen verricht jegens [slachtoffer 2].

De rechtbank komt vervolgens toe aan de beoordeling of verdachte een verkeersfout heeft begaan. Aan verdachte is onder 1 meer subsidiair ten laste gelegd dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, in die zin dat zij zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De raadsman heeft aangevoerd dat de onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet wettig en overtuigend bewezen kan worden, in die zin dat sprake was van zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Ten aanzien van de onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met het oog op de geldende jurisprudentie ter zake is de rechtbank, met de raadsman, van oordeel dat de gedragingen van verdachte niet gekwalificeerd kunnen worden als roekeloosheid, zijnde de zwaarste vorm van schuld. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verdachte, zoals eveneens is tenlastegelegd, zeer onvoorzichtig heeft gereden en daarmee schuld heeft aan het feit dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. De rechtbank acht het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Nu het letsel van [slachtoffer 2] juridisch gezien niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel, is ten aanzien van gedragingen verricht jegens hem aan verdachte onder 2 meer subsidiair overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 ten laste gelegd. Dit houdt in dat verdachte door haar gedragingen gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

De rechtbank acht dit feit eveneens wettig en overtuigend bewezen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 2 april 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb op 10 augustus 2014 te [pleegplaats] een personenauto bestuurd. Ik ben al rijdende in mijn auto op zoek gegaan naar een groep jongens. Deze groep jongens had mijn hond getreiterd. Ik wilde hen daarop aanspreken. Ik was emotioneel. Mijn rijstijl kan als "opgefokt" omschreven worden. Toen ik de groep zag, reden zij op hun fiets een pad in. Ik ben dat pad ook ingereden. Ik zag de jongens voor mijn auto fietsen. Op enig moment ben ik tegen een lantaarnpaal aangereden. Toen ik uitstapte zag ik dat er een jongen, waarvan ik nu weet dat hij [slachtoffer 1] heet, onder een lantaarnpaal lag. Ook zag ik een jongen, waarvan ik nu weet dat hij [slachtoffer 2] heet, onder mijn auto liggen.

2. De inhoud van een zaaksdossier, registratienummer PL0200-2014087293, gesloten op 19 december 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

2.1

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02JS-2014087293-4, d.d. 11 augustus 2014, opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige] (blz. 52):

Ik zag dat de auto over de [weg] in onze richting kwam rijden. We zijn toen met de groep gevlucht en de groep fietste toen over het pad in de richting van de sporthal. Die auto bleef achter ons aan komen. Ik bleef achterom kijken terwijl ik keihard fietste en ik zag dat die auto een lantaarnpaal raakte en dat die lantaarnpaal omviel. Tevens zag ik dat [slachtoffer 2] onder de auto kwam en vlak daarna zag ik [slachtoffer 1] werd aangereden. Ik zag dat [slachtoffer 1] door de lucht vloog en met zijn hoofd op de weg terecht kwam.

2.2.

een ambtsedig proces-verbaal Dienst Regionale Recherche - Forensische opsporing, afdeling Verkeersongevalsanalyse, nummer 100814.2120.006, d.d. 7 november 2014, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten (blz. 225):

1.3

Betrokken voertuigen

Voertuig 1: Volkswagen type Polo (vierwielige personenauto)

Voertuig 2: fiets, verder fiets-[slachtoffer 2]

Voertuig 3: fiets, verder fiets-[slachtoffer 1]

1.4

Beknopte ongevalsbeschrijving

Het ongeval had plaatsgevonden op een pad gelegen achter de sporthal "[naam]" aan de [weg] te [pleegplaats] in de gemeente De Friese Meren.

De bestuurster van voertuig 1 had met haar voertuig over het pad gereden komende uit de richting [weg]. De beide fietsers fietsten eveneens over dit pad in dezelfde richting als de automobiliste. Op dit pad botste de automobiliste, met het door haar bestuurde voertuig, ieder geval tegen voertuig 3 en tegen een lantaarnpaal. De bestuurder van voertuig 2, genaamd [slachtoffer 2] kwam onder de Volkswagen terecht. De bestuurder van voertuig 3, genaamd [slachtoffer 1], raakte ernstig gewond.

2.2

Omschrijving wegsituatie

De ongevalslocatie bevond zich op een pad.

Het pad was bij de aansluiting met de [weg] ongeveer 3,2 meter breed. Na enige tientallen meters werd het pad ongeveer 1,8 meter breed.

3.1.1

Aangetroffen schade

Het sierrooster, in het midden van de voorbumper, was vrijwel zeker kapotgeslagen als gevolg van het overrijden van de fiets-[slachtoffer 2].

6.1.4

Snelheid over het traject aanvang pad tot kort voor botsing 1

De Volkswagen zal over het pad, om te kunnen "inlopen" op de fietsers, in ieder geval sneller moeten hebben gereden dan de fietssnelheid van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

3. een letselrapportage van Forensische Geneeskunde GGD Fryslân, op 12 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door de heer T.H. Tan, forensisch arts, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn verklaring:

Betreft

Naam: [slachtoffer 1]

Voornaam: [slachtoffer 1]

Vraagstelling

1. Welk letsel heeft [slachtoffer 1]?

2. Is er sprake van blijvend letsel?

Fractuur door coronale schedelnaad. De fractuurlijn loopt beiderzijds vanaf hoog frontaal door tot en met de buitenzijde van de wand van de oogkas.

Fractuur wand van de oogkas beiderzijds.

Fractuur buitenste wand van de linker neusbijholte

Bloeding tussen het schedelbot en het harde hersenvlies

Bloedingen in het overgangsgebied van een deel van de hersenstam

Meerdere gebieden met bloedingen en kneuzing van het hersenweefsel

Bloeding rondom de linker oogzenuw.

Mogelijk blijvend visusbeperking van zijn linkeroog.

Bij dit ongeval zouden de letsels verklaard kunnen worden doordat [slachtoffer 1] door de botsing op de tegels is gevallen waarbij tegelijkertijd de kap van de lantaarnpaal op de linkerzijde van de schedel botst. Doordat de auto over de lantaarnpaal is gereden is de schedel van [slachtoffer 1] klem komen te liggen tussen de kap van de lantaarn en de stoep waardoor de schedel in zijwaartse richting wordt samengedrukt. Ook de oppervlakkige striem links in de hals zou kunnen passen in bovenstaande hypothese.

De geconstateerde letsels kunnen beter worden verklaard door de bovenstaande hypothese dan door een val alleen op de stoeptegels of door een stoot door de lantaarnpaal.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. meer subsidiair

zij op 10 augustus 2014 te [pleegplaats], de gemeente De Friese Meren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een personenauto, daarmede rijdende over de weg de [weg] en een nabij gelegen pad dat toegang geeft tot een terrein rond een aldaar aanwezige sporthal de [naam], zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft verdachte met die door haar bestuurde personenauto zeer onvoorzichtig, naar aanleiding van een incident met betrekking tot het uitdagen van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd incident aansprakelijke personen na te sporen,

- fietsende personen, waaronder [slachtoffer 1], over wegen in [pleegplaats] achtervolgd en

- gereden in de richting van de sporthal de [naam] aldaar, en vervolgens, ter hoogte van de weg, de [weg], aldaar, nadat [slachtoffer 1] en meerdere andere personen als bestuurders van hun fietsen een aldaar gelegen pad dat toegang geeft tot een terrein bij een aldaar aanwezige sporthal de [naam] waren opgereden, teneinde aan de achtervolging door

verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken, vervolgens

- in plaats van op een normale en veilige wijze haar weg te vervolgen, toen aldaar, vervolgens met die door verdachte bestuurde personenauto dat pad opgereden en vervolgens

- die fietsende [slachtoffer 1] op dat pad met die personenauto achtervolgd en vervolgens

- met een snelheid die hoger was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 1], met die personenauto tegen die [slachtoffer 1] en de door hem bestuurde fiets en een aldaar aanwezige lantaarnpaal is aangereden,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] door de lucht vloog en vervolgens onder meer met zijn hoofd op dat pad terecht is gekomen en die lantaarnpaal gedeeltelijk tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] terecht is gekomen,

waardoor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere schedelfracturen en een fractuur van de wand van een oogkas en een fractuur van de buitenste wand van de linker neusbijholte en een bloeding tussen het schedelbot en het harde hersenvlies en bloedingen in het overgangsgebied van een deel van de hersenstam en meerdere bloedingen en kneuzingen van het hersenweefsel en een bloeding rond de linker oogzenuw, waardoor een mogelijk blijvende visusbeperking van het linker oog is ontstaan.

2. meer subsidiair

zij op 10 augustus 2014 te [pleegplaats], in de gemeente De Friese Meren, naar aanleiding van een incident met betrekking tot het uitdagen van een of meerdere hond(en) en teneinde de voor voornoemd incident aansprakelijke personen na te sporen, als bestuurster van een personenauto, daarmee rijdende,

- meerdere fietsende personen, waaronder een persoon genaamd [slachtoffer 2], op meerdere wegen in [pleegplaats] heeft achtervolgd en

- is gereden in de richting van de sporthal de [naam] en vervolgens, ter hoogte van de weg de [weg], aldaar, nadat die [slachtoffer 2] en meerdere andere personen met de door hen bestuurde fietsen een aldaar gelegen pad dat toegang geeft tot een terrein bij een aldaar aanwezige sporthal de [naam] waren opgereden, teneinde aan de achtervolging door verdachte te ontkomen en een veilig heenkomen te zoeken, vervolgens

- in plaats van op een normale en veilige wijze verdachtes weg te vervolgen, toen aldaar, vervolgens

- met die door verdachte bestuurde personenauto dat aldaar gelegen pad is opgereden en vervolgens

- die fietsende [slachtoffer 2] en meerdere andere personen op dat pad verder heeft achtervolgd en vervolgens

- met een snelheid die hoger was dan de snelheid van die vóór verdachte fietsende [slachtoffer 2], met die door verdachte bestuurde personenauto tegen de door hem bestuurde fiets en een aldaar aanwezige lantaarnpaal is aangereden,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] onder die personenauto terecht is gekomen,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. meer subsidiair

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

2. meer subsidiair

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze feiten worden beschouwd als een voortgezette handeling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over haar opgemaakte psychologisch rapport alsmede het reclasseringsrapport. Voorts het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval met verstrekkende gevolgen voor de op dat moment veertienjarige [slachtoffer 1]. Verdachte is naar aanleiding van het gedrag van een groep jongeren in de leeftijdscategorie van veertien en vijftien jaar, de groep waarin zich ook het slachtoffer bevond, in woede ontstoken en heeft met haar auto vanaf haar huis de achtervolging op hen ingezet. Uit verklaringen van verdachte en enkelen uit die groep kan worden afgeleid dat het is zeer wel mogelijk is dat er enige tijd sprake is geweest van “pesterig gedrag” ten opzichte van de honden van verdachte. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit de nodige emotie heeft opgeroepen bij verdachte. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking hetgeen hierover is opgenomen in het rapport van psycholoog en de reclassering. Niettemin ziet de rechtbank hierin geen enkele rechtvaardiging voor het onverantwoordelijke rijgedrag van verdachte dat hier op volgde. Zeker nu dit gedrag van de jongeren volgens verdachte al langere tijd duurde, had verdachte als volwassene (eerder) moeten kiezen voor een adequate reactie, bijvoorbeeld in de zin van het inschakelen van de ouders. Het achtervolgen op een weg in de bebouwde kom levert ontegenzeggelijk gevaarlijk rijgedrag op; immers de achtervolger is gericht op degene die hij wil inhalen en zal niet of minder aandacht hebben voor de verkeerssituatie ter plaatse, zeker als de emotie de boventoon voert. Meerdere getuigen hebben het rijgedrag van verdachte ook daadwerkelijk als gevaarlijk beleefd. Ook het met een snelheid van 30 à 40 kilometer per uur op een pad rijden, dat qua verhoogde toegang en tegels als plaveisel reden had moeten zijn voor extra kalm en beheerst rijgedrag, is hier een blijk van.

Ten aanzien van de op te leggen straf overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank zal niet meegaan in de eis van de officier van justitie omdat die eis uitgaat van een ander delict te weten poging tot doodslag. De straf moet passen bij het bewezen verklaarde verkeersdelict in samenhang met de ernst van de gedraging van verdachte. De rechtbank neemt als uitgangspunt de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Deze oriëntatiepunten geven weer dat rechters voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel in beginsel 160 uren taakstraf en 1 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, in gevallen waarin sprake is van een grove verkeersfout. Bij het gedrag van de verdachte gaat de rechtbank uit van een grove verkeersfout. De rechtbank betrekt daarbij niet alleen het ongeval zelf maar ook het daaraan voorafgaande gevaarzettende gedrag van de achtervolging door de bebouwde kom. Voorts betrekt de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat de ingrijpende gevolgen voor [slachtoffer 1], een jong iemand die nog aan het begin van zijn leven staat en die in zijn toekomstmogelijkheden onmiskenbaar beperkt zal blijven. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] blijkt dat ook hij tot op de dag van vandaag nog de nadelige gevolgen ondervindt van het door verdachte veroorzaakte gevolg. Verder neemt de rechtbank in aanmerking het feit dat verdachte nog in 2011 een strafbeschikking heeft gekregen voor rijden onder invloed. Bij dit alles realiseert de rechtbank zich ten volle dat de op te leggen straf bij het bewezen verklaarde verkeersdelict in geen verhouding kan staan met het leed van het slachtoffer en zijn familie. De rechtbank acht een gevangenisstraf in voorwaardelijke zin op zijn plaats en een werkstraf voor de maximale duur. Daarbij zal de rechtbank verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, nu het delict zijn oorsprong vindt in onverantwoordelijk rijgedrag.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 56 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 6, 175, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair alsmede onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde feit voorts:

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 2 jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Troost, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2015.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

De Wit

locatie Leeuwarden,

Troost