Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6701

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2014
Datum publicatie
08-01-2015
Zaaknummer
18.730298-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730298-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 december 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.J. Sjoer, advocaat te Ede.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 maart 2014 te [pleegplaats], gemeente De Friese Meren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (graafmachine of kraan), daarmede rijdende over de weg, [locatie], gaande in de richting van het centrum van [pleegplaats], zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend, -terwijl verdachte door de omvang/bouw/inrichting van het motorrijtuig deels

geen en/of verminderd zicht om het motorrijtuig heen had en/of het uitzicht voor verdachte naar voren werd beperkt door diverse onderdelen van het motorrijtuig, te weten een deel van de giek en/of op of aan de giek gemonteerde palletlepels en/of de voorste rechter raamstijl van de cabine- bij het naderen en/of het passeren van een op de rijbaan van genoemde weg in dezelfde richting als verdachte rijdende fietsster, in plaats van die fietsster tijdig op te merken en/of tijdig en/of voldoende uit te wijken voor en/of voldoende afstand te bewaren tot en/of voldoende rekening te houden met die fietsster, tegen die fietsster en/of haar fiets aan te rijden en/of te botsen, waardoor die fietsster (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 27 maart 2014 te [pleegplaats], gemeente De Friese Meren, als bestuurder van een voertuig (graafmachine of kraan), daarmee rijdende op de weg, [locatie], gaande in de richting van het centrum van [pleegplaats], -terwijl verdachte door de omvang/

bouw/inrichting van het voertuig deels geen en/of verminderd zicht om het voertuig heen had en/of het uitzicht voor verdachte naar voren werd beperkt door diverse onderdelen van het voertuig, te weten een deel van de giek en/of op of aan de giek gemonteerde palletlepels

en/of de voorste rechter raamstijl van de cabine-

bij het naderen en/of het passeren van een op de rijbaan van genoemde weg in dezelfde richting als verdachte rijdende fietsster, in plaats van die fietsster tijdig op te merken en/of tijdig en/of voldoende uit te wijken voor en/of voldoende afstand te bewaren tot en/of voldoende rekening te houden met die fietsster, tegen die fietsster en/of haar fiets is aangereden of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

- oplegging van een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden met een proeftijd van twee jaren.

Beraadslaging

Bij de beraadslaging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het onderzoek onvolledig is geweest en derhalve zal de rechtbank bevelen dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat.

Door een verkeersongevalsanalist van de politie is onderzoek gedaan naar de toedracht van het verkeersongeval. Hij heeft geconcludeerd dat het ongeval waarschijnlijk te wijten is aan onvoldoende oplettendheid door de bestuurder van de graafmachine. De inrichting van dat voertuig en het wegverloop hebben volgens hem bij het ontstaan van het ongeval vrijwel zeker een rol gespeeld. Het zicht vanuit de graafmachine op de weg, met name rechts voor, werd beperkt door een deel van de giek, de palletlepels en de rechterraamstijl. Door de naar rechts "wegdraaiende" rijbaan bleef de in dezelfde richting rijdende fietsster wellicht "opgesloten" in de door genoemde delen van de graafmachine gecreëerde "dode hoek". Bij een meer "actieve houding" ofwel het voortdurend wijzigen van gezichtspunt had de bestuurder wellicht een ongeval kunnen voorkomen, aldus de verkeersongevalsanalist. De verkeersongevalsanalist heeft zijn onderzoek onderbouwd met foto's. De foto's 21 t/m 23 geven een beeld van het zicht op het (direct) voor het voertuig liggende weggedeelte en de delen van de graafmachine welke een beperkende (zicht)factor vormden. Dit betreft een weergave in een statische toestand; een stilstaand voertuig en omgeving vanuit één gezichtspositie. Middels de foto's 24 en 25 is getracht een beeld te schetsen van een veranderd zicht bij een geringe beweging van het hoofd/camera naar links. Met name deze foto’s zijn door de verkeersongevalsanalist kennelijk gebruikt om de conclusie te onderbouwen dat de bestuurder van de graafmachine bij een meer actieve houding een ongeval had kunnen voorkomen.

Door de verdediging is onder meer gesteld dat de foto's 21 t/m 25 zijn genomen op een rechte weg en dat het hiervoor beschreven veranderd zicht door een beweging van het hoofd niet geldt wanneer men rijdt in een lange flauwe bocht naar rechts, zoals de weg waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Bij een beweging van het hoofd naar links zou juist minder zicht zijn ontstaan, aldus de verdediging.

De rechtbank acht het noodzakelijk dat hieromtrent door een verkeersongevalsanalist nader onderzoek wordt gedaan. Dit onderzoek dient plaats te vinden door het maken van cameraopnames vanuit een mobiele graafmachine, zoals verdachte op 27 maart 2014 bestuurde, op [locatie] te [pleegplaats], vanaf de rotonde tot de plaats van het ongeval met zowel een actieve als een statische zithouding van de bestuurder. De rechtbank wil zich door middel van camerabeelden een beeld kunnen vormen van het zicht vanuit de bestuurdersplaats van de graafmachine op specifiek het stuk weg waar het ongeval plaatsvond, dat wil zeggen het weggedeelte vanaf de rotonde tot aan de plaats van het ongeval. Daarbij is van belang of het zicht op dat specifieke weggedeelte en het zicht op een zich aldaar verplaatsende fietser vóór de graafmachine anders is bij een meer actieve houding (het naar links of rechts bewegen van het lichaam en/of het hoofd) en zo ja, in hoeverre dat het geval is. De rechtbank stelt zich het onderzoek aldus voor dat twee filmopnames worden gemaakt: één met een statische zithouding en één met een actievere zithouding, waarbij in beide gevallen sprake is van een fietser die zich voor de graafmachine voortbeweegt. Tevens dient te worden onderzocht of het mogelijk is dat bij een actieve zithouding van de bestuurder de fietster niet zichtbaar is geweest voor de bestuurder. Bij dit onderzoek dient rekening gehouden te worden met de verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat hij door de rotonde en de kruising niet op volle snelheid van 38 kilometer per uur reed -hij was immers aan het optrekken- en dat hij op het moment van het ongeval ongeveer 30 kilometer per uur heeft gereden. De snelheid van de fietster is voor de rechtbank onbekend en daarom zal hiervoor van een gemiddelde snelheid van een fietster moeten worden uitgegaan.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op een nader te bepalen dag en uur.

Stelt de stukken in handen van het openbaar ministerie, teneinde door een verkeersongevalsanalist nader onderzoek te doen verrichten, door het maken van cameraopnames vanuit een mobiele graafmachine, zoals verdachte op 27 maart 2014 bestuurde een en ander op een wijze zoals hierboven door de rechtbank is omschreven.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. L.G. Wijma en

mr. E.G.C. Groenendaal, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2014.

Mr. E.G.C. Groenendaal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Sikkema

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Wijma

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Zandstra-Alkema

locatie Leeuwarden,