Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6346

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
19.810114-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De Noordelijke Fraudekamer van de rechtbank Noord-Nederland heeft een viertal verdachten in het onderzoek “SIJS” veroordeeld, weten 2 hoofdverdachten (verdachten 1 en 2) terzake (onder meer) meermalen gepleegde oplichting, belastingfraude, faillissementsfraude en deelname aan een criminele organisatie en 2 medeverdachten (verdachten 3 en 4) terzake medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (verdachte 3) en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (verdachte 4).

De gepleegde fraude vond plaats in een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Binnen deze criminele organisatie hadden verdachten 1 en 2 een initiërende, leidinggevende en sturende rol. De ernst en de forse omvang van de frauduleuze handelingen, de rol die verdachten daarbij hebben gespeeld, alsmede de daaruit voortvloeiende omvang van de benadeling, brengen mee dat een gevangenisstraf van 36 maanden op zijn plaats is. De rechtbank stelt evenwel vast dat het gaat om feiten van oudere datum en dat de handelwijze van de officier van justitie - het in de loop van de strafprocedure voor de rechtbank instellen van vervolging voor nieuwe feiten, terwijl voor een aantal van die feiten eerder had gekund - er toe heeft geleid dat de behandeling en afdoening van de onderhavige zaken aanzienlijke vertraging heeft opgelopen. Met deze omstandigheden houdt de rechtbank rekening door de in beginsel passende straf te matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 140, 225, 326,, geldigheid: 2014-12-16
Algemene wet inzake rijksbelastingen 68, geldigheid: 2014-12-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Parketnummer: 19/810114-11, t.b. gevoegd 18/930326-13 en 18/930331-13

datum uitspraak: 16 december 2014

op tegenspraak

Raadsman: mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen

VONNIS van de rechtbank Noord-Nederland, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, zitting houdende te vestiging Assen, in de zaak tegen:

[verdachte 2],

geboren op [datum en maand] 1983 te [plaats],

wonende te [postcode, plaats en adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 februari 2012, 14 mei 2012, 22 maart 2013, 27 september 2013, 22 november 2013 en 27 oktober 2014.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging onder parketnummer 19/810114-11 is ter terechtzitting van 7 mei 2013 en 22 november 2013 op vordering van de officier van justitie gewijzigd en de tenlastelegging onder parketnummer 18/930331-13 is op 27 oktober 2014 op vordering van de officier van justitie gewijzigd en zijn daarmee als volgt komen te luiden:

Parketnummer 19/810114-11:

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[onderneming 1] en/of [onderneming 2] en/of [onderneming 3]

en/of [onderneming 4] en/of [onderneming 5] op verschillende

tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 juli 2008 tot en met 28

februari 2011 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen, althans in

Nederland en/of België, opzettelijk

(Map 1.0 deel 1)

([onderneming 1])

(pag. 4) een/ twee notebook(s) (merk HP en model 6820s) en/of een printer (merk HP en model P1005) en/of Microsoft office pakket en/of een notebooktas en/of Canon powershot digitale fotocamera en/of lamineermachine en/of lamineerhoes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]

en/of

(pag. 30) bouwmaterialen (met een totale waarde van 67064,10 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2],

en/of

(pag. 70) bouwstaalmatten (met een totale waarde van 33960,17 euro), in elke geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3],

en/of

(pag. 81) bouwstaalmatten en/of betonstaal (met een totale waarde van 17.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4]

en/of

([onderneming 2])

(pag. 178) twee containers (met een totale waarde van 4000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of

(pag. 208) een container (met een totale waarde van 4000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6]

en/of

(pag. 217) een (verwarmings)ketel (met een totale waarde van 1100 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7]

en/of

(Map 1.0 deel 2)

([onderneming 3])

(pag. 360) een geluidsset (met een totale waarde van 37.904,33 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan onderneming [benadeelde 8]

en/of

(pag. 407) 300, althans meerdere rollen, dakleer (met een totale waarde van 8389,50 euro) in elk geval enig goed, geheel en/of ten dele toebehorende aan [benadeelde 9]

en/of

(pag. 421) 18, althans meerdere autobanden (met een totale waarde 5232,92 euro) en/of 4, althans meerdere, velgen, in elk geval enig goed, geheel en/of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10]

en/of

(Map 1.0 deel 3)

([onderneming 4])

(pag. 589) bouwmatten en/of betonstaal (met een totale waarde van 11.720 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 11]

en/of

(Map 1.0 deel 4)

([onderneming 5])

([onderneming 5])

(pag. 828) 60, althans meerdere, metalen rijplaten (met een totale waarde van 48.000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 12]

en/of

(pag. 854) twee containers (met een totale waarde van 18.000 euro) in elk geval enig goed, geheel en/of ten dele toebehorende aan [benadeelde 13]

en/of

( pag. 860) zes, althans meerdere, zeecontainers (met een totale waarde van 10.200 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 14]

welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten te bestellen en na aflevering niet te betalen, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[onderneming 1] en/of [onderneming 2] en/of [onderneming 3] en/of [onderneming 4] en/of [onderneming 5] op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 14juli 2008 tot en met 24 augustus 2011 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen en/of Nieuw Dordrecht, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(Map 1.0 deel 1)

([onderneming 1])

(pag. 4) [benadeelde 1] heeft bewogen tot afgifte van een/ twee notebook(s) (merk HP en model 6820s) en/of een printer (merk HP en model P1005) en/of Microsoft office pakket en/of een notebooktas en/of Canon powershot digitale fotocamera en/of lamineermachine en/of lamineerhoes, in elk geval enig goed

en/of

(pag. 30) [benadeelde 2] heeft bewogen tot afgifte van bouwmaterialen (met een totale waarde van 67064,10 euro), in elk geval enig goed

en/of

(pag. 70) [benadeelde 3] heeft bewogen tot afgifte van bouwstaalmatten (met een totale waarde van 33960,17 euro), in elk geval enig goed

en/of

(pag. 81) [benadeelde 4] heeft bewogen tot afgifte van bouwstaalmatten en/of betonstaal (met een totale waarde van 17.000 euro), in elk geval enig goed

en/of

([onderneming 2])

(pag. 178) [benadeelde 5] heeft bewogen tot afgifte van twee containers (met een totale waarde van 4000 euro) in elk geval enig goed

en/of

(pag. 208) [benadeelde 6] heeft bewogen tot afgifte van een container (met een totale waarde van 4000 euro) in elk geval enig goed

en/of

(pag. 217) [benadeelde 7] heeft bewogen tot afgifte van een (verwarmings)ketel (met een totale waarde van 1100 euro) in elk geval enig goed

en/of

(Map 1.0 deel 2)

([onderneming 3])

(pag. 360) onderneming [benadeelde 8] heeft bewogen tot afgifte van een geluidsset (met een totale waarde van 37.904,33 euro) in elk geval enig goed

en/of

(pag. 407) [benadeelde 9] heeft bewogen tot afgifte van 300, althans meerdere rollen, dakleer (met een totale waarde van 8389,50 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 421) [benadeelde 10] heeft bewogen tot afgifte van 18, althans meerdere autobanden (met een totale waarde 5232,92 euro) en/of 4, althans meerdere, velgen, in elk geval enig goed

en/of

(Map 1.0 deel 3)

([onderneming 4])

(pag. 589) [benadeelde 11] heeft bewogen tot afgifte van bouwmatten en/of betonstaal (met een totale waarde van 11.720 euro) in elk geval enig goed

en/of

(Map 1.0 deel 4)

([onderneming 5])

(pag. 828) [benadeelde 12] heeft bewogen tot afgifte van 60, althans meerdere, metalen rijplaten (met een totale waarde van 48,000 euro) in elk geval enig goed

en/of

(pag. 854) [benadeelde 13] heeft bewogen tot afgifte van twee containers (met een totale waarde van 18.000 euro) in elk geval enig goed

en/of

(pag. 860) [benadeelde 14] heeft bewogen tot afgifte van zes, althans meerdere, zeecontainers (met een totale waarde van 10.200 euro) in elk geval enig goed,

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder

en/of (daartoe) brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota’s opgemaakt en/of (telefonische) orders geplaatst,

waardoor die [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3],

[benadeelde 4], [benadeelde 5], [benadeelde 6], [benadeelde 7],

[benadeelde 8], [benadeelde 9], [benadeelde 10], [benadeelde 11],

[benadeelde 12], [benadeelde 13] en/of [benadeelde 14]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en), tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

[onderneming 3] op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode

van 15 mei 2009 tot en met 22 juni 2009 te Emmen en/of Klazienaveen en/of

Emmer Compascuum, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(Map 2.0 deel 1)

(pag. 36) [benadeelde 15] heeft bewogen tot afgifte van 81.417,46

euro, althans een hoeveelheid geld

en/of

(pag. 125) [benadeelde 16] heeft bewogen tot afgifte van 21.037,63

euro, althans een hoeveelheid geld

en/of

(pag. 204) [benadeelde 17] heeft bewogen tot afgifte van 18.703,25

euro, althans een hoeveelheid geld

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

de personeelsadministratie en salarisverwerking met betrekking tot door [onderneming 3] opgegeven personen, door [benadeelde 15] en/of

[benadeelde 16] en/of [benadeelde 17] uit te laten voeren,

waarbij de arbeidsuren en vergoeding zijn opgegeven in strijd met de waarheid

en/of (vervolgens) de facturen van voornoemde bedrijven niet zijn voldaan,

waardoor [benadeelde 15] en/of [benadeelde 16] en/of

[benadeelde 17] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer

ander(en), tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft

gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden

gedraging(en);

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot met 8 juli 2009, in Emmen en/of Klazienaveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, (een) geldbedrag(en) van in totaal 10.429,18 euro, althans (een) geldbedrag(en), dat (door middel van pay roll fraude) door [benadeelde 15], [benadeelde 16] en/of [benadeelde 17] op Rabobank bankrekeningnummer [nummer] van verdachte was gestort, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

Artikel 420 bis Wetboek van Strafrecht

Artikel 420 quater Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

3.

(Map 3.0)

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 31 januari 2012

te Emmen en/of Klazienaveen, althans in Nederland, tot leven heeft geroepen

en/of leiding heeft gegeven aan, althans heeft deelgenomen aan, een

organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen [verdachte 1] en/of

[verdachte 2] en/of een ander of anderen, welke organisatie tot oogmerk had het

plegen van misdrijven, namelijk

- het (tezamen en in vereniging) opzetten van rechtspersonenconstructies en

(vervolgens) met deze rechtspersonen strafbare feiten plegen, waaronder

verduistering en/of oplichting en/of faillissementsfraude;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

(Map 4.1 en 4.2)

[onderneming 7] in of omstreeks de periode van 06 juli 2010 tot en met 29

oktober 2010 te Emmen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens)

opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

omzetbelasting over de tweede en/of derde driemaandelijkse tijdvakken het jaar

2010 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft die verdachte

(telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de

Belastingdienst te Emmen en/of Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljet(ten)

omzetbelasting over genoemd(e) jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar

bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl

dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, tot het

plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

5.

(Map 4.1 en 4.2)

[verdachte 2] in of omstreeks de periode van 27 september 2010 tot en met 5

oktober 2010 te Emmen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens)

opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

inkomstenbelasting over de jaren 2008 en 2009 onjuist en/of onvolledig heeft

gedaan, immers heeft die [verdachte 1] (telkens) opzettelijk op het bij de

Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Emmen en/of Apeldoorn

ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting over genoemd(e) jaar/jaren

(telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag

aan belasting opgegeven, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te

weinig belasting werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

6.

(Map 5)

[onderneming 6] op of omstreeks 01 januari 2009 tot en met 22 juni 2010 te

Klazienaveen, gemeente Emmen, althans in Nederland, terwijl verdachte bij

vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van [datum] 2010

(faillissementsnummer F.[nummer]), in staat van faillissement is verklaard, ter

bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s), (een) bate(n)

niet heeft verantwoord en enig goed aan de boedel heeft onttrokken en niet

heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het voeren

van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het

Burgerlijk Wetboek, immers heeft verdachte

- geldbedragen die gestort zijn op de rekening van [onderneming 6] (op dezelfde

dag) contant opgenomen danwel laten storten naar de bankrekeningen van

[verdachte 2] en/of [verdachte 1] en/of

- goederen besteld zonder te betalen en/of

- schulden niet mee te voldoen,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) opdracht heeft gegeven

danwel leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 18/930326-13:

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 31 maart 2011 tot met

4 april 2011 te Emmen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens)

opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

inkomstenbelasting over de jaren 2009 en 2010 onjuist en/of onvolledig heeft

gedaan, immers heeft die verdachte [verdachte 2] (telkens) opzettelijk op het

bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Emmen en/of

Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting over genoemd(e)

jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te

laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte

dat te weinig belasting werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(Onderzoek Sijs; Map 4.1 en 4.2)

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

Parketnummer 18/930331-13:

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

A.

de rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 t/ 10 november 2010, althans in of omstreeks de periode van 25 februari 2009

t/m 10 november 2010 te Zwartemeer, gemeente Emmen, en/of Nieuw-Vennep en/of

elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere (andere) rechtspers(o)n(en) en/of

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, een of meer medewerkers van) het/de bedrijf/bedrijven

[benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld, in totaal (ongeveer) 378.021,86 euro, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid geld,

hebbende die rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] toen aldaar (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke

perso(o)n(en), althans alleen, met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de

waarheid (telkens)

- een valse opdrachtbon of ontvangstbon, namelijk waarop een te hoog/onjuist

geldbedrag was vermeld, op naam van/vanwege die [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19] en/of gericht aan die rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7]

en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken, en/of aan die

rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] toegestuurd of

doen/laten toekomen,

en/of

- ( vervolgens) op basis van die valse en/of onjuiste opdrachtbon of

ontvangstbon een valse en/of onjuiste factuur op naam van/vanwege die

rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of

doen/laten opmaken en/of gericht aan en/of toegestuurd of doen/laten toekomen

aan die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], waarbij die valse en/of

onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon als zogenaamd bewijstuk was

bijgesloten/toegevoegd,

waardoor (die werknemer(s) van) dat/die bedrijven [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer

ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

art 47 jo 51 Wetboek van strafrecht

art 326 wetboek van Strafrecht

EN/OF

B.

hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 31 december 2009, althans in of

omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 10 november 2010 te Zwartemeer,

gemeente Emmen, en/of Nieuw-Vennep en/of elders in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtspers(o)n(en) en/of

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, een of meer medewerkers van) het/de bedrijf/bedrijven

[benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld, in totaal (ongeveer) 378.021,86 euro, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid geld,

hebbende verdachte toen aldaar (telkens) tezamen en in vereniging met een of

meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, met

vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid (telkens) strijd met de waarheid (telkens)

- een valse opdrachtbon of ontvangstbon, namelijk waarop een te hoog/onjuist

geldbedrag was vermeld, op naam van/vanwege die [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19] en/of gericht aan het bedrijf [onderneming 8] en/of rechtsperso(o)n(en)

[onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken, en/of aan (aan

verdachte gelieerde) bedrijf [onderneming 8] en/of rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7]

en/of [onderneming 2] toegestuurd of doen/laten toekomen,

en/of

- ( vervolgens) op basis van die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon een valse

en/of onjuiste factuur op naam van/vanwege het bedrijf [onderneming 8] en/of de

rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken en/of gericht aan en/of toegestuurd of doen/laten toekomen aan die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], waarbij die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon als

zogenaamd bewijstuk was bijgesloten/toegevoegd,

waardoor (die werknemer(s) van) dat/die bedrijven [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

A.

de rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 t/m 8 oktober 2010, althans in of omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m

8 oktober 2010 te Zwartemeer, gemeente Emmen, en/of Nieuw-Vennep en/of elders in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of

meerdere (andere) rechtspers(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens)

- een opdrachtbon of ontvangstbon (op naam van/vanwege [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19]) en/of

- een factuur (op naam van/vanwege [onderneming 7] en/of [onderneming 2]),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft/hebben die rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] (telkens) valselijk op die opdrachtbon of ontvangstbon en/of op die

factuur een onjuist geldbedrag vermeld of doen/laten vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

(overzicht documenten: dossiermap PV-02, p.278/bijlage D-005;

documenten D-010 t/m D-032 en/of D-037)

art 47 jo 51 jo 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

B.

hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 31 december 2009, althans in of

omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 8 oktober 2010 te Zwartemeer, gemeente

Emmen, en/of Nieuw-Vennep en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtspers(o)n(en) en/of

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens)

- een opdrachtbon of ontvangstbon (op naam van/vanwege [benadeelde 18] en/of

[benadeelde 19]) en/of

- een factuur (op naam van/vanwege het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7]

en/of [onderneming 2]),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

- valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere

rechtspers(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens)

valselijk op die opdrachtbon of ontvangstbon en/of op die factuur een onjuist

geldbedrag vermeld of doen/laten vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat

A.

de rechtsperso(o)n(en) Oranjebouw B.V. en/of Cityflex B.V. in of omstreeks de

de periode van 1 mei 2010 t/ 10 november 2010, althans in of omstreeks periode van 25

februari 2009 t/m 10 november 2010 te Zwartemeer en/of Nieuw Vennep en/of elders in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of

meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e)

of vervalst(e) opdrachtbon(nen) en/of ontvangstbon(nen) (op naam van/vanwege [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19]), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om

tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat die rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] en/of haar/hun medeverdachte(n) die bon(nen) heeft ontvangen en/of

gebruikt ten behoeve van het opmaken van een of meer factu(u)r(en), op naam van het

bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2] en/of gericht aan [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], en/of als (zogenaamd) bewijsstuk heeft gevoegd bij die factu(u)r(en),

en

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die bon(nen) (op naam van

[benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en/of gericht aan het/de bedrijf/bedrijven [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2])

voorzien was/waren van een fictief of onjuist geldbedrag,

zulks terwijl verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer

ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

art 47 jo 51 jo 225 lid 2 Wetboek van strafrecht

EN/OF

B.

hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 31 december 2009, althans in of

omstreeks de periode van 25 februari 2009 t/m 10 november 2010 te

Zwartemeer en/of Nieuw Vennep en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer

ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of

vervalst(e) opdrachtbon(nen) en/of ontvangstbon(nen) (op naam van/vanwege

[benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

die bon(nen) heeft ontvangen en/of gebruikt ten behoeve van het opmaken van

een of meer factu(u)r(en), op naam van het/de bedrijf/bedrijven [onderneming 8]

en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2] en/of gericht aan [benadeelde 18]

en/of [benadeelde 19], en/of als (zogenaamd) bewijsstuk heeft gevoegd

bij die factu(u)r(en),

en

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die bon(nen) (op naam van [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en/of gericht aan het/de bedrijf/bedrijven [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2])

voorzien was/waren van een fictief of onjuist geldbedrag;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Feit 2

A.

de rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 t/m 1 augustus 2010, althans in de periode van 1 oktober 2009 t/m 1 augustus 2010 te Zwartemeer en/of Diemen en/of Rhoon en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) inkooporder, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat die rechtsperso(o)n(en) [onderneming 7] en/of [onderneming 2] die inkooporder(s), afkomstig (zogenaamd) van [benadeelde 20],

heeft ontvangen en/of gebruikt ten behoeve van het opmaken van een of

meer factu(u)r(en) op naam van [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of

[onderneming 2] , en/of gericht aan [benadeelde 20] en/of als (zogenaamd) bewijsstuk

heeft gevoegd bij die factu(u)r(en),

en

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die inkooporder(s), op naam

van [benadeelde 20] en/of gericht aan het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2] , geheel valselijk en/of fictief was/waren opgemaakt,

althans voorzien was/waren van een fictief of onjuist geldbedrag,

zulks terwijl verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer

ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

(documenten map PV-03, dossierbijlagen 5-01/1 t/m 8)

art 47 jo 51 Wetboek van strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

B.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 t/m 31 december 2009, althans in de

periode van 1 oktober 2009 t/m 1 augustus 2010 te Zwartemeer en/of Diemen en/of Rhoon

en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans

alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een)

vals(e) of vervalst(e) inkooporder, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of een of meer van zijn

medeverdachte(n) die inkooporder(s), afkomstig (zogenaamd) van [benadeelde 20],

heeft ontvangen en/of gebruikt ten behoeve van het opmaken van een of meer

factu(u)r(en) op naam van [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2], en/of gericht aan [benadeelde 20] en/of als (zogenaamd) bewijsstuk heeft

gevoegd bij die factu(u)r(en),

en

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die inkooporder(s), op naam

van [benadeelde 20] en/of gericht aan het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2] , geheel valselijk en/of fictief was/waren opgemaakt,

althans voorzien was/waren van een fictief of onjuist geldbedrag;

(documenten map PV-03, dossierbijlagen 5-01/1 t/m 8)

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 t/m 1 augustus 2010, te

Diemen en/of Rhoon en/of Zwartemeer en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer rechtspers(o)n(en) en/of andere

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen,

een of meerdere inkooporder(s)

- ( elke) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

althans alleen, valselijk

- een of meerdere inkooporder(s), op naam van [benadeelde 20] en/of gericht aan

het bedrijf [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of voorzien van de/het

nummer(s) 11472 en/of 09205 en/of 09209 en/of 16426 en/of 16434, geheel

valselijk en/of fictief opgemaakt, althans voorzien van een fictief of onjuist

geldbedrag en/of van een ondertekening voorzien (documenten dossierbijlage

5-01/1,2,3,7 en/of 8),

en/of

- een of meerdere inkooporder(s), op naam van [benadeelde 20] en/of gericht aan

het bedrijf [onderneming 2] en/of voorzien van de/het nummer(s) 11482 en/of

11490 en/of 16423, geheel valselijk en/of fictief opgemaakt, althans voorzien

van een fictief of onjuist geldbedrag en/of van een ondertekening voorzien

(documenten dossierbijlage 5-01/4,5 en/of 6),

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken;

(document dossiermap PV-03)

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

feit 3.

[onderneming 9] en/of [onderneming 10] op verschillende

tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 1 januari

2012 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen en/of Nieuw Dordrecht,

althans in Nederland en/of België en/of Duitsland, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(pag. 45) [benadeelde 21] heeft bewogen tot afgifte van een spackspuit

(met een waarde van 7.800 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 54) [benadeelde 22] heeft bewogen tot afgifte van 1.100m2

straatklinkers (met een waarde van 10.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 81) [benadeelde 23] heeft bewogen tot afgifte van een heftruck

(merk en/of type Linde H30t), in elk geval enig goed, en/of

(pag.92) [benadeelde 24] heeft bewogen tot afgifte van een container (met

een waarde van 8.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.114) [benadeelde 25] heeft bewogen tot afgifte van vier,

althans meerdere personenauto's (Audi A8 met kenteken [kenteken 1] en/of een BMW

116i met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]

en/of een Kia Picanto met kenteken [kenteken 4]) (met een totale waarde van 88.495

euro), en/of

(pag.164) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte

van een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5]) (met een

totale waarde van 27.200 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.199) [benadeelde 27] heeft bewogen tot afgifte van een of

twee vorkheftruck(s) (merk Toyota en/of Manitou) (met een totale waarde van

64.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.222) [benadeelde 28] heeft bewogen tot afgifte van

een minikraan (merk Case, type CX22B) en/of meerdere graafbakken (met een

totale waarde van 32.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.234) [benadeelde 29] heeft bewogen tot afgifte van 60, althans meerdere

oprijplaten, (met een totale waarde van 32.000) in elk geval enig goed, en/of

(pag.252) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte van

een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6])

(met een totale waarde van 21.298 euro)

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder en/of (daartoe)

brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota's opgemaakt en/of (telefonische)

orders geplaatst,

waardoor die [benadeelde 21]. [benadeelde 22], benadeelde 23],

[benadeelde 24], [benadeelde 25], [benadeelde 26],

[benadeelde 27], [benadeelde 28], [benadeelde 29]

en/of [benadeelde 26]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al

dan niet in vereniging met een of meer ander(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding

heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat

[onderneming 9] en/of [onderneming 10] op verschillende

tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 1 januari

2012 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen en/of Nieuw Dordrecht,

althans in Nederland en/of België en/of Duitsland, opzettelijk

(pag. 45) een spackspuit (met een waarde van 7800 euro) in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 21] en/of

(pag. 54) 1100m2 straatklinkers (met een waarde van 10.000 euro) in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 22] en/of

(pag. 81) een heftruck (merk en/of type Linde H30t), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 23] en/of

(pag.92) een container (met een waarde van 8000 euro) in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 24] en/of

(pag.114) vier, althans meerdere personenauto's (Audi A8 met kenteken [kenteken 1]

en/of een BMW 116i met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met

kenteken [kenteken 3] en/of een Kia Picanto met kenteken [kenteken 4]) (met een

totale waarde van 88.495 euro) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 25], en/of

(pag.164) een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5])

(met een totale waarde van 27.200 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 26] en/of

(pag.199) een of twee vorkheftruck(s) (merk Toyota en/of Manitou) (met een

totale waarde van 64.000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 27] en/of

(pag.222) een minikraan (merk Case, type CX22B) en/of meerdere graafbakken

(met een totale waarde van 32.000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 28] en/of

(pag.234) 60, althans meerdere oprijplaten (met een totale waarde van 32.000)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 29] en/of

(pag.252) een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6])

(met een totale waarde van 21.298 euro) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 26]

welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten door te bestellen

en/of te huren onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, zulks

terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en),

feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

art 51 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat

hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011

tot en met 1 januari 2012 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen en/of

Nieuw Dordrecht, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland, tezamen en

in vereniging met een of meerdere rechtspersonen en/of natuurlijke personen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

(pag. 45) [benadeelde 21] heeft bewogen tot afgifte van een spackspuit

(met een waarde van 7.800 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 54) [benadeelde 22] heeft bewogen tot afgifte van 1.100m2

straatklinkers (met een waarde van 10.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 81) [benadeelde 23] heeft bewogen tot afgifte van een heftruck

(merk en/of type Linde H30t), in elk geval enig goed, en/of

(pag.92) [benadeelde 24] heeft bewogen tot afgifte van een container (met

een waarde van 8.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.114) [benadeelde 25] heeft bewogen tot afgifte van vier,

althans meerdere personenauto's (Audi A8 met kenteken [kenteken 1] en/of een BMW

116i met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]

en/of een Kia Picanto met kenteken [kenteken 4]) (met een totale waarde van 88.495

euro), en/of

(pag.164) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte

van een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5]) (met een

totale waarde van 27.200 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.199) [benadeelde 27] heeft bewogen tot afgifte van een of

twee vorkheftruck(s) (merk Toyota en/of Manitou) (met een totale waarde van

64.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.222) [benadeelde 28] heeft bewogen tot afgifte van

een minikraan (merk Case, type CX22B) en/of meerdere graafbakken (met een

totale waarde van 32.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.234) [benadeelde 29] heeft bewogen tot afgifte van 60, althans meerdere

oprijplaten, (met een totale waarde van 32.000) in elk geval enig goed, en/of

(pag.252) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte van

een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6)

(met een totale waarde van 21.298 euro)

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder en/of (daartoe)

brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota's opgemaakt en/of (telefonische)

orders geplaatst,

waardoor die [benadeelde 21], [benadeelde 22], [benadeelde 23],

[benadeelde 24], [benadeelde 25], [benadeelde 26],

[benadeelde 27], [benadeelde 28], [benadeelde 29]

en/of [benadeelde 26]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al

dan niet(pag. 45) [benadeelde 21] heeft bewogen tot afgifte van een

spackspuit (met een waarde van 7.800 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 54) [benadeelde 22] heeft bewogen tot afgifte van 1.100m2

straatklinkers (met een waarde van 10.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag. 81) [benadeelde 23] heeft bewogen tot afgifte van een heftruck

(merk en/of type Linde H30t), in elk geval enig goed, en/of

(pag.92) [benadeelde 24] heeft bewogen tot afgifte van een container (met

een waarde van 8.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.114) [benadeelde 25] heeft bewogen tot afgifte van vier,

althans meerdere personenauto's (Audi A8 met kenteken [kenteken 1] en/of een BMW

116i met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3]

en/of een Kia Picanto met kenteken [kenteken 4]) (met een totale waarde van 88.495

euro), en/of

(pag.164) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte

van een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5]) (met een

totale waarde van 27.200 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.199) [benadeelde 27] heeft bewogen tot afgifte van een of

twee vorkheftruck(s) (merk Toyota en/of Manitou) (met een totale waarde van

64.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.222) [benadeelde 28] heeft bewogen tot afgifte van

een minikraan (merk Case, type CX22B) en/of meerdere graafbakken (met een

totale waarde van 32.000 euro) in elk geval enig goed, en/of

(pag.234) [benadeelde 29] heeft bewogen tot afgifte van 60, althans meerdere

oprijplaten, (met een totale waarde van 32.000) in elk geval enig goed, en/of

(pag.252) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte van

een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6])

(met een totale waarde van 21.298 euro)

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder en/of (daartoe)

brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota's opgemaakt en/of (telefonische)

orders geplaatst,

waardoor die [benadeelde 21], [benadeelde 22], [benadeelde 23],

[benadeelde 24], [benadeelde 25], [benadeelde 26],

[benadeelde 27], [benadeelde 28], [benadeelde 29]

en/of [benadeelde 26]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 326 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat

hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011

tot en met 1 januari 2012 te Emmen en/of Coevorden en/of Klazienaveen en/of

Nieuw Dordrecht, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland, tezamen en

in vereniging met een of meerdere rechtspersonen en/of natuurlijke personen,

opzettelijk

(pag. 45) een spackspuit (met een waarde van 7800 euro) in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 21] en/of

(pag. 54) 1100m2 straatklinkers (met een waarde van 10.000 euro) in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 22] en/of

(pag. 81) een heftruck (merk en/of type Linde H30t), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 23] en/of

(pag.92) een container (met een waarde van 8000 euro) in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 24] en/of

(pag.114) vier, althans meerdere personenauto's (Audi A8 met kenteken [kenteken 1]

en/of een BMW 116i met kenteken [kenteken 2] en/of een Volkswagen Golf met

kenteken [kenteken 3] en/of een Kia Picanto met kenteken [kenteken 4]) (met een

totale waarde van 88.495 euro) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 25], en/of

(pag.164) een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5])

(met een totale waarde van 27.200 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 26] en/of

(pag.199) een of twee vorkheftruck(s) (merk Toyota en/of Manitou) (met een

totale waarde van 64.000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 27] en/of

(pag.222) een minikraan (merk Case, type CX22B) en/of meerdere graafbakken

(met een totale waarde van 32.000 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 28] en/of

(pag.234) 60, althans meerdere oprijplaten (met een totale waarde van 32.000)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 29] en/of

(pag.252) een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6])

(met een totale waarde van 21.298 euro) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 26]

welke goederen verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en)

anders dan door misdrijf, te weten door te bestellen en/of te huren onder zich

had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het onder parketnummer 19/810114-11 onder 1 subsidiair, 2 primair, 3, 4 en 6 en onder parketnummer 18/930326-13 en onder parketnummer 18/930331-13 onder 1 primair onder A en B, 2 primair onder A en B en 3 primair tenlastegelegde, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

parketnummer 18/810114-11, feit 5

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 7 mei 2013 een wijziging van de tenlastelegging voor dit feit gevorderd. De rechtbank heeft de voorgestelde wijziging niet toegelaten. De officier van justitie heeft vervolgens de verdachte aanvullend gedagvaard onder parketnummer 18/930326-13. Het bij deze dagvaarding tenlastegelegde feit is materieel hetzelfde als feit 5 van de dagvaarding met parketnummer 18/810114-11, zij het dat daarin de door de officier van justitie gewenste wijzigingen wel zijn aangebracht. De officier van justitie heeft kenbaar gemaakt dat het zijn intentie is dat het feit op de nieuwe dagvaarding in de plaats treedt van feit 5 op de oorspronkelijke dagvaarding. Gelet hierop dient de officier van justitie in zijn vervolging ten aanzien van dit laatstgenoemde feit niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Vrijspraak

parketnummer 19/810114-11, feit 1

De rechtbank acht het onder 1 primair tenlastegelegde (verduistering) niet wettig en overtuigend bewezen, nu in geen van de daar genoemde gevallen op enig moment sprake is geweest van een situatie waarbij de betrokken rechtspersonen de goederen in kwestie rechtmatig onder zich hebben gehad, alvorens zich die toe te eigenen.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde (oplichting) overweegt de rechtbank als volgt.

[onderneming 3]

Het bedrijf [benadeelde 9] te Drachten heeft blijkens de aangifte op 4 juni 2009 300 rollen dakleer geleverd naar aanleiding van een bestelling die zou zijn gedaan door [betrokkene 3] namens [onderneming 3]. Hoewel aangenomen kan worden dat deze bestelling onder valse voorwendselen is gedaan, nu de bestelde goederen nooit zijn betaald en ook niet meer konden worden teruggevonden, kan op grond van de stukken niet worden vastgesteld dat [verdachte 2] of [verdachte 1] hierbij zelf op enigerlei wijze betrokken zijn geweest. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve niet wettig en overtuigend bewezen worden.

[onderneming 5]

De rechtbank stelt vast dat vier van de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde zes zeecontainers blijkens de aangifte van [benadeelde 10] zijn afgeleverd na 28 februari 2011, dat wil zeggen buiten de in feit 1 subsidiair tenlastegelegde periode. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve niet wettig en overtuigend bewezen worden.

parketnummer 18/810114-11, feit 2 primair

Uit de aangifte van uitzendbureau [benadeelde 17] volgt dat pas in juli 2009, dat wil zeggen buiten de tenlastegelegde periode, tot uitbetaling van het in de tenlastelegging genoemde bedrag van € 18.703,25 is overgegaan. Reeds hierom kan dit onderdeel van het onder 2 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden.

Parketnummer 18/930331-13, feit 3 primair

Ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde (oplichting) overweegt de rechtbank als volgt.

[benadeelde 21]

De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging alleen een door [betrokkene 1] afgelegde verklaring bevindt. Op grond van de stukken kan derhalve niet worden vastgesteld dat [verdachte 2] of [verdachte 1] hierbij op enigerlei wijze betrokken zijn geweest. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve niet wettig en overtuigend bewezen worden.

[benadeelde 25]

De rechtbank stelt vast dat de in dit onderdeel genoemde Audi 8 en BMW 116i in verband kunnen worden gebracht met [verdachte 2] en [verdachte 1], nu zij hebben verklaard in beide auto’s te hebben gereden. Ten aanzien van de tenlastegelegde oplichting is daarnaast geen verder ondersteund bewijs met betrekking tot voornoemde auto’s en de twee andere in de tenlastelegging genoemde auto’s (een Volkswagen Golf en een Kia Picanto) uit het dossier en verhandelde ter terechtzitting gebleken. In zoverre is dit onderdeel van het ten laste gelegde derhalve niet wettig en overtuigend bewezen.

[benadeelde 27]

De rechtbank is niet gebleken dat bij het afhalen van de vorkheftruck, merk Manitou, naast [betrokkene 1] een of meer andere personen betrokken waren. De rechtbank zal derhalve het onderdeel met betrekking tot de vorkheftruck merk Manitou niet wettig en overtuigend bewezen verklaren.

[benadeelde 28]

Evenals de officier van justitie en de verdediging stelt de rechtbank vast dat onduidelijk is wie er bij het ophalen van de minikraan betrokken is/zijn geweest. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve niet wettig en overtuigend bewezen worden.

[benadeelde 29]

De rechtbank stelt vast dat uit de aangifte blijkt dat de 60 oprijplaten zijn afgeleverd op het recreatiepark Ermerstrand. Uit de aangifte en de overige stukken blijkt niet dat [verdachte 2] en [verdachte 1] bij de bestelling en aflevering van deze 60 oprijplaten betrokken zijn geweest. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve niet wettig en overtuigend bewezen worden.

Bewijsoverwegingen

Voorafgaand aan de bespreking van de afzonderlijke feiten overweegt de rechtbank in zijn algemeenheid het volgende.

Op grond van het proces-verbaal kan naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam worden vastgesteld dat de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] in het merendeel van de hieronder nader te noemen gevallen een vaste werkwijze hanteerden. Deze werkwijze komt er op neer dat door één van de verdachten of door hen beiden rechtspersonen werden opgericht of overgenomen, waarna zij na enige tijd één of meer andere personen aanzochten om, doorgaans tegen een financiële vergoeding, de onderneming op naam te nemen, terwijl de feitelijke zeggenschap over de onderneming bij [verdachte 1] en/of [verdachte 2] bleef berusten. Hierna werden uit naam van de nieuwe bestuurder of van de onderneming strafbare feiten gepleegd, waarvan de opbrengsten (geheel of ten dele) ten goede kwamen aan [verdachte 1] en/of [verdachte 2].

De bovenbeschreven werkwijze blijkt in de eerste plaats uit de gang van zaken rond de in- en uitschrijving van de bestuurders van de in het onderzoek betrokken rechtspersonen, zoals die is neergelegd in de uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Meer in het bijzonder blijkt één en ander uit de (vele) verklaringen van de personen die op papier als bestuurder hebben opgetreden. De rechtbank wijst in dit verband op de verklaringen van de hieronder nader te noemen getuigen c.q. medeverdachten [betrokkene 2] (over de [onderneming 1]), [betrokkene 3] ([onderneming 2], [onderneming 3]), [betrokkene 4] ([onderneming 2], [onderneming 3]), [betrokkene 5] ([onderneming 2]), [betrokkene 6] ([onderneming 4], [onderneming 6]), [betrokkene 7] ([onderneming 5]), [betrokkene 8] ([onderneming 5]), [betrokkene 9] ([onderneming 7]), [betrokkene 1] ([onderneming 9]) en [betrokkene 10 ([onderneming 10]).

Hoewel her en der op de verklaringen van de genoemde personen wel iets valt af te dingen, met name als het gaat om de rol die zij zelf hebben gespeeld, stemmen deze verklaringen in de kern zodanig met elkaar overeen en met de gang van zaken zoals die uit de uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt, dat zij op dit punt als betrouwbaar en overtuigend kunnen worden aangemerkt. De stelling van de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] dat al deze verklaringen alleen maar zijn afgelegd om hen ten onrechte de schuld in de schoenen te schuiven, moet dan ook als ongeloofwaardig terzijde worden gelegd.

parketnummer 18/810114-11, feit 1 subsidiair

[onderneming 1]

Uit de stukken blijkt dat tussen 14 juli 2008 en 12 augustus 2008 diverse goederen (kort gezegd elektronische apparatuur, bouwmaterialen en bewapeningsstaal) zijn besteld bij de bedrijven [benadeelde 1] te Emmen, [benadeelde 2] te Coevorden, [benadeelde 3] te Bolsward en [benadeelde 4] te Veenoord. De betreffende goederen, die nader zijn gespecificeerd in de tenlastelegging, zouden zijn besteld door [betrokkene 2] namens [onderneming 1] en zijn aan deze laatstgenoemde onderneming geleverd. In geen van de vier gevallen zijn de bestelde goederen betaald. Evenmin konden deze goederen later worden teruggevonden.

Blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel stond de eerdergenoemde [betrokkene 2] vanaf 1 januari 2008 als bestuurder van de [onderneming 1] ingeschreven. Daarvoor was [verdachte 2] bestuurder van deze onderneming. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij zich tegen betaling van een klein geldbedrag op verzoek van [verdachte 2] bij de Kamer van Koophandel heeft laten inschrijven, maar dat hij niets afweet van de bestelling van goederen.

Met betrekking tot [benadeelde 1] stelt de rechtbank vast dat de bestelde goederen blijkens de aangifte geleverd zijn op het adres [adres] te Klazienaveen, waar [onderneming 1] gevestigd zou zijn. Uit het onderzoek van de politie blijkt dat op dit adres in de tenlastegelegde periode de moeder van de verdachte [verdachte 2], [betrokkene 11], woonachtig was. De getuige [getuige 11] heeft verklaard dat hij op 30 juli 2008 een bestelling op dit adres heeft afgeleverd aan een wat oudere en een jongere vrouw die op dit adres verbleven. [betrokkene 11] zelf heeft in haar verklaring toegegeven dat zij inderdaad een bestelling in ontvangst heeft genomen en dat zij de bewuste goederen later aan [verdachte 2] heeft meegegeven.

Met betrekking tot [benadeelde 2] constateert de rechtbank in de eerste plaats dat op de adresregel van de fax waarmee de bewuste bouwmaterialen bij [benadeelde 2] zijn besteld, de naam “[voornaam verdachte 2]” staat te lezen. Verder blijkt uit de aangifte dat de bestelde bouwmaterialen geleverd zijn op het adres [adres] te Twist (Duitsland). De politie heeft vastgesteld dat op dit adres een pand is gevestigd dat in de tenlastegelegde periode verhuurd werd door een persoon genaamd [getuige 12]. [getuige 12] heeft tegenover de politie verklaard dat het pand per 1 augustus 2008 werd verhuurd aan de verdachte [verdachte 2], die hij op een door de politie getoonde foto heeft herkend. De rechtbank stelt vast dat aan deze getuige ook een foto is getoond van [betrokkene 2], die hij naar zijn zeggen echter nooit in Twist gezien heeft, hoewel [getuige 12] ook heeft verklaard dat [verdachte 2] later per telefoon en fax had aangekondigd dat niet hij, maar [betrokkene 2] het pand zou gaan huren. Dat [betrokkene 2] inderdaad iets met dit pand te maken heeft gehad, blijkt derhalve niet. [getuige 12] heeft daarnaast verklaard dat er onder andere bouwmaterialen bij het pand in kwestie werden afgeleverd en dat hij de huur per 21 november 2008 heeft opgezegd, omdat er goederen werden geleverd die nooit werden betaald en hij daar als verhuurder op werd aangekeken.

Met betrekking tot [benadeelde 3] en [benadeelde 4] geldt hetzelfde. Ook hier zijn de bestelde goederen afgeleverd aan het adres [adres] in Twist. Uit de verklaring van [getuige 12] blijkt dat er inderdaad op enig moment een partij bewapeningsstaal bij dit pand is afgeleverd, die snel daarna bleek te zijn weggehaald. In het geval van [benadeelde 3] constateert de rechtbank bovendien dat ook hier op de adresregel van de fax waarmee de betreffende goederen zijn besteld de naam “[voornaam verdachte 2]” staat te lezen.

Naar het oordeel van de rechtbank maakt al het voorgaande dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat [verdachte 2] de feitelijke leiding over [onderneming 1] heeft behouden, ook nadat de onderneming op papier was overgegaan op [betrokkene 2]. De bovengenoemde bevindingen bevestigen deze conclusie, nu deze genoegzaam duidelijk maken dat [verdachte 2] een actieve rol heeft gespeeld bij het plaatsen van de bestellingen en het verzorgen van een locatie waar de goederen afgeleverd konden worden.

Door een katvanger bestuurder te maken heeft [verdachte 2] bewust versluierd dat hij feitelijk verantwoordelijk en aansprakelijk was voor het handelen van de onderneming. Deze handelwijze toont naar het oordeel van de rechtbank bovendien genoegzaam aan dat het van meet af aan de bedoeling van de verdachte is geweest om de bestelde goederen niet te betalen. Op deze manier zijn alle vier de genoemde bedrijven onder valse voorwendselen bewogen om tot de levering van de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde goederen over te gaan, zodat sprake is van oplichting. In zoverre kan dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

[onderneming 2]

Op 20 april 2010 heeft het bedrijf [benadeelde 5] te Groningen twee containers verhuurd aan [onder, die namens deze onderneming zouden zijn besteld door een persoon met de naam [betrokkene 5]. Voor de betreffende containers is nooit betaald en zij konden later ook niet meer worden teruggevonden.

Op 27 mei en 22 juni 2010 heeft het bedrijf [benadeelde 6] te Stadskanaal in totaal vier containers verhuurd aan [onderneming 2], die namens deze onderneming besteld zijn door [betrokkene 3]. Na een waarschuwing van een ander bedrijf zijn drie van de vier containers op 24 juni 2010 door [benadeelde 6] teruggehaald. De vierde container kon niet worden teruggevonden en voor deze container is nooit betaald.

Op 21 juli 2010 heeft het bedrijf [benadeelde 7] te Coevorden een verwarmingsketel geleverd aan [onderneming 2], na een bestelling door een niet nader in de aangifte aangeduid persoon. De ketel is nooit betaald en kon later niet worden teruggevonden.

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat vanaf 20 april 2010 [betrokkene 3] als bestuurder van [onderneming 2] stond ingeschreven. In de hieraan voorafgaande periode hebben de nodige bestuurderswisselingen plaatsgevonden; zo stond van 1 januari tot 23 maart 2010 [betrokkene 4] als bestuurder ingeschreven, van 23 maart tot 20 april 2010 [betrokkene 5] en op 20 april 2010 [verdachte 1]. Ook [verdachte 2] heeft (van 17 november 2009 tot 1 december 2009) als bestuurder ingeschreven gestaan.

[betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] hebben alle drie – kort samengevat – verklaard dat zij op verzoek van [verdachte 2] en/of [verdachte 1] [onderneming 2] op naam hebben gehad, zonder dat zij in de praktijk enige bemoeienis met deze onderneming hebben gehad. Voor [betrokkene 3] geldt daarbij dat hij gedurende een deel van de periode dat hij als bestuurder ingeschreven stond, in detentie verbleef.

Met betrekking tot [benadeelde 5] overweegt de rechtbank dat de aangever [benadeelde 5a] heeft verklaard dat hij in verband met zijn pogingen om betaald te krijgen is langsgeweest op het adres waar de containers waren geplaatst, de [adres] te Klazienaveen, waar hij gesproken heeft met een man die van de door de politie getoonde foto’s herkent als [verdachte 2]. [benadeelde 5a] heeft in zijn verklaring aangegeven dat deze man dezelfde stem had als de persoon die hij iedere keer aan de telefoon had over het huren van de containers.

Met betrekking tot [benadeelde 6] constateert de rechtbank dat de bestellingen blijkens de aangifte zijn gedaan met onder meer het telefoonnummer [nummer 2], waarvan onderzoek door de politie heeft uitgewezen dat dit toebehoort aan [verdachte 2].

Met betrekking tot [benadeelde 7] overweegt de rechtbank dat uit de aangifte blijkt dat de ketel dezelfde dag is opgehaald door een man in een zwarte Audi met kenteken [kenteken 10], waarvan onderzoek door de politie heeft uitgewezen dat deze op naam staat van [onderneming 7], een onderneming waarbij [verdachte 2] en [verdachte 1] eveneens betrokken zijn geweest en die gevestigd was aan het al eerdergenoemde adres aan de [adres] te Klazienaveen. De aangever [benadeelde 7a] heeft tegenover de politie over de aan hem getoonde foto van [verdachte 2] verklaard dat deze persoon een sterke gelijkenis vertoonde met de persoon die de ketel had opgehaald.

Gelet op de verklaringen van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5], in combinatie met hetgeen de rechtbank eerder over de werkwijze van [verdachte 2] en [verdachte 1]heeft overwogen, staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat [verdachte 2] de feitelijke leiding had over [onderneming 2], ook nadat op papier anderen als bestuurder van deze onderneming waren ingeschreven. Deze conclusie wordt in dit geval nog eens te meer versterkt door de hierboven genoemde bevindingen, waaruit genoegzaam blijkt dat [verdachte 2] zelf ook actief betrokken is geweest bij het plaatsen van de bestellingen en het ophalen daarvan.

Door katvangers bestuurder te maken heeft [verdachte 2] bewust versluierd dat hij feitelijk verantwoordelijk en aansprakelijk was voor het handelen van de onderneming. Deze handelwijze toont naar het oordeel van de rechtbank bovendien genoegzaam aan dat het van meet af aan de bedoeling van de verdachte is geweest om de bestelde goederen niet te betalen. Op deze manier zijn alle drie de genoemde bedrijven onder valse voorwendselen bewogen om tot de levering van de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde goederen, zodat sprake is van oplichting. In zoverre kan dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

[onderneming 3]

Het bedrijf [benadeelde 8] te Bilzen (België) heeft op 7 augustus 2009 een geluidsset met toebehoren verhuurd aan [onderneming 3], na telefonisch contact daarover met een persoon die zich [betrokkene 3] noemde. Uit de aangifte blijkt dat de geluidsset op de bewuste datum is opgehaald door twee mannen, waarvan er één het verhuurcontract heeft getekend met de naam [naam]. Op 10 augustus 2009 heeft er vervolgens opnieuw een telefoongesprek plaatsgevonden met de persoon die zich [betrokkene 3] noemde, waarin deze aangaf dat de gehuurde auto waarmee het materiaal was opgehaald was gestolen, inclusief de gehuurde geluidsset.

Uit de stukken blijkt dat van diefstal van de auto zelf geen sprake is geweest. Door [verdachte 2] is bij de politie Drenthe melding gemaakt van de diefstal van de geluidsapparatuur, maar uit die melding komt naar voren dat de hydraulische achterklep van de vrachtauto open bleek te staan, waarna bleek dat het gehuurde materiaal was verdwenen. Eén en ander strookt overigens met de verklaring van de aangever [benadeelde 8a] dat hij contact heeft opgenomen met het bedrijf dat de auto had verhuurd en dat hij van dit bedrijf had vernomen dat de auto in kwestie tijdig was ingeleverd.

Naar het oordeel van de rechtbank is het verhaal omtrent de diefstal van de geluidsapparatuur echter niet geloofwaardig in het licht van de overige feiten en omstandigheden rond de verhuur. Ook in deze zaak moet worden vastgesteld dat de rechtspersoon die de bedoelde apparatuur zou huren, bestuurd werd door een persoon die als katvanger moet worden aangemerkt. Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt immers dat [onderneming 3] vanaf 1 januari 2009 werd bestuurd door [betrokkene 3] en voordien door onder meer [verdachte 1] en [verdachte 2]. [betrokkene 3] heeft in zijn verklaringen aangegeven dat hij deze onderneming alleen op papier op naam heeft gehad, op verzoek van [verdachte 1] en [verdachte 2], maar dat hij daar verder geen bemoeienis mee heeft gehad en geen bestellingen heeft gedaan. Dat past bij hetgeen de rechtbank eerder heeft overwogen met betrekking tot de algemene werkwijze van [verdachte 1] en [verdachte 2], maar ook bij het gegeven dat het [verdachte 2] is geweest die melding heeft gemaakt bij de politie van de vermeende diefstal, en bij de verklaring van de getuige [naam], die heeft aangegeven dat hij op verzoek van [verdachte 2] de geluidsapparatuur heeft opgehaald en uit naam van [betrokkene 3] voor de huur daarvan heeft getekend. Van enige feitelijke bemoeienis van [betrokkene 3] bij de hele gang van zaken blijkt dus niet, afgezien van de naam van de persoon die telefonisch contact zou hebben onderhouden met [benadeelde 8]. Dat dit inderdaad [betrokkene 3] is geweest staat echter geenszins vast en kan in het licht van hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen als bepaald onaannemelijk worden aangemerkt.

Het voorgaande dwingt tot de conclusie dat [verdachte 2] de feitelijke leiding over [onderneming 3] heeft behouden, ook nadat deze onderneming op papier door [betrokkene 3] zou zijn overgenomen, en zich actief heeft beziggehouden met (in dit geval) de huur van de bewuste geluidsapparatuur. Door het inzetten van een katvanger is ook in deze zaak bewust versluierd wie werkelijk verantwoordelijk en aansprakelijk was voor het handelen van de onderneming, hetgeen buiten redelijke twijfel aannemelijk maakt dat het van meet af aan de bedoeling was om de geluidsapparatuur niet terug te geven. Door zo te handelen is [benadeelde 8] onder valse voorwendselen bewogen tot afgifte, zodat sprake is van oplichting. In zoverre kan dit onderdeel van de tenlastelegging derhalve bewezen worden.

Door het bedrijf [benadeelde 10] te Emmen zijn tussen 20 mei 2009 en 24 juni 2009 banden en velgen geleverd op rekening van [onderneming 3], welke rekening uiteindelijk niet is voldaan. De levering had, zo blijkt uit de aangifte, onder meer betrekking op de voertuigen met de kentekens [kenteken 7], [kenteken 8] en [kenteken 9].

Zoals hiervoor al opgemerkt stond in de hier van belang zijnde periode [betrokkene 3] als bestuurder van deze onderneming ingeschreven, maar heeft hij verklaard dat dit op verzoek van [verdachte 2] en [verdachte 1] is gebeurd en dat hij geen feitelijke handelingen uit naam van de onderneming heeft verricht. [betrokkene 3] heeft verder aangegeven dat hij in ruil hiervoor de beschikking kreeg over een Mercedes met kenteken [kenteken 7] en dat [verdachte 1] en [verdachte 2] een afspraak hadden gemaakt bij [benadeelde 10] om niet alleen deze auto van nieuwe banden te voorzien, maar ook de door [verdachte 1] gebruikte Volvo V70 met kenteken [kenteken 8] en de door [verdachte 2] gebruikte Audi A6 met kenteken [kenteken 9].

Gelet op de verklaringen van [betrokkene 3] en hetgeen de rechtbank eerder heeft overwogen over de algemene werkwijze van de beide verdachten, staat buiten redelijke twijfel vast dat [verdachte 1] en [verdachte 2] de feitelijke leiding over [onderneming 3] hebben behouden, ook nadat [betrokkene 3] op papier bestuurder is geworden. Deze gang van zaken, waarbij ook hier door de beide verdachten bewust is versluierd wie de feitelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid droeg voor het handelen van de rechtspersoon, toont naar het oordeel van de rechtbank bovendien genoegzaam aan dat het van meet af aan de bedoeling is geweest om goederen en diensten af te nemen, zonder daarvoor uiteindelijk de rekening te betalen. Aldus is [benadeelde 10] onder valse voorwendselen bewogen tot de levering van de betreffende banden en velgen, zodat sprake is van oplichting. In zoverre kan dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

[onderneming 4]

Bij het bedrijf [benadeelde 11] te Veenoord zijn tussen 29 oktober 2009 en 9 november 2009 meerdere bestellingen gedaan van bouwmatten en betonstaal op naam van [betrokkene 6] ([onderneming 4]). De betreffende bestellingen zijn blijkens de aangifte nooit betaald en een deel van de afgeleverde goederen bleek niet meer te kunnen worden teruggevonden.

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat [onderneming 4] per 24 september 2009 bestuurd werd door de eerdergenoemde [betrokkene 6] en gevestigd was aan de [adres] te Emmen. Uit het onderzoek door de politie is onder meer naar voren gekomen dat de huur van het bedrijfspand werd overgemaakt vanaf een rekening van de onderneming [onderneming 6], welke onderneming in deze periode eveneens bestuurd werd door [betrokkene 6], maar waarvan de bedrijfsrekening alleen toegankelijk was voor [verdachte 2] (en diens moeder) en dus niet (ook) voor [betrokkene 6]. In lijn hiermee heeft [betrokkene 6] tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij [onderneming 4] op verzoek van [verdachte 2] wel op naam had genomen, maar dat hij de bewuste bestellingen niet heeft verricht.

Daarnaast bevindt zich tussen de stukken een verklaring van [getuige 2], de chauffeur die één van de bestellingen heeft afgeleverd en die [verdachte 2] herkent als degene die deze bestelling heeft doorgestuurd naar het adres [adres] te Klazienaveen, het vestigingsadres van [onderneming 7], waarbij [verdachte 1] en [verdachte 2] eveneens betrokken waren. Ook bevat het proces-verbaal een verklaring van [getuige 3], de eigenaar van [benadeelde 11], waarin hij aangeeft dat hij een deel van de bestelde staalmatten na de aangifte heeft teruggevonden bij een handelaar in oud ijzer in Emmen en dat de handelaar in kwestie hem gezegd heeft dat hij deze staalmatten had gekocht van [verdachte 1].

Ook ten aanzien van [onderneming 4] staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat [verdachte 1] en [verdachte 2] de feitelijke leiding hebben behouden, ook nadat [betrokkene 6] op papier bestuurder is geworden. Eén en ander blijkt in dit geval te meer, nu beide verdachten gezien de hierboven weergegeven verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] een concrete rol hebben gespeeld bij het in ontvangst nemen en het verhandelen van de bestelde en niet betaalde goederen.

Nu ook bij [onderneming 4] opzettelijk is versluierd wie de feitelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid droeg voor het handelen van de rechtspersoon, kan ook hier geen andere conclusie worden getrokken dan dat het van meet af aan de bedoeling van de beide verdachten is geweest om de bij [benadeelde 11] bestelde goederen af te nemen zonder de rekening te betalen. Aldus is [benadeelde 11] onder valse voorwendselen bewogen tot de levering van de bouwmatten en het betonstaal, zodat sprake is van oplichting. In zoverre kan dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

[onderneming 5]

Bij [benadeelde 12] te Oldebroek is op 21 februari 2011 een bestelling geplaatst voor 60 rijplaten op naam van [betrokkene 8] ([onderneming 5]). Uit de aangifte blijkt dat de rijplaten op 24 februari 2011 zijn afgeleverd aan de [adres] te Olst, waar de rijplaten dezelfde middag al bleken te zijn weggehaald en waarna de rekening onbetaald is gebleven.

Bij [benadeelde 13] zijn eveneens op naam van [betrokkene 8] ten behoeve van [onderneming 5] een tweetal containers besteld, die op 23 februari 2011 aan de [adres] te Olst zijn afgeleverd. Blijkens de aangifte waren de containers de volgende dag verdwenen en is de rekening onbetaald gebleven.

Bij [benadeelde 14] te Dokkum zijn in februari 2011 op naam van [betrokkene 8] ten behoeve van [onderneming 5] een tweetal zeecontainers gehuurd, die op 28 februari 2011 zijn afgeleverd op het adres [adres] te Olst. Deze containers bleken later bij navraag spoorloos verdwenen.

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat [onderneming 5] sinds 1 januari 2011 bestuurd wordt door [betrokkene 8]. Daarvoor stond deze onderneming op naam van [betrokkene 7]. [betrokkene 7] heeft verklaard dat hij dit bedrijf destijds was begonnen samen met [verdachte 1] en dat de afspraak was dat hij het bedrijf alleen op naam zou krijgen en er verder geen bemoeienis mee zou hebben. [betrokkene 8] heeft verklaard dat hij later op verzoek van [verdachte 1] met [betrokkene 7] naar de Kamer van Koophandel is gegaan om het bedrijf van hem over te nemen. [betrokkene 8] heeft ontkend ooit bestellingen te hebben gedaan.

[onderneming 5] was blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel gevestigd aan het adres [adres] te Dedemsvaart. De verhuurder van dit pand, [getuige 4], heeft verklaard dat hij rond 28 december 2010 werd benaderd door twee mannen, die zich beiden voorstelden met de naam [achternaam verdachten 1 en 2] en waarvan één als voornaam “[voornaam verdachte 2]” had. [getuige 4] heeft tevens verklaard dat hij op enig moment telefonisch contact heeft gezocht met deze mannen via het telefoonnummer [nummer 1], dat blijkens onderzoek van de politie op naam stond van [verdachte 1].

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het bovenstaande buiten redelijke twijfel worden opgemaakt dat [verdachte 1] en [verdachte 2] de feitelijke leiding over [onderneming 5] hebben behouden, ook nadat op papier eerst [betrokkene 7] en later [betrokkene 8] de onderneming op naam hadden gekregen. Ook in dit geval is derhalve opzettelijk versluierd wie de feitelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid droeg voor het handelen van de rechtspersoon. De gang van zaken toont naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam aan dat het van meet af aan de bedoeling van de beide verdachten is geweest om goederen af te nemen, zonder daarvoor uiteindelijk de rekening te betalen. Aldus zijn de drie genoemde bedrijven onder valse voorwendselen bewogen tot de levering van de betreffende goederen, zodat in alle drie de gevallen sprake is van oplichting. In zoverre kan dit feit derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

parketnummer 19/810114-11, feit 2 primair

Uit de aangifte van [benadeelde 15] blijkt dat dit bedrijf in mei 2009 schriftelijk is benaderd door [onderneming 3] te Emmen met het verzoek om de personeelsadministratie en de salarisverwerking van deze onderneming te verzorgen. Op 13 mei 2009 is in verband hiermee een samenwerkingsovereenkomst gesloten, die namens [onderneming 3] ondertekend is met de naam [betrokkene 3]. Vervolgens zijn tussen 15 mei en 1 juni 2009 een zevental personen, die werknemer zouden zijn van [onderneming 3], schriftelijk bij [benadeelde 15] aangemeld. Uit de stukken blijkt dat het gaat om [verdachte 1], [verdachte 2], [betrokkene 11], [betrokkene 12], [betrokkene 13], [betrokkene 14] en [betrokkene 15]. In totaal heeft [benadeelde 15] in vijf weken tijd een bedrag van € 81.417,46 uitbetaald aan de betreffende personen. Uiteindelijk zijn de betalingen stopgezet, omdat [onderneming 3] zijn terugbetalingsverplichting niet nakwam, ondanks diverse aanmaningen van de zijde van [benadeelde 15].

In dezelfde periode (mei 2009) is door [onderneming 3] ook met een tweede payrollbedrijf, [benadeelde 16], een dergelijke overeenkomst gesloten, ten behoeve van dezelfde zeven personen. Ook hier zou met [betrokkene 3] contact zijn geweest. Op 12 juni 2009 heeft [benadeelde 16] in totaal een bedrag van € 21.073,63 aan de betreffende personen uitbetaald; ook dit bedrag is nooit door [onderneming 3] terugbetaald.

[onderneming 3] werd blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel in de hier van belang zijnde periode bestuurd door [betrokkene 3]. Zoals al eerder opgemerkt, heeft [betrokkene 3] in zijn verklaringen aangegeven dat hij deze onderneming op verzoek van [verdachte 2] en [verdachte 1] op naam had genomen en dat hij alleen op papier bestuurder was. Hij heeft nadrukkelijk ontkend op enigerlei wijze contact te hebben gehad met één van de hierboven bedoelde payrollbedrijven.

De rechtbank heeft hierboven al overwogen dat de verklaring van [betrokkene 3] op dit punt past in een reeks van verklaringen van katvangers over de werkwijze van [verdachte 2] en [verdachte 1]. Alleen daarom al is het niet aannemelijk dat het inderdaad [betrokkene 3] is geweest die de bewuste overeenkomsten met [benadeelde 15] en [benadeelde 16] heeft gesloten. Daarnaast wijst de rechtbank nog op de volgende feiten en omstandigheden.

In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat het contact met de beide payrollbedrijven weliswaar uit naam van [betrokkene 3] heeft plaatsgevonden, maar dat van persoonlijk contact geen sprake is geweest. Het gaat vooral om het opsturen van overeenkomsten en inschrijfkaarten, waarover [betrokkene 3] overigens heeft verklaard dat de handtekeningen die daaronder zijn gezet niet van hem afkomstig zijn. Uit de aangifte van [benadeelde 15] blijkt dat er op enig moment door dit bedrijf wel telefonisch contact is gezocht met [betrokkene 3], maar het daarbij gebruikte nummer ([nummer 2]) behoort, zoals al eerder opgemerkt, blijkens het onderzoek van de politie toe aan Marck Hoogland. In dit verband is tevens van belang de verklaring van de getuige [getuige 5], destijds medewerkster van [benadeelde 17], welk bedrijf in juni 2009 een vergelijkbare payrollovereenkomst met [onderneming 3] had afgesloten. [getuige 5] heeft verklaard dat ook hier het meeste contact telefonisch of per fax gebeurde, maar dat één keer iemand in persoon bij [benadeelde 17] is langsgekomen om de inschrijvingsformulieren te brengen. Deze persoon heeft zij van een door de politie getoonde foto herkend als [verdachte 1].

De rechtbank wijst verder op de verklaringen die [betrokkene 14], één van de opgegeven werknemers, tegenover de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd. In eerste instantie heeft [betrokkene 14] verklaard dat hij op enig moment geld op zijn rekening gestort kreeg van [benadeelde 15] en [benadeelde 16] en dat hij dat geld grotendeels aan [betrokkene 3] had gegeven. Ter onderbouwing van zijn verhaal heeft [betrokkene 14] destijds aan de politie een kwitantie getoond, die door [betrokkene 3] zou zijn ondertekend. Later heeft [betrokkene 14] bij de politie aangegeven dat deze verklaring gelogen was, dat hij daartoe was geïnstrueerd door [verdachte 2] en [verdachte 1] en dat de door hem overgelegde kwitantie door [verdachte 1] valselijk was opgemaakt. Met [betrokkene 3], zo heeft [betrokkene 14] verklaard, had hij helemaal niets te maken gehad. In werkelijkheid had [verdachte 2] een schuld bij hem, die via een door [verdachte 2] en [verdachte 1] opgezette constructie met de payrollbedrijven kon worden afgelost. [betrokkene 14] heeft benadrukt dat hij geen werkzaamheden heeft verricht voor [onderneming 3]. Bij de rechter-commissaris heeft [betrokkene 14] de inhoud van deze tweede verklaring in grote lijnen bevestigd.

Ook uit de verklaringen van [betrokkene 11], [betrokkene 12] en [betrokkene 13] blijkt dat zij niet op de hoogte waren van hun inschrijving bij payrollbedrijven en dat zij nimmer werkzaamheden hebben verricht voor [onderneming 3]. [betrokkene 12] heeft onder meer verklaard dat de bewuste inschrijvingsformulieren vervalst moeten zijn en dat hij daarop het handschrift van [verdachte 2] herkent. Dat de inschrijvingsformulieren vals zijn, blijkt overigens ook uit de aangifte van [benadeelde 16]; nader onderzoek door dit bedrijf van deze formulieren maakte duidelijk dat alle zeven waren ingevuld met hetzelfde handschrift en dat de onder deze formulieren gezette handtekeningen sterk afweken van de handtekeningen op de bijgevoegde kopieën van de identiteitsbewijzen van de betreffende werknemers.

De rechtbank constateert dat zowel [betrokkene 11] als [betrokkene 12] hebben aangegeven dat zij het ten onrechte overgemaakte geld tegen een kwitantie zouden hebben gegeven aan [betrokkene 3]. In het licht van de verklaringen van [betrokkene 14] kan genoegzaam worden aangenomen dat hiervan geen sprake is geweest. Het onderzoek door de politie naar de geldstromen op de rekeningen van de verschillende vermeende werknemers toont ook op geen enkele wijze aan dat het geld (al dan niet op deze wijze) bij [betrokkene 3] terecht is gekomen. Aan [betrokkene 12] en [betrokkene 13] is in totaal zo’n € 15.000,-- door de payrollbedrijven overgemaakt, waarna het geld eerst naar een rekening op naam van [betrokkene 13] is overgemaakt en vervolgens in juni en juli 2009 grotendeels contant is opgenomen. Aan [betrokkene 11] is een bedrag van bijna € 10.000,-- overgemaakt, waarvan ruim € 5.000,-- contant is opgenomen en € 1.200,-- is overgeschreven naar een rekening op naam van [verdachte 2].

Al het voorgaande rechtvaardigt geen andere conclusie dan dat [verdachte 2] en [verdachte 1] feitelijk de leiding hebben gehad over [onderneming 3] en via deze rechtspersoon in strijd met de waarheid tegenover [benadeelde 15] en [benadeelde 16] hebben voorgewend dat de opgegeven zeven personen werknemer waren van [onderneming 3], met als gevolg dat deze beide bedrijven bewogen zijn tot het uitbetalen van hun salarissen en andere vergoedingen. Nu evident sprake is geweest van een vooropgezette constructie, staat ook buiten redelijke twijfel vast dat het nooit de bedoeling is geweest om de uitgekeerde bedragen terug te betalen. Derhalve is sprake van oplichting van deze beide bedrijven. In zoverre kan het onder feit 2 primair tenlastegelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

parketnummer 19/810114-11, feit 3

Gelet op al hetgeen de rechtbank hiervoor en hierna ten aanzien van de verschillende bewezenverklaarde feiten heeft overwogen, kan zonder meer de conclusie worden getrokken dat de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband in het leven hebben geroepen en hebben geleid, dat als doel had het plegen van een scala aan (vermogens)misdrijven. Zoals al eerder opgemerkt, zijn door de beide verdachten gedurende de tenlastegelegde periode diverse rechtspersonen opgericht of overgenomen, die doorgaans vervolgens op papier werden overgedaan aan katvangers, terwijl de feitelijke zeggenschap over de betreffende ondernemingen bij één van de verdachten of bij hen beiden bleef berusten. Vervolgens zijn met deze rechtspersonen op grote schaal strafbare feiten gepleegd, in het bijzonder oplichting en valsheid in geschrifte, waarbij naast de eerder genoemde katvangers ook anderen, waaronder familieleden, betrokken werden. De beschreven werkwijze leidde daarnaast nog tot andere strafbare feiten, zoals belasting- en faillissementsfraude, die ook deels door de verdachten in persoon werden gepleegd.

parketnummer 19/810114-11, feit 4

Uit het dossier blijkt dat namens [onderneming 7] door de verdachte elektronische aangiften omzetbelasting zijn gedaan, waarin telkens een te laag bedrag aan belasting werd opgegeven. De verdachte heeft het feit bekend. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte aan het namens [onderneming 7] indienen van onjuiste belastingaangiften feitelijk leiding heeft gegeven en derhalve dat verdachte het op de dagvaarding onder parketnummer 19/810114-11 onder 4 tenlastegelegde feit heeft gepleegd.

parketnummer 19/810114-11, feit 6

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het op de dagvaarding onder parketnummer 19/810114-11 onder 6 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Uit het dossier blijkt dat bij vonnis van de rechtbank te Assen van [datum] 2010 de vennootschap [onderneming 6] in staat van faillissement is verklaard, waarbij een aanzienlijk bedrag aan schulden in de failliete boedel is overgebleven. De rechtbank stelt vast dat deze vennootschap als inkomsten enkel kon beschikken over de geldstroom die werd gegenereerd door het opmaken van de hieronder nader te noemen valse stukken die bij de bedrijven [benadeelde 18] en [benadeelde 20] werden ingediend. Uit hetgeen de rechtbank nog nader zal overwegen met betrekking tot deze laatstgenoemde strafbare feiten en op grond van de verklaring van de beide verdachten dat zij bij die frauduleuze constructie betrokken waren, staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat zij feitelijk leiding zijn blijven geven aan [onderneming 6], ook al werd deze onderneming op papier (via de [onderneming 6a]) bestuurd door [betrokkene 6]. Om die reden kan tevens genoegzaam worden aangenomen dat de beide verdachten wisten dat, zodra de geldstroom van de (valse) facturering werd verlegd naar één van de andere vennootschappen die (feitelijk) door de verdachten werd bestuurd, er geen andere bronnen van inkomsten waren en dat [onderneming 6] niet meer aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen. Niettemin kan uit het dossier worden opgemaakt dat er daarna, nog op grote schaal overboekingen hebben plaatsgevonden naar de (privé)-rekeningen van de beide verdachten, met als uiteindelijk gevolg dat de schuldeisers van [onderneming 6] niet meer konden worden betaald. De verdachten hebben dit ook met zoveel woorden toegegeven.

parketnummer 18/930326-13

Uit het dossier en de daarin aanwezige bewijsmiddelen blijkt dat door verdachte elektronische aangiften inkomstenbelasting zijn gedaan, waarin telkens een te laag bedrag aan belasting werd opgegeven. De verdachte heeft het feit bekend. De rechtbank acht daarmee bewezen

dat de verdachte het op de dagvaarding onder parketnummer 18/930326-13 tenlastegelegde feit heeft gepleegd.

parketnummer 18/930331-13, feit 1 A en B

Door [onderneming 7] en [onderneming 2] zijn ten aanzien van de jaren 2009 en 2010 in totaal 103 facturen uitgebracht aan [benadeelde 18], waaraan –zo blijkt uit het onderzoek door de verbalisanten- in een groot aantal gevallen valselijk opgemaakte opdrachtbonnen/ontvangstbonnen ten grondslag lagen. Uit de verklaringen van diverse uitvoerders van MNO Vervat blijkt dat zij in opdracht van de inmiddels overleden [verdachte 5] valselijk opdrachtbonnen hebben opgemaakt. Op grond van de door verdachten opgemaakte facturen is [benadeelde 18] bewogen tot de afgifte van geldsommen aan [onderneming 7] en [onderneming 2], terwijl daar (voor een deel) geen prestaties namens [onderneming 7] en [onderneming 2] tegenover stonden.

[verdachte 1] en [verdachte 2] hebben erkend dat zij de onder 1 A en B tenlastegelegde feiten hebben gepleegd en dat zij zich aldus schuldig hebben gemaakt aan oplichting van [benadeelde 18]. Ze waren ervan op de hoogte dat er meer uren aan werkzaamheden op de aangeleverde opdrachtbonnen/ontvangstbonnen stonden vermeld dan dat er in werkelijkheid door of namens [onderneming 7] en [onderneming 2] waren verricht. Aan de hand van die aangeleverde valse bonnen hebben [verdachte 1] en [verdachte 2] valse facturen opgemaakt en deze facturen doen toekomen aan [benadeelde 18]. Vervolgens zijn de facturen door [benadeelde 18] betaald. De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte 2] en [verdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan medeplegen van de onder 1 A en B tenlastegelegde feiten.

parketnummer 18/930331-13, feit 2 A en B

Uit het dossier blijkt dat aan de hand van opgemaakte inkooporders (8 stuks) op naam van [benadeelde 20], door [onderneming 7] en [onderneming 2] facturen zijn opgemaakt gericht aan [benadeelde 20]. Vaststaat evenwel dat er door [onderneming 7] en [onderneming 2] geen werkzaamheden zijn verricht voor [benadeelde 20]. Dit heeft tot gevolg gehad dat [benadeelde 20] ten onrechte de op de facturen vermelde bedragen heeft betaald.

[verdachte 2] en [verdachte 1] hebben erkend dat namens [onderneming 7] en [onderneming 2] nimmer prestaties zijn verricht voor [benadeelde 20] en dat de facturen aan [benadeelde 20] valselijk zijn opgemaakt.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat de verdachte het op de dagvaarding onder 2 A en B tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

parketnummer 18/930331-13 feit 3 primair

In de tenlastegelegde periode komen er meerdere aangiftes binnen afkomstig van bedrijven die goederen hadden geleverd/verhuurd aan een onderneming met de naam [onderneming 9] (nader: [onderneming 9]), althans aan een persoon die opgaf [betrokkene 1] te heten. In het handelsregister wordt [betrokkene 1] als algemeen directeur en aandeelhouder van deze onderneming genoemd. Pas op 7 september 2011 wordt hierin een wijziging aangebracht in die zin dat per 1 juni 2011 [betrokkene 16] als algemeen directeur wordt aangemerkt. Het vestigingsadres van de onderneming is, zo blijkt uit het handelsregister, [adres] te Nieuw Dordrecht.

In het dossier bevindt zich een huurovereenkomst van 29 juni 2011, inhoudende dat een gedeelte van de loods aan de [adres] te Nieuw Dordrecht door [getuige 13a], voor de duur van één jaar, wordt verhuurd aan [onderneming 9].

[betrokkene 1] heeft verklaard dat [verdachte 1] bij [getuige 13] is geweest en dat [verdachte 1] daar op naam van [onderneming 9] een gedeelte van een loods heeft gehuurd, zodat [verdachte 1] en [verdachte 2] daar goederen konden laten leveren voor een bouwlocatie. In dit verband heeft [verdachte 1] een kopie van zijn ID-kaart gebruikt, aldus [betrokkene 1].

Twee medewerksters van de verhuurder van de bedoelde loods hebben tegenover de verbalisanten verklaard zij in het kader van deze verhuur van de loods contact hebben gehad met een man die opgaf [betrokkene 1] te zijn. Als de verbalisanten hen een foto van [verdachte 2] tonen herkennen ze hem als de man die zich uitgaf voor [betrokkene 1].

De eigenaar van het verhuurbedrijf, [getuige 13], heeft in dit verband bij de politie verklaard dat hij in 2011 vóór de bouwvakvakantie op zijn terrein aan de [adres] te Nieuw Dordrecht heeft gesproken met de hem bekende [verdachte 1] en [verdachte 2]. Ze wilden een loods huren die bestemd was voor ene ‘[voornaam]’ of ‘[voornaam betrokkene 1]’. Ze hebben hem toen ook aangegeven waarvoor de loods zou worden gebruikt, zo verklaart [getuige 13].

Op grond van deze verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank er van uit dat [verdachte 2] en B[verdachte 1] het bedrijf [onderneming 9] en de loods op het vestigingsadres zijn gaan gebruiken voor hun (bedrijfs)activiteiten en dat ze in zoverre zeggenschap en aldus de feitelijke leiding hebben gehad over [onderneming 9].

Meerdere aangevers ([benadeelde 22], [benadeelde 23] en [benadeelde 24] verklaren dat de door [onderneming 9] gekochte/gehuurde goederen zijn afgeleverd op het adres [adres] te Nieuw Dordrecht, dat niet aan de betalingsverplichtingen is voldaan en dat de goederen waren verdwenen toen de aangevers kort na de levering polshoogte namen bij de betreffende loods. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij geen betrokkenheid heeft gehad bij de aankoop/huur van deze goederen.

Op grond van de hiervoor beschreven gang van zaken twijfelt de rechtbank er niet aan dat [verdachte 1] en [verdachte 2] bewust gebruik hebben gemaakt van de naam en het vestigingsadres van [onderneming 9] om bij de drie genoemde bedrijven op naam van [onderneming 9] goederen te bestellen/huren en zich deze goederen toe te eigenen, zonder de intentie te hebben deze goederen te betalen. Door gebruik te maken van de naam en het bedrijfsadres van [onderneming 9] werd verhuld dat deze aankopen daadwerkelijk door [verdachte 1] en [verdachte 2] werden gedaan. De drie aangevers zijn onder valse voorstelling van zaken bewogen tot de afgifte van de goederen. Aldus acht de rechtbank bewezen dat [verdachte 1] en [verdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan door [onderneming 9] gepleegde oplichting.

Namens [benadeelde 26] (hierna: [benadeelde 26]) is aangifte gedaan naar aanleiding van een op of omstreeks 11 augustus 2011 gesloten lease overeenkomst met [onderneming 9] met betrekking tot het leasen van een Dodge Ram 1500, met het kenteken [kenteken 5]. De financiële verplichtingen uit het leasecontract zijn volgens aangever niet nagekomen.

[getuige 1], de eigenaar van het autobedrijf [naam 1a], herkent [verdachte 2]van een op het internet geplaatste foto als degene die vier keer op zijn bedrijf is geweest en die de ondertekende formulieren voor de financial lease op zijn bedrijf heeft ingeleverd en de Dodge meegenomen.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij niet betrokken is geweest bij het leasen van de genoemde Dodge en dat hij [verdachte 2] wel in een Dodge heeft zien rijden.

[verdachte 2] heeft verklaard dat hij nooit een auto heeft gekocht namens [onderneming 9] en dat hij alleen maar gebruik heeft gemaakt van een auto van [betrokkene 1].

Deze verklaring van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank evenwel in tegenspraak met de hiervoor vermelde verklaring van [getuige 1], de eigenaar van het autobedrijf. De rechtbank ziet geen reden om met betrekking tot dit onderdeel te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 1]. Dit leidt er toe dat buiten enige twijfel kan worden aangenomen dat [verdachte 2] de Dodge heeft overgedragen gekregen, waarbij hij zijn eigen identiteit heeft verhuld door de naam van [onderneming 9] te gebruiken, en dat hij van meet af aan de intentie had om niet te voldoen aan de financiële verplichtingen uit het leasecontract. Oplichting in de primaire tenlastegelegde vorm kan naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen.

[getuige 14], werknemer bij het bedrijf [benadeelde 27] (hierna: [benadeelde 27]), heeft op 8 augustus 2011 een heftruck, merk Toyota, verhuurd aan [onderneming 9]. Een dag later kwam een man die zich legitimeerde als [betrokkene 1] samen met een andere man aan de balie van [benadeelde 27] om de heftruck op te halen. [getuige 14] herkent [verdachte 2] op door de politie aan hem getoonde foto’s als degene die samen met [betrokkene 1] de gehuurde heftruck heeft opgehaald. De heftruck is nimmer geretourneerd met als gevolg dat [benadeelde 27] aangifte heeft gedaan.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op verzoek van [verdachte 2] is meegereden om een heftruck op te halen en dat dit op naam van [onderneming 9] moest gebeuren. [verdachte 2] heeft aanvankelijk verklaard dat hij [onderneming 9] alleen maar heeft afgezet bij [benadeelde 27] en dat hij toen is weggegaan en dat hij niets te maken heeft met de huur van de heftruck. Nadat hij door de verbalisanten wordt geconfronteerd met de fotoherkenning door [getuige 14] past hij zijn verklaring aan in die zin dat het zou kunnen dat hij aan de balie is geweest.

Naar aanleiding van deze gang van zaken hecht de rechtbank in dit verband geloof aan de verklaring van [betrokkene 1]. Hieruit leidt de rechtbank af dat [verdachte 2] degene is geweest die het initiatief heeft genomen om de heftruck te huren en dat hij daarover vervolgens de beschikking heeft gekregen. Ook in dit geval is de rechtbank van oordeel dat [verdachte 2] van meet af aan de intentie had om zich de heftruck toe te eigenen en dat hij daarom wilde voorkomen dat zijn eigen identiteit bekend werd. Daartoe heeft hij gebruik gemaakt van de naam van [onderneming 9], alsook van de diensten van de algemeen directeur van dat bedrijf. Het primair tenlastegelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Op 24 augustus 2011 is er een huurkoopovereenkomst gesloten tussen [benadeelde 26] en [onderneming 10] (hierna: [onderneming 10]) voor het leasen van een Dodge Charger, met het kenteken [kenteken 6]. De huurkoopovereenkomst is ondertekend door [betrokkene 10]. Er heeft nimmer enige betaling van de leasetermijnen aan [benadeelde 26] plaatsgevonden, met als gevolg dat [benadeelde 26] aangifte heeft gedaan. [betrokkene 10] is volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel vanaf 18 maart 2011 (datum registratie is 17 augustus 2011) algemeen directeur van deze onderneming. Daarvóór (met ingang van 17 maart 2011) was [verdachte 2] algemeen directeur.

[betrokkene 10] heeft verklaard dat hij is benaderd door [verdachte 2] om [onderneming 10] op zijn naam te zetten. Hij is daarvoor op 17 augustus 2011 met [verdachte 2] naar de Kamer van Koophandel geweest. Het zou maar tijdelijk zijn en hij zou er € 150,-- voor krijgen. Hij geeft aan dat hij nimmer goederen voor [onderneming 10] heeft besteld. Omdat hij op een gegeven moment schuldeisers aan de deur kreeg heeft hij [verdachte 2] hierop aangesproken, aldus [betrokkene 10].

[getuige 15], werknemer bij het garagebedrijf [naam 1a], heeft verklaard dat hij, op de hem door de verbalisanten getoonde foto’s, [verdachte 2] herkent als de man die bij het garagebedrijf is geweest om de Dodge te leasen en die de ondertekende formulieren van het leasecontract heeft gebracht.

Op grond van voormelde gang van zaken, in onderling verband bezien met de verklaringen van [betrokkene 10] en [getuige 15], bestaat er bij de rechtbank geen twijfel dat het [verdachte 2] is geweest die [benadeelde 26] heeft bewogen tot de afgifte van de Dodge onder valse voorstelling van zaken. Hij is naar het oordeel van de rechtbank degene die de beschikking over de Dodge heeft gekregen, terwijl het van meet af aan zijn bedoeling was om niet te voldoen aan de financiële verplichtingen uit het leasecontract. Door gebruik te maken van de naam van het bedrijf [onderneming 10] en te ondertekenen met de naam van de directeur van de bedrijf, heeft hij bewust zijn identiteit verhuld. Het primair tenlastegelegde verwijt van oplichting kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 19/810114-11:

Feit 1 subsidiair

{onderneming 1] en [onderneming 2] en [onderneming 3] en [onderneming 4] en [onderneming 5] op verschillende tijdstippen in de periode van 14 juli 2008 tot en met 24 augustus 2011 in Nederland en/of België en/of Duitsland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(map 1.0 deel 1)

([onderneming 1]

(pag. 4) [benadeelde 1] heeft bewogen tot afgifte van een/ twee notebook(s) (merk HP en model 6820s) en een printer (merk UP en model P1005) en Microsoft office pakket en een notebooktas en Canon powershot digitale fotocamera en lamineermachine en lamineerhoes,

en

(pag. 30) [benadeelde 2] heeft bewogen tot afgifte van bouwmaterialen met een totale waarde van 67064,10 euro,

en

(pag. 70) [benadeelde 3] heeft bewogen tot afgifte van bouwstaalmatten,

en

(pag. 81) [benadeelde 54 heeft bewogen tot afgifte van bouwstaalmatten en betonstaal met een totale waarde van 17.000 euro,

en

([onderneming 2]

(pag. 178) [benadeelde 5] heeft bewogen tot afgifte van twee containers met een totale waarde van 4000 euro,

en

(pag. 208) [benadeelde 6] heeft bewogen tot afgifte van een container met een totale waarde van 4000 euro,

en

(pag. 217) [benadeelde 7] heeft bewogen tot afgifte van een verwarmingsketel met een totale waarde van 1100 euro,

en

(map 1.0 deel 2)

([onderneming 3])

(pag. 360) onderneming [benadeelde 8] heeft bewogen tot afgifte van geluidssets (met een totale waarde van 37.904,33 euro),

en

(pag. 421) [benadeelde 10] heeft bewogen tot afgifte van 18 autobanden met een totale waarde 5232,92 euro en 4 velgen,

en

(Map 1.0 deel 3)

([onderneming 4])

(pag. 589) [benadeelde 11] heeft bewogen tot afgifte van bouwmatten en betonstaal,

en

(Map 1.0 deel 4)

([onderneming 5])

(pag. 828) [benadeelde 12] heeft bewogen tot afgifte van 60 metalen rijplaten met een totale waarde van 48.000 euro,

en

(pag. 854) [benadeelde 13] heeft bewogen tot afgifte van twee containers met een totale waarde van 18.000 euro,

en

(pag. 860) [benadeelde 14] heeft bewogen tot afgifte van meerdere zeecontainers,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder en (daartoe) brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota’s opgemaakt en/of (telefonische) orders geplaatst, waardoor die [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3], [benadeelde 4], [benadeelde 5], benadeelde 6], [benadeelde 7], [benadeelde 8], [benadeelde 10], [benadeelde 11], [benadeelde 12], [benadeelde 13] en [benadeelde 14], werden bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

Feit 2 primair:

[onderneming 3] op verschillende tijdstippen omstreeks de periode

van 15 mei 2009 tot en met 22 juni 2009 in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(Map 2.0 deel 1)

(pag. 36) [benadeelde 15] heeft bewogen tot afgifte van 81.417,46 euro,

en

(pag. 125) [benadeelde 16] heeft bewogen tot afgifte van 21.037,63 euro,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

de personeelsadministratie en salarisverwerking met betrekking tot door

[onderneming 3] opgegeven personen, door [benadeelde 15] en

[benadeelde 16] uit laten voeren, waarbij de arbeidsuren en vergoeding zijn opgegeven in strijd met de waarheid en vervolgens de facturen van voornoemde bedrijven niet zijn voldaan,

waardoor [benadeelde 15] en/of [benadeelde 16] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

Feit 3

(Map 3.0)

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 januari 2012 in Nederland, tot leven heeft geroepen en leiding heeft gegeven aan, een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen [verdachte 1] en/of [verdachte 2] en een ander of anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het (tezamen en in vereniging) opzetten van rechtspersonenconstructies en (vervolgens) met deze rechtspersonen strafbare feiten plegen, waaronder oplichting en faillissementsfraude;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht;

Feit 4

(Map 4.1 en 4.2)

[onderneming 7] in de periode van 6 juli 2010 tot en met 29 oktober 2010 te Emmen en/of Apeldoorn telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over de tweede en derde driemaandelijkse tijdvakken het jaar 2010 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft die verdachte telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemd jaar telkens een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven;

Feit 6

(Map 5)

[onderneming 6] in de periode van 1 januari 2009 tot en met 22 juni 2010 in Nederland, terwijl verdachte bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van [datum] 2010

(faillissementsnummer F.[nummer]), in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers, baten niet heeft verantwoord en enig goed aan de boedel heeft onttrokken en niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, immers heeft verdachte

- geldbedragen die gestort zijn op de rekening van [onderneming 6] (op dezelfde dag) contant opgenomen danwel laten storten naar de bankrekeningen van [verdachte 2] en/of [verdachte 1] en

- haar schulden niet meer voldaan,

tot het plegen van welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) feitelijk leiding heeft gegeven.

Parketnummer 18/930326-13:

verdachte [verdachte 2] in de periode van 31 maart 2011 tot met 4 april 2011 te Emmen en/of Apeldoorn, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de inkomstenbelasting over de jaren 2009 en 2010 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft die verdachte [verdachte 2] telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljetten inkomstenbelasting over genoemde jaren telkens een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.

Parketnummer 18/930331-13:

Feit 1 primair

A.

de rechtspersonen [onderneming 7] en [onderneming 2] in de periode van 25 februari 2009

tot en met 10 november 2010 in Nederland, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en), telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen, een of meer medewerkers van het/de bedrijf/bedrijven [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] hebben bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in totaal (ongeveer) 378.021,86 euro, hebbende die rechtspersonen [onderneming 7] en [onderneming 2] toen aldaar telkens tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en), met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de

waarheid telkens

- een valse opdrachtbon of ontvangstbon, waarop een te hoog/onjuist geldbedrag was vermeld, op naam van/vanwege die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en gericht aan die rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken, en aan die rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] toegestuurd of

doen/laten toekomen, en

- ( vervolgens) op basis van die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon een valse en/of onjuiste factuur op naam van/vanwege die rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken en/of gericht aan en/of toegestuurd of doen/laten toekomen aan die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], waarbij die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon als zogenaamd bewijsstuk was

bijgesloten/toegevoegd, waardoor die werknemer(s) van dat/die bedrijven [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] telkens werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer ander(e) perso(o)n(en) feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

EN

B.

hij in de periode van 25 februari 2009 t/m 10 november 2010 in Nederland, meermalen,

telkens tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtspers(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen, een of meer medewerkers van het/de bedrijf/bedrijven [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in totaal (ongeveer) 378.021,86 euro, hebbende verdachte toen aldaar tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens

- een valse opdrachtbon of ontvangstbon, namelijk waarop een te hoog/onjuist geldbedrag was vermeld, op naam van/vanwege die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en gericht aan het bedrijf [onderneming 8] of rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken, en aan (een aan verdachte gelieerde) bedrijf [onderneming 8] en/of rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] toegestuurd of doen/laten toekomen, en

- ( vervolgens) op basis van die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon een valse

en/of onjuiste factuur op naam van/vanwege het bedrijf [onderneming 8] of de rechtspersonen [onderneming 7] en/of [onderneming 2] opgemaakt of doen/laten opmaken en/of gericht aan en/of toegestuurd of doen/laten toekomen aan die [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19], waarbij die valse en/of onjuiste opdrachtbon of ontvangstbon als zogenaamd bewijsstuk was bijgesloten/toegevoegd, waardoor die werknemer(s) van dat/die bedrijven [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] telkens werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 2 primair

A.

de rechtspersonen [onderneming 7] en [onderneming 2] in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 augustus 2010 in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk gebruik hebben gemaakt van valse of vervalste inkooporders, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) telkens echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat die rechtspersonen [onderneming 7] en [onderneming 2] die inkooporders, afkomstig (zogenaamd) van [benadeelde 20], hebben ontvangen en gebruikt ten behoeve van het opmaken van een of meer factu(u)r(en) op naam van [onderneming 8] of [onderneming 7] of [onderneming 2], en gericht aan [benadeelde 20] en als (zogenaamd) bewijsstuk hebben gevoegd bij die factu(u)r(en),

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die inkooporders, op naam van [benadeelde 20] en gericht aan het bedrijf [onderneming 8] of [onderneming 7] of [onderneming 2], geheel valselijk en fictief waren opgemaakt,

zulks terwijl verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer ander(e) perso(o)n(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

EN

B.

hij in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 augustus 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste inkooporders, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n) die inkooporders, afkomstig (zogenaamd) van [benadeelde 20], heeft ontvangen en gebruikt ten behoeve van het opmaken van een of meer factu(u)r(en) op naam van [onderneming 8] en/of [onderneming 7] en/of [onderneming 2], en gericht aan [benadeelde 20] en als (zogenaamd) bewijsstuk heeft gevoegd bij die factu(u)r(en), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die inkooporders, op naam van [benadeelde 20] en gericht aan het bedrijf [onderneming 8] of [onderneming 7] of [onderneming 2], geheel valselijk en fictief waren opgemaakt;

feit 3 primair

[onderneming 9] en [onderneming 10] op verschillende tijdstippen in de periode van 1 juni 2011 tot en met 1 januari 2012 in Nederland en/of Duitsland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(pag. 54) [benadeelde 22] heeft bewogen tot afgifte van 1.100 m2 straatklinkers met een waarde van 10.000 euro, en

(pag. 81) [benadeelde 23] heeft bewogen tot afgifte van een vorkheftruck merk en type Linde H30t, en

(pag.92) [benadeelde 24] heeft bewogen tot afgifte van een container (met een waarde van 8.000 euro), en

(pag.164) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte van een bestelauto (merk Dodge, type RAM 1500 met kenteken [kenteken 5]) (met een totale waarde van 27.200 euro), en

(pag.199) [benadeelde 27] heeft bewogen tot afgifte van een vorkheftruck merk Toyota, en

(pag.252) [benadeelde 26] heeft bewogen tot afgifte van een personenauto (merk Dodge, type Charger met kenteken [kenteken 6]),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide afnemer, gebruiker en/of huurder en/of (daartoe) brieven, opdrachtbevestigingen en/of nota's opgemaakt en/of (telefonische) orders geplaatst,

waardoor die [benadeelde 22], [benadeelde 23], [benadeelde 24], [benadeelde 26], [benadeelde 27] en [benadeelde 26] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en), feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Door een kennelijke vergissing staat:

in het onder parketnummer 19/810114-11,

onder 1 subsidiair tenlastegelegde “[benadeelde 3]” in plaats van “[benadeelde 3]” en “een geluidsset (met een totale waarde van 37.904,33 euro)” in plaats van “geluidssets (met een totale waarde van 37.904,33 euro)” en “[benadeelde 11]” in plaats van “[benadeelde 11]” en “[benadeelde 14]” in plaats van “[benadeelde 14]” en

onder 2 tenlastegelegde “[benadeelde 15]” in plaats van “[benadeelde 15]” en “[benadeelde 16]” in plaats van “[benadeelde 16]” en

onder 4 en 6 tenlastegelegde “danwel leiding geeft gegeven” in plaats van “danwel feitelijk leiding heeft gegeven” en

onder 6. tenlastegelegde “op of omstreeks” in plaats van “in de periode van” en “schulden niet mee te voldoen” in plaats van “haar schulden niet meer voldaan” en

in het onder parketnummer 18/930331-13,

onder 2 primair tenlastegelegde “gebruik heeft gemaakt” in plaats van “gebruik hebben gemaakt” en “heeft ontvangen” in plaats van “hebben ontvangen” en “heeft gevoegd” in plaats van “hebben gevoegd” en “inkooporder” en plaats van “inkooporder(s)” en

onder 3 primair tenlastegelegde “[benadeelde 22]” in plaats van “[benadeelde 22]” en “[benadeelde 23]” in plaats van “[benadeelde 23]” en “heftruck” in plaats van “vorkheftruck” en “[benadeelde 24]” in plaats van “[benadeelde 24]” en “[benadeelde 27]” in plaats van “[benadeelde 27]”.

De rechtbank gaat telkens van het laatste uit. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank heeft daarnaast de overig in de tenlasteleggingen onder parketnummers 19/810114-11, 18/930326-13 en 18/930331-13 voorkomende schrijffouten hersteld. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 19/810114-11

onder 1 subsidiair:

medeplegen van feitelijk leiding geven aan medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

onder 2 primair:

medeplegen van feitelijk leiding geven aan oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

onder 3:

als oprichter en leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

onder 4:

feitelijk leiding geven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

onder 6:

feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon.

Parketnummer 18/930326-13

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Parketnummer 18/930331-13

onder 1 primair onder A:

medeplegen van feitelijk leiding geven aan medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

onder 1 primair onder B:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

onder 2 primair onder A:

medeplegen van feitelijk leiding geven aan medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

onder 2 primair onder A:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

onder 3 primair:

medeplegen van feitelijk leiding geven aan medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van de verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapportage, het uittreksel uit het justitieel documentatieregister waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal frauduleuze handelingen.

Al dan niet tezamen met zijn oom heeft hij op doortrapte en gewiekste wijze meerdere bedrijven opgelicht door gekochte en geleverde goederen niet te betalen of deze (in geval van huur) niet te retourneren. Om hun identiteit te verhullen zochten ze personen aan om –meestal tegen een geringe vergoeding- een aan verdachten gelieerde onderneming op naam te zetten. Uit naam van de nieuwe bestuurder werden er door verdachten vervolgens goederen gekocht/gehuurd, terwijl het van meet af aan de bedoeling was niet aan de financiële verplichtingen te voldoen. Korte tijd na de levering zijn de goederen vanaf het leveringsadres weggevoerd door verdachten, om te voorkomen dat de leveranciers deze goederen terug zouden halen. Door deze handelwijze van verdachten worden niet alleen de leveranciers ernstig (financieel) benadeeld, maar worden ook de - in een aantal gevallen onwetende - katvangers in een penibele (financiële) situatie gebracht omdat ze door de leveranciers worden aangesproken. Daarnaast wordt door deze handelwijze van verdachten het vertrouwen dat in het algemeen in handelsverkeer wordt gehecht aan het op krediet leveren van goederen aangetast.

Verdachten hebben daarnaast op grote schaal in facturen bedragen geclaimd voor werkzaamheden die niet door hun ondernemingen zijn verricht. Door deze handelwijze zijn de betreffende bedrijven ernstig (tot een bedrag van in totaal ruim € 500.000,--) benadeeld.

Ook zijn een tweetal payroll bedrijven door verdachten opgelicht, door voor te wenden dat er personen werknemer waren in een bedrijf, waarover zij de feitelijke leiding hadden, waarna ze de door de payroll bedrijven verstrekte loonbedragen zelf (ten dele) hebben geïncasseerd.

Tenslotte hebben verdachten zich schuldig gemaakt belastingfraude, door beduidend te lage bedragen aan inkomsten en omzet op te geven aan de belastingdienst ter bepaling van de verschuldigde inkomsten- en omzetbelasting, alsmede aan faillissementsfraude, door van een rekening van een door verdachten geleide onderneming gelden, die werden verkregen door frauduleuze handelingen, in het zicht van het faillissement aan die onderneming te onttrekken door deze gelden naar de privérekeningen van beide verdachten over te boeken.

De gepleegde fraude vond plaats in een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Binnen deze criminele organisatie hadden verdachten een initiërende, leidinggevende en sturende rol.

De ernst en de forse omvang van de frauduleuze handelingen, de rol die verdachten daarbij hebben gespeeld, alsmede de daaruit voortvloeiende omvang van de benadeling, brengen mee dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is. Op grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden acht de rechtbank in beide zaken een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden. Daarbij realiseert de rechtbank zich dat in de zaak van [verdachte 1] minder feiten bewezen zijn verklaard dan in de zaak van [verdachte 2], maar vastgesteld kan worden dat beiden binnen de bewezenverklaarde criminele organisatie een vergelijkbare leidinggevende en sturende rol hebben vervuld en dat [verdachte 1] in een eerder stadium (in 2009) is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het begaan van soortgelijke strafbare feiten. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een overeenkomstige bestraffing voor beide verdachten.

De rechtbank stelt evenwel vast dat het gaat om feiten van oudere datum en dat de handelwijze van de officier van justitie - het in de loop van de strafprocedure voor de rechtbank instellen van vervolging voor nieuwe feiten, terwijl dat voor een aantal van die feiten eerder had gekund - er toe heeft geleid dat de behandeling en afdoening van de onderhavige zaken aanzienlijke vertraging heeft opgelopen. Met deze omstandigheden houdt de rechtbank rekening door de in beginsel passende straf te matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Parketnummer 19/810114-11

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [benadeelde 8], gevestigd te [postcode], [plaats], [adres], [land]. De benadeelde partij heeft mondeling en schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 28.786,52, (zegge achtentwintig duizend zevenhonderdzesentachtig euro en tweeënvijftig cent).

De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Parketnummer 19/810114-11

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [benadeelde 17], gevestigd te [postcode], [plaats], [adres]. De benadeelde partij heeft mondeling en schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

De verdachte is vrijgesproken van het onder 2 primair tenlastegelegde ten aanzien van het met betrekking tot [benadeelde 17] tenlastegelegde.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding wordt afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

36f, 47 lid 1, 51, 57, 140 lid 1, 225 lid 2, 326 en 341 aanhef, onder a sub 1o van het Wetboek van Strafrecht

68 lid 1, aanhef en onder a (oud) en 69 lid 2 (oud) Algemene wet inzake rijksbelastingen

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk ten aanzien van het onder parketnummer 19/810114-11 onder 5 tenlastegelegde;

- verklaart het onder parketnummer 19/810114-11 onder 1 subsidiair, 2 primair, 3, 4 en 6, parketnummer 18/930326-13, en parketnummer 18/930331-13 onder 1 primair A en B, 2 primair A en B en 3 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het onder parketnummer 19/810114-11 onder 1 primair tenlastegelegde en onder de parketnummers 19/810114-11, 18/930326-13 en 18/930331-13 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- veroordeelt de verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

- beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht.

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] (parketnummer 19/810114-11)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8], gevestigd te [postcode], [plaats], [adres], [land], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 28.786,52 (zegge achtentwintig duizend zevenhonderdzesentachtig euro en tweeënvijftig cent).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 28.786,52 (zegge achtentwintig duizend zevenhonderdzesentachtig euro en tweeënvijftig cent) ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 7], gevestigd te [postcode], [plaats], [adres], [land], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 175 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 28.786,52 ten behoeve van het slachtoffer, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering aan de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17] (parketnummer 19/810114-11)

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 17], gevestigd te [postcode], [plaats], [adres], in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.H.A. Fransen, voorzitter, L.W. Janssen en

J. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 december 2014.

Mr. L.W. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.