Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6826

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-01-2014
Datum publicatie
24-02-2015
Zaaknummer
3599299 \ EJ VERZ 14-133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever van haar werknemers op goede grond mag en kan vragen dat er geen alcohol wordt gedronken tijdens de bewonersvakanties. Echter, van een goed werkgeefster mag in dit geval worden verwacht, dat zij de werkneemster alvorens beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven, eerst een ondubbelzinnige waarschuwing geeft. In dit verband is van belang dat de van toepassing zijnde Gedragscode en Werkinstructie ook tot mildere uitkomsten kunnen leiden en dat van een stringent en consequent toezicht door de werkgever op het verbod van alcoholgebruik niet is gebleken. Het heeft er veeleer alle schijn van dat dit oogluikend werd toegestaan in het verleden, zodat andere sancties meer in de rede liggen. De kantonrechter wil er evenwel geen misverstand over laten bestaan dat met de kwetsbare cliënten zorgvuldig moet worden omgegaan en dat de modus operandi van werkneemster in dit geval bepaald niet aan deze maatstaf voldoet.

Ten aanzien van de verwijten van de werkgever met betrekking tot het bieden van onvoldoende zorg en het onvoldoende toezicht houden op de cliënten tijdens de boottocht en de indeling van de bewoners in de blokhutten overweegt de kantonrechter dat niet, althans onvoldoende is gebleken van onprofessioneel, onverantwoord en grensoverschrijdend handelen van de werkneemster in dat verband. De omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang wegend, is de kantonrechter van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen niet rechtvaardigen. Daarbij is mede in aanmerking dat de consequenties voor de werkneemster die in het verleden een goed functionerend medewerker is gebleken, verstrekkend zijn en dat werkneemster eerst geruime tijd na het incident op non-actief is gesteld en vervolgens pas drie weken later het ontslag is aangezegd. Ook een wijziging van omstandigheden wordt niet aanwezig geacht.

(zie ook zaaknr. 3683243 \ VV EXPL 14-135 ECLI:NL:RBNNE:2015:489)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/299
AR-Updates.nl 2015-0187
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie [plaats]

zaak-/rolnummer: 3599299 \ EJ VERZ 14-133

beschikking van de kantonrechter van 12 januari 2015

in de zaak van

De stichting Promens Care,

hierna te noemen: Promens Care,

gevestigd te [plaats],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. drs. A. Elgersma,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. L.A.A. Ongenae.

1 Het procesverloop

1.1.

Promens Care heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 november 2014, verzocht de tussen Promens Care en [gedaagde] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden ex artikel 7:685 BW met ingang van 1 december 2014, althans zo spoedig mogelijk te ontbinden, primair wegens dringende redenen, subsidiair wegens gewijzigde omstandigheden, zonder dat daarbij aan [gedaagde] ten laste van Promens Care een billijke vergoeding wordt toegekend, kosten rechtens.

1.2.

[gedaagde] heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 15 december 2014.

1.3.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2014, van welke behandeling aantekeningen zijn gemaakt. Ter zitting van 16 december 2014 heeft eveneens de behandeling van de door [gedaagde] bij dagvaarding van 11 december 2014 ingestelde vorderingen in kort geding tegen Promens Care plaatsgevonden (zaaknummer 36833243 VV EXPL 14-135). Daarnaast is het verzoekschrift van [gedaagde], alsmede het kort geding, gelijktijdig behandeld met de kort gedingen en verzoekschriften van haar collega's, [collega 1], [collega 2], [collega 3] en [collega 4].

Hierna te noemen: [collega 1], [collega 2], [collega 3] en [collega 4].

1.4.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2.

Promens Care is een zorginstelling voor cliënten met een verstandelijke handicap en/of psychische problemen. Vanuit Promens Care worden de cliënten begeleid bij het wonen en werken.

2.3.

[gedaagde], geboren op [geboortedatum], is op [datum in diensttreding] in dienst getreden bij Promens Care. Zij is thans werkzaam de functie van begeleider D.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO GGZ van toepassing.

2.4.

[gedaagde] verricht haar werkzaamheden op de locatie [locatie 1] te [plaats].

Op deze locatie wonen 26 cliënten in de leeftijd tussen de 15 en de 21 jaar. Deze cliënten hebben een vast team aan begeleiders. De begeleiding van de cliënten is individueel gericht, waarbij gewerkt wordt aan in de individuele begeleidingsplannendoelen beschreven doelen. De begeleiders hebben naast de begeleiding ook een opvoedende rol.

2.5.

Binnen Promens Care geldt een Gedragscode (hierna te noemen: de Gedragscode). In deze beleidsnotitie, zo vermeldt de samenvatting, staan de regels en richtlijnen voor het gedrag van de medewerkers en dat bij overtreding verschillende sancties mogelijk zijn.

2.6.

Onder punt 9 is het beleid ten aanzien van roken, alcohol en drugs als volgt verwoord:

"(…) Medewerkers gebruiken onder werktijd geen alcohol en drugs. Op recepties onder werktijd wordt dus geen alcohol geschonken. Uitzonderingen worden alleen gemaakt na goedkeuring door de leidinggevende. Van medewerkers wordt verder verwacht dat zij niet onder invloed van alcohol en/of drugs verkeren onder werktijd. Als het vermoeden bestaat of als is waargenomen dat een medewerker (herhaaldelijk) onder invloed is van alcohol en/of drugs, volgt een gesprek daarover. De richtlijnen daaromtrent staan in de Werkinstructie (vermoeden van) alcohol- en drugsproblematiek medewerkers. (…)

Onder punt 12 is met betrekking tot de meldingsplicht vermeld, dat medewerkers verplicht zijn elk (potentieel) belangenconflict dan wel het waarnemen van grensoverschrijdend gedrag te melden aan hun direct leidinggevende dan wel aan RvB.

2.7.

De Werkinstructie (vermoeden van) alcohol- en drugsproblematiek is een uitwerking van de sectie alcohol- en drugsgebruik in de algemene gedragscode. In deze werkinstructie zijn onder meer de twee beleidsregels met betrekking tot alcohol- en drugsgebruik vermeld:

  • -

    Alcohol en drugsgebruik zijn niet toegestaan tijdens het werken bij Promens Care; in alle werksituaties moet professioneel handelen gegarandeerd zijn.

  • -

    Iedere medewerker van Promens Care is persoonlijk aanspreekbaar waar het gaat om gebruik van alcohol of drugs.

2.8.

In deze Werkinstructie is naast de Inleiding en visie, uitwerking, benoeming van de risicofactoren, aandacht besteed aan de rol van de leidinggevende bij een vermoeden van een drugs- of alcoholprobleem.

Daarbij is aandacht besteed aan de verschillende handvaten die van belang zijn bij het (tijdig) aangaan van een gesprek van de leidinggevende met een medewerker van wie het vermoeden van alcohol- of drugsgebruik bestaat.

Als handvaten zijn in ieder geval vermeld:

"(…)

- Maak in ieder geval afspraken over welk concreet functioneel gedrag binnen welke termijn concreet verbeterd moet zijn.

- Benoem de gevolgen bij onveranderd functioneel gedrag: berisping, werkverbod, schorsing, inhouding van loon en in het uiterste geval ontslag.

- Leg het gesprek, of in ieder geval de aanleiding en de afspraken, schriftelijk vast en zorg dat deze in het personeelsdossier worden gevoegd "

2.9.

Binnen de locatie aan de [locatie 1] gelden huisregels, waaronder de regel dat gebruik van alcohol alleen mag na overleg met de begeleider.

2.10.

Van 11 tot en met 13 augustus 2014 hebben zes cliënten in de leeftijd van 15, 16, 17, 18, 20 en 20 jaar, met vier begeleiders ([gedaagde], [collega 2], [collega 1] en [collega 4]) en een vakantiekracht ([vakantiekracht]) een camping in [locatie 2] bezocht voor een vakantie. Deze vakantie is door de begeleiders voorbereid. De cliënten en hun begeleiders hebben overnacht in een drietal gehuurde blokhutten.

2.11.

Eén van de cliënten, die mee was op deze korte vakantie, is een toen net vijftienjarig meisje, dat in haar jeugd te maken heeft gehad met excessief alcoholgebruik in haar omgeving. Haar begeleiders zijn bekend met de (in haar begeleidingsplan vastgelegde) problematiek van dit meisje.

2.12.

Tijdens deze korte vakantie hebben meerdere collega's deze cliënten en hun begeleiders op de camping in [locatie 2] bezocht, te weten:

  • -

    [collega 5], begeleider D, die de nacht van dinsdag 12 augustus 2014 op woensdag 13 augustus 2014 is blijven slapen;

  • -

    [collega 6] (hierna te noemen: [collega 6]), begeleider D, die dinsdag 12 augustus 2014 vanaf 17:00 uur tot ongeveer 24:00 uur aanwezig is geweest;

  • -

    [collega 7] (hierna te noemen: [collega 7]), begeleider B, die dinsdag 12 augustus 2014 vanaf 17:00 uur tot ongeveer 24:00 uur aanwezig is geweest;

  • -

    [collega 8], begeleider D, die zowel op maandag 11 augustus 2014, als op dinsdag 12 augustus 2014 de groep heeft bezocht;

  • -

    [collega 9], begeleider B, die de nacht van dinsdag 12 augustus 2014 op woensdag 13 augustus 2014 is blijven slapen. [collega 9] is inmiddels uit dienst.

2.13.

[collega 7] en [collega 6] hebben na de vakantie ieder afzonderlijk gesproken met hun collega en coach methodisch scoren, [collega 10], die hen heeft gewezen op de in de Gedragscode opgenomen meldingsplicht als sprake is van grensoverschrijdend gedrag van collega's.

2.14.

In de tweede week van september 2014 heeft [collega 6] - het locatiehoofd [locatiehoofd] (hierna te noemen: [locatiehoofd]) was wegens vakantie afwezig - gesproken met de teamcoördinator, [teamcoördinator], over haar ervaringen tijdens genoemde vakantie en de op Facebook geplaatste foto "van een blokhut met daarin een fust bier."

2.15.

De vakantie is op 25 september 2014 tijdens het kernteamoverleg van [locatie 1] geëvalueerd. In het daarvan opgemaakte verslag is onder meer opgenomen dat het uitje positief is ervaren, dat het positief was te zien dat de jeugd zelf de regie nam met de verdeling van de blokhutten en dat weinig sturing nodig was vanuit de begeleiding.

De GZ psycholoog van Promens Care, [psycholoog] (hierna te noemen: [psycholoog]) was bij deze teamvergadering aanwezig, [locatiehoofd] was wegens vakantie afwezig.

2.16.

[locatiehoofd] is op 6 oktober 2014 door [teamcoördinator] geïnformeerd over het met [collega 6] gevoerde gesprek en de foto op Facebook. [locatiehoofd] heeft verder op 17 oktober 2014 gesproken met [collega 10] over de gesprekken die hij heeft gevoerd met [collega 7] en [collega 6]. [locatiehoofd] heeft daarop de sectormanager, [sectormanager] en [p&o adviseur], de P&O adviseur, (hierna te noemen: [p&o adviseur]) geïnformeerd.

2.17.

[gedaagde] en haar collega's zijn met ingang van 21 oktober 2014 vrijgesteld van hun werkzaamheden in verband met het onderzoek naar de begeleiding tijdens het vakantie-uitje.

2.18.

Op 21 oktober en 30 oktober 2014 hebben [locatiehoofd] en [p&o adviseur] een gesprek gehad met [gedaagde] gehad over de vakantie in [locatie 2] naar aanleiding van de signalen die [locatiehoofd] heeft ontvangen over de vakantie. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op deze gespreksverslagen te reageren. Er zijn ook gesprekken gevoerd met de andere begeleiders die bij de vakantie aanwezig waren. Ook van die gesprekken zijn verslagen gemaakt.

2.19.

Op 24 oktober en 29 oktober 2014 heeft [psycholoog] gesprekken gevoerd met de zes cliënten over de korte vakantie in [locatie 2]. Zij heeft hiervan op 3 november 2014 een notitie opgemaakt, waarin zij haar visie geeft op de mogelijke effecten van het door de begeleiders vertoonde gedrag op de jongeren.

2.20.

Bij brief van 14 november 2014 heeft Promens Care het gesprek bevestigd dat op 14 november 2014 heeft plaatsgevonden tussen [gedaagde], [sectormanager] (sectormanager) en [p&o adviseur]. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat Promens Care heeft besloten een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de rechtbank Noord Nederland in te dienen, primair op grond van dringende reden, subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden. In dat verband is aangegeven dat [gedaagde] zich tijdens het uitje van 11 tot en met 13 augustus 2014 onprofessioneel en grensoverschrijdend heeft gedragen. Promens Care heeft [gedaagde] een voorstel - kort gezegd - tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst gedaan per 1 februari 2015 met betaling van een vergoeding ad € 1.664,00 bruto.

2.21.

Collega [collega 11] heeft op verzoek van de raadsman van [gedaagde] en haar collega's een schriftelijk reactie gegeven op de vraag of het ongewoon is dat er tijdens kampeeruitjes met cliënten door cliënten en begeleiding alcohol gedronken wordt. Hij schrijft onder meer:

" (…) Nee, dit is niet ongewoon, het is eerder regel dan uitzondering.

Het uitgangspunt is echter wel dat wel de veiligheid van cliënten in het oog gehouden dient te worden, dus vaak zijn er een paar begeleiders die de Bob zijn en overal het algemeen geldt zowel voor cliënten als voor het personeel dat mem zich niet te buiten gaat en daar door de taak niet meer naar behoren kan uitvoeren.

(…)

Na dertig jaar in het vak kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het doen van een drankje tijdens deze uitjes er gewoon bij hoort. (….)"

2.22.

In een gesprek met [sectormanager], [locatiehoofd] en [p&o adviseur], dat op 25 november 2014 heeft plaatsgevonden heeft [collega 11] zijn uitspraken genuanceerd. Van dit gesprek is een verslag gemaakt.

2.23.

Bij vonnis van heden is de vordering van [gedaagde] tot wedertewerkstelling toegewezen.

3 De grondslag van het verzoek tot ontbinding van Promens Care

3.1.

Promens Care verzoekt de tussen partijen bestaande overeenkomst te ontbinden primair op grond van dringende redenen, subsidiair wegens gewijzigde omstandigheden.

Promens Care is van mening dat het door [gedaagde] vertoonde gedrag tijdens een vakantie-uitje met zes cliënten en een aantal begeleiders een reden vormt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat zij haar verplichtingen ten opzichte van de aan haar toevertrouwde cliënten heeft veronachtzaamd. Daarmee heeft zij het vertrouwen dat Promens Care, alsook de ouders en familieleden van deze cliënten in haar stelde, beschaamd. Uit een onderzoek dat Promens Care heeft ingesteld is namelijk gebleken dat [gedaagde] tijdens dit uitje alcohol heeft genuttigd in aanwezigheid van de cliënten, dan wel waarneembaar voor de cliënten. Ook is aan twee volwassen cliënten alcohol aangeboden en één van hen mocht de door hemzelf meegebrachte whisky drinken. Met dit gedrag is een onveilige situatie gecreëerd voor de cliënten, van wie in ieder geval één in haar privésituatie met alcoholmisbruik was geconfronteerd. Daarnaast heeft [gedaagde] ook het risico gecreëerd dat er geen adequate zorg meer aan de cliënten zou kunnen worden gegeven, in geval van nood. Promens Care voert verder aan dat is gebleken, dat [gedaagde] met haar collega's onvoldoende zorg heeft geboden aan en toezicht heeft gehouden op de cliënten en licht dit nader toe. Voorts is opgemerkt dat [gedaagde] na het betreffende uitje niet haar leidinggevende op de hoogte heeft gebracht van de ontoelaatbare gebeurtenissen, als hiervoor geschetst en haar rol daarbij.

Voor het geval in rechte de dringende reden niet mocht worden aangenomen, meent Promens Care dat er in ieder geval sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat het dienstverband dient te worden beëindigd. In dit verband is opgemerkt dat gelet op het het uiterst onprofessionele en risicovolle gedrag van [gedaagde] Promens Care het vertrouwen in haar als zorgvuldige begeleider van kwetsbare cliënten is kwijtgeraakt. Nu deze vertrouwensbreuk aan [gedaagde] te wijten is, is naar het oordeel van Promens Care niet billijk dat aan [gedaagde] ten laste van Promens Care een vergoeding wordt toegekend.

3.2.

[gedaagde] betwist dat zij onprofessioneel, onverantwoord en grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond tijdens het uitstapje naar [locatie 2]. [gedaagde] wijst er op dat na terugkomst van het als plezierig ervaren uitje geen actie jegens haar en haar collega’s is ondernomen en dat niet gebleken is van klachten van cliënten en/of hun ouders bij de leiding. In dit verband wordt ook gewezen op de verslagen van de gesprekken met de cliënten en de begeleiding, alsmede op het verslag van het Kernteam waarin de evaluatie van het uitje is opgenomen. [gedaagde] erkent dat tijdens het uitje alcohol is gedronken, maar in beperkte mate. Er was een collega in staat om als BOB te fungeren in geval van een calamiteit.

[gedaagde] wijst er verder op dat naast de gedragscode ook een werkinstructie alcohol- en drugsproblematiek voor medewerkers geldt. Blijkens deze instructie moet er in geval van geconstateerd alcoholgebruik afspraken worden gemaakt over welk concreet functioneel gedrag binnen welke termijn verbeterd dient te worden. In deze werkinstructie zijn ook sanctiemiddelen opgenomen, die variëren van een berisping, werkverbod schorsing en in het uiterste geval ontslag.

[gedaagde] is van mening dat Promens Care het in dit geval bij een berisping had kunnen laten en dat zij duidelijk had kunnen maken dat bij herhaald alcoholgebruik tijdens een uitstapje sancties zouden kunnen worden getroffen.

[gedaagde] acht het aangezegde ontslag ook in strijd met het goed werkgeverschap, nu zij altijd prima heeft gefunctioneerd, zoals ook blijkt uit de functioneringsverslagen. [gedaagde] wijst verder op de bijzondere situatie tijdens het uitje, gelet op het feit dat zij drie dagen 24 uur per dag werkt en werktijd zich vermengd met privétijd.

[gedaagde] betwist verder dat sprake is geweest van een onveilige situatie, daar waar het vijftienjarige meisje (op eigen verzoek) in de blokhut heeft geslapen met twee mannelijke cliënten.

Ook ten aanzien van het boottochtje wordt betwist dat sprake was van een onveilige situatie. [gedaagde] geeft aan dat de zaak kennelijk aan het rollen is gebracht door twee collega’s en dat zij het niet terecht vindt dat deze collega’s er met een waarschuwing vanaf komen, terwijl zij bij een eerder uitje zelf ook alcohol genuttigd hebben. Kort gezegd is [gedaagde] van mening dat er geen dringende reden is voor ontslag. [gedaagde] wijst er verder op dat Promens Care de tweede grond voor het ontslagverzoek, de gewijzigde omstandigheden nauwelijks onderbouwt, maar dat wordt volstaan met de opmerking dat Promens Care het vertrouwen kwijt is dat [gedaagde] in staat is de kwetsbare cliënten te begeleiden. [gedaagde] betwist dit. Voor zover de kantonrechter concludeert dat gewijzigde omstandigheden aan de orde zijn, bestaat er naar de mening van [gedaagde] aanleiding een vergoeding toe te kennen conform de kantonrechtersformule, waarbij - kort gezegd - de factor C wordt gesteld op 1,5.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft zich ervan gewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Dat is de kantonrechter niet gebleken.

4.2.

Gelet op het karakter van de onderhavige procedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. De kantonrechter baseert zich daarom op feiten die erkend zijn of onweersproken zijn of die voorshands aannemelijk zijn.

4.3.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is besproken is aannemelijk geworden dat er tijdens een vakantie-uitje naar [locatie 2] met een zestal cliënten dagelijks alcohol is gedronken door de aanwezige begeleiders, waaronder [gedaagde], alsmede door collega’s die de begeleiders en de cliënten tijdens het vakantie-uitje naar [locatie 2] hebben bezocht. Ter onderbouwing heeft Promens Care een aantal gespreksverslagen met de begeleiders, cliënten en de bezoekende collega’s overgelegd. Uit deze verslagen blijkt dat er alcohol is genuttigd en dat dit ook door de verschillende begeleiders is erkend. Niet, althans onvoldoende is gebleken dat cliënten en/of hun ouders/ familie klachten hebben geuit over de begeleiding tijdens het bewonersuitje.

4.4.

De kantonrechter overweegt dat de Gedragscode over het niet gebruiken van alcohol en drugs tijdens werktijd helder is. De gemachtigde van [gedaagde] heeft in dit verband opgemerkt dat het de vraag is of in dit geval sprake is van werktijd, nu de begeleiders van de cliënten 24 uur per dag gedurende in ieder geval twee dagen verantwoordelijk waren. Daarnaast is aangegeven dat in het verleden ook tijdens bewonersvakanties alcohol werd genuttigd zonder dat daar verdere consequenties aan zijn verbonden. Ook is gewezen op de werkinstructie alcohol- en drugsgebruik voor medewerkers, en meer in het bijzonder op de verschillende sanctiemogelijkheden die deze instructie de werkgever biedt.

4.5.

Genoegzaam staat vast dat door de leidinggevenden van Promens Care met de begeleiders aan de hand van de Gedragscode niet expliciet is gesproken over het nuttigen van alcohol tijdens de bewonersvakanties of dat naar aanleiding van eerdere vakanties, waarbij door begeleiders alcohol is gedronken, is gesproken over eventuele sancties wanneer er alcohol wordt gedronken door begeleiders.

4.6.

Met Promens Care is de kantonrechter van oordeel dat bewonersvakanties, hoewel de werknemers daar niet 24 uur per etmaal voor krijgen betaald, als werktijd hebben te gelden.

De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever van haar werknemers op goede grond mag en kan vragen dat er geen alcohol wordt gedronken tijdens de bewonersvakanties. Echter, van een goed werkgever die, zoals Promens Care, als sanctie op dit verbod van alcoholgebruik beëindiging van de arbeidsovereenkomst wil hanteren, mag verwacht worden, dat zij dienaangaande vooraf kraakhelder is. Zoals reeds overwogen, heeft Promens Care nagelaten dit te zijn en lijken de Gedragscode en Werkinstructie ook tot mildere uitkomsten te leiden, terwijl van een stringent en consequent toezicht op het verbod van alcoholgebruik niet is gebleken. Het heeft er veeleer alle schijn van dit oogluikend werd toegestaan in het verleden. Voldoende is immers komen vast te staan, dat het uitgangspunt, dat tijdens werktijd geen alcohol gebruikt wordt, in het verleden - ook waar de kwetsbare cliënten bij aanwezig waren- is voorgevallen. De door Promens Care gewenste rauwelijkse beëindiging van de arbeidsovereenkomst komt dan ook als uitermate onverwacht. Andere sancties liggen dan ook meer in de rede (mede gelet op de gebezigde bewoordingen in de Werkinstructie en de Gedragscode). De kantonrechter wil er evenwel geen misverstand over laten bestaan dat met de kwetsbare cliënten zorgvuldig moet worden omgegaan en dat de modus operandi van [gedaagde] in dit geval bepaald niet aan deze maatstaf voldoet.

4.7.

Ten aanzien van de verwijten van Promens Care met betrekking tot het bieden van onvoldoende zorg en het onvoldoende toezicht houden op de cliënten tijdens de boottocht en de indeling van de bewoners in de blokhutten overweegt de kantonrechter dat niet, althans onvoldoende is gebleken van onprofessioneel, onverantwoord en grensoverschrijdend handelen van [gedaagde] in dat verband.

4.8.

De kantonrechter is, kortom, van oordeel dat van een goed werkgeefster in dit geval mag worden verwacht, dat zij [gedaagde] alvorens beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven eerst een ondubbelzinnige waarschuwing had behoren gegeven. Dit strookt ook met de wet. In het geval Promens Care in de toekomst onverkort naar de sanctie van ontslag wenst te grijpen in verband met alcoholgebruik tijdens uitjes, zal zij als goed werkgever, op zijn minst vooraf klip en klaar jegens haar medewerkers hierover moeten zijn. De omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang wegend, is de kantonrechter van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen niet rechtvaardigen. Hierbij neemt de kantonrechter ook in ogenschouw dat de consequenties voor [gedaagde] die in het verleden een goed functionerend medewerker is gebleken, verstrekkend zijn. In dit verband is verder van belang dat eerst geruime tijd na het incident [gedaagde] eerst op 21 oktober 2014 op non-actief is gesteld en vervolgens pas op 14 november 2014 het ontslag is aangezegd.

4.9.

De kantonrechter komt gelet op het bovenstaande tot het oordeel dat Promens Care het bestaan van een dringende reden niet aannemelijk heeft gemaakt.

Mocht er al toe geconcludeerd moeten worden dat er sprake is van een verandering van omstandigheden, gelegen in het thans ontberen van vertrouwen in [gedaagde] (ter zitting werd aangegeven door de werkgever dat dit met name ziet op de reactie naar aanleiding van het voorgevallene waarin [gedaagde] weinig blijk gaf van een juist en professioneel inzicht volgens Promens Care), dan is de kantonrechter van oordeel dat ook dit niet tot de slotsom moet leiden dat dit een dadelijk of na korte tijd beëindigen van de arbeidsovereenkomst billijkt.

Dit blijk geven van een niet professioneel inzicht, waarvan afgevraagd kan worden of dit ook intrinsiek zo is want voorstelbaar is ook dat [gedaagde] zich verdedigt tegen de aantijgingen hoewel ze zich wel bewust zou kunnen zijn van haar onjuiste handelswijze, zodat er wel erg veel gewicht wordt gegeven aan zo een reactie, weegt niet voldoende op tegen haar voorafgaand aan dit incident goede functioneren om tot zo een beëindiging te concluderen.

Verder neemt de kantonrechter ook de van algemene bekendheid zijnde penibele arbeidsmarkt -met name in de zorg waar velen op straat zullen komen- in ogenschouw, zodat de gevolgen van een ontbinding verstrekkend zullen zijn. Hetgeen hiervoor is overwogen omtrent een andere sanctie en het waarschuwen vooraf doet ook hier weer opgeld.

4.10.

Gelet op het voorgaande zal het verzoek van Promens Care om de arbeidsovereen-komst met [gedaagde] te ontbinden worden afgewezen.

4.11.

Promens Care zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Daarbij zal rekening worden gehouden met het feit dat de onderhavige kwestie tegelijk met de zaken van de collega's van [gedaagde] is behandeld.

5 Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af,

veroordeelt Promens Care in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 250,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beslissing is gegeven door de kantonrechter mr. C.J. R. de Locht en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2015.

typ: 608/kw

coll: