Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:1077

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-02-2015
Datum publicatie
11-03-2015
Zaaknummer
18.830049-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 44 dagen gevangenisstraf voor medeplegen van hennepteelt. Rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met overschrijding van de redelijke termijn van berechting (undue delay).

Wetsverwijzingen
Opiumwet 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.830049-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de GBA op het adres: [adres 1] .

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 22 januari 2015.

De verdachte is niet verschenen.

Als raadvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr.drs. L.S. Wachters, advocaat te Groningen. Deze is door verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 4 oktober 2011, te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Boarnsterhim, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) ongeveer 400, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting,

niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. D. Homans-de Boer acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

 gevangenisstraf voor de duur van 44 dagen, met aftrek van voorarrest;

 opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

De officier van justitie is van oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt van de hennepteelt in het pand aan [adres 2] te [pleegplaats] .

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Zij acht niet bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen betrokken is geweest bij het inwerking hebben van de hennepkwekerij te [pleegplaats] . Verdachte is geen pleger of medepleger van het tenlastegelegde feit. Zijn rol kan volgens de raadsvrouw hoogstens als medeplichtige worden gekwalificeerd, hetgeen echter niet is tenlastegelegd.

De rechtbank kan zich niet in de zienswijze van de raadsvrouw vinden en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger is van het tenlastegelegde opzettelijk telen en/of bewerken en/of verwerken van hennepplanten. Verdachte huurde het pand aan [adres 2] te [pleegplaats] , betaalde de huur, woonde daar en paste op de aldaar aanwezige hennepkwekerij. Hij liet, als sleutelhouder, anderen het pand binnen om de planten te verzorgen. Daarnaast gaf hij de planten zelf ook wel water. Hij heeft hiermee een wezenlijke en onmisbare rol vervuld bij de activiteiten in de hennepkwekerij. Verdachte was op de hoogte van de aanwezigheid van de hennepkwekerij. Hij zelf en anderen verrichtten activiteiten ten behoeve van de kwekerij en hebben daarbij bewust en nauw samengewerkt.

De rechtbank heeft het bewijs gebaseerd op de navolgende bewijsmiddelen.

Op 4 oktober 2011 wordt er in perceel [adres 2] 9 te [pleegplaats] een hennepplantage aangetroffen1 met 400 hennepplanten. In de woning wordt verdachte [verdachte] aangehouden. [verdachte] heeft het pand gehuurd, bewaakt de hennepplantage en verzorgt de hennepplanten.

In een MMA-melding op 19 augustus 2011 worden kentekens genoemd van voertuigen2 die het pand tijdens de kwekerij hebben bezocht. Daaronder bevindt zich ook het kenteken van het voertuig van [verdachte] ([kenteken 1]) en het voertuig in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 3] ( [kenteken 2] ).

Een huurovereenkomst3 object [adres 2] 9 te [pleegplaats] , periode 22 april 2011 tot 1 mei 2012, in gebruiknemer [verdachte] .

[verbalisant 1] verklaart4 dat [verdachte] verklaarde: Jullie moeten bij mijn ex-schoonzoon zijn. Hij zoekt op internet woningen af die al lange tijd te koop staan. Hij belt dan een makelaar en vraagt of de eigenaar de woning ook wil verhuren. Meestal is dit wel het geval. Hij gaat dan met een mannetje zoals ik naar de makelaar. Dat mannetje tekent het contract en gaat in de woning zitten. Mijn ex-schoonzoon krijgt wel 1500 euro per woning. Ook is er een Turk uit Blijham bij betrokken en een Vietnamees. Deze beide mannen zijn ook wel op [adres 2] geweest. Morgen, (woensdag 5 oktober 2011) zouden ze met een stuk of 7 mensen komen te knippen.

[medeverdachte 1] verklaart -zakelijk weergegeven-5:

[verdachte] is mijn ex-schoonvader.

V: Ken je het adres [adres 2] 9 te [pleegplaats] ?

A: Daar is [verdachte] gepakt voor hennep. Met [verdachte] bedoel ik, [verdachte] , mijn ex-schoonvader.

Ik ben wel eens in [pleegplaats] bij [verdachte] op bezoek geweest.

[medeverdachte 1] verklaart -zakelijk weergegeven-6:

V: Dus jij wist wel van de hennepkwekerijen, maar heb je verder nog iets gedaan in de kwekerijen, wij bedoelen knippen, verkoop etc.

A: Nee. Ik wist ervan.

Telefoontap 07-10-117, [verdachte] belt met zijn vriendin in de Oekraïne.

Die man wil een nieuwe start, nog een woning. Iedereen verdenkt [medeverdachte 1] . In twee dagen moest alles weg. Ik geen geld dan jij ook geen geld.

[verdachte] verklaart -zakelijk weergegeven-8:

De kwekerij in Grouw heb ik bewaakt. Ik woonde daar. Ik kreeg daar geld voor. De ene keer

100,- euro de andere keer meer of minder. Ik kreeg wat ik nodig had. De rest van de kosten werden door hun betaald, zoals de huur en dergelijke.

V: Op 30 november 2011 omstreeks 17:53 uur heb jij een telefoongesprek met [medeverdachte 2] waarin jij met hem over de schade in Friesland spreekt. Wat heb jij daar allemaal opgebouwd?

A: Ik heb niet gezegd dat ik geen schade heb veroorzaakt maar dat er schade was. Dat er

boven de deur een paar gaatjes zaten en een paar nietjes in de muren en kasten, kozijnen.

V: Jij hebt op 25 november 2011 omstreeks 16:56 uur een telefoongesprek gehad met [medeverdachte 2] waarin je spreekt over het feit dat je bent aangehouden. Je zegt dan dat “zij” woensdag de kinderen op zouden komen halen maar dat je maandagochtend gearresteerd bent. Wat bedoelde je met de kinderen ophalen?

A: Dat er geplukt cq geoogst zou worden. De mensen van de Organisatie vertelden mij nog dat de opbrengst ongeveer 60.000,= euro is geweest voor de eerste oogst voor de 400 plantjes die daar toen stonden. Bij de volgende oogst ben ik opgepakt net voordat er geplukt zou worden.

V: in een gesprek nummer 66 spreek je met [medeverdachte 1] over [medeverdachte 3] en dat deze [medeverdachte 3] op jou zou wachten.

0: Wij toonde de verdachte een foto van [medeverdachte 3] , geboren 13 april 1974.

V: Is dit [medeverdachte 3] ?

A: Ja dat is de man die ik bedoel met [medeverdachte 3] .

[verdachte] verklaart -zakelijk weergegeven-9:

V: Wat was de rol van [medeverdachte 3] ; wat deed hij in de kwekerij?

A: Hij deed zich voor als de grote baas. Hij zou alles wel regelen. Hij kwam vaak binnen met een Vietnamees. [medeverdachte 3] ging samen met die Vietnamees naar boven om de kwekerij te controleren. [medeverdachte 1] sprak in een gesprek over een Turk die hij [medeverdachte 3] noemde. Later toen ik met [medeverdachte 1] , deze Turk, genaamd [medeverdachte 3] tegenkwam, zei hij: Dit is nou [medeverdachte 3] . Het is dus de man van de foto die u mij gisteren toonde. [medeverdachte 3] kwam ik tegen toen ik samen met [medeverdachte 1] in de growshop de Hollander was.

0: Wij toonde de verdachte 5 foto’s.

A: Bijlage 2 foto 2 tot en met foto 5 dat zijn [medeverdachte 3] met zijn hulpje, een Bulgaarse jongen.

V: In 2 sms-berichten aan [medeverdachte 3] meld je dat de rekening van de eigenaar € 385,- was. Je vraagt of hij dat er bij wil doen. Waar moest hij dat bij doen en waar was die € 385,- voor bedoeld?

A: Dat moest bij de huur op en het was een afrekening van de energie.

V: Van wie kreeg jij het geld om huur en dergelijke te betalen?

A: Heel in het begin van [medeverdachte 1] , maar later ging dat allemaal via [medeverdachte 3] .

V: Wie is [medeverdachte 1] ?

A: Mijn ex-schoonzoon.

V: Wie hebben in [pleegplaats] [adres 2] de kwekerij opgezet?

A: Die Vietnamees, die ik al eerder noemde, met hulpjes. Ook [medeverdachte 3] heeft ook wel eens meegeholpen bij het opzetten van de kwekerij. Ik zou in eerste instantie € 5000,- krijgen. Later werd dit via € 4000,- naar € 3000,- gebracht. [medeverdachte 1] zei dat tegen mij dat ik € 4000,- zou krijgen en [medeverdachte 3] bracht dit naar beneden tot € 3000,- in verband met gemaakte investeringskosten.

V: Hoe ging dit bij de eerste oogst? Wanneer was die eerste oogst?

A: ik weet niet precies wanneer dat was, maar toen deze oogst verwerkt was duurde het maar een paar dagen voordat er weer nieuwe plantjes stonden. Dit moet ongeveer juni/juli 2011 zijn geweest. [medeverdachte 3] was er, de Vietnamees, de Bulgaarse jongen uit Nieuwolda, [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en nog een jongen.

V: Hoe is het zo gekomen om de klus te doen in [pleegplaats] ?

A: Dat komt van [medeverdachte 1] . Hij deelde mede dat hij een klusje had waar ik makkelijk geld kon verdienen. Later vertelde hij dat het om het kweken ging van hennep. Ik heb hem toen in eerst instantie verteld dat ik dit niet wilde, maar [medeverdachte 1] bleef toen zo aandringen. Uiteindelijk ben ik overstag gegaan toen er in de woning van [medeverdachte 1] mij een bonus in het verschiet werd gesteld van € 5000,-. Ik ben toen samen met [medeverdachte 1] naar [pleegplaats] geweest. Ik had eerst een oriënterend gesprek met [medeverdachte 1] over hoe alles zou gaan. Uiteindelijk stemde ik ermee in. Daarna ben ik samen met [medeverdachte 1] op de computer op zoek geweest naar woningen die te koop waren met een optie tot huren. Ik moest deze woningen verzamelen en [medeverdachte 1] beoordeelde de woning op grond van ligging, oppervlakte en dergelijke of deze woning geschikt was voor het kweken van wiet.

V: Waar gebeurde dat zoeken op de computer naar geschikte woningen?

A: Dat gebeurde bij [medeverdachte 1] thuis.

[verdachte] verklaart -zakelijk weergegeven-10:

V: Waar zijn de stekken voor de kwekerij aan [adres 2] te [pleegplaats] vandaan gekomen? Wie heeft ze geleverd?

A: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] kwamen dan met de hele ploeg. Dan hadden ze stekken mee en gingen ze die gezamenlijk poten.

[verbalisant 2] verklaart -zakelijk weergegeven-11:

Na de invrijheidstelling van [verdachte] is gebleken uit de taps dat [verdachte] met zijn mobiele nummer contacten heeft met [telefoonnummer] . In deze gesprekken word gesproken over de ontruiming van de ontruimde hennepkwekerij op lokatie [adres 2] 9 te [pleegplaats] . Tevens stond dit nummer in de uitgelezen mobiele telefoon van [verdachte] : Shoarma, [telefoonnummer] . De tenaamstelling: [medeverdachte 3] . Op 31 januari 2012 is [verdachte] wederom als verdachte aangehouden. Hij herkende van een getoonde foto [medeverdachte 3] als [medeverdachte 3] , tevens verklaarde hij over de betrokkenheid van [medeverdachte 3] in de hennepkwekerij [adres 2] in [pleegplaats] .

[medeverdachte 3] verklaart -zakelijk weergegeven-12:

V: Van wie is deze grijze Seat Leon, [kenteken 2] ?

A: Die is van een vriendin. Ik leen die auto soms.

V: Wie is de bestuurder op deze foto?

A: Ik zal eerlijk zijn. Iemand vroeg mij om daarheen te rijden. Die man op de foto werkte daar, hij heet [medeverdachte 6] of zoiets. Met daar bedoel ik bij die woning. Ik weet dat daar een hennepkwekerij zat.

V: In het pand [adres 2] 9 te [pleegplaats] is een hennepkwekerij aangetroffen. Wat heb jij hierop te zeggen?

A: Dat wist ik. Ik ben een paar keer heen en weer gereden. Ik weet niet hoeveel maal.

V: Hoe vaak ben jij in dit pand geweest?

A: Twee of drie keer.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 juni 2011 tot en met 4 oktober 2011, te [pleegplaats] , meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt, in een pand aan [adres 2] een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen geachte feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van telen en/of bewerken en/of verwerken van een groot aantal hennepplanten.

Softdrugs zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Dit is de reden dat het kweken van softdrugs door de overheid aan banden is gelegd. Door de handelwijze van verdachte, het op grote schaal (mede)kweken en verkopen van hennepstekken, wordt dit beleid doorkruist. Daarnaast gaat de handel in softdrugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, veroorzaakt overlast en levert schade op voor de maatschappij.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 04 december 2014, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank houdt voorts rekening met de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 44 dagen gevorderd (gelijk aan het voorarrest). De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat de berechting niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, nu de berechting meer dan 2 jaar op zich heeft laten wachten en er geen bijzondere omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Zij heeft een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest bepleit.

De voren omschreven ernst van de feiten rechtvaardigen een gevangenisstraf voor de duur van 44 dagen (zijnde gelijk aan de reeds in preventieve hechtenis doorgebrachte tijd).

De rechtbank is echter met de raadsvrouw van verdachte van oordeel dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de berechting van verdachte heeft plaatsgevonden. Er is naar het oordeel van de rechtbank inbreuk gemaakt op artikel 6 van het EVRM. Uit het dossier volgt dat verdachte (voor de eerste keer) op 04 oktober 2011 is aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat dit een vanwege de Staat jegens de verdachte verrichte handeling is waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De behandeling van de strafzaak is vervolgens niet binnen twee jaar afgerond, terwijl in deze strafzaak geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn geweest die een termijnoverschrijding rechtvaardigen. Onderhavige zaak is niet zo ingewikkeld of omvangrijk dat reeds hierdoor sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden. Het (financieel) strafrechtelijk onderzoek tegen de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] heeft weliswaar nog langere tijd doorgelopen, maar, anders dan de officier van justitie stelt , is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een dusdanige verwevenheid met de onderhavige zaak dat daardoor een gelijktijdige berechting met hen noodzakelijk was. Bij de uitspraak is de redelijke termijn met bijna 15 maanden overschreden. Dit dient naar het oordeel van de rechtbank in beginsel te leiden tot strafvermindering. De rechtbank zal in casu evenwel geen strafvermindering toepassen nu zij zal volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf voor duur van de reeds in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, een gevangenisstraf voor de duur van 44 dagen (met aftrek van 44 dagen voorarrest), passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 44 dagen.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. de Bock, voorzitter,

en mr. H.H.A. Fransen en mr. E. Läkamp, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 februari 2015.

1 op pagina 1702ev van eindproces-verbaal Heiderups (het PV)

2 op pagina 1682/1693 van het PV

3 op pagina 1722ev van het PV

4 op pagina 1778 van het PV

5 op pagina 680ev van het PV

6 op pagina 733ev van het PV

7 op pagina 941 van het PV

8 op pagina 954ev van het PV

9 op pagina 962ev van het PV

10 op pagina 1722ev van het PV

11 op pagina 1234ev van het PV

12 op pagina 1272ev van het PV