Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6750

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-11-2014
Datum publicatie
06-02-2015
Zaaknummer
3482054 - VV EXPL 14-110
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Op non-actief stellen van een werknemer (expat) vanwege (vermeend) oneigenlijk gebruik van hem toegekend budget voor kosten van de huishouding.

Vordering tot wedertewerkstelling toegewezen in kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0117
AR 2015/315
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 3482054 \ VV EXPL 14-110

vonnis van de kantonrechter in kort geding van 18 november 2014

in de zaak van

eiser,

hierna te noemen:[eiser]

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde: mr. G. Berghuis, advocaat te Drachten,

tegen

de besloten vennootschap

IMTECH INDUSTRY INTERNATIONAL B.V.,

hierna te noemen: Imtech,

gevestigd te Coevorden,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. R. van der Stap, advocaat te Rotterdam.

De procedure

1.1. [

Eiser] heeft Imtech in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare terechtzitting van 4 november 2014.

1.2. [

Eiser] heeft toen - na wijziging van eis - gevorderd dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren:

I. Imtech veroordeelt om, zodra [Eiser] van ziekte is hersteld, hem binnen twee dagen in de gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden als projectleider overeenkomstig de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te hervatten, dan wel om [eiser] tijdens ziekte in staat te stellen om te re-integreren indien de bedrijfsarts dit bevorderlijk acht voor het herstel van [eiser], zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Imtech in gebreke mocht blijven om aan dit vonnis te voldoen;

II. Imtech veroordeelt in de kosten van het geding;

III. een zodanige voorziening treft als hij in goede justitie juist acht.

1.3.

Ter terechtzitting hebben beide partijen hun standpunten toegelicht, waarbij de

gemachtigde van [eiser] gebruik heeft gemaakt van pleitnotities. Van het verhandelde ter

zitting is aantekening gehouden door de griffier. Imtech heeft geconcludeerd tot afwijzing

van de vorderingen van [eiser].

1.4.

Hierna is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

2.1. [

eiser], geboren op [datum], is sinds [datum ] in dienst van Imtech, laatstelijk in de functie van Projectleider, tegen een salaris van € [bedrag] bruto per maand, (laatstelijk) te vermeerderen met een persoonlijke toeslag, een buitenlandtoeslag, een flextoeslag en een representatievergoeding.

2.2. [

eiser] is door Imtech twee maal uitgezonden naar [plaats] voor het werken aan een project aldaar, laatstelijk van medio [datum] tot en met medio [datum]

2.3.

Voor de kosten van huishoudelijke hulp is door de lokale [projectmanager] in [plaats], een bedrag van [bedrag] per maand aan [eiser] beschikbaar gesteld. Hiervoor behoefde [eiser] geen nota's aan [projectmanager] te overleggen. De kosten van huishoudelijke hulp bedroegen maandelijks [bedrag]. Het aldus maandelijks resterende bedrag van [bedrag] is door [eiser] telkens aan andere zaken, zoals consumpties, besteed. [eiser] vermeldde het bedrag van [bedrag] vervolgens telkens op een bij Imtech ingeleverde declaratielijst.

2.4.

Op [datum] heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en de heren [namen] (PMO Manager Imtech) en [naam] (HR-Manager Imtech). In dit gesprek is [eiser] door Imtech aangesproken op zijn declaratiegedrag in de maanden [datum] tot en met [datum]. Naar aanleiding van dit gesprek is [eiser] door Imtech per direct op non-actief gesteld.

2.5.

Bij brief van [datum] heeft [eiser] geprotesteerd tegen de non-actiefstelling en heeft hij zich beschikbaar en bereid verklaard om de overeengekomen werkzaamheden te hervatten.

2.6.

Bij brief van [datum] heeft Imtech [eiser] verslag gedaan van voormeld gesprek. Daartoe meldt Imtech in deze brief onder meer:

"(…) De eigenlijke aanleiding voor het gesprek was een gevolg van uw declaratiegedrag over de periode [datum] waarin u werkzaam bent geweest als projectmanager te [plaats]. Wij hebben u uitgenodigd om hierover inhoudelijk te spreken en nogmaals af te stemmen welke onkosten binnen het declaratiebeleid van Imtech Industry International voor declaratie in aanmerking komen.

In de tijd tussen het maken van [datum] en de eigenlijke afspraak op [datum] is er een reden ontstaan aan te nemen dat u oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van financiële middelen waarvan u de wetenschap heeft, of had moeten hebben dat deze aan Imtech Industry International toebehoren.

Vooralsnog heeft u ons geen gegronde onderbouwing kunnen geven voor de aanwending van deze financiële middelen. Dit heeft ons doen besluiten u per direct [datum] te ontheffen van uw werkzaamheden en tot nader order op non-actief te stellen met behoud van betaling van loon en overige emolumenten.

Wij hebben u verzocht uw laptop te overhandigen aan ondergetekende, waaraan u gehoor heeft gegeven. Tevens hebben wij ICT accounts ten behoeve van toegang Imtech systemen geblokkeerd.

In het kader van zorgvuldigheid zullen wij nader onderzoek doen naar geconstateerde onvolkomenheden in aanwending financiële middelen. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek nemen wij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk [datum] contact met u opnemen voor het maken van een afspraak.

De uitkomsten van dit onderzoek vormen de basis voor de beslissing welke arbeidsrechtelijke maatregelen verder getroffen zullen worden. (…)."

2.7.

Naar aanleiding van deze brief van Imtech heeft [eiser] bij brief van [datum] een nadere reactie gegeven op de non-actiefstelling. In deze brief meldt [eiser] onder meer:

"In het gesprek op [datum] jl. is mij aangegeven dat Imtech reden heeft om aan te nemen dat ik oneigenlijk gebruik heb gemaakt van financiële middelen welke aan Imtech toebehoren. Meer specifiek (zo bleek tijdens het gesprek) dat ik gedurende mijn verblijf te [plaats] [datum] tot [datum]) een bedrag van [bedrag] per maand heb ontvangen ter dekking van de kosten van huishoudelijke hulp en ik dit bedrag niet volledig heb gebruikt om de kosten voor huishoudelijke hulp te betalen.

(…)

Voor huishoudelijke hulp is door [(project manager van het [ ]project)] een bedrag beschikbaar gesteld van [bedrag] per maand. Aan [projectmanager] heb ik indertijd gevraagd of ik terzake van de kosten voor huishoudelijke hulp ook nota's moest overleggen, maar dit was volgens [projectmanager] niet nodig. Kortgezegd gaf [projectmanager] aan dat het bedrag ad [bedrag] het beschikbare bedrag was en dat ik me er zelf maar mee moest redden. Er waren geen nota's nodig, ik moest het zelf maar regelen. En dat heb ik vervolgens ook gedaan.

De kosten van de huishoudelijke hulp had ik in eerste instantie afgesproken voor drie maal drie uren per week, op basis van maximaal drie slaapkamers en bedroegen [bedrag].

NB: toen later ook mijn collega en de engineers [namen] in het huis verbleven, en de huishoudelijke hulp meer slaapkamers moest doen is dit bedrag niet verhoogd, hetgeen wel had gekund en ook voor de hand lag.

Het overgebleven bespaarde bedrag van [bedrag] is onder andere door mij uitgegeven aan zaken welke niet gedeclareerd zijn, maar welke ik wel had kunnen declareren nu deze uitgaven in verband zijn te brengen met mijn functie-uitoefening. Van deze uitgaven heb ik geen nota's, om reden dat ik deze uitgaven niet heb gedeclareerd, nu deze zijn betaald uit het door [projectmanager] beschikbaar gestelde bedrag, welk bedrag ik - mede gelet op de mededeling van [projectmanager] - heb beschouwd als vrij te besteden bedrag. Dat is ook de reden geweest dat ik in de declaratielijst het door [projectmanager] ontvangen bedrag heb genoteerd ([bedrag]) en daartegenover een uitgave van [bedrag].

Ik hecht er waarde aan op te merken en te benadrukken dat ik nimmer oneigenlijk gebruik heb gemaakt van financiële middelen van Imtech.

(…)

Hoewel ik betwist dat ik oneigenlijk gebruik heb gemaakt van financiële middelen van Imtech ben ik bereid om, ter beslechting van de discussie en om op korte termijn tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst te komen, deze gelden aan Imtech terug te betalen. (…)"

2.8.

Op [datum] heeft een vervolggesprek tussen Imtech en [eiser] plaatsgevonden, waarbij is medegedeeld aan [eiser] dat er geen verdere onvolkomenheden zijn geconstateerd. In dit gesprek is verder aan [eiser] verzocht om na te denken over mogelijkheden voor beëindiging van het dienstverband van partijen, waaronder vroegpensioen. Tevens heeft Imtech aan [eiser] medegedeeld dat de non-actiefstelling wordt verlengd. Nadien, bij e-mail van [datum] heeft [eiser] aan Imtech medegedeeld dat vroegpensioen of beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor hem geen optie is.

2.9.

HR-Manager [naam ] heeft [eiser] bij e-mail van [datum] medegedeeld dat de non-actiefstelling van [eiser] voortduurt na deze datum en van kracht blijft totdat door Imtech anders wordt besloten. De non-actiefstelling van [eiser] duurt tot op heden voort.

2.10. [

eiser] heeft op [datum] een [ ] gehad, in verband waarmee hij zich ziek heeft gemeld bij Imtech. Thans is [eiser] nog steeds arbeidsongeschikt.

Het standpunt van [eiser]

3.1. [

eiser] legt aan zijn vorderingen - samengevat - het volgende ten grondslag.

3.2.

Imtech heeft [eiser] ten onrechte op non-actief gesteld. Imtech heeft aanvankelijk weliswaar aangegeven dat er iets mis zou zijn met het declaratiegedrag van [eiser], maar zij heeft toen nagelaten om aan te geven wat er precies mis was en waarom bepaalde door [eiser] gedeclareerde bedragen uit zijn declaraties zijn geschrapt. Nadien heeft Imtech zich opeens op het standpunt gesteld dat sprake is van oneigenlijk gebruik van financiële middelen door [eiser], hetgeen [eiser] uitdrukkelijk betwist. Deze aantijging is onjuist en is - ondanks herhaalde verzoeken daartoe van [eiser] - nog steeds niet nader door Imtech onderbouwd. Ook de gestelde vertrouwensbreuk is door Imtech niet aannemelijk gemaakt, aldus [eiser]. Gelet op het vorenstaande had en heeft Imtech geen enkel rechtens relevant belang bij het op non-actief stellen c.q. houden van [eiser]. [eiser] dient dan ook, zodra hij weer arbeidsgeschikt is, onverwijld tot zijn werkzaamheden te worden toegelaten dan wel, indien de bedrijfsarts dat bevorderlijk acht voor zijn herstel, in staat te worden gesteld om binnen Imtech te re-integreren. Door de non-actiefstelling te handhaven, handelt Imtech niet als een goed werkgever. [eiser] heeft recht en belang bij het hervatten van zijn werkzaamheden c.q. re-integratie, nu de non-actiefstelling de binding van [eiser] met het werk doorbreekt en bovendien diffamerend voor hem is.

Het standpunt van Imtech

4.1.

Imtech voert als verweer - samengevat - het volgende aan.

4.2.

Tijdens de tweede uitzending van [eiser] als projectleider naar [plaats] heeft Imtech geconstateerd dat het uitbetalen van de overeengekomen vergoeding voor huishoudelijke hulp aan [eiser] niet goed verliep, in die zin dat [eiser] niet de volledige vergoeding van [bedrag] voor het delgen van de kosten van huishoudelijke hulp nodig had. Er bleef maandelijks een bedrag over van het daartoe toegekende budget. Het was niet aan [eiser] om zelf te bepalen wat hij met dit overschot deed. Hij had daarover ten minste met Imtech moeten overleggen, hetgeen hij heeft nagelaten. Aldus heeft [eiser] hem door Imtech toegekende financiële middelen - die slechts voor zakelijk gebruik waren bestemd - oneigenlijk gebruikt. Hierdoor is er wat Imtech betreft een vertrouwensbreuk tussen partijen ontstaan, reden waarom zij [eiser] op non-actief heeft gesteld. Imtech zit naar eigen zeggen wel in haar maag met de ontstane situatie, mede in het licht van het lange dienstverband van [eiser] bij Imtech. Imtech heeft [eiser] voorgesteld om met vroegpensioen te gaan of te spreken over een andere wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Zij heeft in dat verband echter geen concreet voorstel van [eiser] mogen ontvangen.

De beoordeling van het geschil

5.1.

Het spoedeisend belang ligt naar het oordeel van de kantonrechter besloten in de aard van het gevorderde en is overigens door Imtech ook niet betwist.

5.2.

De kantonrechter stelt voorop, dat de vordering van [eiser] tot wedertewerkstelling bij Imtech dient te worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:611 BW inzake het goed werkgeverschap. De toewijsbaarheid van een dergelijke vordering hangt af van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid en van de bijzondere omstandigheden van het geval (zie HR 12 mei 1989, NJ 1989, 801). Uitgangspunt daarbij is dat uit het oogpunt van goed werkgeverschap van een werkgever gevergd mag worden dat hij een werknemer - tegen diens wil - slechts de mogelijkheid mag onthouden om de overeengekomen arbeid te verrichten indien de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft, die voldoende zwaarwegend is, gelet op het in beginsel als zwaarwegend aan te merken belang van een werknemer om de overeengekomen arbeid te verrichten. In dat licht bezien is de beslissing van een werkgever om een werknemer op non-actief te stellen in beginsel diffamerend voor de betrokken werknemer (vgl. ook gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 augustus 2014, ECLI:GHARL:2014:6359).

5.3.

De kantonrechter gaat er vanuit dat de reden voor het op non-actief stellen van [eiser] enkel is gelegen in het (vermeende) oneigenlijke gebruik van financiële middelen van Imtech en de daardoor in de perceptie van Imtech ontstane vertrouwensbreuk tussen partijen. Deze reden noemt Imtech immers in haar brief aan [eiser] van [datum] - zijnde een verslag van het gesprek van [datum] - en nadien heeft zij geen nadere redenen aan (het verlengen van) de non-actiefstelling ten grondslag gelegd. Onder oneigenlijk gebruik van gelden moet in het normale spraakgebruik worden verstaan het besteden van deze gelden op een andere wijze dan de (kenbare) bedoeling is.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Imtech [eiser] op non-actief gesteld zonder dat daarvoor een redelijke grond aanwezig was. Daartoe is het volgende redengevend. Niet aannemelijk is gemaakt dat [eiser] bewust gelden heeft besteed op een andere wijze dan de bedoeling was. Tussen partijen is niet in geschil dat zijdens Imtech aan [eiser] een budget van [bedrag] per maand is toegekend voor de kosten van huishoudelijke hulp tijdens zijn verblijf in [plaats]. Indien [eiser] dit budget volledig aan huishoudelijke hulp had besteed, dan was het ter beschikking gestelde bedrag daarmee geheel opgesoupeerd en was er van de kant van Imtech hoogstwaarschijnlijk geen enkel bezwaar geuit tegen de(ze) besteding van het budget. In dit geval staat vast dat er van het voor huishoudelijke hulp aan [eiser] ter beschikking gestelde bedrag van [bedrag] maandelijks een bedrag van ca. [bedrag] overbleef. Aan Imtech kan worden toegegeven dat [eiser] zich over de besteding van dit overschot had moeten verstaan met (zijn leidinggevenden bij) Imtech, met de vraag of het hem vrij stond dit overschot naar eigen inzicht te besteden. Dat is in dit geval niet gebeurd. Dit verzuim van [eiser] - dat qua financiële omvang ook vrij beperkt was - rechtvaardigde echter niet het opleggen van een zwaarwegende maatregel als het op non-actief stellen van [eiser]. Mede tegen de achtergrond van het langdurige dienstverband - [ ] jaar - van [eiser] en diens - naar mag worden aangenomen, nu het tegendeel niet is gesteld - behoorlijke functioneren in al die jaren, had van Imtech mogen worden verwacht dat zij deze kwestie op een andere manier had opgelost, bijvoorbeeld door "een goed gesprek" en/of zo nodig door [eiser] een waarschuwing te geven. Dit klemt te meer, nu niet aannemelijk is geworden dat [eiser] zijn werkgever bewust heeft trachten te benadelen. In het licht van de opmerkingen van [projectmanager]richting [eiser] over het budget is er veeleer sprake van een ongelukkige c.q. onhandige handelwijze met betrekking tot de besteding van het ter beschikking gestelde budget voor huishoudelijke hulp. Bij voormeld oordeel weegt tevens mee dat niet gebleken is van kenbare regels binnen de organisatie van Imtech over de besteding van aan expats ter beschikking gestelde gelden.

5.5.

Imtech heeft ook niet aannemelijk weten te maken welk zwaarwegend belang gediend was met het verlengen van de non-actiefstelling van [eiser]. Nieuwe onvolkomenheden waren, zoals Imtech zelf stelt, niet gebleken, terwijl [eiser] na zijn op non-actiefstelling nota bene heeft aangeboden om het bedrag waarvoor Imtech zich kennelijk benadeeld acht, voor zijn rekening te nemen. Van Imtech had mogen worden gevergd dat zij met dat - redelijke - aanbod akkoord ging, waarmee de kou tussen partijen uit de lucht had moeten zijn.

5.6.

Gelet op het vorenstaande kan Imtech zich naar het oordeel van de kantonrechter ook in redelijkheid niet op het standpunt stellen dat sprake is van een - in de perceptie van Imtech kennelijk onherstelbare - vertrouwensbreuk die rechtvaardigt dat [eiser] niet tot het verrichten van zijn werkzaamheden in staat wordt gesteld.

5.7.

De vorderingen van [eiser] tot wedertewerkstelling liggen daarmee voor toewijzing gereed.

5.8.

De kantonrechter zal een dwangsom verbinden aan de jegens Imtech uit te spreken veroordeling, voor het geval Imtech daaraan niet voldoet. Aan het totaal van de (eventueel) te verbeuren dwangsommen zal een maximum worden verbonden.

5.7.

De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut zal worden afgewezen, nu de wet die mogelijkheid niet (meer) kent. De gevorderde uitvoerbaarverklaring op alle dagen en uren zal eveneens worden afgewezen, aangezien [eiser] niet heeft onderbouwd welk concreet belang hij daarbij heeft.

5.8.

Imtech zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld, welke aan de zijde van [eiser] worden vastgesteld op:

- dagvaardingskosten € 93,80

- vast recht € 77,00

- salaris advocaat € 400,00

-----------

€ 570,80.

De beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding:

1. veroordeelt Imtech om - na betekening van het vonnis - [eiser], zodra hij van ziekte is hersteld, binnen twee dagen in de gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden als projectleider overeenkomstig de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te hervatten, dan wel om op eerste verzoek [eiser] tijdens diens ziekte in staat te stellen om te re-integreren indien de bedrijfsarts dit bevorderlijk acht voor het herstel van [eiser];

2. bepaalt dat Imtech een dwangsom van € 1.000,- zal verbeuren voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan deze veroordeling voldoet en verbindt aan het totaal der te verbeuren dwangsommen een maximum van € 60.000,-;

3. veroordeelt Imtech in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] vastgesteld op

€ 570,80;

4. verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2014.

typ/conc: 744/MP

coll: