Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6303

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-08-2014
Datum publicatie
12-12-2014
Zaaknummer
C/18/144708 / HA ZA 13-297
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 23 EEX-; forumkeuze. Geldigheid van de overeenkomst waarin de forumkeuze als beding is opgenomen, wordt betwist. Veroordeling tot vergoeding van reële proceskosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/144708 / HA ZA 13-297

Vonnis in incident van 20 augustus 2014

in de zaak van

BAREND WILLEM JOSEPH MARIE DE ROY VAN ZUIDEWIJN

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Reggehuys Management B.V.,

wonende te Amsterdam,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. T. Hekman te Amsterdam,

tegen

de vennootschap of rechtspersoon naar buitenlands recht

JESTED RESIDENCE SRO,

gevestigd te Praag, Tsjechië,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M. Schuring te Groningen.

Partijen zullen hierna de curator en Jested genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    Het vonnis in incident van 28 mei 2014,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Nadat de rechtbank in het vonnis van 28 mei 2014 de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring van de rechtbank had afgewezen, heeft Jested in haar conclusie van antwoord in de hoofdzaak wederom een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring van de rechtbank ingesteld. Aan de onderhavige incidentele vordering heeft Jested ten grondslag gelegd dat de overeenkomst van 26 april 2010, waarin het forumkeuze beding is opgenomen, niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en derhalve non-existent is. Op grond van artikel 23 EEX-verordening is de rechtbank volgens Jested slechts bevoegd om te oordelen over de vraag of de overeenkomst van 26 juni (de rechtbank begrijpt: april) 2010 existent is. Als de overeenkomst niet op een rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen c.q. non-existent is, heeft de Nederlandse rechter geen rechtsmacht op grond van artikel 5, lid 1, sub a, EEX-verordening. Aangetoond is dat Reggehuys Management B.V. (hierna: Reggehuys) geen bedragen heeft geleend aan Jested en dat er dus ook geen verbintenis uit overeenkomst is. Dit brengt met zich dat uitgegaan moet worden van de hoofdregel als genoemd artikel 2, lid 1, EEX-verordening en Jested in Tsjechië moet worden opgeroepen, aldus Jested.

2.2.

De curator heeft in zijn verweer naar voren gebracht dat er sprake is van een forumkeuze en dat er derhalve op grond van artikel 23 EEX-verordening rechtsmacht is voor de Nederlandse rechter. Bovendien en voor zover de rechtbank zou oordelen dat er geen sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst, beroept te curator zich op artikel 5, lid 1, sub a EEX-verordening. Volgens de curator leent de door Jested opgeworpen bevoegdheidsexceptie niet voor behandeling in incident, maar dient het te worden uitgeprocedeerd in de hoofdzaak.

2.3.

De rechtbank overweegt dat artikel 23 EEX-verordening een uitzondering is op de hoofdregel neergelegd in artikel 2 EEX-verordening dat oproeping dient plaats te vinden voor het gerecht van de lidstaat waarin de gedaagde zijn woonplaats heeft. Op grond van artikel 23 EEX-verordening heeft het gerecht dat door partijen in een overeenkomst is aangewezen, een exclusieve bevoegdheid. Voor deze zogenoemde forumkeuze is een overeenkomst tot aanwijzing vereist die op een bepaalde in de EEX-verordening voorgeschreven wijze is neergelegd. Eén van deze wijzen is een schriftelijke overeenkomst. De rechtbank zal moeten onderzoeken of de clausule welke haar bevoegd verklaart, inderdaad voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij zij opgemerkt dat de vormvereisten van artikel 23 EEX-verordening tot doel hebben te waarborgen dat deze wilsovereenstemming inderdaad vaststaat (Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 20 februari 1997, NJ 1998/565; r.o. 15). Deze beoordeling moet plaatsvinden los van de rechtsgeldigheid van de overeenkomst waar dit beding deel vanuit maakt. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft immers geoordeeld dat het gerecht dat in een volgens artikel 17 EEX (thans artikel 23 EEX-verordening) geldig tot stand gekomen bevoegdheidsbeding bevoegd is verklaard, ook dan bij uitsluiting bevoegd is wanneer de rechtsvordering onder meer strekt de ongeldigheid te doen vaststellen van de overeenkomst waarin dat beding is opgenomen (arrest van 3 juli 1997, NJ 1999/681; r.o. 21-32). Laatstgenoemde regel gaat ook op als het verweer daartoe strekt.

2.4.

Als onbetwist feit staat vast dat tussen Reggehuys en Jested op 26 april 2010 een schriftelijke overeenkomst is gesloten. In artikel 9, tweede lid, van deze overeenkomst is een forumkeuze neergelegd voor de rechtbank Groningen (thans rechtbank Noord-Nederland). Niet betwist is dat deze overeenkomst is ondertekend door de daartoe destijds bevoegde vertegenwoordigers van Reggehuys en Jested. Evenmin is betwist dat er wilsovereenstemming was over de in deze overeenkomst neergelegde forumkeuze. Jested heeft wel betwist dat er sprake was van één of meerdere leningen, zoals in de overeenkomst staat. Volgens haar is sprake van een gefingeerde leningsovereenkomst welke bovendien niet rechtsgeldig is omdat er sprake was van benadeling van schuldeisers (“Pauliana”). Deze stellingen van Jested zullen in de bodemprocedure moeten worden beoordeeld, maar staan los van de wilsovereenstemming omtrent de forumkeuze, welke naar het oordeel van de rechtbank voldoet aan de vormvereisten van artikel 23 EEX-verordening. De rechtbank gaat daarom uit van wilsovereenstemming en ziet in hetgeen door Jested naar voren is gebracht (thans) geen grond om zich onbevoegd te verklaren.

2.5.

De rechtbank concludeert dat de vordering in het incident moet worden afgewezen. In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar rol voor het nemen van een conclusie van repliek door de curator.

2.6. Jested zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om Jested wegens misbruik van procesrecht te veroordelen tot vergoeding van de reële kosten van dit incident die door de curator zijn gemaakt. De omstandigheden van dit geval vertonen overeenkomst met het door de curator aangehaalde arrest van de Hoge Raad, waarin misbruik van procesrecht is aangenomen (Hoge Raad 7 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL3651). Jested heeft immers eerst in de Tsjechische procedure om schorsing van de procedure gevraagd totdat in de Nederlandse procedure uitspraak is gedaan over de gegrondheid van de onderliggende vordering en vervolgens in de Nederlandse procedure onbevoegdheid bepleit. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die deze opstelling verklaren of rechtvaardigen. Daar komt bij dat het hier om een tweede bevoegdheidsincident gaat en Jested niet heeft aangegeven waarom zij de gronden van onbevoegdheid die in het huidige incident naar voren zijn gebracht niet in het eerste incident naar voren had kunnen brengen (artikel 208, derde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De rechtbank zal de curator in de gelegenheid stellen bij conclusie van repliek in de hoofdzaak aan te geven hoe hoog de kosten zijn die hij in het (tweede) incident heeft moeten maken, en deze te onderbouwen. De beslissing in de proceskosten in het incident wordt om die reden aangehouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 oktober 2014 voor conclusie van repliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2014.1

1 type: smscoll: