Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6502

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
18.930118-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor poging tot zware mishandeling en mishandeling tot een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarde van ambulante behandeling voor zijn drugs- en alcoholverslaving.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 36f, 57, 63, geldigheid: 2014-12-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/930118-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 7 oktober 2014 en 2 december 2014.

Verdachte is verschenen ter terechtzitting van 2 december 2014 en werd aldaar bijgestaan door mr. K. Martens, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

1.

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op of omstreeks 30 mei 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geslagen/gestompt en/of (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geschopt/getrapt en/of (een) stampende beweging(en) heeft gemaakt op het hoofd van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgens dat hij op of omstreeks 30 mei 2011, te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Hoogeveen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neus en/of gebitsschade en/of een orbitarand fissuur/fractuur), heeft toegebracht door opzettelijk meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen/trappen en/of (een) stampende beweging(en) te maken op het hoofd van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgens dat hij op of omstreeks 30 mei 2014 te [pleegplaats] (althans) in de gemeente Hoogeveen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaa1, (met kracht) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geslagen/gestompt, en/of (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht/hoofd althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geschopt/getrapt en/of (een) stampende beweging(en) heeft gemaakt op het hoofd van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat hij op of omstreeks 30 mei 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 1]) heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte en/of (met) zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] gestompt/geslagen, en/of (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] geschopt/getrapt en/of (een) stampende beweging(en) gemaakt op het hoofd van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Hoogeveen, opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 2]) heeft mishandeld, immers heeft hij meermalen, althans eenmaal, met zijn (tot vuist gebalde) hand(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam, gestompt/geslagen, en/of (met kracht) tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] geduwd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] op de grond is gevallen, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlasteleggingen worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. J.F. Severs, acht hetgeen aan verdachte onder 1. primair en onder 2. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: 36 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht en ambulante behandeling. Voorts gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering, tevens in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen dat verdachte het opzet heeft gehad aangever [slachtoffer 1] van het leven te beroven, noch dat hij laatstgenoemde zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Ook van voorwaardelijk opzet - zich willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal intreden - is geen sprake geweest. Hoewel stompen of schoppen tegen een hoofd onder omstandigheden een poging tot doodslag of zware mishandeling kan opleveren, is de aard van het bij aangever geconstateerde letsel niet van dien aard dat daaruit een uitoefening van zodanig geweld spreekt dat daardoor een aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel heeft bestaan.

De rechtbank is voorts, met de officier van justitie, van oordeel dat verdachte alleen heeft gehandeld.

Bewijsmiddelen

ten aanzien van beide feiten

Op maandag 2 juni 2014, omstreeks 14.00 uur, deed [slachtoffer 1] aangifte1. Hij verklaarde, zakelijk weergegeven, dat hij op donderdag 29 mei 2014, omstreeks 19.30 uur naar het centrum van [pleegplaats] is gegaan. Hij is daar samen met zijn kameraad [slachtoffer 2] naar toegegaan. In het centrum zijn ze naar [café 1] en het [café 2] geweest. Aldaar hebben ze wel wat gedronken. Omstreeks 03.15 uur zijn ze daar weggegaan. Ze liepen door de [straat] ter hoogte van [café 3]. Hij kwam weer bij in het ziekenhuis. Ten gevolge van een mishandeling heeft hij behoorlijk letsel opgelopen.

Op vrijdag 6 juni 2014, omstreeks 14.30 uur, werd aangever [slachtoffer 1] nogmaals gehoord2.

[slachtoffer 1] verklaarde, zakelijk weergegeven, hij dat hij gehoord had dat [verdachte] hem mishandeld had. Hij had dit gehoord van [getuige 1].

Ten gevolge van de mishandeling had hij het volgende letsel: gebroken neus, opgezet

linker oog, bloedingen in mijn linker oog, gekneusde ribben, gevoelloze tanden, een

stuk van zijn rechtervoortand af en diverse blauwe plekken.

Op vrijdag 6 juni 2014, omstreeks 15.13 uur, deed [slachtoffer 2] aangifte3. Hij verklaarde dat hij op donderdag 29 mei 2014 rond 19.30 uur samen met [slachtoffer 1] naar het centrum van [pleegplaats] is gegaan. Aldaar zijn ze naar [café 3] gegaan.

Rond 00.00 uur zijn ze naar [café 1] gegaan. Hij verklaarde dat het daarna zwart werd voor hem. Dat hij flitsen van een ambulance ziet en dat [slachtoffer 1] later in een ziekenhuisbed ligt.

Zelf hij heeft diverse kleine verwondingen. Dit betreft zijn rechteroogkas en hij heeft

beschadigingen aan de knokkels van zijn linker- en rechterhand. Ook is zijn

linker elleboog geschaafd.

Op vrijdag 30 mei 2014 werd [getuige 2]4 gehoord. Zij verklaarde dat zij op vrijdag 30 mei 2014 tussen 03.30 uur en 04.00 uur op de [straat] stond. Ze zag daar een donkere jongen vechten met twee blanke jongens.

Ze zag een donkere jongen met rasta krulletjes tot in zijn nek, een blanke jongen met

zijn vuist in zijn gezicht slaan. Ze zag dat de donkere jongen met zijn vuist op

liet gezicht van de blanke jongen sloeg.

Hierna ging de donkere jongen naar de andere blanke jongen toe. Ook deze sloeg hij

met zijn vuisten in zijn gezicht. De donkere jongen sloeg vijf of zes keer. Deze jongen

zakte door zijn knieën en viel op straat. De donkere jongen trapte deze jongen in zijn gezicht.

Een medische verklaring betreffende het bij aangever op 30 mei 2014 geconstateerde letsel, opgemaakt door G.A. Lugtenborg, KNO-arts, verbonden aan het Bethesda Ziekenhuis te Hoogeveen, met bijlagen5.

Op 1 juli 2014 om 09:50 uur werd verdachte gehoord6. Hij verklaarde, zakelijk weergegeven, dat hij één jongen heeft geduwd en een andere jongen heeft geslagen en die jongen misschien ook wel een paar trappen gegeven.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 december 2014, zakelijk onder meer inhoudende:

Ik heb er één geduwd. Die bleef liggen. De andere jongen heb ik in zijn gezicht gestompt.

Ter terechtzitting van 2 december 2014 is een DVD bekeken die bewegende beelden bevat van de vechtpartij die zijn opgenomen door de beveiligingscamera van [pand] aan de [straat] te [pleegplaats]. De rechtbank, de officier van justitie en de verdachte en zijn raadsvrouw hebben ter terechtzitting kennis genomen van de bewegende beelden.

Op de DVD is het volgende te zien:

verdachte zoekt fysiek contact met aangever [slachtoffer 1] doordat hij hem probeert te slaan. Hij maakt een zwiepende beweging met zijn rechterarm in de richting van [slachtoffer 1]. Hij duwt [slachtoffer 1] enkele malen. [slachtoffer 2] probeert tussenbeide te komen maar krijgt ook een duw van verdachte. Vervolgens krijgt [slachtoffer 2] nog een duw van verdachte tegen zijn borst. [slachtoffer 2] valt achterover op straat en blijft liggen. [slachtoffer 1] maakt een voorwaartse pas richting verdachte en geeft hem een duw. Verdachte probeert de duw te ontwijken en verdachte en [slachtoffer 1] draaien om elkaar heen. Verdachte duwt [slachtoffer 1] vervolgens op de grond. [slachtoffer 1] ligt met zijn rug op straat. Verdachte slaat minimaal acht keer met zijn rechterhand in op het hoofd van [slachtoffer 1]. Verdachte doet dit met kracht doet en hangt over [slachtoffer 1] heen. Vervolgens schopt verdachte met zijn rechtervoet tegen het hoofd van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] gaat op zijn knieën zitten en probeert weg te kruipen van verdachte. Verdachte slaat [slachtoffer 1] met zijn linkerhand op zijn lichaam en schopt hem met zijn rechtervoet in zijn gezicht. Vervolgens loopt verdachte ongeveer twee meter bij aangever vandaan. Meteen loopt hij weer naar hem terug, waarop hij hem met zijn rechter hand in zijn gezicht slaat. Hierna slaat verdachte [slachtoffer 1] met zijn linkerhand in diens gezicht. Verdachte staat met zijn bovenlichaam enigszins over [slachtoffer 1] heen gebogen.

Verdachte heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat hij zichzelf op de beelden herkent als de man die [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. meer subsidiair en onder 2. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 30 mei 2014 te [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen met kracht tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestompt, en met geschoeide voet tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geschopt/getrapt, terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 30 mei 2014 te [pleegplaats] opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 2]) heeft mishandeld, immers heeft hij met zijn hand tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] geduwd, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] op de grond is gevallen, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1. meer subsidiair en onder 2. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder 1. meer subsidiair en onder 2. bewezen geachte levert respectievelijk op:

poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 302 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

en

mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 6 november 2014, opgemaakt door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog te Leeuwarden.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

er is bij verdachte sprake van een gedragsstoornis in het kader van een forse sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand mede ten gevolge van opvoedingsfactoren, gecompliceerd door middelengebruik. Gesproken kan worden van een bedreigde ontwikkeling van de persoonlijkheid met antisociale en narcistische trekken. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde, waarbij een gebrekkige agressieregulatie, krenkbaarheid en zwak empathisch vermogen een overheersende rol speelden. Mede door zijn krenkbaarheid en geringe frustratietolerantie kon hij ontploffen. Op grond hiervan kan gesproken worden van licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, alsmede de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 5 november 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake geweldsdelicten is veroordeeld.

Verdachte heeft in de nacht van 29 op 30 mei 2014 te [pleegplaats] [slachtoffer 1] ernstig mishandeld door hem meermalen krachtig tegen zijn hoofd te stompen en hem met geschoeide voet in zijn gezicht te schoppen. Het slachtoffer lag op dat moment op de grond en kon zich dus niet verweren. De rechtbank rekent de verdachte dat zeer aan. Kort daarvoor mishandelde hij [slachtoffer 2] door hem krachtig tegen zijn borst te duwen waardoor [slachtoffer 2] op straat kwam te vallen. Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte aan.

De rechtbank houdt verder rekening met de vastgestelde verminderde toerekenings-vatbaarheid van verdachte en de constatering van de gedragskundige dat verdachte is aangewezen op een specialistische behandeling en het advies is deze plaats te laten vinden in een gedwongen kader, bij een forensisch-psychiatrische instelling en de inschatting van de reclassering dat het recidiverisico zonder behandeling hoog is en dat verdachte zonder hulp en een strenge hand niet kan veranderen. De rechtbank zal hiermee in de straftoemeting rekening houden.

Voorts houdt de rechtbank er rekening mee dat met name de mishandeling van [slachtoffer 1] als ernstig is te kwalificeren. Het letsel dat hij heeft opgelopen is, gelet op het toegepaste geweld, gelukkig beperkt gebleven. Het had ook heel anders kunnen aflopen. Ook dit gegeven laat de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straf meewegen.

Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan is een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Een deel daarvan dient voorwaardelijk te zijn om verdachte in het kader van op te leggen bijzondere voorwaarden te verplichten zich te laten behandelen voor zijn drugs- en alcoholverslaving en zijn gebrekkig empathisch vermogen.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen geachte feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 1.902,70 (€ 2.451,70 minus de ontvreemde telefoon ad € 549,--) voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot genoemd bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de vordering onvoldoende aannemelijk gemaakt. De vordering zal voor dit deel worden afgewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1. meer subsidiair bewezen geachte feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1. primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. meer subsidiair en onder 2. tenlaste-gelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan en stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. meer subsidiair en onder 2. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond van niet naleving binnen de gestelde proeftijd van na te melden algemene en bijzondere voorwaarden.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden, dat de verdachte

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt daarnaast als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

  • -

    zich binnen drie werkdagen na ommekomst van zijn straf zal melden bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich zal laten behandelen bij AFPN/Lentis of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    zich zal laten behandelen voor zijn drugs- en alcoholverslaving bij VNN of een andere soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    zal deelnemen aan gedragsinterventie(s) indien de reclassering en AFPN/Lentis dit nodig achten, zoals een training gericht op het vergroten van de empathie en de training GI Alcohol en Geweld.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, ingevolge artikel 14d lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 1.902,70 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst de vordering voor het overige deel af.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 1], een bedrag van € 1.902,70 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. E. Läkamp en mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 16 december 2014.

Mr. Zwerwer is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 dossierpagina 21 en volgende

2 dossierpagina 24 en volgende

3 dossierpagina 129 en volgende

4 dossierpagina 86 en volgende

5 dossierpagina 29 en volgende

6 dossierpagina 106 en volgende