Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:1112

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2015
Datum publicatie
26-05-2015
Zaaknummer
3296230 CV EXPL 14-11013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

kosten advocaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 3296230 \ CV EXPL 14-11013

vonnis van de kantonrechter d.d. 4 maart 2015

inzake

de besloten vennootschap Van Dalen advocaten c.s. B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te (9617 AT) Groningen, Hamweg 94,

eiseres,

gemachtigde: Bureau Mercuur,

tegen

de besloten vennootschap [naam BV],

gevestigd en kantoorhoudende te Harkstede,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Schuring, advocaat te Groningen,

Partijen zullen hierna Van Dalen en [naam BV] worden genoemd.

PROCESGANG

De bij vonnis van 2 oktober 2014 gelaste comparitie is gehouden op 1 december 2014. Namens Van Dalen is mr. E.Tj. van Dalen en haar gemachtigde ter zitting verschenen. Namens [naam BV] is haar gemachtigde ter zitting verschenen. Partijen hebben aldaar hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

Bij gelegenheid van de comparitie heeft Van Dalen een akte vermindering van eis genomen en een viertal producties in het geding gebracht.

De procedure is aangehouden voor akte uitlating partijen over de voortzetting van de procedure.

Vervolgens hebben partijen bij akten verklaard dat partijen er niet samen uit zijn gekomen en is verzocht vonnis te wijzen.

Vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De vaststaande feiten

1.1

Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast.

1.2

[naam BV] heeft mondeling een overeenkomst van opdracht met Van Dalen gesloten met betrekking tot het bijstaan door Van Dalen in twee juridische kwesties.

1.3

Van Dalen heeft door middel van een vijftal facturen in totaal een bedrag van € 9.711,80 bij [naam BV] in rekening gebracht, zijnde:

  • -

    11 maart 2013 ten bedrage van € 1.524,60 inzake [naam BV]/gemeente Hoogezand-Sappemeer (honorarium en verschotten 5%);

  • -

    7 juni 2013 ten bedrage van € 1.143,45 inzake [naam BV]/gemeente Hoogezand-Sappemeer (honorarium en verschotten 5%);

  • -

    20 maart 2014 ten bedrage van € 93,80 inzake [naam BV]/LAVG (doorbelasting van de deurwaarder);

  • -

    25 april 2014 ten bedrag van € 2.041,00 inzake [naam BV]/[naam VOF] - hoger beroep (dagvaardingskosten en griffierechten);

  • -

    25 april 2014 van € 729,00 inzake [naam BV]/[naam VOF] - executie kort geding (dagvaardingskosten en griffierechten);

  • -

    6 mei 2014 ten bedrage van € 4.179,95 inzake [naam BV]/diversen (honorarium en verschotten 5%).

1.4

Van Dalen heeft [naam BV] meerdere malen aangemaand dan wel gesommeerd tot betaling.

1.5

Bij brief van 8 juli 2014 heeft [naam BV] medegedeeld dat de heer [naam] op 4 juli 2014 een gesprek heeft gehad met mr. Van Dalen betreffende de openstaande facturen. Na de vakantie van mr. Van Dalen zou hierover weer contact zijn tussen partijen.

1.6

[naam BV] heeft haar standpunt bij brief van 11 juli 2014 herhaald.

1.7

De gemachtigde van Van Dalen heeft bij brief van 17 juli 2014 medegedeeld aan [naam BV] dat zij de terugkomst van mr. Van Dalen niet zal afwachten. Indien [naam BV] niet binnen de reeds gestelde termijn heeft betaald, zal de dagvaarding worden uitgebracht.

1.8

Van Dalen heeft bij akte € 729,00 (factuur d.d. 25 april 2014) en € 1.920,00 (gedeelte factuur d.d. 25 april 2014) in mindering gebracht op hetgeen in dagvaarding is gevorderd, zodat nog een bedrag van € 7.062,80 overblijft.

2 Het standpunt van Van Dalen

2.1

Van Dalen vordert, na vermindering van eis, in rechte een bedrag van € 7.062,80 aan hoofdsom, € 728,14 aan buitengerechtelijke kosten en € 550,89 aan rente. Naast voormelde vaststaande feiten legt zij het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.2

De opdracht is gesloten onder de van toepassing zijnde en in de branche van Van Dalen gebruikelijke en redelijke voorwaarden. Deze voorwaarden zijn bij [naam BV] bekend, althans kunnen bij haar bekend zijn. Afgesproken is dat de uren zouden worden bijgehouden aan de hand van tussentijdse rekeningen. Uit eerdere zaken was [naam BV] ermee bekend dat Van Dalen een uurtarief van € 200,00 rekent.

2.3

Van Dalen heeft onder meer besprekingen gehouden, de wederpartij aangeschreven, een kort geding gevoerd en de procedure afgewikkeld. De eerste twee facturen van 11 maart 2013 en 7 juni 2013 zijn door de oude vennootschap van Van Dalen verstuurd. Deze vennootschap is notarieel geruisloos opgenomen in de nieuwe vennootschap. Van Dalen is derhalve gerechtigd betaling van deze facturen te vorderen.

3 Het standpunt van [naam BV]

3.1

heeft zich beroepen op artikel 21 Rv. Daarnaast is Van Dalen het voorschrift van artikel 111 lid 3 Rv jo. 120 Rv niet nagekomen. [naam BV] heeft bij herhaling bezwaar gemaakt tegen de facturen. Van Dalen heeft vervolgens niet overeenkomstig regel 27 van de Gedragsregels 1992 gehandeld. Daarnaast zijn de algemene voorwaarden niet aan [naam BV] bekend gemaakt. Deze zijn dan ook nietig.

3.2

Afgesproken is dat Van Dalen zou werken op basis van ‘no cure, no pay’. Uiteindelijk heeft [naam BV] de procedure verloren, zodat zij ervan uitging dat Van Dalen geen honorarium in rekening zou brengen. Wel zou [naam BV] de griffierechten in de procedure voor haar rekening nemen. Zij heeft daartoe een bedrag van circa € 3.200,00 aan Van Dalen voldaan. De overeenkomst is niet schriftelijk vastgelegd. Ook het overeengekomen tarief is niet bevestigd.

3.3

De besloten vennootschap E.T. van Dalen Beheer B.V. heeft in haar facturen van 11 maart 2013 en 7 juni 2013 een honorarium in rekening gebracht. [naam BV] heeft echter geen overeenkomst met deze vennootschap gesloten. Ten aanzien van deze facturen is Van Dalen derhalve niet-ontvankelijk.

3.4

De factuur van 6 mei 2014 heeft als omschrijving diversen. Het is onbegrijpelijk waar deze factuur betrekking op heeft.

4 Beoordeling

4.1

Van Dalen is ingevolge het bepaalde in de artikelen 21 Rv en 111 lid 3 Rv gehouden de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren alsmede de verweren van gedaagde, in casu [naam BV], in de dagvaarding te vermelden indien zij daar bekend mee is.

4.2

Van Dalen heeft bij dagvaarding weliswaar de door haar gevorderde facturen reeds overgelegd, maar zij heeft pas een paar dagen voor de comparitie de daaraan ten grondslag liggende specificaties overgelegd. Blijkens artikel 21 Rv kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Het gaat naar het oordeel van de kantonrechter te ver om hieraan de gevolgtrekking te verbinden dat Van Dalen niet-ontvankelijk is in haar vordering. De kantonrechter ziet echter wel aanleiding om met het voorgaande rekening te houden in de proceskostenveroordeling (in het geval [naam BV] in het ongelijk zou worden gesteld).

4.3

Met betrekking tot artikel 111 lid 3 RV overweegt de kantonrechter het volgende. Anders dan door [naam BV] is aangevoerd levert het niet vermelden van de verweren van [naam BV] in de dagvaarding volgens artikel 111 lid 3 juncto artikel 120 lid 4 Rv geen grond voor nietigheid op. Aan dit verweer van [naam BV] gaat de kantonrechter derhalve voorbij.

4.4

Dat tussen [naam BV] en Van Dalen een overeenkomst tot opdracht bestaat is niet in geschil. Wat betreft het tussen partijen afgesproken tarief heeft [naam BV] zich op het standpunt gesteld dat tussen partijen is afgesproken dat op basis van no cure no pay door Van Dalen zou worden gewerkt. De kantonrechter gaat eveneens aan dit verweer voorbij nu [naam BV] haar stelling op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. De enkele stelling van [naam BV] dat dit door de heer [naam bedrijfsleider] (de bedrijfsleider van [naam BV]) aan de heer [naam] is verteld is daarvoor onvoldoende.

4.5

De kantonrechter passeert eveneens het verweer van [naam BV] dat Van Dalen in strijd met de Gedragsregels 1992 geen schriftelijke overeenkomst heeft opgesteld. Dit mag dan in strijd zijn met de gedragsregels, maar dat een overeenkomst niet schriftelijk is vastgelegd, betekent niet dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Een mondelinge overeenkomst is immers ook een overeenkomst waaraan partijen gebonden zijn. Verder is niet gebleken dat [naam BV] steeds bezwaar heeft gemaakt tegen de facturen. Van Dalen heeft dit betwist en [naam BV] heeft haar stelling in het geheel niet onderbouwd. De kantonrechter gaat daarom eveneens voorbij aan haar verweer dat Van Dalen niet overeenkomstig regel 27 van de Gedragsregels 1992 zou hebben gehandeld.

Facturen 11 maart 2013 en 7 juni 2013

4.6

Met betrekking tot de facturen van 11 maart 2013 ad € 1.524,60 en 7 juni 2013 ad € 1.143,45 overweegt de kantonrechter als volgt. [naam BV] heeft aangevoerd dat Van Dalen niet-ontvankelijk is ten aanzien van deze facturen nu deze in rekening zijn gebracht door de besloten vennootschap E.T. van Dalen Beheer B.V. Dit is blijkens [naam BV] af te leiden uit het onder deze facturen genoteerde KvK-nummer. [naam BV] heeft aangevoerd dat zij met voornoemde vennootschap geen overeenkomst heeft gesloten.

4.7

De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij nu [naam BV] niet heeft betwist dat de overeenkomst is aangegaan met mr. Van Dalen. Dat deze facturen door een oude, toen nog bestaande, vennootschap in rekening zijn gebracht, blijkt niet uit die facturen en leidt er naar het oordeel van de kantonrechter niet toe dat Van Dalen thans niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Immers, bovenaan alle facturen is vermeld “Van Dalen c.s. B.V. advocaten”, zodat bij [naam BV] ook geen verwarring kon ontstaan van wie de facturen afkomstig waren. De enkele vermelding van een KvK-nummer van een andere vennootschap maakt dit niet anders: [naam BV] wist met wie zij zaken heeft gedaan en van wie de facturen afkomstig waren, namelijk van haar advocaat.

4.8

[naam BV] heeft niet betwist dat Van Dalen de werkzaamheden heeft verricht die zij in deze factuur in rekening heeft gebracht. De kantonrechter heeft reeds in ro. 4.4 geoordeeld dat niet is gebleken dat op basis van no cure no pay is gewerkt. Aangezien er geen schriftelijke overeenkomst aan de opdracht ten grondslag ligt is het voor de kantonrechter derhalve niet vast te stellen welk tarief tussen partijen is overeengekomen. Nu het tarief niet kan worden vastgesteld dient teruggevallen te worden op artikel 7:405 lid 2 BW waarin is bepaald dat voor de overeengekomen werkzaamheden een redelijk loon is verschuldigd. Van Dalen heeft onweersproken gesteld dat zijn uurtarief € 200,00 bedraagt. De kantonrechter is van oordeel dit als redelijk loon dient te worden beschouwd. Blijkens de specificatie die als productie 9 bij akte door Van Dalen is overgelegd heeft hij in totaal 10 uur gewerkt. Dit betekent dat ten aanzien van de in deze beide facturen in rekening gebrachte werkzaamheden een bedrag van € 2.100,00 zal worden toegewezen (zijnde 10 uur x € 200,00, vermeerderd met 5% aan verschotten).

Factuur 20 maart 2014

4.9

Ten aanzien van de factuur van 20 maart 2014 ad € 93,80 overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de door Van Dalen bij akte overgelegde producties blijkt dat deze factuur ziet op het uitbrengen van een kort geding dagvaarding tegen LAVG. [naam BV] heeft niet betwist dat Van Dalen de in het geding gebrachte dagvaarding in haar opdracht heeft uitgebracht. De kosten die het deurwaarderskantoor daarvoor heeft moeten maken, heeft Van Dalen één op één doorberekend aan [naam BV]. Dit gedeelte van de vordering zal derhalve worden toegewezen.

Facturen 25 april 2014

4.10

Van Dalen heeft haar vordering verminderd in die zin zij de vordering ten aanzien van de factuur van 25 april 2014 ad € 729,00 heeft laten vallen, zodat deze niet meer hoeft te worden besproken.

4.11

Van de (andere) factuur van 25 april 2014 ad € 2.041,00 vordert Van Dalen nog slechts de dagvaardingskosten ad € 121,00. Van Dalen heeft onweersproken gesteld dat deze kosten betrekking hebben op de kosten van de dagvaarding in de zaak [naam VOF]. Uit de door Van Dalen overgelegde factuur van de deurwaarder blijkt dat deze daadwerkelijk kosten heeft gemaakt. Van Dalen heeft gesteld dat hij deze kosten heeft doorbelast aan [naam BV]. De deurwaarder heeft blijkens de bij akte overgelegde productie 12 echter slechts een bedrag van € 102,48 in rekening gebracht. De kantonrechter zal daarom dit bedrag toewijzen.

Factuur 6 mei 2014

4.12

De vordering met betrekking tot de kosten die in rekening zijn gebracht bij factuur van 6 mei 2014 ad € 4.179,95 betreffende [naam BV]/diversen zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. [naam BV] heeft aangevoerd dat deze factuur volstrekt onbegrijpelijk is en zij nimmer opdracht heeft gegeven voor ‘diversen’. Van Dalen heeft ter comparitie ter onderbouwing van deze factuur verwezen naar productie 9 bij zijn akte. Deze specificatie heeft, gezien het daarop vermelde kenmerk (20120289), echter betrekking op de facturen van 11 maart 2013 en 7 juni 2013.

4.13

Gezien het voorgaande zal [naam BV] in totaal een bedrag van € 2.296,28 aan Van Dalen dienen te voldoen. Nu [naam BV] met de betaling in verzuim is geweest, zal de gevorderde rente daarnaast eveneens worden toegewezen. Deze rente zal worden gerelateerd aan het toe te wijzen bedrag.

4.14

Van Dalen heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hierbij zal uit worden gegaan van het toe te wijzen bedrag. Er zal derhalve een bedrag van € 344,44 worden toegewezen.

4.15

[naam BV] zal gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat de proceskostenveroordeling zal worden gebaseerd op het toe te wijzen bedrag. Met inachtneming van hetgeen is overwogen in ro. 4.1 zal het salaris van de gemachtigde worden vastgesteld op 1 punt.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [naam BV] om tegen kwijting aan Van Dalen te betalen € 2.640,72 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.296,28 vanaf de vervaldata van de respectievelijke facturen tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [naam BV] tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van Van Dalen tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 462,00 aan vastrecht, € 81,44 aan explootkosten en € 175,00 voor salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van den Noort, kantonrechter, en op 4 maart 2015 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: mdh