Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6351

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
18.930329-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De Noordelijke Fraudekamer van de rechtbank Noord-Nederland heeft een viertal verdachten in het onderzoek “SIJS” veroordeeld, weten 2 hoofdverdachten (verdachten 1 en 2) terzake (onder meer) meermalen gepleegde oplichting, belastingfraude, faillissementsfraude en deelname aan een criminele organisatie en 2 medeverdachten (verdachten 3 en 4) terzake medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (verdachte 3) en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (verdachte 4).

Verdachte 4 heeft zich als adjunct-directeur van een bouwbedrijf meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door valse inkoopordners op te maken, die vervolgens door anderen gebruikt zijn om uitbetaald te worden voor niet-verrichte werkzaamheden. Hierdoor heeft de verdachte zijn werkgever en de uiteindelijke opdrachtgevers van de bouwprojecten voor ruim € 130.000,-- benadeeld. Hoewel niet is komen vast te staan dat de verdachte hierbij zelf voordeel heeft genoten, vervulde hij wel een cruciale rol bij deze frauduleuze constructie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 225, geldigheid: 2014-12-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Parketnummer: 18/930329-13

datum uitspraak: 16 december 2014

op tegenspraak

Raadsman: mr. C.M.P. Jongsma, advocaat te Rotterdam

VONNIS van de rechtbank Noord-Nederland, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, zitting houdende te vestiging Assen, in de zaak tegen:

[naam verdachte 4],

geboren op [datum en maand] 1962 te [plaats],

wonende te [postcode, plaats en adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 november 2013, 11 februari 2014, 25 maart 2014 en 27 oktober 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 t/m 1 augustus 2010, te

Diemen en/of Rhoon en/of Zwartemeer en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer rechtspers(o)n(en) en/of andere

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

een of meerdere inkooporder(s)

- ( elke) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

althans alleen, valselijk

- een of meerdere inkooporder(s), op naam van [benadeelde 20] en/of gericht aan

het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of voorzien van de/het

nummer(s) 11472 en/of 09205 en/of 09209 en/of 16426 en/of 16434, geheel

valselijk en/of fictief opgemaakt, althans voorzien van een fictief of onjuist

geldbedrag en/of van een ondertekening voorzien

(documenten S-01/1,2,3,7 en/of 8),

en/of

- een of meerdere inkooporder(s), op naam van [benadeelde 20] en/of gericht aan

het bedrijf [onderneming 2] en/of voorzien van de/het nummer(s) 11482 en/of

11490 en/of 16423, geheel valselijk en/of fictief opgemaakt, althans voorzien

van een fictief of onjuist geldbedrag en/of van een ondertekening voorzien

(documenten S-01/4,5 en/of 6),

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken;

(documenten dossiermap pv-03, p. 363 ev)

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft ter zitting betoogd dat bij verdachte geen sprake is geweest van een kwade opzet op het plegen van de feiten en daarnaast een voorwaardelijke opzet niet blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken en derhalve een vrijspraak van het aan verdachte tenlastegelegde dient te volgen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van het proces-verbaal kan naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam worden vastgesteld dat de verdachte [verdachte 4] zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van inkooporders en het ondertekenen van voornoemde valselijk opgemaakte inkooporders. Voornoemde inkooporders stonden op naam van [benadeelde 20] en deden voorkomen dat door [onderneming 7] en [onderneming 2] ten behoeve van [benadeelde 20] werkzaamheden zijn verricht, terwijl, zo is de rechtbank uit het dossier gebleken, noch door [onderneming 7] noch door [onderneming 2] ten behoeve van [benadeelde 20] enige werkzaamheden verricht zijn. Deze inkoopordners hebben ertoe geleid dat [benadeelde 20] een bedrag van in totaal € 131.512,85 aan [onderneming 7] en [onderneming 2] heeft overgemaakt via acht overboekingen op een bankrekening ten name van [onderneming 6], [onderneming 7] en [onderneming 2].

Op alle acht inkooporders staat, onderaan bij 'Naam in blokletters', [verdachte 4] of [verdachte 4] vermeld. Nu het dossier overigens geen aanwijzingen voor het tegendeel bevat, kan derhalve worden aangenomen dat het de verdachte is geweest die deze inkoopordners heeft opgemaakt en ondertekend, zoals ook bij zijn functie als adjunct-directeur van [benadeelde 20] past.

Gelet op deze functie en op het gegeven dat de verdachte blijkens het dossier veelvuldig contact onderhield met [verdachte 1], de persoon achter [verdachte 2] en [verdachte 7] en die zijn betrokkenheid bij deze frauduleuze constructie heeft toegegeven, staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat de verdachte op de hoogte was van het feit dat er in werkelijkheid geen werkzaamheden door [verdachte 2] of [verdachte 7] waren verricht. Door deze werkzaamheden toch op te (laten) nemen in de inkoopordners, heeft de verdachte deze stukken opzettelijk vervalst. De gang van zaken laat geen andere conclusie toe dan dat dit is gebeurd met het oogmerk om de inkoopordners als echt en onvervalst te laten gebruiken voor de onterechte uitbetaling van de niet-verrichte werkzaamheden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 augustus 2010, in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspers(o)n(en) en/of andere natuurlijke perso(o)n(en),

meerdere inkooporders,

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), valselijk

- inkooporders, op naam van [benadeelde 20] en gericht aan het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en voorzien van de nummers 11472 en 09205 en 09209 en 16426 en 16434, geheel valselijk en fictief opgemaakt en van een ondertekening voorzien (documenten

S-01/1,2,3,7 en 8), en

- inkooporders, op naam van [benadeelde 20] en gericht aan het bedrijf [onderneming 2] en voorzien van de nummers 11482 en 11490 en 16423, geheel valselijk en fictief opgemaakt, en van een ondertekening voorzien (documenten S-01/4,5 en 6),

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van de verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het uittreksel uit het justitieel documentatieregister waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich als adjunct-directeur van een bouwbedrijf meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door valse inkoopordners op te maken, die vervolgens door anderen gebruikt zijn om uitbetaald te worden voor niet-verrichte werkzaamheden. Hierdoor heeft de verdachte zijn werkgever en de uiteindelijke opdrachtgevers van de bouwprojecten voor ruim € 130.000,-- benadeeld. Hoewel niet is komen vast te staan dat de verdachte zelf voordeel heeft genoten, was hij wel de cruciale spil in de frauduleuze constructie. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat bij fraude op deze schaal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de meest passende bestraffing is. In dit geval ziet de rechtbank echter, in navolging van de officier van justitie, aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de feiten gedateerd zijn en dat, zoals al opgemerkt, niet is komen vast te staan dat de verdachte zelf enig voordeel van zijn strafbare handelen heeft genoten.

Alles afwegende acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 47 lid 1, 57 en 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- veroordeelt de verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de op 3 jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 180 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.H.A. Fransen, voorzitter, L.W. Janssen en

J. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 december 2014.

Mr. L.W. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.