Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6095

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-11-2014
Datum publicatie
05-12-2014
Zaaknummer
3108997 \ CV EXPL 14-6002
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Auteursrecht vergoeding bij gebruik van cartoon op internet zonder toestemming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 3108997 \ CV EXPL 14-6002

vonnis van de kantonrechter d.d. 18 november 2014

inzake

[eiser],

wonende te Maastricht,

eiser,

gemachtigde: mr. M. Herens,

tegen

[gedaagde],

wonende te Sneek,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G. Schraa.

Partijen zullen hierna [Eiser achternaam] en [Achternaam gedaagde] worden genoemd.

1 Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[Eiser achternaam] is professioneel cartoonist en illustrator. [Eiser achternaam] is de maker van onder meer een politiek satirische afbeelding van [xxxx] in een luier (hierna: de cartoon).

2.2.

Op www.youtube.com en [aaa] is enige tijd een videoclip te zien geweest waarin [Achternaam gedaagde] een rap ten gehore brengt, waarin de cartoon bij tien filmshots op de achtergrond zichtbaar is geweest. De cartoon is in totaal 14 seconden te zien geweest en de videoclip is 388.000 maal bekeken. De videoclip heeft veel ophef in de media veroorzaakt. In de videoclip is onder meer het volgende te zien en te horen:

- een look-a-like van [xxxx] wordt met een zak over zijn hoofd binnengebracht en hij knielt voor [Achternaam gedaagde]: "Ja, [xx] dit was je leven. Je hele leven.";

- de look-a-like wordt door gemaskerde mannen onder schot gehouden: "Dit was je verhaal, en nu komt de finale.";

- [Achternaam gedaagde], met pistool in zijn hand, staat op: "Ik doe dit zodat mijn kind later zeggen kan, mijn vader was pas een echte eren man.";

- het beeld wordt zwart en er klinkt een pistoolschot.

2.3.

[Achternaam gedaagde] heeft voorts een still uit die videoclip, waarop de cartoon op de achtergrond zichtbaar is, enige tijd als afbeelding op zijn Facebook-pagina gebruikt.

2.4.

[Eiser achternaam] heeft voor het onder 2.2 en 2.3 beschreven gebruik van de cartoon geen toestemming gegeven.

2.5.

Bij brief van 19 maart 2014 heeft de gemachtigde van [Eiser achternaam] [Achternaam gedaagde] gesommeerd om per direct het gebruik van de cartoon te staken en gestaakt te houden. Diezelfde dag heeft de gemachtigde van [Eiser achternaam] [Achternaam gedaagde] tevens per afzonderlijke brief gesommeerd om de cartoon van zijn Facebook-pagina te verwijderen.

2.6.

[Achternaam gedaagde] heeft op 25 maart 2014 aan de sommaties gehoor gegeven door de cartoon van zijn Facebook-pagina te verwijderen en deze in de videoclip met zwarte vlakken weg te werken.

2.7.

Bij brief van 25 maart 2014 heeft de gemachtigde van [Eiser achternaam] [Achternaam gedaagde] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 1.500,- wegens schadevergoeding. Aan deze sommatie is geen gehoor gegeven.

3 De vordering

3.1.

[Eiser achternaam] vordert - na vermeerdering van eis - dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [Achternaam gedaagde] veroordeelt:

I. tot betaling aan [Eiser achternaam] van een schadevergoeding ten bedrage van € 3.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2014 althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

II. tot betaling aan [Eiser achternaam] van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 475,00;

III. in de kosten van deze procedure.

3.2.

[Eiser achternaam] baseert zijn vorderingen - zakelijk weergegeven - op het volgende. [Achternaam gedaagde] heeft de auteursrechten van [Eiser achternaam] geschonden door zonder toestemming en medeweten van [Eiser achternaam] gebruik te maken van de cartoon en deze openbaar te maken en te verveelvoudigen op het internet. Gezien de inhoud van de videoclip en de tekst van de rap wil [Eiser achternaam] hier niet mee geassocieerd worden. Er is volgens hem sprake van aantasting van zijn reputatie, eer en goede naam. Als gevolg daarvan is [Achternaam gedaagde] schadeplichtig jegens [Eiser achternaam]. [Eiser achternaam] begrootte de schade die hij lijdt ten gevolge van de inbreuk op zijn auteursrechten en de aantasting van zijn eer en goede naam aanvankelijk op € 1.500,- en hij heeft naar aanleiding van door het gerechtshof
's-Hertogenbosch op 11 februari 2014 en 29 juli 2014 gewezen arresten (ECLI:NL:GHSHE:2014:284 en ECLI:NL:GHSHE:2014:2524) zijn eis vermeerderd tot een bedrag van € 3.500,-. Tevens heeft [Eiser achternaam] de gevorderde buitengerechtelijke kosten vermeerderd overeenkomstig de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

4 Het verweer

4.1.

[Achternaam gedaagde] voert verweer, met conclusie dat de kantonrechter bij vonnis:

- primair: de vorderingen van [Eiser achternaam] afwijst;

- subsidiair: de vorderingen van [Eiser achternaam] matigt tot nihil, althans tot een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

- zowel primair als subsidiair: met veroordeling van [Eiser achternaam] in de kosten van het geding.

4.2.

[Achternaam gedaagde] betwist de vordering en voert - zakelijk weergegeven - het volgende verweer. Voor het maken van een korte film over [xxxx] heeft [Achternaam gedaagde] via Google gezocht naar afbeeldingen die verband houden met deze persoon. Bij die zoektocht is onder meer de cartoon naar voren gekomen. De gevonden afbeeldingen zijn willekeurig op een groot stuk muur geplakt als achtergrond voor de film. Vervolgens is de film opgenomen waarin [Achternaam gedaagde] voor die muur rapt over [xxxx] en wat er de laatste jaren is gebeurd. [Achternaam gedaagde] was zich niet ervan bewust dat de cartoon van [Eiser achternaam] was. Er is volgens hem geen sprake van een auteursrechtinbreuk. Er is sprake van een incidentele verwerking ex artikel 18a Auteurswet die van ondergeschikte betekenis is in/voor de film. Voorts speelde [Achternaam gedaagde] in op de actualiteiten en heeft hij een karikatuur c.q. parodie ex artikel 18b Auteurswet van het leven van [xxxx] neergezet. [Achternaam gedaagde] heeft door middel van het maken van zijn film gebruik gemaakt van zijn vrijheid van meningsuiting. Van inbreuk op persoonlijkheidsrechten is volgens [Achternaam gedaagde] ook geen sprake, omdat het logo van [Eiser achternaam] onder de cartoon staat en van aantasting in de eer en goede naam niet is gebleken. [Achternaam gedaagde] betwist tot slot het bestaan en de omvang van de schade en subsidiair verzoekt hij de kantonrechter tot matiging over te gaan.

4.3.

[Achternaam gedaagde] maakt bezwaar tegen de eisvermeerdering wegens strijd met de goede procesorde, aangezien [Eiser achternaam] onvoldoende onderbouwd heeft waarom een vermeerdering gerechtvaardigd is.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter zal allereerst beslissen op het verzet tegen de wijziging van eis. Artikel 130 Rv bepaalt dat zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, de eiser bevoegd is de eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, te veranderen of te vermeerderen. De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Dat sprake is van strijd met de eisen van een goede procesorde, onredelijke bemoeilijking van de verdediging of onredelijke vertraging van het geding is in het onderhavige geval niet gebleken. Het verzet tegen de wijziging van eis wordt dan ook verworpen.

5.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan de cartoon op grond van de Auteurswet auteursrechtelijke bescherming toekomt en dat [Eiser achternaam] de maker is. Ook staat vast dat de cartoon op het internet enige tijd op de achtergrond van de videoclip van [Achternaam gedaagde] zichtbaar is geweest. Dat de cartoon hiermee openbaar is gemaakt en dat dit zonder toestemming van [Eiser achternaam] is gebeurd, is voorts niet bestreden. Daarmee staat in beginsel de inbreuk op het auteursrecht van [Eiser achternaam] vast. Het voorgaande is slechts anders indien er, zoals [Achternaam gedaagde] betoogt, sprake is van een incidentele verwerking en/of een karikatuur c.q. parodie. Daarover oordeelt de kantonrechter als volgt.

5.3.

Artikel 18a Auteurswet sluit van inbreuk op het auteursrecht uit de incidentele verwerking van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk. De kantonrechter is van oordeel dat het onder 2.2 en 2.3 bedoelde gebruik door [Achternaam gedaagde] niet als incidenteel gebruik in de zin van dit artikel kan gelden. Uit de door hem geschetste gang van zaken volgt immers dat er geen sprake is geweest van een terloops gebruik van de cartoon, maar zijn er weloverwogen afbeeldingen -waaronder de cartoon- uitgekozen om te gebruiken in de videoclip en op de Facebook-pagina. Het verweer faalt om die reden.

5.4.

Ingevolge artikel 18b Auteurswet wordt voorts niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst beschouwd de openbaarmaking of verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. De kantonrechter is van oordeel dat deze beperking voor het onder 2.2 en 2.3 bedoelde gebruik door [Achternaam gedaagde] niet opgaat. De cartoon is wel een karikatuur van [xxxx]. De cartoon als zodanig is echter niet voorwerp van een karikatuur, parodie of pastiche, maar is in ongewijzigde vorm gebruikt ter ondersteuning van een (andere) karikatuur c.q. parodie van/op [xxxx]. Daarom slaagt ook dit verweer niet.

5.5.

Uit het voorgaande volgt dat het onder 2.2 en 2.3 bedoelde gebruik een inbreuk op het auteursrecht van [Eiser achternaam] oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat [Achternaam gedaagde] deswege schadeplichtig is jegens [Eiser achternaam]. De vraag in hoeverre [Achternaam gedaagde] zich bewust was van deze inbreuk doet daarbij niet ter zake. De inbreuk is aan [Achternaam gedaagde] toe te rekenen, omdat deze krachtens de in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening komt. Het had immers op zijn weg gelegen om, alvorens de cartoon te gebruiken, zich ervan te vergewissen of dit gebruik ook was toegestaan.

5.6.

Ten aanzien van de door [Eiser achternaam] gevorderde materiële schadevergoeding overweegt de kantonrechter als volgt. Krachtens artikel 27 lid 2 Auteurswet kan de rechter de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag. Daarbij is de gederfde licentievergoeding, gebaseerd op in het maatschappelijk verkeer gangbare tarieven, een goed handvat. De kantonrechter acht het gevorderde bedrag, dat door [Eiser achternaam] aan de hand van facturen ter zake van de cartoon deugdelijk is onderbouwd, in dit verband redelijk. Het betreffende verweer van [Achternaam gedaagde] slaagt dus niet. Het gevorderde bedrag van € 1.000,00 zal worden toegewezen.

5.7.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding wegens reputatieschade overweegt de kantonrechter als volgt. Naar het oordeel van de kantonrechter bevat de videoclip van [Achternaam gedaagde] een duidelijk agressieve lading en is de cartoon derhalve gebruikt in een setting waarmee [Eiser achternaam] om zijn moverende - voor de kantonrechter begrijpelijke - redenen niet wenst te worden geassocieerd. Gelet op artikel 6:106 lid 1 sub b BW en rekening houdend met alle omstandigheden, acht de kantonrechter een vergoeding van € 2.500,00 evenredig en billijk.

5.8.

Als ingangsdatum voor de wettelijke rente over de toe te wijzen bedragen zal de kantonrechter op grond van artikel 6:83 sub b BW de datum hanteren van de brief van de gemachtigde van [Eiser achternaam] van 19 maart 2014 waarin hij [Achternaam gedaagde] heeft aangesproken op de auteursrechtinbreuk.

5.9.

Het verzoek van [Achternaam gedaagde] tot matiging van de schadevergoeding zal worden afgewezen. Vooropgesteld wordt dat uit de parlementaire geschiedenis en de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de rechter de bevoegdheid tot matiging met een grote mate van terughoudendheid moet toepassen. [Achternaam gedaagde] heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gesteld dat toewijzing van schadevergoeding kennelijk onaanvaardbare gevolgen voor hem heeft als bedoeld in artikel 6:109 BW. Het betoog van [Achternaam gedaagde]
-wat daar verder ook van zij- dat zijn website niet commercieel is en geen hoog bezoekersaantal heeft, dat hij direct na de sommatie de cartoon heeft vervangen door een zwarte balk en dat hij niet financieel draagkrachtig is, zijn omstandigheden die naar het oordeel van de kantonrechter op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien onvoldoende reden vormen om tot matiging te beslissen, omdat zij naar hun aard niet uitzonderlijk zijn en bovendien voor rekening en risico moeten blijven van [Achternaam gedaagde].

5.10.

[Eiser achternaam] heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en ter zake daarvan een bedrag gevorderd. Hij heeft die kosten niet gespecificeerd terwijl evenmin is gebleken dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten, nu een geding is gevolgd, worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De kantonrechter zal de betreffende vordering dan ook afwijzen.

5.11.

[Achternaam gedaagde] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Omdat [Eiser achternaam] geen kostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv heeft gevorderd, zal de kantonrechter op de gebruikelijke wijze tot vaststelling daarvan zal overgaan. Gelet hierop worden de kosten aan de zijde van [Eiser achternaam] vastgesteld op:

- explootkosten € 93,80

- overige kosten € 1,97

- griffierecht € 219,00

- salaris gemachtigde € 350,00 (2 punten × tarief € 175,00)

totaal € 664,77.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [Achternaam gedaagde] tot betaling aan [Eiser achternaam] van een bedrag groot € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt [Achternaam gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [Eiser achternaam] vastgesteld op € 664,77;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M. Sanna, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 752