Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6216

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-12-2014
Datum publicatie
10-12-2014
Zaaknummer
18.730164-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op 8 december 2014 een man veroordeeld die zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen plegen van schennis van de eerbaarheid.

Verdachte werd veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met reclasseringstoezicht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 239, geldigheid: 2014-12-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730164-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 november 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode 1 oktober 2010 tot en met 24 januari 2014, te [geboorteplaats], meermalen, althans eenmaal, zich oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten (telkens) in of bij het [pleegplaats], (telkens) met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van 60 uur werkstraf subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis en 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- oplegging van reclasseringstoezicht, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het afmaken van de reeds aangevangen ambulante behandeling bij de AFP.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2014;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 2014009136, gesloten op 1 mei 2014, inhoudende:

- de verklaring van [aangever 1] (blz. 10,11);

- de verklaring van [aangever 2] (blz. 13, 14);

- de verklaring van [aangever 3] (blz. 15, 16).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode 1 oktober 2010 tot en met 24 januari 2014, te [geboorteplaats], meermalen, zich oneerbaar op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten telkens in het

[pleegplaats], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte voorlichtingsrapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van schennis van de eerbaarheid. Hij heeft de indruk gewekt dat hij bezig was om zichzelf te bevredigen ten overstaan van vrouwen die langs of door het park liepen. Hoewel maar drie vrouwen aangifte hebben gedaan, heeft verdachte ter zitting erkend dat hij zich in een periode van ongeveer 4 jaar, in de winterperiode, ongeveer 35 maal heeft schuldig gemaakt aan het bewezen verklaarde feit. Het hoeft geen verder betoog dat dergelijk gedrag als aanstootgevend wordt ervaren en onwenselijk wordt geacht.

Omtrent verdachte is een voorlichtingsrapport uitgebracht. Blijkens deze rapportage is verdachte tot het plegen van strafbare feiten gekomen als gevolg van gevoelens van frustratie en stress. Verdachte verkeerde in een roes als hij toegaf aan zijn handelen en vond hierdoor ontspanning.

Verdachte volgt thans een behandeling bij de AFP. In dat kader stelt hij zich open en leerbaar op. De reclassering is van mening dat deze behandeling moet worden voorgezet om de kans op recidive te verlagen. De reclassering acht het gewenst dat reclasseringstoezicht wordt opgelegd met een meldplicht en dat verdachte wordt verplicht de behandeling bij de AFP af te maken.

De officier van justitie heeft naast een voorwaardelijke gevangenisstraf tevens een werkstraf gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het feit dat verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is geweest, de schade heeft vergoed, zijn houding en de gevolgen die dit feit voor verdachte heeft gehad en heeft, kan worden volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke werkstraf met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering voorgesteld.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 239 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Bepaalt dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich uiterlijk binnen 14 dagen na deze uitspraak op een dinsdag of donderdag tussen 15.00 uur en 16.00 uur, meldt bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1, 8933 AJ Leeuwarden.

Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

2. dat veroordeelde het reeds aangevangen behandeltraject bij de AFP zal voortzetten en afmaken, een en ander in overleg met de reclassering.

Beveelt voorts dat indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

mr. S. Timmermans en mr. J.N.M. Blom, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 december 2014.

Mr. Blom is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Timmermans

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Van Dijk

locatie Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730164-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 24 november 2014

Tegenwoordig:

mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

mr. S. Timmermans en mr. J.N.M. Blom, rechters, en

A. van Dijk, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. H.J. Mous.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

……………..

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 8 december 2014 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.