Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6602

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
152027
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming noodzakelijke medische behandeling. Kinderrechter oordeelt dat inzage in medische dossier en diagnostisch onderzoek nodig zijn om tot een noodzakelijke behandeling te komen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 264
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2015-0008
JPF 2015/40

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknr.: C/18/152027 / JE RK 14/710

beschikking kinderrechter d.d. 18 december 2014

verzoek vervangende toestemming medische behandeling

in de zaak van

BUREAU JEUGDZORG DRENTHE

9400 AG Assen, Postbus 263, hierna te noemen bjz,

met betrekking tot

[naam], geboren op [geboortedatum] te [plaats],

hierna te noemen de minderjarige,

kind van:

[naam], hierna te noemen de moeder,

wonende te [adres],

en

[naam], hierna te noemen de vader,

wonende op een geheim adres.

Het gezag over voornoemde minderjarige berust bij de ouders

PROCESGANG

Op 30 oktober 2014 heeft bjz een verzoekschrift ingediend, gedateerd 29 oktober 2014, waarin is verzocht om op grond van artikel 1:264 Burgerlijk Wetboek (BW) vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke medische behandeling van voornoemde minderjarige. Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.

Op 25 november 2014 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: de vader, de heer [naam] en mevrouw [naam]namens bjz.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking d.d. 3 juni 2014 is de termijn van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de tijd van 1 jaar, ingaande 10 juni 2014, derhalve tot 10 juni 2015.

Standpunt van bjz

Tijdens de zwangerschap was er sprake van alcohol- en of drugsgebruik van de moeder. [naam] is hierdoor verslaafd geboren. Er bestaan bij[naam] vermoedens van een Foetaal Alcohol Syndroom (hierna: FAS). Moeder ontkent tijdens de zwangerschap te hebben gedronken. Door het Orthopedagogisch Centrum Regio Noord (OCRN) is geadviseerd om aanvullend onderzoek van [naam] bij een FAS-polikliniek te laten verrichten, zodat hij een gerichte behandeling kan ondergaan. Hiervoor is mede inzage nodig in het medisch dossier van [naam]. Beide ouders hebben tijdens een gesprek op 29 september 2014 aangegeven geen nut te zien in behandeling en verder onderzoek en ook geen toestemming zullen verlenen tot het opvragen van het medisch dossier van [naam]. Tot op heden is geen reactie van de ouders. Gezien de toenemende problematiek bij [naam] en de wens om hem een passend behandelplan aan te bieden, is het nodig om eventuele schade als gevolg van middelengebruik door de moeder, uit te sluiten.

Standpunt van de vader

Vader geeft ter zitting toestemming voor de door bjz gedane verzoeken. Hij is bereid overal aan mee te werken en vindt het belangrijk dat [naam] onderzocht wordt. Hij hoopt dat [naam] op een goede plek terecht komt.

Beoordeling door de kinderrechter

De stichting verzoekt op grond van artikel 1:264 BW vervangende toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige. Uit de overgelegde stukken blijkt, dat de ouders met het ouderlijk gezag over de minderjarigen zijn belast.

Artikel 1:264 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaren noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de gezaghebbende ouder zijn toestemming daarvoor weigert, deze toestemming kan worden vervangen door die van de kinderrechter. In het geval van [naam] heeft de vader ter zitting zijn toestemming verleend. De moeder is ter zitting niet verschenen, maar heeft tot op heden geweigerd haar toestemming aan bjz te verlenen.

Bij de beoordeling van het verzoek ziet de kinderrechter zich thans feitelijk gesteld voor twee vragen. De eerste vraag is of aanvullend onderzoek van [naam] naar FAS, alsmede het verkrijgen van inzage van zijn medisch dossier, valt onder het begrip medische behandeling. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen.

De kinderrechter overweegt dat voor een uitleg van het begrip medische behandeling aansluiting dient te worden gezocht bij de begripsomschrijving daaromtrent in de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (hierna te noemen: WGBO). Dat betekent dat onder handelingen op het gebied van de geneeskunst wordt verstaan alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – ertoe strekkende een persoon van een ziekte te genezen, een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.

De kinderrechter stelt vast dat het verzoek van bjz moet worden geduid als medische behandeling in de zin van WGBO, nu de minderjarige een behandeling voor zijn ernstige gedragsproblemen dient te ondergaan.

Voorts heeft de kinderrechter de vraag te beantwoorden of de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid te voorkomen. In het verzoekschrift wordt niet concreet beschreven wat de klachten zijn van [naam], noch waarin het ernstig gevaar schuilt. Ter zitting is door bjz echter aangevoerd dat [naam] veel probleemgedrag laat zien. Dit blijkt eveneens uit de door bjz overgelegde rapportage tot evaluatie van de ondertoezichtstelling, waarin de volgende zorgen omtrent [naam] zijn beschreven:

  • -

    de algehele motoriek van [naam] lijkt niet voldoende ontwikkeld;

  • -

    [naam] lijkt veel woorden niet te begrijpen en niet de juiste woorden te kunnen vinden;

  • -

    in het geheugen is [naam] vele stukken kwijt;

  • -

    het is voor [naam] moeilijk om met andere kinderen om te gaan;

  • -

    [naam] is nog steeds niet zindelijk s 'nachts en hij lijkt hier geen hinder van te ondervinden;

  • -

    op school plaagt en valt [naam] andere kinderen lastig.

Er bestaat een vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van FAS bij [naam]. Daarvoor zijn een aantal kenmerken die bij [naam] extra opvallen, te weten: een verhoogd gehemelte, autistische kenmerken en een korte termijn geheugen. Op grond van deze zorgen is op 29 oktober 2014 bij het OCRN een diagnostisch onderzoek aangevraagd. Het OCRN heeft een aanvullend onderzoek van [naam] geadviseerd bij een FAS-polikliniek.

Het probleemgedrag van [naam] is van dusdanige aard dat [naam] niet in het huidige pleeggezin kan blijven. De kinderrechter is van oordeel dat gezien vorenstaande voldoende duidelijk is dat de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen. Het verzoek van bjz dient derhalve te worden toegewezen.

Om tot deze noodzakelijke - op [naam] toegespitste - medische behandeling te komen dient eerst diagnostisch onderzoek plaats te vinden waarvoor inzage in het medisch dossier van [naam] noodzakelijk is. De vervangende toestemming behelst derhalve tevens de diagnose en de afgifte van het medisch dossier.

Ter zitting heeft vader alsnog schriftelijk zijn toestemming gegeven. De vervangende toestemming betreft derhalve alleen de ontbrekende toestemming van de moeder van [naam].

BESLISSING

verleent ten behoeve van [naam], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ter vervanging van de toestemming van de moeder toestemming tot het verrichten van een noodzakelijke medische behandeling, waartoe noodzakelijk is dat er onderzoek bij een FAS-polikliniek plaatsvindt, alsmede het opvragen van het medisch dossier van de minderjarige;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en uitgesproken door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, ter openbare terechtzitting van 18 december 2014 en - wegens diens afwezigheid - getekend door mr. D.W.J. Vinkes in tegenwoordigheid van T. Meijer, griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.