Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6828

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
150565
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming verhuizing met ingang van nieuwe schooljaar en vervangende toestemming inschrijving op school.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknr.: C/18 / 150565 / FA RK 14-2324

beschikking d.d. 16 december 2014

in de zaak van:

[naam] ,

wonende te [adres] ,

verzoekster,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. J.J. Gerbers,

en

[naam] ,

wonende te [adres] ,

verweerder,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. A. Smit.

1 PROCESVERLOOP

1.1.

De vrouw heeft op 21 augustus 2014 een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarigen [minderjarige] , [minderjarige] en [minderjarige] , in de gemeentelijke basisadministratie (rechtbank: per 6 januari 2014 Basisregistratie Personen) van de gemeente [plaats] als aldaar woonachtig;

  2. vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van voornoemde minderjarigen op basisschool De Borg te [plaats] , gemeente [plaats] ;

  3. de kosten van deze procedure te compenseren.

1.2.

De man heeft op 1 oktober 2014 een verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek ingediend, waarin hij verzoekt te bepalen dat partijen voortaan gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [naam] .

1.3.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 2 oktober 2014 in aanwezigheid van partijen bijgestaan door hun advocaten en de heer [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) te Groningen.

De advocaat van de vrouw heeft ter zitting een pleitnotitie overgelegd.

2 RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

  • -

    partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad;

  • -

    uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen:

[naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , door de man erkend op 1 mei 2003,

[naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , door de man erkend op 2 augustus 2005, en

[naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , door de man erkend op 16 januari 2008;

  • -

    partijen hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarigen [naam] en [naam] ;

  • -

    de vrouw heeft alleen het gezag over de minderjarige [naam] ;

  • -

    de minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw;

  • -

    partijen zijn een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen inhoudende dat de minderjarigen in de oneven weekenden van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, ieder woensdagmiddag einde schooltijd tot 17.00 uur, alsmede in de langere vakanties (kerstvakantie en zomervakantie) gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen bij de man verblijven;

  • -

    de vrouw is op 11 augustus 2014 met de minderjarigen naar [plaats] verhuisd en heeft de minderjarigen ingeschreven op een basisschool in [plaats] ;

  • -

    bij vonnis in kort geding d.d. 28 augustus 2014 heeft de voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, de vrouw gelast om binnen vier dagen na datum van de uitspraak met de minderjarigen terug te verhuizen naar de woning te [plaats] en hen wederom in te schrijven op hun voormalige school in [plaats] ;

  • -

    bij voormeld vonnis is tevens een voorlopige omgangsregeling vastgesteld.

3. Standpunt van de vrouw

3.1.

Met betrekking tot het gezag

De vrouw stelt dat zij direct na de geboorte van de kinderen reeds haar medewerking aan het verkrijgen van het gezag over de kinderen door de man heeft verleend. De man heeft het medegezag over [naam] tot op heden echter niet geregeld. Pas nu de gerechtelijke procedures lopen, laat de man zich als betrokken ouder gelden. De vrouw stelt dat zij keer op keer in de man is teleurgesteld en zij heeft eigenlijk helemaal geen vertrouwen meer in hem. Als zij de opstelling van de man eerder had doorgrond, had de vrouw geen toestemming verleend voor het gezamenlijk gezag over [naam] en [naam] . De vrouw is van mening dat partijen niet in staat zijn om samen belangrijke beslissingen over de kinderen te nemen zodat het verzoek van de man dient te worden afgewezen.

3.2.

Met betrekking tot de vervangende toestemming

De vrouw stelt dat zij in de zomervakantie met de kinderen naar [plaats] is verhuisd. De vrouw heeft zich toen niet gerealiseerd dat zij voor deze verhuizing toestemming van de man nodig had. De voorzieningenrechter heeft de vrouw bij vonnis in kort geding veroordeeld om terug te verhuizen naar [plaats] en de kinderen weer in de schrijven op hun oude school.

Naar aanleiding van dit vonnis heeft de man eerst telefonisch en vervolgend per mail aan de vrouw laten weten dat hij met een voorstel zou komen zodat de vrouw alsnog naar [plaats] zou kunnen verhuizen. De man heeft vervolgens per mail een weloverwogen en zeer uitgewerkt voorstel aan de vrouw gedaan. De vrouw heeft meerdere keren aangegeven dat zij akkoord was met het voorstel. Toen de vrouw en de kinderen in de veronderstelling verkeerden dat de man alsnog toestemming voor verhuizing had gegeven, heeft de man zijn voorstel weer ingetrokken.

De vrouw is mening dat de man, nu de vrouw zijn voorstel heeft geaccepteerd, juridisch gezien toestemming voor de verhuizing heeft verleend. De man heeft slechts de datum waarop de verhuizing zou plaatsvinden afhankelijk gesteld van de financiële afwikkeling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen.

Voor het geval de rechtbank zou oordelen dat de man geen toestemming heeft verleend, stelt de vrouw dat zij al jaren een bestendige relatie heeft met haar nieuwe partner. In het voorjaar van 2015 zal zij met hem in het huwelijk treden. De vrouw is van mening dat zij de gelegenheid moet hebben om met haar kinderen in de woonplaats van haar nieuwe partner een nieuw leven op te bouwen. Het feit dat de kinderen tot nu toe altijd in [plaats] hebben gewoond, betekent niet dat zij daar geworteld zijn.

Daarbij komt dat de vrouw de woonlasten, naast de nutsvoorzieningen, verzekeringen en hoge onderhoudskosten van de woning in [plaats] niet kan voldoen. De vrouw heeft in eerste instantie naar vervangende woonruimte in [plaats] gezocht, maar is daar niet in geslaagd. De kinderen zouden dus hoe dan ook hun vertrouwde woonomgeving moeten verlaten en van school moeten wisselen.

De nieuwe partner van de vrouw heeft een vaste baan bij de Rabobank Nederland en is werkzaam voor Rabobank Assen en Noord Drenthe. Een wisseling van baan of een detachering bij een andere Rabobank is niet mogelijk gebleken. De nieuwe partner heeft voorts in het kader van een co-ouderschap de zorg voor zijn twee kinderen uit een eerder huwelijk gedurende 3 en/of vier dagen in de week.

Voor wat betreft haar eigen werkzaamheden voert de vrouw aan dat zij voor het komende jaar ouderschapsverlof heeft kunnen opnemen. Haar praktijk als kinderpsychologe in [plaats] is de vrouw aan het afbouwen en zij is daar nu nog voor een beperkte periode gedurende twee dagdelen per week werkzaam.

De vrouw heeft bij haar beslissing zowel met de belangen van de kinderen als met de belangen van de man rekening gehouden. De weekendregeling zoals partijen zijn overeengekomen en in de praktijk ook wordt uitgevoerd, kan ook na een verhuizing naar Haren gewoon doorlopen. De vrouw stelt dat het contact op de woensdagmiddag slecht verloopt. De man heeft naast de bestaande regeling nooit spontaan contact met de kinderen.

Ter compensatie van de lange reistijd heeft de vrouw er geen moeite mee om de kinderen op vrijdagmiddag om 17.00 uur naar de man te brengen en op zondagmiddag om 17.00 uur weer op te halen. Ter compensatie van het contactmoment op de woensdagmiddag zouden de kinderen gedurende de vakantie langer bij de man kunnen zijn. Voor het overige kunnen de kinderen buiten de contactregeling om te allen tijde via Skype of anderszins (visueel) contact hebben met de man.

4. Standpunt van de man

4.1.

Met betrekking tot het gezag

De man stelt dat partijen er altijd vanuit zijn gegaan dat zij het gezamenlijk gezag hebben over alle drie de minderjarigen. De man acht het, conform het uitgangspunt van de wet, van belang dat partijen het gezag over de kinderen gezamenlijk uitoefenen. Dat partijen het over

de voorgenomen verhuizing naar [plaats] niet eens zijn, maakt niet dat gezamenlijk gezag niet in het belang van [naam] is.

4.2.

Met betrekking tot de vervangende toestemming

De man stelt dat de kinderen en de vrouw na het vonnis in kort geding erg boos waren. In een emotionele opwelling heeft de man toen een voorstel aan de vrouw gedaan. De man is van mening dat hij niet aan dit voorstel kan worden gehouden. Daarbij komt dat de vrouw het voorstel telefonisch heeft verworpen.

De man stelt voorts dat een verhuizing naar [plaats] een enorme impact heeft op de kinderen. De kinderen zijn gebaat met contact met hun beide ouders. Een verhuizing naar [plaats] staat een gelijkwaardig ouderschap in de weg. Door de grote afstand zal zijn contact met de kinderen op de woensdagmiddag verdwijnen. Ook zijn spontane contactmomenten of een eventuele uitbreiding van de contactmomenten is niet meer aan de orde. Het contact dat de kinderen met familie van zowel de man als de vrouw hebben wordt voorts bemoeilijkt.

De man begrijpt dat een verhuizing prettig is voor de vrouw, maar hij acht het niet in het belang van de kinderen. Daarbij komt dat ook na de verhuizing de woning in [plaats] bekostigd dient te worden. Door het opschorten van haar werk heeft de vrouw haar inkomen zelf verlaagd. De man is van mening dat de vrouw meer gebonden is aan [plaats] dan aan [plaats] .

Mocht de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen dan verzoekt de man een contactregeling te bepalen waarbij de kinderen één keer per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 bij de man verblijven, alsmede de helft van de schoolvakanties, waarbij de vrouw de kinderen haalt en brengt. Daarnaast zal één keer per vier weken een van de kinderen een weekend bij de man te verblijven, waarbij de man het kind en haalt en brengt.

5. Beoordeling

5.1.

Met betrekking tot de bevoegdheid

De vrouw heeft het verzoekschrift op 21 augustus 2014 ingediend. Op deze datum stond de vrouw ingeschreven in de gemeente Haren op het adres [adres] . Nu de vrouw op de datum indiening van het verzoekschrift woonachtig was in het arrondissement Noord Nederland is de rechtbank bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

5.2.

Met betrekking tot het gezag

Overeenkomstig artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt wordt het verzoek slechts afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierbinnen afzienbare tijd verbetering zou komen, of

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Wettelijk uitgangspunt is dat ouders een gelijkwaardige positie innemen ten opzichte van hun minderjarige kinderen tenzij er sprake is van de hierboven bovenvermelde belemmeringen.

De rechtbank is van oordeel dat van dergelijke belemmeringen niet is gebleken zodat het verzoek van de man zal worden toegewezen. Hierbij wordt mede van belang geacht dat partijen het gezamenlijk gezag hebben over de minderjarigen [naam] en [naam] en het niet in het belang van de kinderen is als het gezag over hen verschillend is geregeld.

5.3.

Met betrekking tot de vervangende toestemming

5.3.1.

De vrouw heeft verzocht vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarige in de Basisregistratie Personen van de gemeente [plaats] . Gelet op de aanhef van het verzoekschrift, de inhoud van de overige processtukken en de toelichting ter zitting, begrijpt de rechtbank het verzoek van de vrouw aldus dat de vrouw verzoekt om vervangende toestemming voor een verhuizing van de kinderen naar [plaats] , alsmede voor de inschrijving in de Basisregistratie Personen van de gemeente [plaats] en op vermelde basisschool.

5.3.2.

De vrouw stelt zich primair op het standpunt dat de man, na het vonnis van de voorzieningenrechter te Arnhem, alsnog toestemming heeft gegeven voor een verhuizing van de kinderen naar [plaats] . De vrouw legt ter onderbouwing van deze stelling de door partijen ter zake verzonden emailberichten over. Uit de overgelegde mailwisseling blijkt dat partijen uitgebreid met elkaar hebben gemaild over het verlenen van toestemming voor de verhuizing Uit de mailwisselingen blijkt ook dat de man aan het verlenen van zijn toestemming allerlei, meest financiële, voorwaarden heeft verbonden. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de mailwisseling echter niet dat de voorwaarden van de man zijn vervuld. Zo is bijvoorbeeld de woning van partijen niet overgedragen en is er ook geen regeling getroffen voor de afwikkeling van de schulden. De rechtbank volgt de vrouw dan ook niet in haar stelling dat de man reeds toestemming heeft gegeven en dat er alleen nog een datum voor de verhuizing vastgesteld diende te worden. Het verzoek van de vrouw om expliciet vast te stellen dat de man reeds toestemming heeft gegeven, zoals verwoord in de overgelegde pleitnota, wordt dan ook afgewezen.

5.3.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), dient de rechtbank in een geschil als het onderhavige tussen ouders die gezamenlijk met het gezag zijn belast, een zodanige beslissing te nemen als in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. De belangen van de minderjarige dienen hierbij een eerste overweging te vormen.

De rechtbank dient daarnaast ook andere belangen bij de overweging te betrekken. Het gaat dan onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarigen te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de minderjarigen, de te overbruggen afstand en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderling overleg en communicatie.

5.3.4.

Uit de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling over en weer is verklaard, is het volgende gebleken. Na het uiteengaan van partijen is de vrouw met de kinderen in de voormalige gezamenlijke woning in [plaats] blijven wonen.

De man is bij zijn nieuwe partner gaan wonen en is uiteindelijk verhuisd naar [plaats] . Door de vrouw is onbetwist gesteld dat zij op zoek is naar een andere woning omdat zij de lasten van voormelde woning niet meer kan opbrengen. Het ligt dan ook in de rede dat vrouw en de kinderen op niet al te lange termijn zullen gaan verhuizen.

De vrouw heeft sinds langere tijd een relatie met haar huidige partner en is voornemens om in het voorjaar van 2015 te gaan trouwen. De nieuwe partner van de vrouw is werkzaam bij de Rabobank Assen en Noord Drenthe en de vrouw heeft gemotiveerd gesteld dat het voor hem niet mogelijk is om een andere baan in de omgeving van [plaats] te verkrijgen.

Daarbij komt dat de nieuwe partner in het kader van een co-ouderschapsregeling de zorg voor twee kinderen uit een eerder huwelijk heeft. De vrouw daarentegen moet gelet op haar werkzaamheden - de vrouw werkt als zelfstandig ondernemer - in staat worden geacht haar beroep in [plaats] uit te voeren.

De vrouw heeft onweersproken gesteld dat de kinderen het in [plaats] erg naar hun zin hebben en graag in [plaats] willen wonen.

Onder deze omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank begrijpelijk dat de vrouw het voornemen heeft om met haar nieuwe partner in [plaats] te gaan samenwonen.

5.3.5.

De weigering van de man om aan de verhuizing zijn toestemming te onthouden is met name ingegeven door de angst van de man dat het contact dat hij met de kinderen heeft zal worden verminderd. Zo zal de man na een verhuizing geen contact meer met de kinderen kunnen hebben op de woensdagmiddag. Spontaan, incidenteel contact met de kinderen zal evenmin meer mogelijk zijn.

Tussen de man en de kinderen bestaat een contactregeling waarbij de kinderen één keer per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede elke woensdagmiddag van 12.15 uur tot 17.00 uur bij de man verblijven. Voorts verblijven zij in de zomer- en kerstvakantie gedurende maximaal zeven aaneengesloten dagen bij de man.

De vrouw heeft aangeboden om het verlies van het contact op de woensdagmiddag te compenseren met een langer verblijf van de kinderen in de vakanties. De vrouw heeft voorts aangeboden om de kinderen te brengen en te halen en daarbij te zorgen dat de effectieve omgangstijd niet wordt verminderd.

De stelling van de man dat er naast de reguliere omgangsregeling ook incidentele contacten tussen de man en de kinderen zijn, is door de vrouw gemotiveerd betwist.

De rechtbank deelt de mening van de man dat de afstand [plaats] - [plaats] aanzienlijk is en dat dit een belasting voor de kinderen zou kunnen zijn. Echter, dit zal in de situatie dat de vrouw met de kinderen in [plaats] blijft wonen niet anders zijn aangezien de vrouw dan in de weekenden met de kinderen in [plaats] zal verblijven.

5.3.6.

De rechtbank is van oordeel dat door de compensatie van de woensdagmiddagen met een uitbreiding van de omgang in de vakanties, aangevuld met de mogelijkheden van de moderne (visuele) communicatiemiddelen als bijvoorbeeld Skype, een verhuizing van de kinderen naar [plaats] niet zal resulteren in een substantiële vermindering van de contacten tussen de man en de kinderen.

Alle feiten en omstandigheden afwegend is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de vrouw om toestemming te verlenen voor haar verhuizing naar [plaats] , kan worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. De oudste dochter van partijen, [naam] , zit op dit moment in groep acht van de basisschool. De rechtbank acht het niet in haar belang om haar halverwege het laatste schooljaar waarin zij ook de CITO-toets gaat maken, over te plaatsen naar een andere school.

De rechtbank zal de vrouw daarom vervangende toestemming verlenen voor een verhuizing van de kinderen naar [plaats] per 1 augustus 2015 en de inschrijving van de twee jongste kinderen voor het schooljaar 2015-2016 op basisschool De Borg te [plaats] . Aangezien Roos het schooljaar 2015-2016 jaar naar het voortgezet onderwijs gaat, zal het verzoek ten aanzien van haar inschrijving op de basisschool bij gebreke van belang worden afgewezen.

5.3.7.

Zoals hiervoor overwogen zal bij het verlenen van toestemming om te verhuizen het verlies aan contact op de woensdagmiddag gecompenseerd worden met een uitbreiding van het contact in de vakanties.

De rechtbank zal een contactregeling bepalen inhoudende dat de minderjarigen bij man verblijven gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede gedurende vakanties van één week de hele vakantie en gedurende vakanties die langer zijn dan één week de helft van deze vakantie, waarbij de vrouw de minderjarigen bij de man brengt en weer ophaalt.

Het verzoek van de man om te bepalen dat één keer per vier weken één van de kinderen een weekend bij de man verblijft, acht de rechtbank niet in het belang van de kinderen en zal derhalve worden afgewezen.

5.3.8.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De rechtbank:

bepaalt dat de man samen met de vrouw wordt belast met het gezag over de minderjarige [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;

verleent de vrouw toestemming om per 1 augustus 2015 met de minderjarigen [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , en [naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , naar de gemeente [plaats] te verhuizen;

verleent de vrouw toestemming om de minderjarigen per 1 augustus 2015 in de Basisregistratie Personen van de gemeente [plaats] in te schrijven;

verleent de vrouw voorts toestemming om de minderjarige [naam] en [naam] in voor het schooljaar 2015-2016 in te schrijven op basisschool De Borgen te [plaats] ;

stelt een contactregeling tussen de man en de kinderen vast inhoudende dat de kinderen bij man verblijven gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede gedurende vakanties van één week de hele vakantie en gedurende vakanties die langer zijn dan één week de helft van deze vakantie, waarbij de vrouw de minderjarigen bij de man brengt en weer ophaalt;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.C. Bosch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.

mmv

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.