Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:1606

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2015
Datum publicatie
02-04-2015
Zaaknummer
18.950005-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich binnen kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een groot aantal zeer ernstige en veelal gewelddadige strafbare feiten. Deze feiten hebben een ernstige, diepe en soms ook vernederende inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van de slachtoffers. Een aantal slachtoffers heeft zich onder behandeling van professionele hulpverleners moeten stellen vanwege de door hen opgelopen trauma’s en ervaren angsten, welke behandeling in een aantal gevallen tot op heden doorloopt en, naar het zich laat aanzien, ook nog in de toekomst zal moeten plaatsvinden. Mede uit een oogpunt van vergelding acht de rechtbank een lange gevangenisstraf aangewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, 312, 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummers: 18/950005-14

18/730018-13

06/950159-11 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 april 2015 in de zaken van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren [geboorteplaats 1],

thans gedetineerd [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 2 september en 19 november 2014 en op 13 januari, 2 maart, 3 maart, 4 maart, 6 maart en 20 maart 2015.

Verdachte is verschenen op 2 maart, 3 maart, 4 maart en 6 maart 2015 en werd telkens bijgestaan door mr. Y. Karga, advocaat te Amsterdam.

Tenlasteleggingen

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting van 6 maart 2015 gewijzigde tenlastelegging onder parketnummer 18/950005-14 bij dagvaardingen tenlastegelegd, dat

onder parketnummer 18/950005-14

1.

(onderzoek FATA)

verdachte op of omstreeks 10 februari 2014 in de gemeente De Wolden, op de

openbare weg de [weg 1], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelije toeëigening heeft weggenomen, een auto

(merk: Toyota) en/of een (mobiele)telefoon, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heter daad aan zichzelf en/of aan die mededader hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de

afgifte van een auto en/of een telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1], die in een door hem bestuurde auto over de [weg 1] reed, tot

stoppen heeft/hebben gedwongen/bewogen door een afvalcontainer op het wegdek

van die [weg 1] te leggen/zetten en/of

- toen die [slachtoffer 1] uit die auto was gestapt, tevoorschijn is/zijn gekomen

terwijl hun/zijn/haar hoofd/gezicht (gedeeltelijk) was bedekt met een

bivakmuts, althans een stuk textiel en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen/gezegd dat deze zich gedeisd

moest houden en in de kofferbak (van die auto) moest, althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, heeft/hebben vastgehouden en/of daarmee heeft/hebben

gericht en/of gezwaaid en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen in de kofferbak van die auto te gaan

liggen en/of

- ( vervolgens) de kofferbak van die auto heeft/hebben gesloten, althans dicht

heeft/hebben gegooid en/of

- ( vervolgens) met die auto is/zijn weggereden;

2.

(onderzoek GANZ)

verdachte op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of

omstreeks de periode van 10 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te [pleegplaats 1]

en/of te [pleegplaats 2], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met dat opzet en al dan niet na

kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer 2] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de

liesstreek, althans in haar boven been (in de nabijheid van de

liesslagaarder) heeft/hebben gestoken en/of

- die [slachtoffer 2] met een pan, althans met een zwaar en/of hard voorwerp op/tegen

het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- die gewonde [slachtoffer 2], die gekneveld was aan handen en voeten, achter gelaten

in een uitgestrekt natuurgebied nabij [pleegplaats 2] en/of over die [slachtoffer 2] een

boomstam en/of takken heeft/hebben gelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of

omstreeks de periode van 10 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te [pleegplaats 1]

en/of te [pleegplaats 2], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen aan een persoon, (te weten [slachtoffer 2]), (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer 2] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de

liesstreek, althans in haar boven been heeft/hebben gestoken en/of

- die [slachtoffer 2] met een pan, althans met een zwaar en/of hard voorwerp op/tegen

het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

3.

(onderzoek GANZ)

verdachte in of omstreeks de periode van 10 februari 2014 tot en met 11

februari 2014 te [pleegplaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit/bij een woning

aan/nabij de [weg 4] heeft weggenomen, een geldbedrag, kleding, een gouden

ring, cosmetica-/verzorgingsproducten, een of meer tas(sen), een hoeveelheid

drank, een laptop, een of meer bankpasje(s) en/of een auto, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of die mededader,

waarbij verdachte en/of die mededader zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak,verbreking en/of

inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heter daad aan zichzelf en/of aan die mededader hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot

- de afgifte van een geldbedrag, kleding, een gouden ring,

cosmetica-/verzorgingsproducten, een of meer tas(sen), een hoeveelheid drank,

een laptop, een of meer bankpasje(s), en/of een auto,

en/of

- het ter beschikking stellen van gegevens te weten, een pincode en/of

kluiscode,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- zich door middel van braak en/of inklimming, althans met geweld, de toegang

tot die woning, waarin die [slachtoffer 2] woonachtig was, heeft/hebben verschaft

en/of

- met die [slachtoffer 2] in gevecht/worsteling is/zijn gegaan/geraakt en/of

- die [slachtoffer 2] (stevig) heeft/hebben vastgepakt en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 2], dreigend met een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, heeft/hebben gezwaaid en/of dreigend dat mes/voorwerp op

die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat, als zij niet zou

luisteren, verdachte en/of die mededader maatregelen moest(en) nemen,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat zij maar een prikkie van

de dokter moest hebben als zij niet luisterde, althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 2] in een kast heeft/hebben gelegd en/of

- de handen/polsen en/of voeten/enkels en/of het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

heeft/hebben vastgebonden met tape en/of een riem en/of een snoer en/of

- die [slachtoffer 2] aan haar haren hebben/heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in haar benen/een been heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of

- die [slachtoffer 2] met een pan, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen

het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] naar haar/een auto heeft/hebben gesleept en/of haar (vervolgens)

in de kofferbak van die auto heeft/hebben gelegd en/of

- ( gedurende lange tijd) met die [slachtoffer 2] in die kofferbak heeft/hebben

rondgereden en/of

- die gewonde [slachtoffer 2], die gekneveld was aan handen en voeten, achter gelaten

in een uitgestrekt natuurgebied nabij [pleegplaats 2] en/of over die [slachtoffer 2] een

boomstam en/of takken heeft/hebben gelegd en/of (daarmee) die [slachtoffer 2] in

hulpeloze toestand heeft/hebben achtergelaten;

en/of

B)

Opzettelijk een vrouw genaamd [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft (hebben) verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet:

- die [slachtoffer 2] (stevig) vastgepakt en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 2], dreigend met een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, gezwaaid en/of dreigend dat mes/voorwerp op die [slachtoffer 2]

gericht en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat zij maar een prikkie van de dokter

moest hebben als zij niet luisterde, althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 2] in een kast gelegd en/of

- de handen/polsen en/of voeten/enkels en/of het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

vastgebonden met tape en/of een riem en/of een snoer en/of

- die [slachtoffer 2] aan haar haren getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in haar benen/een been gestoken en/of gesneden en/of

- die [slachtoffer 2] met een pan, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op/tegen

het hoofd geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] naar haar/een auto gesleept en/of haar (vervolgens) in de

kofferbak van die auto gelegd en/of

- ( gedurende lange tijd) met die [slachtoffer 2] in die kofferbak rondgereden en/of

- die [slachtoffer 2] in een bos uit die auto heeft/hebben gehaald en/of haar daar

op de grond heeft/hebben neergelegd en/of haar daar (opnieuw) heeft/hebben

vastgebonden en/of een boomstam op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gelegd;

4.

(onderzoek Kapgier)

Verdachte op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of

omstreeks 18 februari 2014 te [pleegplaats 3] (gemeente Reusel), althans in

Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

(telkens) opzettelijk [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 6] (telkens) van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

-in een (afgelegen) woning gekneveld en/of

-de mobiele telefoon(s) afgepakt en/of

-de monden afgeplakt en/of

-in een kast opgesloten en/of

-(gekneveld) in een badkuip geplaatst;

en/of

B)

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een aantal (mobiele), kleding, schoeisel, autosleutels, fietssleutel,

gereedschap (schroevendraaier, zwarte tape en een klapmes), etenswaren (aantal

pakken Vifit en een pak eierkoeken), theeglazen, een longdrinkglas,

scheermesjes, loep, schaartje, boodschappentas en/of een stoffen tas en/of een

auto (merk: Renault Clio), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal (telkens) werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3],

[slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft

gedwongen tot de afgifte van een aantal (mobiele) telefoons, kleding,

schoeisel, autosleutels, fietssleutel, gereedschap (schroevendraaier, zwarte

tape en een klapmes), etenswaren (aantal pakken Vifit en een pak eierkoeken),

theeglazen, een longdrinkglas, scheermesjes, loep, schaartje, boodschappentas

en/of een stoffen tas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

, in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader(s)

- de woning van die [slachtoffer 3] heeft/hebben benaderd en/of

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (telkens) een

vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of

op die persoon/personen heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] telkens (al

dan niet onder bedreiging van het vuurwapen) of daarop gelijkend voorwerp,

de woning van die [slachtoffer 3] in heeft/hebben gedreven/gemanoeuvreerd, en/of

deze (vervolgens) - kort gezegd- heeft/hebben toegevoegd dat ze mee moest

werken en/of

- dat ze pasjes en/of geld wilden en/of de (mobiele) telefoons heeft/hebben

afgepakt,en/of "die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

in die woning heeft/hebben benaderd en/of beangstigd met een

vuurwapen en/of mes, althans (telkens) een daarop gelijkend voorwerp,

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (vervolgens)

heeft/hebben gekneveld en/of de monden afgeplakt (met tape) en/of

- die [slachtoffer 3] - al dan niet met een voorwerp - (krachtig) hebben geslagen,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heef gehad voor

[slachtoffer 3] ( 2 gebroken jukbeenderen en/of een gebroken kaak);

5.

(onderzoek Wagner)

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan

niet met voorbedachten rade een persoon, genaamd [slachtoffer 7] van het leven

te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die

[slachtoffer 7] meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen/pistool, in (en/of op

en/althans in de richting van) de borst/buikstreek, althans het lichaam heeft

geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

aan een persoon genaamd [slachtoffer 7], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

(te weten een schotwond in de borst/buikstreek en/of beschadiging van

kraakbeen en/of weefselschade en/of perforatie van de linker leverkwab en/of

verscheuring/perforatie/schade aan (de kleine) slagader), heeft toegebracht,

door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen/pistool,

in (en/of op en/althans in de richting van) de borst/buikstreek, althans het

lichaam te schieten;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon,

genaamd [slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer 7] meermalen, althans eenmaal, met een

(vuur)wapen/pistool, in (en/of op en/althans in de richting van) de

borst/buikstreek, althans het lichaam heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

(onderzoek Wagner)

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(op een campingterrein aan de [weg 2])

A)

Opzettelijk een vrouw, genaamd [slachtoffer 8] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft (hebben) verdachte en/of verdachtes mededader met dat opzet:

- die [slachtoffer 8] (stevig) bij de arm(en) en/of nek en/althans het lichaam vast

gepakt en/of gehouden en/of (vervolgens) over dat campingterrein naar de

caravan van die [slachtoffer 8] (voort) geduwd/gedrukt/gesleurd en/of (daarbij) die

[slachtoffer 8] een (vuur)wapen/pistool in de rug geduwd/gedrukt (gehouden), en/of

- ( op korte afstand) achter die [slachtoffer 8] en/of naast die [slachtoffer 8] is/zijn

blijven/gaan lopen, en/of

- ( nadat verdachte en/of verdachtes mededader met een (vuur)wapen/pistool

(meermalen) een schot had gelost) meermalen tegen die [slachtoffer 8]

gezegd/geroepen: "Ik schiet je kapot, ik maak je kapot, ik schiet je

overhoop", althans soortgelijke woorden van bedreigende aard of strekking,

en/of

- ( voortdurend) die [slachtoffer 8] een (vuur)wapen/pistool en/of een mes laten

zien/getoond en/of met dat (vuur)wapen/pistool en/of mes ten opzichte van

die [slachtoffer 8] gemanipuleerd, en/of

- aldus (gedurende enige tijd) die [slachtoffer 8] belemmerd om zich te bewegen in een

richting die en/of op een moment dat zij zelf wenste;

en/of

B)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer

autosleutel(s) en/of een personenauto (merk Daihatsu), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 8], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader, welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan verdachtes mededader hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld een vrouw, genaamd [slachtoffer 8] heeft

gedwongen tot de afgifte van een of meer autosleutel(s) en/of een personenauto

(merk Daihatsu), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

verdachtes mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of verdachtes mededader:

- die [slachtoffer 8] (stevig) bij de arm(en) en/of nek en/althans het lichaam

heeft/hebben vast gepakt en/of gehouden en/of (vervolgens) over dat

campingterrein naar de caravan van die [slachtoffer 8] heeft/hebben (voort)

geduwd/gedrukt/gesleurd en/of (daarbij) die [slachtoffer 8] een (vuur)wapen/pistool

in de rug heeft/hebben geduwd/gedrukt (gehouden), en/of

- ( op korte afstand) achter die [slachtoffer 8] en/of naast die [slachtoffer 8] is/zijn

blijven/gaan lopen, en/of

- ( nadat verdachte en/of verdachtes mededader met een (vuur)wapen/pistool

(meermalen) een schot had gelost) meermalen tegen die [slachtoffer 8] heeft/hebben

gezegd/geroepen: "Ik schiet je kapot, ik maak je kapot, ik schiet je

overhoop" althans soortgelijke woorden van bedreigende aard of strekking,

en/of

- ( voortdurend) die [slachtoffer 8] een (vuur)wapen/pistool en/of een mes heeft/hebben

laten zien/getoond en/of met dat (vuur)wapen/pistool en/of mes ten opzichte

van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemanipuleerd, en/of

- Op dwingende wijze heeft/hebben gevraagd waar die [slachtoffer 8] de autosleutels had

en/of de auto had geparkeerd en/of op dwingende/gebiedende wijze tegen die

[slachtoffer 8] heeft/hebben gezegd dat zij, [slachtoffer 8] de toegangspoort van het

campingterrein moest openen;

7.

(onderzoek Wagner)

verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(in een woning/boerderij aan de [weg 3])

A)

Opzettelijk een of meer perso(o)n(en), genaamd [slachtoffer 9] en/of

[slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], wederrechtelijk

van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft (hebben) verdachte en/of verdachte mededader(s) met dat opzet:

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] (voortdurend) een

(vuur)wapen/pistool en/of een mes laten zien/getoond en/of gericht op die

[slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of met dat (vuur)wapen/pistool

en/of mes ten opzichte van [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10]

gemanipuleerd, en/of

- die [slachtoffer 9] (met kracht) de woning/boerderij binnen

geduwd/gedrukt/getrokken, en/of

- ( meermalen) tegen die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10]

gezegd/geroepen -zakelijk weergegeven- dat ze mee moest(en) werken en/of

moest(en) luisteren, anders zou het niet goed aflopen, en/of

- communicatie apparatuur vernield en/of onbruikbaar gemaakt, en/of

- die [slachtoffer 9] (meermalen) in het gezicht en/althans tegen het hoofd

gestompt/geslagen, en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] (aan de handen en/of voeten)

vast gebonden/gesnoerd/gekneveld/geboeid en/of geblinddoekt en/of een

prop/stuk papier in de mond geduwd/gedrukt, en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] doen plaats nemen op een stoel

in een (kantoor)ruimte, en/of

- die [slachtoffer 10] (vervolgens) in een douche/badruimte van die

woning/boerderij opgesloten (achtergelaten), en/of

- aldus (gedurende enige tijd) die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10]

belemmerd om zich te bewegen door de woning/boerderij en/of die

woning/boerderij te verlaten en/of te bewegen in een richting die en/of op

een moment dat zij zelf wenste(n);

en/of

B)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer

autosleutel(s) en/of een personenauto (merk: Honda) en/of kleding en/of

etenswaren en/of drinken en/of een of meer bankpas(sen) en/of (de

bijbehorende) pincode(s) en/of (een) (mobiele) telefoon(s) en/althans/in elk

geval enig (ander) goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9]

en/of [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] en/of die

[slachtoffer 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan verdachtes mededader hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld (een) vrouw(en), genaamd [slachtoffer 9]

en/of [slachtoffer 10] heeft gedwongen tot de afgifte van

een of meer autosleutel(s) en/of een personenauto (merk: Honda) en/of kleding

en/of etenswaren en/of drinken en/of een of meer bankpas(sen) en/of (de

bijbehorende) pincode(s) en/of (een) (mobiele) telefoon(s) en/althans/in elk

geval van enig (ander) goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s):

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] (voortdurend) een

(vuur)wapen/pistool en/of een mes heeft/hebben laten zien/getoond en/of

gericht op die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of met dat

(vuur)wapen/pistool en/of mes ten opzichte van [slachtoffer 9] en/of die

[slachtoffer 10] heeft/hebben gemanipuleerd, en/of

- Die [slachtoffer 9] (met kracht) de woning/boerderij binnen heeft/hebben

geduwd/gedrukt/getrokken, en/of

- ( meermalen) tegen die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] heeft/hebben

gezegd/geroepen -zakelijk weergegeven- dat ze mee moest(en) werken en/of

moest(en) luisteren, anders zou het niet goed aflopen, en/of

- communicatie apparatuur heeft/hebben vernield en/of onbruikbaar gemaakt,

en/of

- die [slachtoffer 9] in het gezicht en/althans tegen het hoofd heeft/hebben

gestompt en/of geslagen, en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] (aan de handen en/of voeten)

vast heeft/hebben gebonden/gesnoerd/gekneveld/geboeid en/of geblinddoekt

en/of een prop/stuk papier in de mond heeft/hebben geduwd/gedrukt, en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] heeft/hebben doen plaats nemen

op een stoel in een (kantoor)ruimte, en/of

- die [slachtoffer 10] (vervolgens) in een douche/badruimte van die

woning/boerderij heeft/hebben opgesloten (achtergelaten);

ten gevolge van welk(e) voornoemd(e) feit(en) een van die personen (te weten

[slachtoffer 9]) zwaar lichamelijk letsel (te weten een

takotsubo-cardiomyopathie) heeft bekomen;

8.

(Onderzoek Wagner)

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] ([weg 3]) en/of

in de gemeente [pleegplaats 4] en/althans (elders) in Nederland en/of te [pleegplaats 5]

en/althans (elders) in de Bondsrepubliek Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander en/althans alleen:

A)

opzettelijk een man, genaamd [slachtoffer 13], wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden

immers heeft (hebben) verdachte en/of verdachtes mededader met dat opzet:

- die [slachtoffer 13] (voortdurend) een (vuur)wapen/pistool en/of een mes laten

zien/getoond en/of gericht op die [slachtoffer 13] en/of met dat (vuur)wapen/pistool

en/of mes ten opzichte van [slachtoffer 13] gemanipuleerd, en/of

- ( in een woning/boerderij aan de [weg 3] te [pleegplaats 4] ) die [slachtoffer 13] (aan de

handen en/of voeten) vast gebonden/gesnoerd/gekneveld/ geboeid, en/of

- ( vervolgens/nadat de handen/voeten van die [slachtoffer 13] waren vrij gemaakt) die

[slachtoffer 13] gedwongen (als bestuurder) in een personenauto plaats te nemen/te

gaan zitten en/of die [slachtoffer 13] onder druk van de hiervoor genoemde

omstandigheden in een personenauto doen plaats nemen en/of (vervolgens) naar

een plaats/bankfiliaal te rijden waar verdachte en/of verdachtes mededader

geld kon(den) pinnen van een (bank)rekening van die [slachtoffer 13] of diens

familie en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 13] gezegd -zakelijk weergegeven- dat

er eerst geld moest komen alvorens die [slachtoffer 13] vrij gelaten zou worden en/of

- aldus (gedurende enige tijd) die [slachtoffer 13] belemmerd om zich te bewegen door

de woning/boerderij en/of die woning/boerderij/personenauto te verlaten

en/of te bewegen in een richting die en/of op een moment dat hij zelf

wenste;

en/of

B)

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- ( in de woning/boerderij aan de [weg 3]) een mobiele telefoon en/althans

enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes

mededader(s), en/of

- ( bij de [bank 1] te [pleegplaats 5]) (een) geldbedrag(en) geheel of ten dele

toebehorende aan de families [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 13], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),

welke diefstal(len) werd(en) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 13], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal(len) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan verdachtes mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, en/althans

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld (een) man, genaamd [slachtoffer 13]

(telkens) heeft gedwongen tot de afgifte van:

- ( in de woning/boerderij aan de [weg 3]) een mobiele telefoon en/althans

enig goed en/of geld geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 13],

en/of

- ( bij de [bank 1] te [pleegplaats 5]) (een) geldbedrag(en) geheel of ten dele

toebehorende aan de families [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 13] in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat

verdachte en/of verdachtes mededader:

- die [slachtoffer 13] (voortdurend) een (vuur)wapen/pistool en/of een mes

heeft/hebben laten zien/getoond en/of gericht op die [slachtoffer 13] en/of met dat

(vuur)wapen/pistool en/of mes ten opzichte van [slachtoffer 13] heeft/hebben

gemanipuleerd, en/of

- ( in een woning/boerderij aan de [weg 3] te [pleegplaats 4] )die [slachtoffer 13] (aan de

handen en/of voeten) vast heeft/hebben gebonden/gesnoerd/gekneveld/geboeid,

en/of

- ( vervolgens/nadat de handen/voeten van die [slachtoffer 13] waren vrij gemaakt) die

[slachtoffer 13] heeft/hebben gedwongen (als bestuurder) in een personenauto plaats

te nemen/te gaan zitten en/of die [slachtoffer 13] onder druk van de hiervoor

genoemde omstandigheden in een personenauto doen plaats nemen en/of

(vervolgens) naar een plaats/bankfiliaal te rijden waar verdachte en/of

verdachtes mededader geld kon(den) pinnen van een (bank)rekening van die

[slachtoffer 13] of diens familie en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 13] heeft/hebben

gezegd -zakelijk weergegeven- dat er eerst geld moest komen alvorens die

[slachtoffer 13] vrij gelaten zou worden;

9.

(onderzoek Wagner)

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een

persoon, genaamd [slachtoffer 14] van het leven te beroven, met dat opzet die

[slachtoffer 14] met een (vuur)wapen/pistool, althans met een hard voorwerp, meermalen,

althans eenmaal, met kracht op/tegen het gezicht en/of hoofd heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 14], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer 14] met een (vuur)wapen/pistool, althans met een hard

voorwerp, meermalen, althans eenmaal, met kracht op/tegen het gezicht en/of

hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4]

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 14])

(met een (vuur)wapen/pistool, althans met een hard/scherp voorwerp),

meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het gezicht en/of hoofd

heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 14] letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

10.

(onderzoek Wagner)

Verdachte op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4],

(op een campingterrein aan de [weg 2])

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-ëigening weg te nemen (een)

autosleutel(s), geheel of ten dele toebehorende aan een vrouw, genaamd [slachtoffer 15]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

verdachtes mededader(s), en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 15], te

plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan verdachtes

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/althans

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld een vrouw, genaamd [slachtoffer 15] te dwingen tot de

afgifte van (een) autosleutel(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan die [slachtoffer 15], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),

(in/nabij (de voortent) van caravan [nummer 2]):

- die [slachtoffer 15] een (vuur)wapen/pistool heeft laten zien/getoond en/of met dat

(vuur)wapen/pistool ten opzichte van die [slachtoffer 15] heeft gemanipuleerd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 15] (en/of een of meer andere perso(o)n(en)) heeft

gezegd/geroepen -zakelijk weergegeven- dat ze allemaal op de grond moesten

gaan liggen, althans soortgelijke woorden van bedreigende/dwingende aard of

strekking, en/of

- ( vervolgens) met dat (vuur)wapen/pistool -in de onmiddellijke nabijheid van

die [slachtoffer 15]- (meermalen) (in de lucht) heeft geschoten, en/of

- op gebiedende/dwingende wijze tegen die [slachtoffer 15] heeft

gezegd/geroepen/gevraagd -zakelijk weergegeven- dat zij haar autosleutel(s)

(af) moest geven,

- en/althans/aldus voor die [slachtoffer 15] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake

dat

hij op of omstreeks 24 februari 2014 te [pleegplaats 4],

(op een campingterrein aan de [weg 2])

een vrouw genaamd [slachtoffer 15] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (in/nabij (de voortent) van

caravan [nummer 2]):

-die [slachtoffer 15] een (vuur)wapen/pistool laten zien/getoond en/of met dat

(vuur)wapen/pistool ten opzichte van die [slachtoffer 15] gemanipuleerd, en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 15] (en/of een of meer andere perso(o)n(en))

gezegd/geroepen -zakelijk weergegeven- dat ze allemaal op de grond moesten

gaan liggen, althans soortgelijke woorden van bedreigende/dwingende aard of

strekking, en/of

-(vervolgens) met dat (vuur)wapen/pistool -in de onmiddellijke nabijheid van

die [slachtoffer 15]- (meermalen) (in de lucht) geschoten,

-en/althans/aldus voor die [slachtoffer 15] een bedreigende situatie doen ontstaan;

onder parketnummer 18/730018-13

hij op of omstreeks 6 januari 2013 te [pleegplaats 6] een wapen van categorie III, te weten een semi-automatisch pistool (van het merk FN Browning) en/of munitie van categorie III, te weten zes centraalvuur kogelpatronen (van het merk Sellier & Bellot en/of Winchester), voorhanden heeft gehad.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten en kennelijke vergissingen in de tenlasteleggingen worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging onder parketnummer 18/950005-14 staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” en “verdachte en/of verdachtes mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)” en “verdachte en/of verdachtes medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

Het openbaar ministerie acht hetgeen aan verdachte onder parketnummer 18/950005-14 onder 1., 2. primair, 3. onder A. en B., 4. onder A. en B., 5. primair, 6. onder A. en B., 7. onder A. en B., 8. onder A. en B., 9. meer subsidiair en 10. primair en onder parketnummer 18/730018-13 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: zestien jaren gevangenisstraf onder aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert het openbaar ministerie integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 1], te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedings-maatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 2], te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; gedeeltelijke en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 18.001,91, met niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; niet-ontvankelijk verklaring van het immateriële deel van de civiele vordering van [slachtoffer 16], en hoofdelijke toewijzing van het materiële deel van de civiele vordering van € 1.677,76, te vermeerderen met de wettelijke rente; gedeeltelijke en hoofdelijke toewijzing van het immateriële deel van de civiele vordering van [slachtoffer 4] tot een geschat bedrag van € 6.000,-- en gedeeltelijke toewijzing van het materiële deel van de civiele vordering van [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 4.606,01, met niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vorderingen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], en oplegging van schadevergoedingsmaatregelen; gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 7] tot een bedrag van € 24.885,40, met niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 8] tot een bedrag van € 10.236,88, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 9] tot een bedrag van € 13.645,81, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 10], te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 13] tot een bedrag van € 2.600,--, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; niet-ontvankelijk verklaring van de civiele vordering van [slachtoffer 12]; gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 14] tot een bedrag van

€ 225,27, met niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; en gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 15] tot een bedrag van € 231,22, met niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

feit 9

De verdachte dient van het onder parketnummer 18/950005-14 onder 9. primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmiddelen

parketnummer 18/950005-14

ten aanzien van het eerste feit

Uit de met betrekking tot dit feit gebezigde bewijsmiddelen is het volgende gebleken:

op maandag 10 februari 2014, omstreeks 02.20 uur, kwam er bij de meldkamer van de Eenheid Noord-Nederland een melding binnen dat er iemand was overvallen op de [weg 1] in [pleegplaats 7] binnen de gemeente De Wolden ter hoogte van de spoorwegovergang. Het bleek te gaan om: [slachtoffer 1], wonende aan de [adres 2].

Nadat de politie ter plaatse was gekomen zagen de verbalisanten ter hoogte van de begraafplaats een groene vuilcontainer midden op de weg liggen. Zij werden daar aangesproken door genoemde [slachtoffer 1], die kort samengevat vertelde dat hij zojuist met zijn auto was komen aanrijden en dat hij de container van de weg af had willen halen en dat hij vervolgens door twee personen was overvallen, van wie er één een pistool vasthield.

 De aangifte van [slachtoffer 1]1, zakelijk onder meer inhoudende:

op 10 februari 2014, omstreeks 02.10 uur, ben ik met mijn auto, een Toyota Verso S, van huis vertrokken.

Op de [weg 1] in [pleegplaats 7] stapte ik uit omdat er een container op de weg lag.

Vanuit het bos kwamen twee personen tevoorschijn die bivakmutsen droegen. Eén van hen had een vuurwapen. Ze riepen dat ik me gedeisd moest houden. Ik moest vervolgens onder bedreiging van het vuurwapen in de kofferbak van mijn auto plaatsnemen. De kofferbak werd dichtgesmeten. De man met het vuurwapen kwam bij mij om mijn telefoon te pakken. Ik gaf de telefoon af.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 2 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot dit feit tegenover de politie heb afgelegd2.

Het was mijn wapen. Het ging mij om de auto. Die wilde ik verkopen. Hij moest mee om te voorkomen dat hij iemand kon waarschuwen.

 De verklaring die verdachte met betrekking tot dit feit tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

er kwam iemand aanrijden, de man stapte uit zijn auto en wilde de container van de weg halen. Ik liep naar de man en bedreigde hem met een vuurwapen in mijn hand.

 De verklaring die [medeverdachte] met betrekking tot dit feit tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:3

we kwamen in [pleegplaats 7]. Toen had ik bedacht een container op de weg neer te zetten met het doel om een auto te stoppen. Ik heb de container op de weg gelegd. Toen die man eraan kwam wilde hij de container van de weg leggen. We gingen naar hem toe en zeiden dat hij moest meewerken. We hebben gedreigd met een vuurwapen.

Ik heb tegen de man gezegd dat hij in de kofferbak moest. Ik deed de kofferbak open zodat de man erin kon. We hadden allebei een bivakmuts op.

ten aanzien van het tweede en het derde feit

Uit de met betrekking tot deze feiten gebezigde bewijsmiddelen is het volgende gebleken:

op dinsdag 11 februari 2014, omstreeks 11.25 uur, werd door een man genaamd [getuige] wonende [adres 1], naar de Meldkamer Noord-Nederland gebeld. Hij gaf door dat zijn buurvrouw van perceel [weg 4] die ochtend niet op haar werk verschenen was en dat hij zojuist met een collega van haar bij haar woning was geweest.

Ze hadden braakschade aan de woning geconstateerd en gezien dat alles in de woning overhoop gehaald was.

Naar aanleiding van deze melding werden er surveillance-eenheden ter plaatse gestuurd. Aan de [weg 4] bleek ingeschreven te staan: [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats 2], wonende [weg 4].

Er waren sporen van braak, onder andere een geforceerd klapraam. Het was een grote puinhoop in haar woning. Er werd een bebloed dekbed aangetroffen.

De auto van [slachtoffer 2], een zwarte Volkswagen van het model Up, stond niet op haar oprit.

 De aangifte van [slachtoffer 2]4, zakelijk onder meer inhoudende:

op maandag 10 februari 2014, omstreeks 16.15 uur kwam ik thuis bij mijn woning aan

[weg 4] te [pleegplaats 1]. Bij thuiskomst reed ik de auto, een Volkswagen Up, naast het huis op het grind onder de carport.

Toen ik via de zijdeur binnen kwam ben ik de kamer ingegaan. Ik zag een man komen uit de hal. Deze hal wordt van de woonkamer gescheiden met een glazen deur. Ik heb geprobeerd om weg te lopen, maar hij liep achter mij aan en hij pakte mij beet. Ik heb geprobeerd me los te rukken. Direct nadat de man de kamer was binnengekomen kwam direct hier achteraan de vrouw binnen. Ik probeerde me los te rukken uit van de greep van de man. De man had mij bij mijn armen vast. De vrouw stond met het mes te zwaaien. Ik zag dat de vrouw het mes dreigend naar mij gericht hield. Als ik niet zou luisteren dan moesten ze maatregelen nemen. Dat zei zij.

Vervolgens werd ik in de kast tegenover het kookeiland gedrukt. Voordat ik in deze kast terecht kwam werd ik door haar vastgetaped. De vrouw heeft mijn voeten getaped. Ook heeft de vrouw nog diversen keren aan mijn haren getrokken en mijn polsen met een riem aan elkaar vastgemaakt.

Toen ik getaped werd, lag ik al in de kast. In de kast ben ik getaped. Vervolgens hebben ze mij naar de code van mijn kluis gevraagd. Omdat ik wist dat daar toch geen geld inzat, gaf ik ze de code van mijn kluis. Deze kluis staat normaal gesproken in de schoenenkast op mijn slaapkamer. Ze waren allebei bij me, maar de man vroeg het. Hij kwam weer bij me terug dat de code niet goed was. Ik zei dat de code wel goed was en de man vertrok weer en toen was de kluis kennelijk opengegaan want de man zei tegen de vrouw dat er geen geld in zat.

De vrouw vroeg nu naar de pincode van mijn [bankpas]. Ik heb twee bankpassen. Eén

[creditcard] maar hier is de code niet van gevraagd maar de card is wel verdwenen. Van de andere pas die van de [bank 2] vroegen zij de code. Ik gaf deze niet.

Omdat ik de code niet gaf werd ik met een mes in mijn beide bovenbenen gestoken.

Hij zei erbij een prikje van de dokter. Zij heeft mij vervolgens met een pan op mijn hoofd geslagen. Ik had echt veel pijn van die klap op mijn hoofd.

Ik heb besloten om toch maar mijn code van de [bankpas] te geven. Omdat het geweld

steeds meer toenam, besloot ik dit te doen. Ik bloedde behoorlijk. Ik merkte dat ze mijn

halsslagader controleerde of ik niet dood was.

De vrouw is voortdurend bij mij geweest toen ik in kast lag. De kastdeur bleef open. Ook werd af en toe mijn slagader gevoeld.

Ik heb de man tegen de vrouw horen zeggen dat ze bleven wachten tot het donker zou

worden. Toen het donker was geworden ben ik met mijn rug op een kleed/deken gelegd. Dit is in de kamer gebeurd. Via de punten van het kleed ben ik naar de auto gesleept. Ik ben in de kofferruimte gelegd.

Vervolgens reden ze weg. Ik kwam er achter dat het mijn auto was toen ik het open dakje zag en ik de man hoorde vragen of er benzine of diesel in moest.

Ik wist dat ze gingen pinnen omdat hij nogmaals mijn pincode vroeg en zij uitstapte. Gedurende de hele nacht is er regelmatig gestopt.

Uiteindelijk ben ik ergens in een bos losgelaten. Ik ben in een bos uit de auto getild. Ik moest in het bos uit de auto, maar ik hield mij slap waardoor de vrouw en de man mij uiteindelijk uit de auto hebben gesleept naar een plek in het bos.

Zowel de man als de vrouw hebben mij onder de armen gepakt en gesleept. Ik ben bij een boom neergelegd en hier is ook een grote boomstam bovenop mij neergelegd. In het bos ben ik weer extra getaped ook werd ik nog vastgebonden met het snoer. Ik lag gewoon op de grond en ik zat niet vast aan een boom. Over de boomstam zijn weer takken gelegd.

Ik heb een zware gouden ring, die ben ik kwijt. Ik mis heel veel kleding die ik veel droeg. Ook zijn make-up/verzorgingsproducten weg. Ik mis een rode sporttas en een witte adidastas. Ook een zwarte boodschappentas met Le Sac erop. Ik heb de rode sporttas en de zwarte boodschappentas in de auto zien staan. Ik mis geld en drank en mijn laptop.

 Letselrapportage van GGd Drenthe d.d. 24 april 2014, opgemaakt door de forensisch arts S.P.H. Letmaath5, zakelijk onder meer inhoudende:

dat hij, Letmaath op 20 februari 2014 een letselonderzoek heeft verricht bij mevrouw [slachtoffer 2]. Letmaath heeft bij mevrouw [slachtoffer 2] onder meer als letsel waargenomen een aan de voorzijde van het linker bovenbeen in de lies, ca. 150 mm onder het niveau van de darmbeenkam een scherprandig wijkend huidletsel met een afmeting van ca. 7 bij 3 mm, roze omrand, met in de diepte korstvorming zichtbaar. Daaromheen is een gebied zichtbaar met een afmeting van ca. 160 bij 70 mm met paarsrode, paarsblauwe, blauwgrijze en geelgroene verkleuring, duidend op een bloeduitstorting.

Er heeft onderhuids en uitwendig bloedverlies plaatsgehad. Het is zeer wel mogelijk dat er door de onderhuidse beschadiging door een snijdend oppervlak bloedvaten zijn beschadigd waardoor er een uitvoeriger bloedverlies is geweest.

Als dit letsel meer naar de binnenzijde was geweest was er een kans geweest op een beschadiging van grote bloedvaten met ernstig, levensbedreigend bloedverlies.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 2 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heb afgelegd6.

Ik wilde ergens inbreken om te douchen. We waren vies. Ik heb een raam open gewrikt. We zijn door dat raam naar binnen gegaan. De bedoeling was dat er niemand thuis was. Dat was het makkelijkst. We hebben gegeten, gedoucht en schone kleding aangetrokken. Dat was kleding van de bewoonster. We hadden eten en kleding nodig. Mevrouw kwam thuis. Ik probeerde haar op haar gemak te stellen in de hoop dat ze zou meewerken. Ik nam haar in een houdgreep. Ik heb gezegd dat [medeverdachte] haar moest vastbinden. Ze schreeuwde nogal. Ik had al gezien dat er een kluis was. Ik vroeg om de code van de kluis. Op een gegeven moment kreeg ik hem open. Ik prikte haar met een mes in haar bovenbeen. Dat had ik van het kookeiland gepakt. Ik heb twee keer gestoken. Ze wilde de code niet geven namelijk. We wilden geld. Daarom heb ik geprikt, omdat het niet snel genoeg ging.

Ik heb één keer aan haar halsslagader gevoeld. Ik had besloten dat zij mee moest. De pincode van haar pasje was dezelfde als van de kluis. Ik dacht: dat klopt niet. We lieten haar niet gaan zodat ze geen aangifte zou doen en de pas zou worden geblokkeerd. We hebben tegen haar gezegd dat ze stil moest zijn.

We konden met de auto niet ver het bos in. Het zou dus niet erg slim zijn om haar zo los te laten.

Ik heb de plek uitgekozen waar we haar achter lieten. Ik heb de woning doorzocht. Mevrouw had vijf euro bij zich in een portemonnee. De andere genoemde goederen hebben we inderdaad weggenomen.

Het was niet mijn bedoeling om haar dodelijk te verwonden. Ik heb door te steken wel een risico gelopen; dat klopt. Ik zag dat ze bloedde. Waar zij lag zag ik bloed.

 De verklaring die [medeverdachte] met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven7:

we hebben een raam geforceerd en zijn naar binnen geklommen.

Nadat we andere kleren aan hadden, hadden we wel zoiets van, als iemand komt moeten we voorbereid zijn. We zouden dan bedreigen, vastpakken, vastbinden, pincode pakken en pinnen. Ik heb een mes uit de keuken gepakt en een pan op het aanrecht neergezet.

Ik had snoeren van de laptops afgehaald en deze op de grond klaar gelegd. Ik heb tape uit een kast gepakt. We keken naar geld en goud. We troffen een kluis en papieren aan.

De kluis was dicht. We hebben de pincode gevraagd en die gaf ze toen. In eerste instantie zouden we eerder vertrekken maar dat hebben we niet gedaan omdat mensen elkaar daar wel kennen. We besloten toen te blijven. We hadden al wel het vermoeden dat er wel iemand thuis zou komen. Ik vond een ring. Die heb ik in mijn zak gestopt. Ik heb kleren, pasjes, de auto en een ring weggenomen. We hebben buiten gelegd wat we wilden meenemen.

De goederen die wij hadden klaargelegd waren: een laptop, kleding, verzorgingsproducten,

eten en drinken.

De bewoonster kwam thuis. We zagen een auto op de oprit. Ze kwam binnen wandelen. Ze zag ons. Wij probeerden haar nog in bedwang te houden. Ze ging schreeuwen en toen hebben we haar vastgepakt. We zeiden dat ze rustig moest doen maar dat deed ze niet. Vervolgens heb ik haar voeten vast gebonden en toen heb ik haar in de kast gezet.

Ik ben voor de zekerheid bij haar gebleven voor het geval ze wilde weglopen.

Eerst deed ze moeilijk en wilde ze de code van de kluis niet geven. Toen ik probeerde haar bang te maken door woorden die ik zei gaf ze de code wel. Ik dreigde haar wat aan te doen.

We besloten te vertrekken toen het donker werd zodat we niet gezien zouden worden door mensen. De bedoeling was om te gaan pinnen. De vrouw moest mee om te garanderen dat er niet iets fout zou gaan, bijvoorbeeld dat de pincode niet klopte of dat ze de politie in kennis zou stellen.

Ik had de pan vast en heb haar daarmee een klap gegeven.

We hebben haar in een laken gelegd. Dat was makkelijker om haar in de auto te zetten.

Ik heb kleding over haar hoofd gelegd. De achterbank was neergeklapt. Om haar niet zichtbaar te maken werden goederen over haar heen gelegd. De bedoeling was om te gaan pinnen. We wisten de pincode; die had ik gevraagd. In een klein dorpje heb ik 1200 euro gepind.

We reden in haar auto en ze zou daar gelijk wat van zeggen als we haar vrij zouden laten. We besloten nog even te wachten zodat het voor ons veilig zou zijn. We wilden haar ergens achter laten in een rustig gebied zodat we tijd hadden weg te gaan.

Ze heeft de hele nacht in de auto gelegen. In [pleegplaats 2] hebben we haar in het bos gelegd.

Ze was vastgebonden. Ik heb eerst haar voeten losgemaakt en toen kon ze gewoon lopen. We gingen haar toen duwen om door te lopen. Het was een groot afgelegen gebied.

We lieten haar achter met haar voeten vastgebonden. We hebben als camouflage dikke takken over haar heen gelegd en toen zijn we weggegaan.

De goederen die we buiten al hadden klaargezet lagen in de auto. We reden naar een station en hebben daar de auto geparkeerd.

bijzondere bewijsoverwegingen ten aanzien van het tweede feit

poging doodslag

Blijkens de door de forensisch arts Letmaath opgemaakte letselrapportage is bij mevrouw [slachtoffer 2] onder meer als letsel waargenomen een aan de voorzijde van het linker bovenbeen in de lies scherprandig wijkend huidletsel met een afmeting van ca. 7 bij 3 mm.

Als dit letsel, aldus Letmaath in zijn rapport, meer naar de binnenzijde was geweest was er een kans geweest op een beschadiging van grote bloedvaten met ernstig, levensbedreigend bloedverlies.

Verdachte heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat het niet zijn bedoeling was om mevrouw [slachtoffer 2] dodelijk te verwonden maar dat hij door te steken wel een risico heeft gelopen.

Zo is het precies: naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door mevrouw [slachtoffer 2] opzettelijk met een mes op een willekeurige plaats in de liesstreek te steken, willens en wetens het risico aanvaard dat de liesslagader zou worden geperforeerd, hetgeen in korte tijd tot de dood door verbloeding zou hebben geleid. Aldus acht de rechtbank poging tot doodslag van mevrouw [slachtoffer 2] in voorwaardelijk opzettelijke zin bewezen.

medeplegen

Van medeplegen is sprake als twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen. Als deze samenwerkende personen niet ieder voor zich alle bestanddelen van het delict vervullen, kan de samenwerking niettemin als medeplegen worden aangemerkt indien sprake is van bewuste en nauwe samenwerking.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte en zijn [medeverdachte] bewust en nauw hebben samengewerkt. Deze intensieve samenwerking blijkt uit de tussen hen gemaakte taakverdeling en uitvoering daarvan met maar één doel: het verkrijgen van geld door te pinnen met de bankpas van mevrouw [slachtoffer 2]. Daartoe was het nodig de bij die bankpas behorende pincode te bemachtigen. Nadat de [medeverdachte] haar had gevraagd de pincode te geven en zij dit weigerde, heeft verdachte haar in de liesstreek gestoken. Vervolgens heeft de [medeverdachte] haar hard op het hoofd geslagen met een pan.

Dit door beiden tegen mevrouw [slachtoffer 2] gerichte geweld had tot doel haar te dwingen tot afgifte van de pincode.

[medeverdachte] heeft weliswaar niet zelf gestoken, maar zij heeft zich niet gedistantieerd van het door verdachte gepleegde geweld. Integendeel: zij heeft mevrouw [slachtoffer 2] vervolgens hard op het hoofd geslagen met een pan.

Onder de gegeven omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig intensieve taakverdeling en samenwerking tussen verdachte en de [medeverdachte] dat de onderscheiden geweldshandelingen inwisselbaar zijn en aldus aan hen beiden dienen te worden toegerekend. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank sprake van medeplegen van poging tot doodslag.

ten aanzien van het vierde feit

Uit de met betrekking tot dit feit gebezigde bewijsmiddelen is het volgende gebleken:

op dinsdag 18 februari 2014 omstreeks 12:57 uur kwam bij meldkamer van de politie-eenheid Oost-Brabant, de telefonische melding binnen dat de bewoner van een vakantiewoning was overvallen door twee daders die het slachtoffer met een vuurwapen hadden geslagen. In de woning zouden vier mensen zijn vastgebonden en daarvan zou er één ernstig gewond zijn aan het hoofd.

Ter plaatse bleek de pleegplaats een vakantiewoning te betreffen, welke was gelegen aan de [weg 5], zijnde een zandpad tussen de gemeenten Diessen en Lage Mierde.

Bij navraag bij het kadaster bleek de betreffende kavel te zijn geregistreerd onder [kadaster-nummer] en bleek het te zijn gelegen aan de [weg 5] te [pleegplaats 3], gemeente Reusel-de Mierden.

In de betreffende vakantiewoning werden door de [verbalisant 1] en [verbalisant 2], vier personen aangetroffen, die allen waren gekneveld dan wel kort daarvoor gekneveld waren geweest. Eén van de vrouwelijke slachtoffers had nog resten tape in haar haren zitten. Tevens bleek dat één van deze vier personen, de later volledig te noemen aangever [slachtoffer 3], zwaar gewond was aan het hoofd, waarop hij door de ambulancedienst werd afgevoerd naar het [ziekenhuis] te [plaats 2].

 De aangifte van [slachtoffer 4]8, zakelijk onder meer inhoudende:

op dinsdag 18 februari 2014 omstreeks 12.00 uur ging ik naar het vakantiehuisje van [slachtoffer 3]. Ik zag dat er twee auto’s voor de woning stonden. Ik ben naar de achterdeur van de woning gelopen. Onderweg naar de achterdeur zag ik dat een vrouw voor de woning over het fietspad liep. Ik zag dat de achterdeur open was. Staande in de deuropening zag ik dat de vrouw van het fietspad plotseling achter mij stond. In de woning zag ik een man staan. Dadelijk zag ik dat deze man een wapen in zijn hand had. Ik moest van de man met het wapen binnen komen. Onder bedreiging van het wapen moest ik op de bank in de woonkamer gaan zitten. De man hield mij onder schot. Vervolgens werd ik door de vrouw met een nylon koord aan handen en voeten vastgebonden. Zij duwde mij een prop in mijn mond die met een doek werd vastgebonden. De man pakte mijn telefoon en huissleutel af.

De vrouw werd door de man naar boven geroepen. Ik zag toen dat [slachtoffer 3] door de man en de vrouw in een kast werd geduwd. Ik moest samen met de man en de vrouw naar de badkamer lopen. Daar ben ik in het bad gelegd. Ik kon geen kant op.

 De nadere verklaring van [slachtoffer 4]9, zakelijk onder meer inhoudende:

vanuit de deuropening sprak ik de onbekende man aan met de vraag of [slachtoffer 3] thuis was.

Ik hoorde dat de man antwoordde: “[slachtoffer 3] is boven, maar hij ziet er niet goed uit. Het is uit de hand gelopen”.

Ik werd later bevrijd door twee dames, die opgesloten hadden gezeten in de slaapkamer.

 De aangifte van [slachtoffer 5]10, zakelijk onder meer inhoudende:

op dinsdag 18 februari 2014 ben ik met mijn vriendin [slachtoffer 6] gaan wandelen.

Ter hoogte van het vijf-gemeentenpunt zagen wij een man met een paard in de richting van een vrijstaande woning lopen.

Ik heb de man met het paard vaker gezien. Ik weet dat de man in de vrijstaande woning aldaar verblijft.

Kort daarop zag ik dat het paard terug het pad kwam opgelopen terwijl ik de man niet zag maar hem wel om hulp hoorde roepen.

Aan de achterzijde van de woning zag ik een gewonde man, genaamd [slachtoffer 3], op de grond liggen. Een andere man en een vrouw stonden daar bij.

Ik zag dat [slachtoffer 3] door de man onder schot werd gehouden met een pistool

Ik zag dat kort daarop de man met het pistool ook mijn vriendin [slachtoffer 6] onder schot hield en meenam naar de achterzijde van de woning.

Samen met [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3] moest ik, onder bedreiging van het vuurwapen, de woning inlopen.

Ik en mijn vriendin [slachtoffer 6] werden in de woning met tape gekneveld aan onze handen. Er werd tape over onze mond gedaan.

Ik zag dat de handen van [slachtoffer 3] met een touw op de rug werden gebonden en dat [slachtoffer 3] zei dat hij bang was als zijn mond zou worden afgeplakt, omdat hij slecht kon ademhalen door de verwonding aan zijn neus.

Ik zag dat de vrouw de tape, het witte touw en een soort koksmes uit een rugzak pakte.

Iedereen werd door de vrouw gefouilleerd waarbij telefoons en sleutels werden afgenomen en waarbij door haar specifiek werd gevraagd of iemand met zijn GSM had gebeld.

Mijn vriendin [slachtoffer 6] en ik werden vervolgens naar een slaapkamer gebracht.

Ik zag dat de man met de autosleutel van [slachtoffer 6] binnenkwam en dat hij vroeg waar de auto stond geparkeerd.

Ik hoorde dat [slachtoffer 6] zei dat haar auto drie kilometer verderop stond geparkeerd.

Ik zag dat de vrouw kleding uit een kast haalde en naar beneden gooide en dat deze kleding daar door de man werd aangetrokken.

Ik hoorde dat de man vroeg waar de fietssleutel was van een afgesloten fiets in de schuur, en dat [slachtoffer 3] hierop vertelde waar deze fietssleutel lag. Even later hoorde ik dat een tractor achterom kwam gereden en dat er daarna beneden door iemand naar [slachtoffer 3] werd geroepen.

Ik hoorde de man daarna: “[slachtoffer 3] is boven. Rustig, rustig, dan overkomt u niets”.

Mijn voeten werden door de vrouw aan elkaar gebonden met een touw, evenals de voeten van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3].

Ik zag dat daarna iedereen een extra prop in de mond kreeg die met tape werd vastgezet.

Ik zag dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] in een kast werden opgesloten. Ik moest zelf beneden in een kantoortje op de grond gaan zitten.

Daarna hoorde ik dat er nog gerommeld werd in huis, waarop de man en de vrouw de woning hebben afgesloten en verlaten.

 De aangifte van [slachtoffer 6]11, zakelijk onder meer inhoudende:

op dinsdag 18 februari 2014 ben ik met mijn vriendin [slachtoffer 5] met mijn rode Renault Clio naar de [straat 1] te [plaats] gereden om aldaar te gaan wandelen.

Op een gegeven moment zag ik een paard midden op de weg staan, op ongeveer 50 meter verwijderd van een bewoond zomerhuisje.

Ik zag dat [slachtoffer 5] met het paard naar de achterzijde van deze woning liep omdat ze de meneer van het paard hoorde roepen.

Ik zag dat kort daarop een onbekende man naar het hek kwam, terwijl die man een pistool op mij richtte.

Ik zag dat die man met het pistool zwaaide en mij maande om naar binnen te gaan.

In de woning zag ik een onbekende vrouw en de gewonde bewoner.

Op aanwijzing van de man en vrouw moest ik in de woonkamer gaan zitten.

Door de vrouw werden mijn polsen op de rug bij elkaar getapet en tape over mijn mond en om mijn hoofd gedaan.

Mijn vriendin en ik en de bewoner moesten naar boven gaan naar een slaapkamer. De bewoner werd gevraagd om pasjes.

Ik zag dat de man met een autosleutel terug kwam. Ik vertelde dat dat de sleutel van mijn eigen auto was, die aan de rand van het bos stond geparkeerd.

Ik zag dat de onbekende vrouw naar boven kwam en bij iedereen de enkels vastbond met een wit touw terwijl zij een groot keukenmes bij zich had.

Ik hoorde dat de onbekende vrouw om pasjes vroeg en meteen daarop iedereen begon te fouilleren.

Ik zag dat de vrouw daarna de monden nog een keer opnieuw met tape dichtplakte.

Ik zag dat de man en de vrouw de eigenaar van de woning opsloten in een kast.

Daarna werd ik zelf door de man en vrouw opgesloten in een kast.

Kort daarop opende mijn vriendin de kast en bevrijdde mij met een schaar.

Samen hebben wij daarna de eigenaar van de woning bevrijd en als laatste de man die in een bad lag getapet en vastgebonden.

Mijn auto is door de man en de vrouw meegenomen.

 De nadere verklaring van [slachtoffer 6]12, zakelijk onder meer inhoudende:

ik zag dat de onbekende man en vrouw zich in de woning hebben omgekleed met kleding uit het huisje.

 De aangifte van [slachtoffer 3]13, zakelijk onder meer inhoudende:

samen met mijn vriendin huur ik de recreatiewoning aan de [weg 5].

Overdag zorg ik voor de paarden terwijl mijn vriendin gaat werken.

Ik had met [slachtoffer 4] afgesproken dat [slachtoffer 4] op dinsdag 18 februari 2014 hooi voor de paarden zou komen brengen.

Om omstreeks 08:30 uur sloot ik de woning af en ging voor de paarden zorgen.

Na vijf tot tien minuten ben ik met het paard gaan wandelen omdat ik dat altijd doe, maar ik kan me dit niet herinneren omdat dit gedeelte is weggevaagd. De daders zijn een man en een vrouw geweest maar ik kan me niets herinneren van de confrontatie met de man en de vrouw.

Mij is letsel toegebracht maar ik kan me niet concreet voor de geest halen hoe dat is gegaan. Ik weet dat ik geschreeuwd heb van de pijn.

Uit de woning ben ik kleding kwijt, schoeisel, alsmede sleutels, een schroevendraaier, zwarte tape, een klapmes, drie pakken Vifit, een pak eierkoeken, theeglazen, een longdrinkglas, scheermesjes, een loep, een schaartje, een boodschappentas en een stoffen tas.

 Een door de arts J.J.M.C. Horvers op 18 februari 2014 opgemaakte beschrijving van het bij [slachtoffer 3] geconstateerde letsel14, zakelijk onder meer inhoudende:

dat hij, Horvers, bij [slachtoffer 3] een gebroken bovenkaak heeft geconstateerd, waarbij de botstukken van de kaak door middel van een operatie met metalen plaatjes aan elkaar zijn bevestigd, dat de kauwfunctie twee maanden verminderd zal zijn en dat het van de mate van herstel zal afhangen of er blijvend functieverlies zal zijn.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 2 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heb afgelegd15.

We hebben de nacht in het bos doorgebracht. We hebben een huis geobserveerd, waarin we wilden inbreken. Toen wij aan het inbreken waren kwam er een man met een paard aan. Ik heb mijn pistool gepakt en de man bedreigd. We wilden hem in het huisje hebben. Ik heb de man vastgepakt. Er ontstond een worsteling. Hij sloeg om zich heen. Toen heb ik hem geslagen. Er kwamen vervolgens twee vrouwen aan. Ze moesten van mij de woning in. Ik heb de auto van één van die vrouwen opgehaald. Ik had de sleutels van de auto bij het naar binnen gaan gepakt.

Er kwam een man met een tractor. Die moest ook de woning in. Ik heb de goederen weggenomen die in de dagvaarding staan.

 De verklaring die [medeverdachte] met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven16:

we wilden gaan inbreken maar het is niet gelukt omdat er een man met een paard aan kwam. Hij zag ons direct. Hij begon te roepen en hysterisch te doen. Hij viel [verdachte] aan.

Ik heb hem laten struikelen. lk deed mijn been voor zijn voeten en hij kwam ten val. Vervolgens zagen we nog twee wandelaars en die hebben we ook gezegd dat ze moesten meewerken en mee naar binnen moesten lopen.

De bewoner lag op de grond. Ik vroeg hem om de sleutel. Hij was een beetje niet goed in orde. Hij had bloed op zijn hoofd. Toen heb ik de sleutel uit zijn broekzak gepakt en de deur open gemaakt. We hebben tegen de dames gezegd dat ze mee moesten werken.

Ze moesten hun telefoon inleveren en mee naar binnen. Ik heb ze alle drie gefouilleerd en van alle drie de handen vastgebonden met touw en tape. lk heb eten klaar gelegd en schone kleren gepakt. De mensen waren eerst beneden. Later hebben wij ze naar boven gebracht.

Ze werden in de slaapkamer gezet. De dames hebben we later in een kast gelegd.

De vierde persoon kwam op het moment dat ik van de auto kwam en weer naar binnen wilde lopen. We hadden de sleutels van de auto van één van de vrouwen gevraagd.

De man was op zoek naar de eigenaar. Hij liep richting voordeur en op dat moment kwam ik de hoek om en toen kwam hij oog in oog met [verdachte] en daarna met mij.

Ik heb hem in de woonkamer vastgebonden aan handen en voeten en zijn mond dicht geplakt. Hij kreeg ook een prop in zijn mond. Dat had ik bij de anderen ook gedaan. We hebben de man in de badkamer in de badkuip gelegd.

Ik heb een keukenmes in mijn handen gehad, een koksmes. Ik heb ze allemaal met het mes bedreigd.

Ik had het mes steeds vast en ik heb ze gewaarschuwd dat ze zich rustig moesten houden.

Ik heb de man van het paard meermalen naar zijn bankpasje en pincode gevraagd. Toen we weg gingen hebben we de woning afgesloten met de sleutel.

We hebben eten, kleren, een auto, autosleutels en telefoons meegenomen. We reden in de rode Renault Clio van één van die vrouwen.

Het klopt dat toen [verdachte] de auto ophaalde hij het wapen aan mij gaf omdat ik achterbleef bij die mensen. Ik heb ze met het wapen onder schot gehouden.

bijzondere bewijsoverweging ten aanzien van het vierde feit

De arts Horvers heeft op 18 februari 2014 bij [slachtoffer 3] een gebroken bovenkaak geconstateerd, waarvan de botstukken door middel van een operatie met metalen plaatjes aan elkaar zijn bevestigd. De kauwfunctie zal twee maanden verminderd zijn en van de mate van herstel zal afhangen of er blijvend functieverlies zal zijn.

Gelet op deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

ten aanzien van het vijfde, zesde, negende en tiende feit

Uit de met betrekking tot deze feiten gebezigde bewijsmiddelen is het volgende gebleken:

op maandag 24 februari 2014 omstreeks 14:25 uur werd aan de politiemeldkamer Twente kennisgegeven dat er met een vuurwapen zou worden geschoten op [camping] aan de [weg 2] te [pleegplaats 4]. In de volksmond wordt deze camping ook wel [naam] genoemd, naar de [vereniging] die er gevestigd is.

Naar aanleiding van een constatering van een inbraak in een caravan op camping [naam] was aangever [slachtoffer 7] samen met de beheerster en degene die een inbraak had geconstateerd op maandag 24 februari 2014 de camping rondgelopen om caravans te controleren.

Men wilde kijken of er nog meer verbrekingen waren. Zo kwamen ze ook bij caravan standplaats [nummer 2], alwaar men geluid vandaan hoorde komen. Nadat aangever [slachtoffer 7] de voortent van caravan [nummer 2] had geopend en naar binnen was gegaan, opende hij de deur van de caravan. [slachtoffer 7] kwam vervolgens oog in oog te staan met een man en daar achter een vrouw. Hij was met deze mensen in worsteling gekomen. Even later is door die man met een pistool op aangever [slachtoffer 7] geschoten waardoor [slachtoffer 7] gewond raakte.

het vijfde feit

 De aangifte van [slachtoffer 7]17, zakelijk onder meer inhoudende:

ik ben de voortent ingelopen en ik heb met mijn rechterhand gecontroleerd of de caravandeur afgesloten was. Ik draaide aan de deurknop en deed de deur van de caravan open. In de deuropening zag ik een man staan en daarachter een vrouw. Ik zag dat de man in eerste instantie uit de caravan wilde komen maar dat kon niet omdat ik er voor stond. Op een gegeven ogenblik lag ik op mijn zij in de caravan. Ik zag dat de man boven mij stond. Ik heb met mijn rechterhand de man in zijn kruis gegrepen om te voorkomen dat hij de caravan uit kon komen. Ik kon hem helaas niet vast houden dus hij kon de caravan uit vluchten. Ik zag dat mijn vrouw de caravan in kwam gevolgd door de man. Ik hoorde dat mijn vrouw tegen mij zei:” Hij heeft een pistool”. Ik zag ook dat de man in zijn rechterhand een pistool had. Ik zag dat de man op ongeveer één meter van mij vandaan stond. Hij schoot op mij. Ik voelde dat ik onder in mijn rechter borst geraakt werd.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heb afgelegd18.

Ik ging de caravan in. Ik had het pistool in mijn hand. Ik schoot. Hij stond vlak voor mij. Het was in de caravan. Toen ik in de caravan kwam was het wapen doorgeladen.

 Een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van 12 juni 201419, zaaknummer 2014.03.14.180.004, opgemaakt door de forensisch arts H.N.J.M. van Venrooij, zakelijk onder meer inhoudende, als eigen waarneming, wetenschap en bevinding van hem, Van Venrooij:

op basis van de beschikbare informatie en de radiologische revisie wordt het letsel bij [slachtoffer 7] beschreven als een schotverwonding door een projectiel uit een vuurwapen met een verloop van rechtsvoor aan de borstkas, dóór onder andere de linker leverkwab in de bovenbuik, tot linksachter in de ruimte achter de buikholte.

In relatie hiermee werd een beschadiging van een kleine slagader linksachter in de romp, ter hoogte van de twaalfde borstwervel gediagnosticeerd en waren er zowel aanwijzingen voor bloed in de vrije buikholte als in de borstkas.

Hoewel zich retrospectief bij [slachtoffer 7] geen acute noch op langere termijn levens-bedreigende verwikkelingen hebben voorgedaan wordt in algemene zin gesteld dat de kans op het optreden van complicaties kan worden aangemerkt als zeer aanzienlijk.

Dergelijke complicaties kunnen zowel acuut optreden door bloedingen en/of uitval van vitale functies van buik- en borstorganen door verscheuring door het passerende projectiel als op (iets) langere termijn door infectie(s) van steriele lichaamsholtes, -structuren en organen met micro-organismen via het schotkanaal.

bijzondere bewijsoverweging ten aanzien van het vijfde feit

Blijkens het door de forensisch arts Van Venrooij opgemaakte deskundigenrapport is bij de heer [slachtoffer 7] een schotverwonding met een verloop van rechtsvoor aan de borstkas, dóór onder andere de linker leverkwab in de bovenbuik, tot linksachter in de ruimte achter de buikholte waargenomen.

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer verklaard dat hij niet op de borst van de heer [slachtoffer 7] heeft gericht maar dat hij, doordat de heer [slachtoffer 7] hem aanviel, achterover helde waardoor de kogel de borst van de heer [slachtoffer 7] is binnengedrongen. De rechtbank acht dit niet aannemelijk geworden nu het geconstateerde letsel niet past bij deze lezing van verdachte. Het schotkanaal verloopt immers hoofdwaarts naar voetwaarts.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door opzettelijk in een kleine ruimte en in een hectische situatie met een pistool in de borst van de heer [slachtoffer 7] te schieten, willens en wetens het risico aanvaard dat de heer [slachtoffer 7] door bloedingen - er is een beschadiging van een kleine slagader linksachter in de romp gediagnosticeerd - of door uitval van vitale functies van buik- en borstorganen - door verscheuring door het passerende projectiel - zou komen te overlijden. Aldus acht de rechtbank opzet op de dood van de heer [slachtoffer 7] in voorwaardelijke zin bewezen.

het zesde feit

 De aangifte van [slachtoffer 8]20, zakelijk onder meer inhoudende:

vandaag hebben we met meerdere bewoners de camping [camping] aan de [weg 2] te [pleegplaats 4] gecontroleerd omdat er op het terrein/veld rechts achter een caravan geopend was aangetroffen.

We troffen inderdaad meerdere geopende voortenten en geforceerde caravans aan. Ik zag dat een mij onbekende man kwam aanrennen. Ik werd onder dwang met kracht vastgepakt en meegenomen. De man wilde dat ik hem naar mijn auto bracht. Ik liep toen naar mijn caravan en werd daarbij stevig vastgehouden bij de armen en in de nek door die man. Ik hoorde dat die man mij constant bedreigde met de woorden “Ik maak je kapot; ik schiet je kapot; ik schiet je overhoop”.

Ik kwam ten val en werd overeind gesleurd door de man.

De man riep “Waar is de sleutel?” Ik zag dat de man daarbij zwaaide met het pistool in mijn richting. Ik voelde mij door dit zwaaien met het wapen nog meer bedreigd.

Samen met de man ben ik onze caravan ingelopen. Ik werd daar nog steeds krachtig vastgehouden aan mijn armen en nek door die man.

De man vroeg mij welke auto het was en waar die stond. Ik heb hem dat gezegd. Ik heb gezegd dat het een zwarte Daihatsu was welke stond op het parkeerterrein in de richting van de uitgang.

De man liep vervolgens naar de auto. Ik zag dat de man achter het stuur ging zitten.

U vraagt mij welke sleutels zijn meegenomen door de man. Het was een grote zilverkleurige ring met daaraan de autosleutel en de sleutels van de voor- en achterdeur van ons huisadres.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heb afgelegd21.

Ik ben naar de heer [slachtoffer 14] toegelopen en die zei dat mevrouw [slachtoffer 8] autosleutels had. Ik heb haar bedreigd en overeind gesleurd toen ze viel. Ik zei dat omdat ze niet doorliep. We wilden weg. Ik zei het om haar door te laten lopen.

 De verklaring die de verdachte met betrekking tot dit feit tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

ik zei tegen haar loop door, loop door. Ik sommeerde haar om door te open. Ik deed dat met de hand waarin ik het wapen had.

het negende feit

 De aangifte van [slachtoffer 14]22, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

op maandag 24 februari 2014 omstreeks 12.15 uur, ben ik samen met mijn vrouw naar onze caravan gereden, welke op de camping staat. De camping is genaamd [naam] en deze is gevestigd aan de [weg 2] 201 te [pleegplaats 4].

Toen we bij onze caravan aankwamen zagen wij dat de voortent van onze caravan deels opengeritst was. We hebben achter de voortent een houten deur gemaakt en zagen dat deze ook geopend was.

We zijn de voortent verder ingelopen en zagen dat de deur van caravan ook geopend was. Wij zagen dat er met het slot gerommeld was. Hierna zijn we rondgelopen richting het beheerdershuis. We hebben verteld dat er bij ons was ingebroken en dat er mogelijk bij meerdere caravans was ingebroken.

Toen we in de voortent van [nummer 1] stonden hoorden we [slachtoffer 7] schreeuwen.

Ik ben toen de voortent van [nummer 1] uitgerend en ben richting [nummer 2] gaan rennen en op hetzelfde moment zag ik dat een man uit de voortent van [nummer 2] kwam lopen. Deze man was voor ons een onbekend persoon.

Ik probeerde toen de man vast te pakken. Er ontstond een worsteling tussen de man en mij.

Toen we aan het worstelen waren zag ik op een gegeven moment dat de man een klein zwartkleurig vuurwapen in zijn linkerhand vast had. Vervolgens voelde ik dat ik door de man met het vuurwapen op mijn hoofd werd geslagen. Ik voelde dat ik net boven mijn rechter wenkbrauw werd geraakt en ik voelde pijn. Ik voelde tevens bloed vanaf mijn hoofd naar beneden stromen.

 Een geneeskundige verklaring van 14 (lees: 24) februari 201423, opgemaakt door M.A.R. Duiveman, forensisch geneeskundige bij GGd Enschede, zakelijk onder meer inhoudende, als eigen waarneming, wetenschap en bevinding van hem, Duiveman,

dat hij op 24 februari 2014 bij [slachtoffer 14] een barstwond van de huid boven de rechter wenkbrauw heeft waargenomen.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot dit feit tegenover de politie heb afgelegd24.

Er waren drie personen toen ik naar buiten probeerde te gaan. Bij de ingang stond een derde persoon. Het waren twee vrouwen en een man. Ik had het wapen in mijn jaszak. Ik pakte het wapen. Ik worstelde met de man. Ik sloeg hem met mijn vuist tegen zijn hoofd. Met de hand waarin het wapen zat.

het tiende feit

 De aangifte van [slachtoffer 15]25, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

ik ben [slachtoffer 15] en ik ben getuige geweest van de schietpartij die zich op de camping [naam], gelegen aan de [weg 2] te [pleegplaats 4] heeft afgespeeld.

Vandaag maandag 24 februari 2014 omstreeks 13.30 uur kwam [slachtoffer 14] van plek [nummer 3] bij mij, om te melden dat er was ingebroken in zijn caravan. Ik ben met [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8], [slachtoffer 14] en [slachtoffer 17] naar de achterste velden gegaan om daar de caravans te bekijken.

Ik kwam toen bij mijn eigen caravan op [nummer 1] en ik zag dat het achterraam van mijn caravan open stond.

Op het moment dat ik in mijn caravan was, hoorde ik buiten een hoop geschreeuw. Ik ben toen naar buiten gegaan en zag dat [slachtoffer 14] en [slachtoffer 8] probeerden een man vast te houden. Ondertussen hoorde ik [slachtoffer 7] in de caravan schreeuwen. Dit betrof caravan [nummer 2]. Ik ben toen deze caravan naar binnen gegaan en zag [slachtoffer 7] iemand in bedwang houden. Ondertussen had de man die [slachtoffer 8] en [slachtoffer 14] vast hielden zich los geworsteld en hij kwam de caravan binnen met een pistool in de hand. Ik zag dat hij dit pistool in de lucht hield. Hij sommeerde ons op de grond te gaan liggen. Vervolgens hoorde en zag ik dat hij in de lucht schoot. Vervolgens vroeg hij aan mij of ik mijn autosleutels wilde geven. Ik antwoordde hem dat ik geen auto had.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot dit feit tegenover de politie heb afgelegd26.

Mevrouw [slachtoffer 15] kwam en toen mevrouw [slachtoffer 8]. Er waren drie personen toen ik naar buiten probeerde te gaan. Ik vroeg mevrouw [slachtoffer 15] om sleutels. Dat was nadat ik in de lucht had geschoten. Dat was buiten. Ik heb gezegd dat de mensen op de grond moesten gaan liggen.

ten aanzien van het zevende en achtste feit

Uit de met betrekking tot deze feiten gebezigde bewijsmiddelen is het volgende gebleken:

op maandag 24 februari 2014, omstreeks 20:00 uur, werd door de politiemeldkamer kennis gegeven dat in de woning aan de [weg 3] te [pleegplaats 4] een wederrechtelijke vrijheidsberoving had plaatsgevonden.

Uit het onderzoek bleek dat in genoemde woning vanaf omstreeks 14:30 uur gedurende meerdere uren, [slachtoffer 9], haar dochter [slachtoffer 10] en de kinderen [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] van hun vrijheid waren beroofd door twee verdachten, een man en een vrouw. Door de man werd daarbij gedreigd met een vuurwapen terwijl de vrouw een mes hanteerde.

Aangever [slachtoffer 13] werd op 24 februari 2014, omstreeks 19:30 uur, door de verdachten onder bedreiging van het vuurwapen meegenomen uit de woning. [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] werden vastgebonden en opgesloten achtergelaten in die woning.

De verdachten vertrokken vervolgens, met medeneming van [slachtoffer 13], in diens personenauto, een blauwe Honda CRV.

Vervolgens hebben de verdachten bij de [bank 1] te [pleegplaats 5] (Duitsland) met behulp van de weggenomen bankpassen en creditcard geldbedragen van de bankrekeningen van aangevers opgenomen. De verdachten zijn vervolgens met dat voertuig weggereden. Zij hebben tevens de GSM van [slachtoffer 13] weggenomen en zich toegeëigend.

 De aangifte van [slachtoffer 9]27, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

vandaag, maandag 24 februari 2014 was ik thuis. Tussen 14.30 uur en 15.00 uur zag ik schimmen via een deur van de garage verdwijnen. Ik ben er toen naartoe gegaan en toen ik buiten stond, kwamen ineens twee personen naar buiten. Ik had op dat moment mijn jongste kleindochter op de arm. Zij is tien maanden jong. Een ander kleinkind van twee en een half jaar, [slachtoffer 12], lag in bed te slapen. Ik zag dat de man een pistool bij zich had en de vrouw een mes.

Het eerste wat ze zeiden was dat ik mee moest werken. Ze hadden wapens in hun

handen en ze hebben de wapens op mij gericht gehouden. Ze zeiden dat ik moest luisteren, anders zou het niet goed aflopen. Ik heb toen getracht weg te komen. Ze kwamen allebei achter mij aan en drukten mij terug in de richting van de woning. Ze hebben mij met geweld naar binnen geduwd en binnen moest ik gaan zitten. Ze zeiden steeds dat ik mee moest werken. Ze vroegen om eten. Ik zag dat ze met een worst en appelsap liepen. Ik zag later dat ze van twee stukken kaas happen hadden genomen. Ze vroegen mij direct naar de

sleutels van de auto. Ik zei dat ze in de auto zaten.

We gingen via een portaal naar de keuken en van daaruit naar het kantoor. In een kantoortje hebben ze mij op een stoel gezet, een triptrap stoel voor de kinderen. De ruimte was nog steeds de kantoorruimte. Ik had ook nog steeds mijn kleinkind op mijn armen.

De vrouw heeft mij naar mijn pinpas gevraagd en die heb ik maar gewezen. Toen ze die had wilde ze de pincode weten. Die heb ik ook gegeven.

Ik werd door haar vastgebonden met materiaal wat ik had liggen zoals het snoer van

de babyfoon, van een lamp van de deel en andere dingetjes. Ook kreeg ik een prop in

de mond. Daarvoor werd ik geblinddoekt.

Daarna werden mijn enkels vastgebonden aan elkaar. Ik had [slachtoffer 11] tussen mijn armen

geklemd met het snoer om mijn polsen.

Toen vroegen ze me of we kleren hadden, ze wilden andere kleren aan. Ik zei dat ze maar in de kasten moesten kijken. De vrouw deed een beige blouse aan. Daarover ging een zwart jasje. Verder had ze een zwarte broek van mij aan gedaan. Dat waren allemaal kledingstukken van mij. Verder deed ze schoenen en sokken aan.

De man trok een blouse aan en een donkerblauwe katoenen broek. Verder had hij een oude gebreide muts meegenomen.

Tussen 17.00 uur en 17.30 uur kwam mijn dochter [slachtoffer 10] thuis. Toen ze binnen kwam, werd ze al opgewacht door de man, die achter de deur stond.

Hij sommeerde haar direct door te gaan naar het kantoor. Ze hadden meteen een stoel uit de keuken meegenomen en daar moest [slachtoffer 10] op gaan zitten. [slachtoffer 10] mocht onder begeleiding van de vrouw [slachtoffer 12] ophalen. De vrouw had constant het mes bij zich en ze had het zichtbaar voorhanden. De man liep veel heen en weer maar had het vuurwapen wel steeds bij zich. Ik heb ze verteld dat ze de auto mee mochten nemen en zei dat de sleutels

erin zaten. Toen kon de man de auto niet aan de praat krijgen. Dat was een grijze

Volkswagen Golf.

Toen de man zei dat de Volkswagen niet wilde starten, zei [slachtoffer 10] dat ze wel

haar auto mochten meenemen. Dat was een Honda, kleur blauw.

Mijn dochter zat rechts naast mij. Zij had [slachtoffer 12] op haar arm en ik nog steeds [slachtoffer 11].

Om ongeveer 18.15 uur tot 18.30 uur kwam mijn schoonzoon [slachtoffer 13] binnen.

[slachtoffer 13] werd met kabel en vliegertouw vastgebonden, zittend op de stoel met de

handen achter zich.

Toen werd er onderhandeld en werd de beslissing genomen dat [slachtoffer 13] met hen mee zou

gaan.

De man en de vrouw hebben [slachtoffer 10] en [slachtoffer 12] toen opgesloten in een oude douche in de

deel. [slachtoffer 10] was vastgebonden. Ik was ook nog steeds vastgebonden.

Daarna zijn de man, de vrouw en [slachtoffer 13] vertrokken. Ze zijn uiteindelijk in die blauwe Honda vertrokken.

 De aangifte van [slachtoffer 10]28, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

vandaag maandag 24 februari 2014 heb ik vanaf 08.00 uur gewerkt. De kinderen [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] waren overdag bij mijn ouders aan de [weg 3] te [pleegplaats 4]. Wij hebben een felblauwe Honda CRX. Ik reed het erf op en parkeerde onze auto ter hoogte van het keukenraam. Het was toen rond 17.20 uur.

Ik ben via de achterdeur, rechts van dat raam, naar binnen gelopen. Ineens hoorde ik een mannenstem die zei: “U hoeft niks te zeggen” of woorden van gelijke strekking. Ik vond het heel beangstigend dat er een mij onbekende man in de keuken stond. Hij stond bij binnenkomst van de keuken links. Ik liep naar de computerruimte en ik zag toen mijn moeder op een stoel zitten. Ik zag dat mijn moeder een witte fleeceshawl om haar nek had. Ze droeg de shawl aan de voorzijde als een soort punt gevouwen. Ik zag dat de shawl aan de achterzijde in haar nek strak omgeknoopt zat. Ik zag dat mijn dochter [slachtoffer 11] bij mijn moeder op schoot zat. Ik zag dat mijn moeder haar polsen voor haar op schoot had liggen. Ik zag dat haar polsen met een wit snoer, een soort oplaadsnoer, vast waren gebonden. Ik zag dat ze

haar armen om mijn dochtertje heen had geslagen.

Een vrouw bevond zich ook in de computerruimte. Ik heb [slachtoffer 12] uit bed gehaald. Ik nam [slachtoffer 12] op mijn arm en ben met haar naar beneden gelopen. Die vrouw ging mij voor. Ik weet dat ze iets zei in de trant van: “werk maar gewoon mee”. We liepen de trap af en gingen de computerruimte weer in. Die man was continu heen en weer aan het lopen. Ik zag toen in een pistool in zijn hand. Ik werd daar erg bang van. Toen ik terug kwam van boven zag

ik pas dat mijn moeder ook zwart plat dubbel snoer om haar enkels gebonden had.

Ik kreeg een stoel aangereikt van die man en ik moest daar op gaan zitten. Ik ben

toen rechts van mijn moeder gaan zitten. Ik nam [slachtoffer 12] op schoot, ze was toen wat

rustiger. Op het moment dat ik [slachtoffer 12] op schoot had pakte zij mijn portemonnee naast

de computer weg. Ik zag dat ze de bankpasjes uit de portemonnee haalde. Ineens zag ik dat de vrouw een mes in haar hand hield. De man zei dat er een man rond het huis liep. Ik zei dat dat mijn man was. Ik ben door de voordeur naar buiten gelopen naar [slachtoffer 13]. Ik heb kort aan [slachtoffer 13] verteld dat hij rustig moest blijven en moest doen wat ze zeiden. Ik hoorde de vrouw zeggen: “We gaan je vastbinden”. Ze pakte snoeren. [slachtoffer 13] zat ondertussen op de stoel. De vrouw bond hem met meerdere snoeren vast. Ik zag onder andere een telefoonkabel en een touw. Uiteindelijk mocht het snoer bij [slachtoffer 13] er af. Ik moest mijn handen voor me houden en mijn polsen en enkels werden door de vrouw vastgebonden. [slachtoffer 13] was inmiddels dus losgemaakt en ik moest vastgebonden met de vrouw meekomen. De man ging ook mee. Ik had [slachtoffer 12] vast op de arm. [slachtoffer 12] en ik moesten de donkere oude badkamer in. Ik hoorde de deur dicht gaan en dat er iets voor de deur werd geschoven. Ik was nog steeds aan handen en voeten vastgebonden.

 De aangifte van [slachtoffer 13]29, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

vandaag, maandag 24 februari 2014 hoorde ik dat er een overval was gepleegd door twee personen. Dit was gebeurd op de camping nabij mijn woning.

Toen ik aan de [weg 3] kwam zag ik dat onze auto, de Honda voor de deur stond.

Toen ik naar de woning liep, kwam [slachtoffer 10] met onze dochter van drie jaar op de arm, naar mij toe lopen. [slachtoffer 10] zei tegen mij dat ik mee moest lopen naar binnen en dat ik rustig moest blijven. [slachtoffer 10] zei ook tegen mij dat hij een pistool bij zich had.

Ik kon aan haar zien dat ze erg overstuur was. Ik wist gelijk dat het mis was. Ik had het gevoel dat mijn kinderen en mijn vrouw tegen hun wil werden vast gehouden.

Wij zijn toen naar binnen gelopen. Toen ik binnen kwam zag ik dat mijn schoonmoeder gekneveld was, zij had een sjaal om haar hals. Mijn schoonmoeder had mijn andere dochter van negen maanden op de arm.

Ik werd gelijk geboeid. Ik werd geboeid met een kabel van de computer of iets dergelijks. Ik werd aan mijn handen geboeid. [slachtoffer 10] werd geboeid aan de handen en aan de voeten. Mijn schoonmoeder was ook geboeid aan de handen en de voeten.

Uiteindelijk werd besloten dat ze weg gingen.

De man besloot dat de Honda werd meegenomen. Tevens werd besloten dat ik mee moest

gaan. Wij zijn vervolgens in de Honda gestapt. Ik moest rijden. De man en vrouw gingen beiden achterin de auto zitten.

Er moest geld komen. Er werd besloten om naar Duitsland te rijden en daar geld te pinnen. Op een gegeven moment kwamen wij bij een bank in [pleegplaats 5]. Ik ben gestopt bij de [bank 1]. De vrouw is toen naar de bank gelopen en heeft gepind. Na ongeveer 10 minuten kwam de vrouw terug met een stapeltje geld.

Ik heb het pistool voor de eerste keer gezien toen ik de woning binnen kwam. Ik had mijn GSM bij me toen ik naar de [weg 3] ging. In de woning heeft de man de GSM afgepakt en bij zich gehouden. Hij heeft de telefoon uit de auto gegooid.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heb afgelegd30.

We dachten dat er niemand thuis was omdat de garagedeur open was en we geen auto zagen staan. We wilden ons verstoppen voor de politie.

De man werd in eerste instantie niet gekneveld. Ik heb aan [slachtoffer 10] gevraagd of zij hem tegemoet wilde gaan. Ze kwamen samen binnen. We hebben besproken hoe we weg konden komen. Daarna is de man gekneveld.

Ik heb iets tegen de douchedeur gezet zodat hij niet open kon; een ladenkast of zoiets.

De man zat achter het stuur. Ik zat achterin. Het was de bedoeling om geld te gaan pinnen. De bedoeling was om naar Duitsland te gaan.

Ik heb zijn gsm uit de auto gegooid zodat hij niet kon bellen met de politie.

 De verklaring die de verdachte met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:

[slachtoffer 13] is vastgebonden geweest. Met kabels. Het wapen was op dat moment in mijn hand. We zijn in de auto gestapt. [medeverdachte] en ik gingen achterin, de man ging achter het stuur. We zijn via via naar Duitsland gereden. Tijdens de rit had ik het wapen in mijn jaszak.

 De verklaring die [medeverdachte] met betrekking tot deze feiten tegenover de politie heeft afgelegd, zakelijk weergegeven31:

we reden naar de dichtstbijzijnde boerderij, waar de garage openstond. We zagen een mevrouw buiten. Ze raakte in paniek. Toen we binnen waren wilde ze niet meewerken en daardoor ontstond een worsteling. Ik heb haar gezegd dat ze op de stoel moest zitten. Ik heb haar getaped en haar handen en voeten vastgebonden met kabeltjes en touw.

Ik heb de telefoon weggenomen. Ik zocht naar pinpasjes. Ik liep met een mes om te voorkomen dat het mis zou lopen. Dat mes hield ik de hele tijd bij me. Ik heb haar wel aangesproken en gezegd dat als ze mee zou werken er niets zou gebeuren. Ik heb in de woning appelsap gedronken en kaas gegeten.

Ik heb in de woning een schone broek, een blouse en een jas aangedaan. We hebben naar de autosleutels gevraagd om met de auto weg te kunnen gaan. Toen de dochter van de vrouw kwam heb ik tegen haar gezegd dat ze moest meewerken en dat er dan niets aan de hand zou zijn. Nadat ik haar gefouilleerd had pakte ik haar pinpas. Ik ging met haar naar boven om het kindje op te halen. De grote dochter zat gewoon op een stoel en ik hield haar in de gaten.

Op een gegeven moment kwam ook de schoonzoon bij de boerderij. We hebben gewacht totdat hij de woning binnen was. We hebben tegen de dochter gezegd dat zij op hem in moest praten dat hij rustig bleef. Ik was bij de deur van het halletje waar de twee vrouwen zaten toen de man binnen kwam. Ik had toen het mes in mijn hand.

Ik heb de man vastgebonden met snoer en touw. We wilden met de auto met de man achter het stuur de grens overgaan.

We hebben een pinpas en wat kleding uit de woning weggenomen.

We zijn in een Honda weggereden. Die was van de grote dochter. De man reed. [verdachte] en ik zaten achterin. Ik had het mes in mijn hand. De mensen in de boerderij werden vastgebonden aan handen en voeten in aparte ruimtes achtergelaten. De baby bij de oma en die andere bij de moeder.

We zijn naar [pleegplaats 5] in Duitsland gereden. Ik had de pasjes meegenomen. De pincodes had ik ook. Ik pinde een geldbedrag.

parketnummer 18/730018-13

 Een proces-verbaal van bevindingen32 van 6 januari 2013, zakelijk onder meer inhoudende:

dat [verbalisant 3] en [verbalisant 4] op zondag 6 januari 2013 waren belast met de incidenten-afhandeling in het horecagebied te [pleegplaats 6]. Omstreeks 00:55 uur kregen zij van de Meldkamer Noord-Nederland de opdracht om naar de [straat 2] te gaan alwaar de bewoner de veroorzaker zou zijn van geluidsoverlast.

Omstreeks 00:58 uur waren zij ter plaatse. Toen zij uit de geparkeerde dienstbus stapten zagen zij een manspersoon aan komen lopen. Desgevraagd hoorden zij hem zeggen dat hij de medebewoner was van [straat 2] en dat hij zojuist op stap was geweest en naar zijn woning liep. Verbalisanten deelden het doel van hun komst mede en zij hoorden hem zeggen dat hij de deur wilde openen en dat zij wel binnen mochten komen.

Toen deze medebewoner, die later bleek te zijn genaamd [persoon], de portiekdeur had geopend, zagen verbalisanten dat hij de trappen opliep naar de woning. Toen hij de voordeur had geopend met de sleutel en verbalisanten vlak achter hem aanliepen, hoorden zij hem zeggen: ‘politie, politie’.

Op dat moment liep [verbalisant 4] de hal in en [verbalisant 3] liep hier één meter achter.

[verbalisant 4] stapte als eerste de woonkamer binnen. Op dat moment zag hij een manspersoon voor zich staan met een ontbloot bovenlichaam. Hij zag dat deze manspersoon een zwart voorwerp in zijn handen had en dit zwarte voorwerp achter in zijn broeksband stopte. [verbalisant 4] pakte daarop meteen de beide armen van de verdachte ter hoogte van de polsen vast en controleerde de manspersoon op deze manier. Hierop draaide hij, [verbalisant 4], de manspersoon met zijn rug naar [verbalisant 3] toe.

[verbalisant 3] keek achter de rug van de manspersoon en zag een zwart voorwerp gelijkend op een vuurwapen.

De verdachte bleek te zijn genaamd: [verdachte].

Het betrof een zwartkleurig pistool van het merk Browning. Er zaten zeven tot acht verschillende soorten patronen in de patroonhouder. Bij het ontladen sprong een 9 mm. patroon uit de kamer van het wapen.

 Een proces-verbaal van gecertificeerd vuurwapencoördinator van de Dienst Regionale Recherche, Team Wapens, Munitie en Explosieven [brigadier] van politie, van 4 februari 201333, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

door personeel van de politie Noord-Nederland werden een vuurwapen en munitie in beslag genomen onder [verdachte].

De voorwerpen werden voor nader onderzoek overgedragen aan het Team Wapens,

Munitie en Explosieven.

Het voorwerp is een semi automatisch pistool van het merk FN Browning.

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het

voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Bij het wapen

werd een patroonmagazijn met zes centraalvuur kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot en Winchester aangeboden.

Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

De patronen zijn geschikt om een projectiel met het voormelde vuurwapen af te schieten.

Derhalve zijn de patronen munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid

2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

Gezien het vorenstaande werd door de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehouden als bedoeld in artikel 26 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 en 3 onder a van de Wet wapens en munitie.

 Verdachte heeft ter terechtzitting van 3 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard:

ik handhaaf mijn bekennende verklaring die ik met betrekking tot dit feit tegenover de politie heb afgelegd34.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder parketnummer 18/950005-14 onder 1., 2. primair, 3., 4., 5. primair, 6., 7., 8., 9. meer subsidiair en 10. primair en onder parketnummer 18/730018-13 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

onder parketnummer 18/950005-14

1.

verdachte op 10 februari 2014 in de gemeente De Wolden, op de openbare weg de [weg 1], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een auto (merk: Toyota) toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, toebehorende aan die [slachtoffer 1],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn medeverdachte

- die [slachtoffer 1], die in een door hem bestuurde auto over de [weg 1] reed, tot stoppen hebben gedwongen door een afvalcontainer op het wegdek van die [weg 1] te leggen en

- toen die [slachtoffer 1] uit die auto was gestapt, tevoorschijn zijn gekomen terwijl hun hoofd (gedeeltelijk) was bedekt met een bivakmuts, en

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] hebben geroepen dat deze zich gedeisd moest houden en in de kofferbak van die auto moest, en

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] een vuurwapen hebben vastgehouden en daarmee hebben gericht en/of gezwaaid en

- die [slachtoffer 1] hebben gedwongen in de kofferbak van die auto te gaan liggen en

- vervolgens de kofferbak van die auto dicht hebben gegooid;

2.

verdachte op 10 februari 2014 te [pleegplaats 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2] met een mes in de liesstreek (in de nabijheid van de liesslagader) hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

verdachte in de periode van 10 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te [pleegplaats 1], tezamen en in vereniging met een ander,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [weg 4] heeft weggenomen, een geldbedrag, kleding, een gouden ring, cosmetica-/verzorgingsproducten, tassen, een hoeveelheid drank, een laptop, bankpasjes en een auto, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en die medeverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn medeverdachte

- met die [slachtoffer 2] in worsteling zijn geraakt en

- die [slachtoffer 2] stevig hebben vastgepakt en

- zichtbaar voor die [slachtoffer 2], dreigend met een mes hebben gezwaaid en dreigend dat mes op

die [slachtoffer 2] hebben gericht en

- dreigend tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd dat, als zij niet zou luisteren, verdachte en/of die medeverdachte maatregelen moesten nemen, en

- dreigend tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd dat zij maar een prikkie van de dokter moest hebben als zij niet luisterde, en

- die [slachtoffer 2] in een kast hebben gelegd en

- de polsen en enkels van die [slachtoffer 2] hebben vastgebonden met tape en/of een riem en/of een snoer en

- die [slachtoffer 2] aan haar haren hebben getrokken en

- die [slachtoffer 2] meermalen met een mes in haar benen hebben gestoken en

- die [slachtoffer 2] met een pan op het hoofd hebben geslagen en

- die [slachtoffer 2] naar haar auto hebben gesleept en haar vervolgens in de kofferbak van die auto hebben gelegd en

- gedurende lange tijd met die [slachtoffer 2] in die kofferbak hebben rondgereden en

- die gewonde [slachtoffer 2], die gekneveld was aan polsen en enkels, achter gelaten in een uitgestrekt natuurgebied nabij [pleegplaats 2] en over die [slachtoffer 2] een boomstam en takken hebben gelegd en die [slachtoffer 2] in hulpeloze toestand hebben achtergelaten;

en

B)

opzettelijk een vrouw genaamd [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

immers hebben verdachte en zijn medeverdachte met dat opzet:

- die [slachtoffer 2] stevig vastgepakt en

- die [slachtoffer 2] in een kast gelegd en

- de polsen en enkels van die [slachtoffer 2] vastgebonden met tape en/of een riem en/of een snoer en

- die [slachtoffer 2] naar haar auto gesleept en haar vervolgens in de kofferbak van die auto gelegd en

- gedurende lange tijd met die [slachtoffer 2] in die kofferbak rondgereden en

- die [slachtoffer 2] in een bos uit die auto hebben gehaald en haar daar op de grond hebben neergelegd en haar daar opnieuw hebben vastgebonden en een boomstam op die [slachtoffer 2] hebben gelegd;

4.

verdachte op 18 februari 2014 te [pleegplaats 3] (gemeente Reusel), tezamen en in vereniging met een ander,

A)

telkens opzettelijk [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn medeverdachte met dat opzet die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]

-in een woning gekneveld en/of

-de monden afgeplakt en

-in een kast opgesloten of

-gekneveld in een badkuip geplaatst;

en

B)

telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal mobiele telefoons, kleding, schoeisel, autosleutels, gereedschap (schroevendraaier, zwarte tape en een klapmes), etenswaren (een aantal pakken Vifit en een pak eierkoeken), theeglazen, een longdrinkglas, scheermesjes, loep, schaartje, boodschappentas en een stoffen tas en een auto (merk: Renault Clio), toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, toebehorende aan die [slachtoffer 4],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn medeverdachte

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] een vuurwapen hebben getoond en op die personen hebben gericht en

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] telkens onder bedreiging van het vuurwapen de woning van die [slachtoffer 3] in hebben gedreven en dezen - kort gezegd - hebben toegevoegd dat ze mee moesten werken en

- dat ze pasjes en geld wilden en die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] in die woning hebben benaderd en beangstigd met een vuurwapen en een mes, en

- die [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben gekneveld en de monden afgeplakt met tape en

- die [slachtoffer 3] met een voorwerp krachtig hebben geslagen,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad voor [slachtoffer 3];

5.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 7] van het leven

te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 7] met een vuurwapen in de borst heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] op een campingterrein aan de [weg 2]

A)

opzettelijk een vrouw, genaamd [slachtoffer 8] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verdachte met dat opzet:

- die [slachtoffer 8] stevig bij de arm en de nek vastgepakt en vastgehouden en vervolgens over dat campingterrein naar de caravan van die [slachtoffer 8] voortgeduwd en daarbij die [slachtoffer 8] een vuurwapen in de rug gedrukt gehouden, en

- aldus gedurende enige tijd die [slachtoffer 8] belemmerd om zich te bewegen in een richting die en op een moment dat zij zelf wenste;

en

B)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels en een personenauto (merk Daihatsu), toebehorende aan die [slachtoffer 8], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte:

- die [slachtoffer 8] stevig bij de arm en de nek heeft vastgepakt en vastgehouden en vervolgens over dat campingterrein naar de caravan van die [slachtoffer 8] heeft voortgeduwd en daarbij die [slachtoffer 8] een vuurwapen in de rug heeft gedrukt gehouden, en

- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd: "Ik schiet je kapot, ik maak je kapot, ik schiet je

overhoop" en

- op dwingende wijze heeft gevraagd waar die [slachtoffer 8] de autosleutels had en de auto had geparkeerd;

7.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] tezamen en in vereniging met een ander in een boerderij aan de [weg 3]

A)

opzettelijk [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12], wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn medeverdachte met dat opzet:

- die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10] een vuurwapen en een mes getoond en gericht op die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10], en

- die [slachtoffer 9] met kracht de boerderij binnen geduwd en

- meermalen tegen die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10] gezegd -zakelijk weergegeven - dat ze mee moesten werken en moesten luisteren, anders zou het niet goed aflopen, en

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] aan de polsen en enkels vastgebonden en/of geblinddoekt en/of een prop papier in de mond geduwd, en

- die [slachtoffer 9] hebben doen plaats nemen op een stoel in een kantoorruimte, en

- die [slachtoffer 10] in een doucheruimte van die boerderij opgesloten en

- aldus gedurende enige tijd die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10] belemmerd om zich te bewegen door de boerderij en die boerderij te verlaten en te bewegen in een richting die en op een moment dat zij zelf wensten;

en

B)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Honda) en kleding en etenswaren en drinken, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] heeft gedwongen tot de afgifte van autosleutels en bankpassen en mobiele telefoons, toebehorende aan

die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn medeverdachte:

- die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10] een vuurwapen en een mes hebben getoond en gericht op die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10], en

- die [slachtoffer 9] met kracht de boerderij binnen hebben geduwd, en

- meermalen tegen die [slachtoffer 9] en die [slachtoffer 10] hebben gezegd - zakelijk weergegeven - dat ze mee moesten werken en moesten luisteren, anders zou het niet goed aflopen, en

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] aan de polsen en enkels vast hebben gebonden en/of geblinddoekt en/of een prop papier in de mond hebben geduwd, en

- die [slachtoffer 9] hebben doen plaats nemen op een stoel in een kantoorruimte, en

- die [slachtoffer 10] in een doucheruimte van die boerderij hebben opgesloten;

8.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] en elders in Nederland en in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander:

A)

opzettelijk [slachtoffer 13] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en verdachtes medeverdachte met dat opzet:

- in een boerderij aan de [weg 3] te [pleegplaats 4] die [slachtoffer 13] aan de

polsen en enkels vastgebonden, en

- nadat de polsen en enkels van die [slachtoffer 13] waren vrij gemaakt die [slachtoffer 13] hebben gedwongen als bestuurder in een personenauto plaats te nemen en vervolgens naar een bankfiliaal te rijden waar verdachte en/of verdachtes medeverdachte geld konden pinnen van een (bank)rekening van die [slachtoffer 13] of diens familie en tegen die [slachtoffer 13] gezegd -zakelijk weergegeven - dat er eerst geld moest komen alvorens die [slachtoffer 13] vrij gelaten zou worden en

- aldus gedurende enige tijd die [slachtoffer 13] belemmerd om zich te bewegen door de boerderij en die personenauto te verlaten en te bewegen in een richting die en op een moment dat hij zelf wenste;

en

B)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- uit de boerderij aan de [weg 3] een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 13], en

- bij de [bank 1] te [pleegplaats 5] geldbedragen toebehorende aan de families [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 13],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 13], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en verdachtes medeverdachte:

- nadat de polsen/enkels van die [slachtoffer 13] waren vrij gemaakt die [slachtoffer 13] hebben gedwongen als bestuurder in een personenauto plaats te nemen en vervolgens naar een bankfiliaal te rijden waar verdachte en/of verdachtes medeverdachte geld konden pinnen van een bankrekening van die [slachtoffer 13] of diens familie;

9.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 14]) met een vuurwapen met kracht op het hoofd heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 14] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

10.

verdachte op 24 februari 2014 te [pleegplaats 4], op een campingterrein aan de [weg 2]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld een vrouw, genaamd [slachtoffer 15] te dwingen tot de afgifte van autosleutels, toebehorende aan een ander of anderen

dan aan verdachte, nabij caravan [nummer 2]:

- die [slachtoffer 15] een vuurwapen heeft laten zien, en

- op gebiedende wijze tegen die [slachtoffer 15] heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat zij haar autosleutels af moest geven,

- en aldus voor die [slachtoffer 15] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

onder parketnummer 18/730018-13

hij op 6 januari 2013 te [pleegplaats 6] een wapen van categorie III, te weten een semi-automatisch pistool van het merk FN Browning en munitie van categorie III, te weten zes centraalvuur kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot en Winchester, voorhanden heeft gehad.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder parketnummer 18/950005-14 onder 1., 2. primair, 3., 4., 5. primair, 6., 7., 8., 9. meer subsidiair en 10. primair en van het onder parketnummer 18/730018-13 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder parketnummer 18/950005-14

onder 1.:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht,

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2. primair:

medeplegen van poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 in verbinding met de artikelen 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3. A):

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3. B):

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 282 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4. A):

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 282 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4. B):

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5. primair:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 6. A):

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven,

en

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 6. B):

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 7. A):

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 282 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 7. B):

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 8. A):

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 282 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 8. B):

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 9. meer subsidiair:

mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 10. primair:

poging tot afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder parketnummer 18/730018-13

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van die Wet.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een multidisciplinair voorlichtingsrapport omtrent de persoonlijkheid van de verdachte35.

Blijkens het rapport heeft verdachte niet meegewerkt aan het gedragskundig onderzoek. Er zijn op basis van de observaties en de beschikbare informatie geen aanwijzingen voor beperkingen in de intelligentie of voor psychotische symptomen. Evenmin zijn er aanwijzingen voor andere psychiatrische symptomatologie, zoals depressieve of angstsymptomen, noch voor verhoogde of ziekelijke impulsiviteit of een gestoorde agressieregulatie in engere zin.

Resumerend concluderen de deskundigen dat het niet aannemelijk is dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Door de weigering van verdachte kunnen zij geen persoonlijkheidsdiagnose stellen zodat zij niet in staat zijn een persoonlijkheidsstoornis te bevestigen of uit te sluiten of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vast te stellen of uit te sluiten.

Nu er geen diagnostische en forensische analyse mogelijk is en geen uitspraak kan worden gedaan over de toerekeningsvatbaarheid menen onderzoekers dat zij evenmin in staat zijn een uitspraak te doen over de recidivekans voortvloeiend uit eventuele pathologische gedragingen of handelingen van verdachte. Op grond van de voornoemde beperkingen zijn vanuit gedragskundig oogpunt geen forensische interventieadviezen mogelijk. Onderzoekers onthouden zich daarom van beantwoording van de daarop betrekking hebbende vragen.

Op grond van de conclusies van de gedragsdeskundigen is de rechtbank van oordeel dat het er voor moet worden gehouden dat verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten niet lijdende was aan een persoonlijkheidsstoornis of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat het hiervoor bewezen geachte volledig aan hem kan worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, alsmede de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 18 december 2014, waaruit blijkt dat verdachte eerder terzake vermogens- en geweldsdelicten is veroordeeld.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich binnen kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een groot aantal zeer ernstige en veelal gewelddadige strafbare feiten als een poging tot doodslag, diefstallen met geweld en bedreiging met geweld en afpersingen in woningen, wederrechtelijke vrijheidsberovingen en zware mishandeling. Daarnaast heeft verdachte in dezelfde periode nog een aantal ernstige strafbare feiten gepleegd waarbij zijn medeverdachte wel aanwezig maar niet betrokken was. Het gaat om nog een poging tot doodslag, een vrijheidsberoving, een diefstal met geweld, een mishandeling en een poging tot afpersing. Een jaar voor deze feiten heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verboden bezit van een vuurwapen. Door het handelen van verdachte en diens medeverdachte is meermalen een ernstige, diepe en soms ook vernederende inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van de slachtoffers. Een aantal slachtoffers heeft zich onder behandeling van professionele hulpverleners moeten stellen vanwege de door hen opgelopen trauma’s en ervaren angsten, welke behandeling in een aantal gevallen tot op heden doorloopt en, naar het zich laat aanzien, ook nog in de toekomst zal moeten plaatsvinden. De slachtoffers hebben door toedoen van verdachte en zijn medeverdachte materiële schade en in een groot aantal gevallen ook ernstige immateriële schade geleden. Voorts is de rechtsorde door het handelen van verdachten een aantal malen ernstig geschokt en zijn - zeker ten tijde van het plegen van de strafbare feiten - grote maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid ontstaan. De soms wat overdreven aandoende media-aandacht voor de opeenvolgende gebeurtenissen is daarvoor exemplarisch.

Verdachte is in het verleden meermalen voor geweldsdelicten veroordeeld waarbij hem twee maal de maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen is opgelegd.

Verdachte heeft doelbewust geen medewerking willen verlenen aan het onderzoek naar zijn geestesvermogens in het Pieter Baan Centrum. Daardoor heeft verdachte de rechtbank de mogelijkheid onthouden inzicht te verkrijgen in zijn persoonlijkheid en een eventuele verklaring voor zijn strafbaar handelen vanuit die persoonlijkheid te verkrijgen. Door de weigering van verdachte is het bovendien onmogelijk aan verdachte een maatregel op te leggen die beoogt hem in een strafrechtelijk kader te behandelen ter beperking van toekomstige recidive. De rechtbank ziet dan ook geen andere mogelijkheid om toekomstige recidive door verdachte te beperken dan door oplegging van een lange gevangenisstraf. Ook uit een oogpunt van vergelding wordt dit door de rechtbank aangewezen geacht. Daarbij heeft de rechtbank tevens acht geslagen op het bepaalde in artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank legt - alles afwegende - aan verdachte conform de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf op voor de duur van zestien jaren.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Bij het vaststellen van de immateriële schadevergoedingen heeft de rechtbank niet alleen acht geslagen op de door de benadeelde partijen gevorderde bedragen, maar ook op de onderlinge verhoudingen, mede gelet op de strafbare feiten die jegens de verschillende benadeelde partijen zijn gepleegd, en op hetgeen naar objectieve maatstaven als passende vergoeding voor het toegebrachte leed heeft te gelden.

[slachtoffer 1]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van

€ 4.000,-- toewijsbaar. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 6.934,09 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 200,-- maal twee punten = € 400,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen geachte feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, geheel voor toewijzing vatbaar.

Het toe te wijzen bedrag - € 25.000,-- - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 300,-- maal twee punten = € 600,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 3]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij tot een bedrag van € 11.628,84 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, toewijsbaar.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 17.628,84 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 250,-- maal twee punten = € 500,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 16]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het onder 4. ten aanzien van [slachtoffer 3], echtgenoot van de benadeelde partij [slachtoffer 16], bewezen geachte feit en de schade niet bewezen. Er is immers geen sprake van rechtstreekse schade. De rechtbank zal de benadeelde partij in het materiële deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering overweegt de rechtbank als volgt:

op 18 februari 2014 was de benadeelde partij aan het werk. Rond 14:00 uur werd zij gebeld door de politie met de mededeling dat haar partner een ernstig geweldsmisdrijf was overkomen. Bij haar woning aangekomen zag zij dat de woning was afgezet. De technische recherche was bezig sporen veilig te stellen. In het ziekenhuis werd zij geconfronteerd met haar partner, wiens gezicht open lag. Overal was bloed en haar partner was nauwelijks aanspreekbaar.

Als gevolg van deze confrontatie heeft zij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) opgelopen. Zij maakt aanspraak op vergoeding van de door haar geleden immateriële schade.

Confrontatie met een schokkende gebeurtenis kan leiden tot psychische aandoeningen. Deze zogenaamde shockschade komt na een door de Hoge Raad gewezen arrest36 voor vergoeding in aanmerking. De Hoge Raad heeft echter meermalen geoordeeld dat de beoordeling of sprake is van shockschade niet eenvoudig van aard is. De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden immateriële schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen, nu dit zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan met betrekking tot de geleden materiële en immateriële schade slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[slachtoffer 4]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij tot een bedrag van € 4.606,01 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van

€ 2.500,-- toewijsbaar. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 7.106,01 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 200,-- maal twee punten = € 400,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 5]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Het toe te wijzen bedrag - € 114,95 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit.

[slachtoffer 6]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Het toe te wijzen bedrag - € 914,74 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit.

[slachtoffer 7]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij tot een bedrag van € 9.885,40 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, toewijsbaar tot het gevorderde bedrag van € 15.000,--.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 24.885,40 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 300,-- maal twee punten = € 600,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 8], echtgenote van [slachtoffer 7]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van

€ 4.000,-- toewijsbaar. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 4.236,88 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 175,-- maal twee punten = € 350,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 14]

De heer [slachtoffer 14] heeft van het Schadefonds Geweldsmisdrijven een uitkering ontvangen van € 3.529,--, waarvan een bedrag van € 1.029,-- ter vergoeding van de materiële schade en een bedrag van € 2.500,-- ter vergoeding van de immateriële schade.

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij, na aftrek van de uitkering van het Schadefonds, tot een bedrag van € 225,27 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zou een vordering tot vergoeding van immateriële schade, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van € 2.500,-- hebben toegewezen, hetgeen overeenkomt met het door de benadeelde partij gevorderde bedrag. Dit bedrag is gelijk aan de uitkering die de benadeelde partij reeds van het Schadefonds heeft ontvangen.

De toe te wijzen materiële schade - € 225,27 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 30,-- maal twee punten € 60,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 15]

Mevrouw [slachtoffer 15] heeft van het Schadefonds Geweldsmisdrijven een uitkering ontvangen van € 2.587,--, waarvan een bedrag van € 87,-- ter vergoeding van de materiële schade en een bedrag van € 2.500,-- ter vergoeding van de immateriële schade.

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij tot een bedrag van € 231,22 voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van € 2.500,-- toewijsbaar. De rechtbank stelt vast dat dat overeenkomt met de uitkering vanwege immateriële schade die de benadeelde partij van het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft ontvangen. Nu de benadeelde partij een hoger bedrag claimt als immateriële schadevergoeding, zal de rechtbank de benadeelde partij voor het meer gevorderde niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het toe te wijzen bedrag - € 231,22 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 30,-- maal twee punten € 60,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 9]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen de bewezen geachte feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank de vordering voldoende onderbouwd en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, tot een bedrag van

€ 5.000,-- toewijsbaar. Voor het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het in totaal toe te wijzen bedrag - € 8.645,81 - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 200,-- maal twee punten = € 400,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 10]

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen geachte feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, geheel voor toewijzing vatbaar.

Het toe te wijzen bedrag - € 2.500,-- - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 150,-- maal twee punten = € 300,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 12]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, geheel voor toewijzing vatbaar.

Het toe te wijzen bedrag - € 250,-- - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 30,-- maal twee punten = € 60,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

[slachtoffer 13]

Met betrekking tot het materiële deel van de vordering (€ 100,-- voor de mobiele telefoon) acht de rechtbank het causaal verband tussen de bewezen geachte feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het te dier zake gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is ten aanzien van het materiële deel dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar, ook omdat door of namens verdachte die vordering niet is weersproken.

Met betrekking tot het immateriële deel van de vordering acht de rechtbank het causaal verband tussen de bewezen geachte feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en, gelet op het toegebrachte psychische letsel, geheel voor toewijzing vatbaar.

Het totaal toe te wijzen bedrag - € 2.600,-- - dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand (salaris in rolzaken kanton € 150,-- maal twee punten = € 300,--).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de rechtbank de salarisvergoeding heeft toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregelen

Met betrekking tot de bewezen geachte feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

De rechtbank zal ingevolge het bepaalde in artikel 36f, zevende lid van het Wetboek van Strafrecht telkens vervangende hechtenis opleggen.

De Staat zal, indien verdachte niet binnen acht maanden na de dag waarop het vonnis onherroepelijk is geworden aan zijn verplichtingen heeft voldaan37, de bedragen aan de slachtoffers uitkeren en de uitgekeerde bedragen op de verdachte verhalen.

Tot vervangende hechtenis zal worden overgegaan als volledig verhaal op de goederen van de verdachte onmogelijk is gebleken38.

De rechtbank acht het illusoir te menen dat verdachte, aan wie, zoals hierna zal worden beslist, een zeer langdurige gevangenisstraf zal worden opgelegd, in staat zal zijn binnen de genoemde termijn van acht maanden aan zijn verplichtingen te voldoen. Daarmee zou de normaliter op te leggen vervangende hechtenis, die immers is bedoeld als drukmiddel voor betalingsonwilligen, naar het oordeel van de rechtbank een punitief karakter krijgen, hetgeen de rechtbank ongewenst acht.

De rechtbank zal daarom bepalen dat bij gebreke van betaling van de aan de Staat te betalen bedragen telkens slechts één dag vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 06/950159-11

Nu de politierechter in deze rechtbank, locatie Assen, de vordering tot tenuitvoerlegging ter terechtzitting van 7 februari 2014, op vordering van de officier van justitie, blijkens het van die terechtzitting opgemaakte proces-verbaal heeft afgewezen omdat veroordeelde die straf reeds had uitgezeten, behoeft op deze vordering niet meer te worden beslist.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 18/950005-14 onder 9. primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder parketnummer 18/950005-14 onder 1., 2. primair, 3., 4., 5. primair, 6., 7., 8., 9. meer subsidiair en 10. primair en onder parketnummer 18/730018-13 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan en stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 18/950005-14 onder 1., 2. primair, 3., 4., 5. primair, 6., 7., 8., 9. meer subsidiair en 10. primair en onder parketnummer 18/730018-13 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de tijd van zestien jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in de zaken onder parketnummer 18/950005-14 en onder parketnummer 18/730018-13 in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 6.934,09, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 400,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] een bedrag van € 6.934,09 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 25.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 600,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] een bedrag van € 25.000,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van de som van € 17.628,84, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 500,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] een bedrag van € 17.628,84 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 16] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen ieder de eigen kosten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van de som van € 7.106,01 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 400,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] een bedrag van € 7.106,01 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van de som van € 114,95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] een bedrag van € 114,95 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van de som van € 914,74, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] een bedrag van € 914,74 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van de som van € 24.885,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 600,--.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] een bedrag van € 24.885,40 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8], echtgenote van [slachtoffer 7], van de som van € 4.236,88, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 350,--.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8], echtgenote van [slachtoffer 7], een bedrag van € 4.236,88 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 14] van de som van € 225,27, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 60,--.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 14] een bedrag van € 225,27 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 15] van de som van € 231,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 60,--.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15] een bedrag van € 231,22 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 9] van de som van € 8.645,81, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 400,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] een bedrag van € 8.645,81 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10] van de som van € 2.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 300,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] een bedrag van € 2.500,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 12]van de som van € 250,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 60,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 12] een bedrag van € 250,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 13] van de som van € 2.600,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het schadeveroorzakende feit en de kosten voor rechtsbijstand ad € 300,--, met dien verstande dat indien het totaalbedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

Veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 13] een bedrag van € 2.600,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.M. Oostdam, voorzitter, en mr. H.H.A. Fransen en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 2 april 2015.

1 dossierpagina 646 en volgende in ordner deel C (zaaksgedeelte)

2 dossierpagina 545A 04 en 545A 05 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

3 dossierpagina 641A 09 t/m 641A 12 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

4 dossierpagina 762 tot en met 813 E in ordner deel C (zaaksgedeelte)

5 dossierpagina 925 en volgende in ordner deel C (zaaksgedeelte)

6 dossierpagina 545A 05 t/m 545A 08 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

7 dossierpagina 641A 16 t/m 641A 24 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

8 dossierpagina 38 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

9 dossierpagina 42 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

10 dossierpagina 58 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

11 dossierpagina 72 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

12 dossierpagina 77 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

13 dossierpagina 20 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

14 dossierpagina 29 en volgende in ordner deel D (zaaksgedeelte)

15 dossierpagina 545A 08 t/m 545A 10 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

16 dossierpagina 641B 03 t/m 641B 11 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

17 dossierpagina 54 en volgende in ordner deel E (map E1)

18 dossierpagina 545B 02 t/m 545B 07 in ordner Deel B (persoonsgedeelte)

19 dossierpagina 63 en volgende in ordner deel E (map E1)

20 dossierpagina 129 en volgende in ordner deel E (map E1)

21 dossierpagina 545B 02 t/m 545B 07 in ordner Deel B (persoonsgedeelte)

22 dossierpagina 87 en volgende in ordner deel E (map E1)

23 dossierpagina 96 en volgende in ordner deel E (map E1)

24 dossierpagina 545B 02 t/m 545B 07 in ordner Deel B (persoonsgedeelte)

25 dossierpagina 160 en volgende in ordner deel E (map E1)

26 dossierpagina 545B 02 t/m 545B 07 in ordner Deel B (persoonsgedeelte)

27 dossierpagina 491 en volgende in ordner deel E map E2

28 dossierpagina 511 en volgende in ordner deel E map E2

29 dossierpagina 571 en volgende in ordner deel E map E2

30 dossierpagina 545B 07 t/m 545B 10 in ordner Deel B (persoonsgedeelte)

31 dossierpagina 641D 02 t/m 641D 09 in ordner deel B (persoonsgedeelte)

32 dossierpagina 56 en volgende

33 dossierpagina 69 en volgende

34 dossierpagina 60 en volgende

35 opgemaakt en ondertekend op 2 januari 2015 door de gedragsdeskundigen R.J.P. Rijnders, psychiater, en E.J. Muller, klinisch psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), locatie Pieter Baan Centrum te Utrecht.

36 Hoge Raad 22 februari 2002, NJ 2002, 240, m.nt. J.B.M. Vranken

37 artikel 36f, zesde lid van het Wetboek van Strafrecht

38 artikel 573, derde lid Wetboek van Strafvordering