Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6710

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
13-01-2015
Zaaknummer
18.730120-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak inbraak en pinnen met gestolen pinpas. Onvoldoende wettig bewijs dat verdachte te zien is op de camerabeelden bij de pinautomaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730120-14

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 02/182648-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 september 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 september 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Utrecht.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.F. Hoekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 3 december 2013, te [pleegplaats 1], (althans) in de gemeente Ooststellingwerf, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([perceel], aldaar) heeft weggenomen een of meer (gouden en/of zilveren) siera(a)d(en) en/of (een) bankpasje(s) (met pincode[s]) en/of (een) identiteitskaart(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]en/of zijn echtgenote, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 3 december 2013, te [pleegplaats 2], (althans) in de gemeente Assen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat (van de ABN Amro Bank) heeft weggenomen geld (1000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door middel van (een) onrechtmatig verkregen, althans onbevoegd gebruikte, pinpas met bijbehorende pincode);

3.

hij op of omstreeks 3 december 2013 te [pleegplaats 2], (althans) in de gemeente Assen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen (telkens) geld van een bankrekening op naam van

[slachtoffer], in elk geval (telkens) geld geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer]

[slachtoffer], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), (telkens) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht (telkens) door middel van een valse sleutel, (telkens) door (een) goed(eren) af te rekenen met behulp van de onrechtmatig verkregen pinpas van die [slachtoffer];

4.

hij op of omstreeks 3 december 2013, te [pleegplaats 2], (althans) in de gemeente Assen, in elk geval in Nederland, een voorwerp, te weten (een deel van) het banksaldo behorende bij de rekening gekoppeld aan een bankpas op naam van [slachtoffer], heeft omgezet, in kleding, althans enig(e) goed(eren) verkregen bij het [winkelbedrijf 1] (gevestigd op of aan de [straat 1] te Assen) en/of schoenen, althans enig(e) goed(eren) verkregen bij het [winkelbedrijf 2] (gevestigd op of aan [straat 2] te Assen), althans van (een deel van) dat banksaldo en/of die pinpas gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat banksaldo, althans die bankpas - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en wonen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang

- tenuitvoerlegging van de op 14 december 2011 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]tot een bedrag van

€ 1.692,80 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt officier van justitie

In het dossier zitten foto's van de man die heeft gepind bij de ABN Amro. Hij deed dit met de pinpas die kort daarvoor gestolen was uit de woning van de [slachtoffer]. Verdachte is door verschillende personen herkend op deze foto. Tevens is de jas die verdachte bij zich had bij zijn aanhouding dezelfde jas die de persoon op de foto droeg.

Op basis van het voorgaande kan volgens de officier van justitie vastgesteld worden dat verdachte degene is die gepind heeft met de gestolen pinpas.

Tevens komt het signalement dat de [getuigen] gaven overeen met verdachte, waardoor ook vastgesteld kan worden dat verdachte bij de woninginbraak betrokken was en met anderen met de gestolen pinpas goederen heeft gekocht bij [winkelbedrijf 2] en [winkelbedrijf 1]. Daarbij is ook het tijdpad van belang: de tijd tussen de woninginbraak en het pinnen met de pinpas is slechts kort en gelet op de afstand tussen [pleegplaats 1] en Assen past dit precies op elkaar.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft gemotiveerd vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe onder meer aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de persoon is die op de foto's in het dossier te zien is. Daarom kan niet vastgesteld worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De raadsman heeft voorts aangegeven dat, mocht de rechtbank vast kunnen stellen dat verdachte de man is die heeft gepind bij de ABN Amro bank, dan de signalementen die de door de officier van justitie genoemde getuigen geven niet overeenkomen. Aldus kan volgens de raadsman niet worden bewezen dat verdachte de inbraak in de woning heeft gepleegd en/of aankopen met de gestolen pinpas heeft gedaan.

Oordeel rechtbank

In het onderhavige zaaksdossier bevindt zich de aangifte van een woninginbraak door

[slachtoffer]die aangeeft dat onder meer een pinpas met bijbehorende pincode wordt vermist.

Daarnaast zijn er de volgende bewijsmiddelen in het dossier:

  • -

    Een verklaring van [getuigen] die onder meer de jas omschrijft van één van de mannen die zij aan de achterkant van de woning van [slachtoffer] zag in het tijdvak dat de inbraak moet hebben plaatsgevonden.

  • -

    Beelden van de pintransactie die met de gestolen pas heeft plaatsgevonden. Op deze beelden is de jas van de man die met de gestolen pas pint goed te zien. Het gezicht van de man is minder goed te zien, nu hij zijn gezicht gedeeltelijk heeft afgeschermd met een sjaal en een bril.

  • -

    De getuigenverklaringen van de werknemers van de [winkelbedrijf 2] en de [winkelbedrijf 1] zaak waar met de gestolen pas is afgerekend. Zij hebben niet aangegeven wat de kleur van de jas was.

  • -

    De foto’s van de jas die verdachte aan had tijdens zijn aanhouding.

Verdachte ontkent dat hij bij de ten laste gelegde feiten betrokken is geweest.

Alvorens de rechtbank vaststelt of de verschillende ten laste gelegde feiten door dezelfde perso(o)(ne)n zijn verricht, moet de rechtbank eerst vaststellen dat het verdachte is die op de beelden van de pintransactie staat dan wel dat het verdachte is die door de verschillende getuigen is gezien. Geen van de getuigen is nadien geconfronteerd met een foto van verdachte. Derhalve heeft geen van de getuigen kunnen bevestigen dat het verdachte was die zij op 3 december 2013 hebben gezien. De rechtbank heeft voorts zelf niet kunnen vaststellen dat het onmiskenbaar verdachte was die op de beelden van de pintransactie te zien was. Daarmee komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de overige hiervoor genoemde bewijsmiddelen. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat alle vier ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De rechtbank zal verdachte derhalve van deze feiten vrijspreken.

Benadeelde partij

[slachtoffer]heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 14 december 2011, gewezen door de politierechter in de rechtbank te Breda, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 26 november 2012.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 14 augustus 2014 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte zal worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten en zal de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dan ook afwijzen.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1., 2., 3. en 4. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

02/182648-11:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter te Breda d.d. 14 december 2011.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. L.G. Wijma, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 september 2014.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Wijma

locatie Leeuwarden,

de Vries-Haitsma

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730120-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 9 september 2014

Tegenwoordig:

mr. I.M. Dölle, voorzitter,

mr. M. Jansen en mr. L.G. Wijma, rechters, en

mr. E. de Vries-Haitsma, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. P.F. Hoekstra.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Utrecht.

……

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 23 september 2014 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.