Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6212

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
10-12-2014
Zaaknummer
18.930299-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

rechtbank spreekt vrij van witwassen omdat niet bewezen is dat het tenlastegelegde goed van misdrijf afkomstig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930299-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 09 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres 1]

[adres 1].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 november 2014.

De verdachte is niet verschenen.

Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M. van den Berg, advocaat te Amsterdam. Deze is door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens haar de verdediging te voeren.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. zij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks periode van 1 november 2011 tot en met 1 november 2012, in de gemeente(n) Meppel en/of Steenwijkerland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een personenauto, merk Mercedes ([kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten die personenauto, merk Mercedes, gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2. zij op of omstreeks 1 november 2011, te Steenwijk, althans in de gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 2] ongeveer 3500 gram hennep en/of 85 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

De standpunten met betrekking tot de ten laste gelegde feiten

Feit 1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit nu onvoldoende is gebleken dat verdachte dusdanig actief heeft gehandeld met betrekking tot de aankoop van de personenauto dat gesproken kan worden van medeplegen van witwassen van die personenauto.

De raadsvrouw heeft gemotiveerd betoogd dat de auto is aangeschaft met gelden afkomstig van het bedrijf van de partner van verdachte en dat zij alleen mee is geweest om de auto namens haar partner aan te kopen. De auto is op naam van het bedrijf van haar partner gesteld.

Naar het standpunt van de verdediging biedt het dossier geen aanknopingspunten voor de stelling dat het aankoopbedrag van de auto afkomstig is van enig misdrijf.

Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de rol van verdachte met betrekking tot de aankoop van de Mercedes personenauto niet dusdanig is geweest dat gesproken kan worden van medeplegen van witwassen.

Medeverdachte Wildeboer heeft verklaard dat zijn onderneming de auto heeft aangeschaft omdat op voorhand een koper van de auto bekend was.

Het aankoopbedrag kon Wildeboer financieren uit een lening bij een stille vennoot waarvan de naam niet bekend mag worden gemaakt. Het leenbedrag van de stille vennoot is niet in de boekhouding verantwoord. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze omstandigheden onvoldoende om aannemelijk te achten dat het geldbedrag voor de aankoop van de auto van enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van feit 1.

Feit 2

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat verdachte voor dit feit op 25 april 2013 is vrijgesproken door de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.

De officier van justitie zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van verdachte met betrekking tot onderhavig feit.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in haar vervolging met betrekking tot feit 2.

Dit vonnis is gewezen door mr H.H.A. Fransen, voorzitter en mr. M. van der Veen en mr. S. Zwerwer, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 09 december 2014, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.