Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6726

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
23-01-2015
Zaaknummer
17.880044-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft de bijzondere voorwaarde van klinische opname conform de vordering van de officier van justitie opgeheven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14f, geldigheid: 2015-01-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880044-12

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 23 december 2014 op een vordering van de officier van justitie tot wijziging van de bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk opgelegde straf

in de zaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum],

verblijvende te [verblijfplaats].

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 18 november 2014 schriftelijk gevorderd dat last zal worden gegeven tot wijziging van de bijzondere voorwaarden verbonden aan de gevangenisstraf van 57 dagen waarvan - bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 30 oktober 2012 gewezen tegen de veroordeelde - bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd. De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 11 december 2014.

Motivering

Veroordeelde is bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 30 oktober 2012 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 57 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. Daarbij zijn als bijzondere voorwaarden gesteld:

1. dat veroordeelde zich meldt bij c.q. bezocht wordt door Reclassering Nederland, adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden (hierna: bijzondere voorwaarde 1.);

2. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal laten opnemen in Hoeve Boschoord, althans een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven, zolang de reclassering dat gedurende de proeftijd van 5 jaar noodzakelijk acht (hierna ook: bijzondere voorwaarde 2.).

Uit de stukken blijkt dat de bij dit vonnis vastgestelde proeftijd is aangevangen op 14 november 2012.

Uit het schrijven van Reclassering Nederland van 5 november 2014 blijkt het volgende:

Veroordeelde is in Hoeve Boschoord gestabiliseerd en tot rust gekomen. Hoeve Boschoord is een behandelinstelling. Nu veroordeelde niet langer behandeling nodig heeft, is het beter dat hij in een woonvorm gaat wonen. Veroordeelde zou daartoe in verband met zijn problematiek in een gesloten/besloten instelling voor mensen met een verstandelijke beperking geplaatst moeten worden. In Nederland zijn weinig geschikte woonvoorzieningen voor zijn doelgroep. Daar komt bij dat veroordeelde nu nog een bijzondere voorwaarde heeft waardoor geen AWBZ-indicatie kan worden gesteld. Veroordeelde heeft een intake ondergaan bij [instelling] in [plaats] (hierna: [instelling]). Op basis daarvan heeft deze instelling aangegeven veroordeelde een geschikte woonvoorziening aan te kunnen bieden. Dit is echter niet mogelijk op basis van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf omdat ze daar geen "justitie-bedden" hebben. Reclassering Nederland verwacht dat veroordeelde op vrijwillige basis zal meewerken als het gedwongen karakter eraf gaat. Reclassering Nederland heeft geconcludeerd dat toezicht op de bijzondere voorwaarde van opname in Hoeve Boschoord geen nuttige bijdrage meer levert en vraagt opheffing daarvan.

Ter terechtzitting van 11 december 2014 heeft K.J. Kooistra van Reclassering Nederland daar het volgende aan toegevoegd:

Opname voor onbepaalde tijd in een woonsetting in [instelling] is (ook volgens Hoeve Boschoord) geschikt voor veroordeelde. Dit is volgens het CIZ echter niet mogelijk in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf. Daarom moet de desbetreffende voorwaarde worden opgeheven. Vervolgens kan veroordeelde op civielrechtelijke basis worden opgenomen. Op dit moment is er nog geen rechterlijke machtiging afgegeven. Met Hoeve Boschoord is afgesproken dat veroordeelde daar tijdelijk kan terugkeren als het misgaat.

De officier van justitie heeft gevorderd dat bijzondere voorwaarde 2. wordt opgeheven.

De raadsvrouw van veroordeelde heeft verklaard dat veroordeelde achter een overplaatsing naar [plaats] staat. Verder heeft zij het behandelplan van veroordeelde over de periode van 3 december 2014 tot 3 december 2015 overgelegd. De raadsvrouw heeft gepleit voor het vervangen van bijzondere voorwaarde 2. door de voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als deze inhouden dat hij zich opnieuw laat opnemen in Hoeve Boschoord.

Gezien het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen en bijzondere voorwaarde 2. opheffen. De rechtbank acht het aangewezen dat veroordeelde wordt geplaatst in [instelling] te [plaats] en dit is niet mogelijk zolang deze bijzondere voorwaarde van kracht blijft. Hoewel de rechtbank het nut van de door de raadsvrouw voorgestelde vervangende voorwaarde inziet met het oog op het risico dat veroordeelde terugvalt, zal zij deze voorwaarde niet aan de voorwaardelijke gevangenisstraf verbinden. Een klinische (her)opname, indien gedwongen ondergaan, heeft het effect van een vrijheidsbenemende maatregel. De beslissing om een vrijheidsbenemende maatregel op te leggen, is krachtens vaste jurisprudentie voorbehouden aan de rechter. Daarmee strookt niet dat die beslissing in handen van de reclassering wordt gegeven. Indien veroordeelde terugvalt en een gedwongen heropname noodzakelijk mocht blijken, dient dit plaats te vinden in het civielrechtelijke kader van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet BOPZ).

Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat bijzondere voorwaarde 1. van kracht blijft.

De rechtbank heeft gelet op artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en bepaalt dat de in het vonnis van deze rechtbank van 30 oktober 2012 onder 2. vermelde bijzondere voorwaarde wordt opgeheven.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. N.A. Vlietstra, rechters, bijgestaan door mr. F.F. van Emst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2014.