Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6569

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
08-01-2015
Zaaknummer
18.920168-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft getracht de vriend van zijn moeder van het leven te beroven. De rechtbank legt hem een gevangenisstraf van achttien maanden op waarvan negen maanden voorwaardelijk en de bijzondere voorwaarde van een klinische behandeling.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 45, 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/920168-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 2 december 2014.

Verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.J.M. Nijholt, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij in of omstreeks de nacht van 17 juli 2014 op 18 juli 2014, te [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet:
- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of (aldus) gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of (daarbij)
- (meermalen en/of met kracht) die [slachtoffer] met een (bier)fles en/of met gebalde vuist op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij in of omstreeks de nacht van 17 juli 2014 op 18 juli 2014, te [pleegplaats], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere breuken van de linkeraangezichtshelft), heeft toegebracht, door opzettelijk:
- (meermalen en/of met kracht) die [slachtoffer] met een (bier)fles en/of met gebalde vuist op het hoofd te slaan en/of
- de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of dichtgeknepen te houden en/of (aldus) gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer] te beletten;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij in of omstreeks de nacht van 17 juli 2014 op 18 juli 2014, te [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, (te weten [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:
- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of (aldus) gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en/of (daarbij)
- (meermalen en/of met kracht) die [slachtoffer] met een (bier)fles en/of met gebalde vuist op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlasteleggingen worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. B.D. van der Burg, acht hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: vijftien maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en reclasseringstoezicht, klinische behandeling en opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang als bijzondere voorwaarden, met vordering dat de op te leggen bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

 De aangifte van [slachtoffer]1;

 een geneeskundige verklaring van 21 augustus 20142;

 de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, zakelijk onder meer inhoudende:

ik was heel boos. Op een gegeven moment ging ik los. Ik sloeg hem bijna dood. Ik heb hem wel vaker dan tien keer geslagen. Op zijn linkerslaap. Ik stond voor hem. Ik heb hem bij de keel gepakt en geslagen. In één keer ging hij knock-out. Toen ging ik door. Met het bierflesje heb ik op zijn kop geslagen. Oók aan de linkerkant van zijn hoofd. Ik heb misschien wel twintig keer geslagen. Hij was toen al van de wereld. Ik dacht: hij is dood. Het was kantje-boord. Ik denk dat ik heb geprobeerd hem dood te maken.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de nacht van 17 juli 2014 op 18 juli 2014 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet:
- de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden en aldus gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer] heeft belet en daarbij
- meermalen en met kracht die [slachtoffer] met een bierfles en met gebalde vuist op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen geachte levert op:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 7 november 2014, opgemaakt door M. Verkade, GZ-psycholoog/psychotherapeut te Groningen.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

bij verdachte is, naast een cannabisafhankelijkheid en middelengebruik, in diagnostische zin sprake van ADHD, overwegend van het impulsieve/hyperactieve type. Bovendien is sprake van zwakbegaafdheid - verdachte is licht verstandelijk beperkt - en van antisociale en afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Van deze ontwikkelingspathologie alsmede de cannabisafhankelijkheid en het middelengebruik was ook sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Ze beïnvloedden de gedragskeuzes van verdachte in ernstige mate. Verdachte moet dan ook sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van het feit en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in sterk verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, alsmede de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 5 november 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld terzake geweldsdelicten.

Verdachte heeft in de nacht van 17 op 18 juli 2014 getracht de vriend van zijn moeder, [slachtoffer], van het leven te beroven door diens keel dicht te knijpen en dichtgeknepen te houden zodat [slachtoffer] enige tijd geen adem kreeg, en hem meermalen krachtig met zijn vuisten en een bierfles tegen zijn linkerslaap te slaan. De rechtbank rekent hem dat weliswaar ernstig aan, maar houdt er bij het bepalen van de op te leggen straf ook rekening mee dat verdachte verstandelijk beperkt is en ten tijde van het plegen van het bewezen geachte feit in zijn gedragskeuzes ernstig werd beïnvloed door zijn antisociale en afhankelijke persoonlijkheidsstrekken en een onveilige hechting in een instabiel gezin met verbaal en fysiek geweld en emotionele mishandeling op grond waarvan verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Het is van belang dat verdachte in een klinische setting wordt behandeld waarbinnen zowel de externe begrenzing en structurering, als de steun en ontwikkelingsgerichte begeleiding geboden kunnen worden op een wijze die aansluit bij de beperkingen van verdachte.

De rechtbank komt, gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, tot een iets hogere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, namelijk achttien maanden gevangenisstraf, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. In het kader van de voorwaardelijk op te leggen straf zal aan verdachte de verplichting worden opgelegd zich gedurende maximaal twee jaren in een klinische setting te laten behandelen.

De rechtbank zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 14e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de op te leggen voorwaarden en het door de reclassering uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 14e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan en stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond van niet naleving binnen de gestelde proeftijd van na te melden algemene en bijzondere voorwaarden.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden, dat de verdachte

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt daarnaast als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

  • -

    zich binnen drie werkdagen na ommekomst van zijn straf zal melden bij de verslavingszorg in zijn woon- of verblijfplaats. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich ter behandeling van zijn problematiek zal laten opnemen in FPA het Wold, Berkelland en Mastler van Trajectum of een andere, door de reclassering aan te wijzen klinische setting, voor een termijn van maximaal twee jaren, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    zich na die behandeling zal laten opnemen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke zorg.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, ingevolge artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, en mr. O.J. Bosker en mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 16 december 2014.

Mr. Zwerwer is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 dossierpagina 18 en volgende

2 dossierpagina 37