Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:808

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
2429423 CV EXPL 13-13212
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

mogelijk discriminatoir niet verlengen ingehaald door de feiten. Werkgever biedt alsnog passende verlenging aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0169
Prg. 2014/103

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 2429423 CV EXPL 13-13212

Vonnis d.d. 19 februari 2014

Inzake:

[naam],

wonende te [plaatsnaam],

eiseres, hierna te noemen [eiseres],

gemachtigde: mr. L.R.C. Bos, jurist verbonden aan DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap [naam],

gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam],

gedaagde, hierna te noemen [gedaagde],

gemachtigden: mr. drs. A. Elgersma en mr. M. Aafting, advocaten te Groningen.

PROCESVERLOOP

Ingevolge het tussenvonnis van 20 november 2013 heeft op 21 januari 2014 in aanwezigheid van partijen, [gedaagde] deugdelijk vertegenwoordigd, en hun gemachtigden een comparitie plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De vordering

[eiseres] heeft, zakelijk weergegeven, een verklaring voor recht gevraagd dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door het discriminatoir niet verlengen van haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In het verlengde daarvan heeft zij primair een schadevergoeding in natura gevorderd in de vorm van een tweede jaarcontract en subsidiair heeft zij bij wijze van schadevergoeding het geldelijk equivalent daarvan gevorderd, een en ander vermeerderd met incassokosten en proceskosten.

2 De feiten

2.1

Op 1 mei 2012 is [eiseres] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gedurende een jaar voor 28 uur per week bij [gedaagde] in dienst getreden in de functie van telefonist/receptionist/administratief medewerker. Zij verdiende daarmee laatstelijk een bedrag van € 1.624,82 bruto per maand exclusief vakantiegeld en zij was werkzaam in de vestiging van [gedaagde] te [vestiging 1].

2.2

Bij schrijven van 25 maart 2013 heeft [gedaagde] [eiseres] te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege met ingang van 30 april 2013 eindigt. Op dezelfde dag heeft de direct leidinggevende van [eiseres] op de vestiging te [vestiging 1] een toelichting gegeven op het besluit van [gedaagde] om de arbeidsovereenkomst van [eiseres] niet te verlengen.

2.3

Bij schrijven van 17 mei 2013 heeft [eiseres] zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde] de arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd vanwege haar zwangerschap en dat [gedaagde] derhalve gehouden is alsnog te verlengen. In de brief van 30 mei 2013 heeft [gedaagde] het standpunt van [eiseres] betwist. Bij die gelegenheid is [eiseres] niettemin een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een jaar aangeboden in de functie van administratief medewerker/telefonist onder dezelfde arbeidsvoorwaarden, maar dan bij [gedaagde] Holding in [vestiging 2]. [eiseres] is niet op dat voorstel ingegaan.

2.4

Per 15 mei 2013 heeft [eiseres] voor de duur van aanvankelijk zes maanden een andere baan gevonden en wel als medewerker sales & orderverwerking voor 28 uur per week bij [naam] te [plaatsnaam] tegen een loon dat € 200,00 netto per maand minder bedroeg dan dat bij [gedaagde]. Deze arbeidsovereenkomst is met ingang van 15 oktober 2013 verlengd tot 15 april 2014.

3 De standpunten van partijen

3.1

[eiseres] heeft in essentie gesteld dat in casu sprake is van discriminatoir niet verlengen van de arbeidsovereenkomst als gevolg waarvan zij uit hoofde van onrechtmatige daad aanspraak kan maken op de door haar gevorderde schadevergoeding. Zij heeft zich daarbij onder meer beroepen op een tweetal verklaringen van collega’s die aanwezig waren tijdens de toelichting van haar direct leidinggevende. Zij heeft de baan in [vestiging 2] niet geaccepteerd omdat deze minder voldoening schenkt en vanwege de langere reistijd in verband met filevorming.

3.2

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de zwangerschap van [eiseres] niet aan haar besluit ten grondslag heeft gelegen om niet te verlengen. Zij wilde niet verlengen omdat [eiseres] niet goed lag in het team, een gebrek aan flexibiliteit aan de dag legde en het bovendien niet kon vinden met haar direct leidinggevende. Tijdens de bespreking op 25 maart 2014 is de zwangerschap van [eiseres] wel ter sprake gekomen, maar niet op de door haar en haar getuigen gestelde wijze. In dat verband moet er sprake zijn van een communicatiestoornis. Zij betwist overigens dat [eiseres] schade heeft geleden.

3.3

Voor zover nodig zal de kantonrechter de standpunten van partijen bij de beoordeling nader uitwerken en bespreken.

4 De beoordeling

4.1

Bij de beoordeling van dit dispuut heeft onder meer als uitgangspunt te gelden dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt na ommekomst van de overeengekomen periode. Uit die beëindiging vloeien in beginsel geen rechten en verplichtingen voort met betrekking tot de eventuele arbeidsrechtelijke toekomst van partijen.

4.2

Het is aan partijen om die toekomst in gezamenlijk overleg vorm te geven met als mogelijk resultaat dat zij een nieuwe arbeidsovereenkomst sluiten. Deze nieuwe arbeidsovereenkomst staat op zich zelf en behoeft geen kopie te zijn van de inmiddels geëindigde arbeidsovereenkomst. Het staat partijen vrij daar op hun wijze invulling aan te geven. Het staat partijen evenzeer vrij om niet meer met elkaar in zee te gaan. De redenen voor de laatste variant zijn rechtens irrelevant, tenzij deze het predicaat onrechtmatig verdienen, bijvoorbeeld omdat de werkgever daarbij handelt in strijd met, bijvoorbeeld, discriminatieverboden.

4.3

Laatst geschetste situatie doet zich onder meer voor als de werkgever na ommekomst van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd afziet van zijn voornemen om te verlengen omdat de werknemer zwanger is. In deze zaak heeft [eiseres] zich beroepen op een dergelijke situatie.

4.4

De kantonrechter zal [eiseres] niet volgen in haar redenering en de daaraan verbonden vorderingen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de door [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag gelegde reden namelijk achterhaald door de feiten. Zo [gedaagde] aanvankelijk al geweigerd zou hebben om tot verlenging van de arbeidsovereenkomst over te gaan vanwege de zwangerschap van [eiseres] – hoewel daartoe sterke aanwijzingen aanwezig zijn, is dat rechtens niet vast komen te staan – dan is zij, [gedaagde], tijdig op haar schreden teruggekeerd door [eiseres] ondanks haar zwangerschap alsnog een baan voor bepaalde tijd in de administratieve sfeer aan te bieden, zij het eerst een maand na beëindiging van de eerste overeenkomst en op een andere locatie. [eiseres] heeft niet van dat aanbod gebruik wensen te maken.

4.5

Bedoelde koerswijziging van [gedaagde] zou slechts dan geen effect hebben kunnen sorteren als zij [eiseres] willens en wetens een dermate onredelijk, niet passend voorstel zou hebben gedaan dat zij dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel zou moeten weigeren. Daarvan is evenwel geen sprake, aangezien [gedaagde] [eiseres] een baan heeft aangeboden onder nagenoeg dezelfde condities als de eerste overeenkomst, zij het niet in [vestiging 1], maar in [plaatsnaam]. De omstandigheid dat [eiseres] meer reistijd kwijt zou zijn dan voorheen – hetgeen maar zeer de vraag is – en dat zij minder voldoening zou putten uit de aangeboden nieuwe betrekking, doen aan de redelijkheid van het aanbod van [gedaagde] niet af, te meer nu [gedaagde] passende arbeid heeft aangeboden.

4.6

Ook de omstandigheid dat [gedaagde] pas een tweede arbeidsovereenkomst heeft aangeboden ingaande een maand na expiratie van de eerste kan [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter niet baten, aangezien zij, wanneer wordt uitgegaan van discriminatoir niet verlengen, in dat geval geen schade heeft geleden. Weliswaar zou die arbeidsovereenkomst voor een jaar een maand later zijn ingegaan, maar daar staat tegenover dat deze ook een maand langer zou hebben doorgelopen.

4.7

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.

4.8

Als in het ongelijk gestelde partij wordt [eiseres] in de kosten van de procedure veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst af de vorderingen van [eiseres];

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] gevallen en stelt deze vast op € 600,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema kantonrechter, en op 19 februari 2014 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: af