Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:6094

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-12-2014
Datum publicatie
10-12-2014
Zaaknummer
18.730328-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 december 2014 een man veroordeeld voor het plegen van seksueel misbruik van twee van zijn zusjes gedurende een periode van meerdere jaren. Zijn zusjes hadden toentertijd de leeftijd van twaalf jaren nog niet bereikt en de handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De man was zelf toen het misbruik begon nog minderjarig. De rechtbank heeft overwogen dat het bewijs dat de man het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend mag worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Om tot een bewezenverklaring te komen dienen de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden niet op zichzelf staan en voldoende steun te vinden in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van beide zusjes voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De rechtbank heeft de man een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden en een werkstraf van 150 uren opgelegd. Tevens is bij de voorwaardelijke jeugddetentie de maatregel hulp en steun uit te voeren door de volwassen reclassering opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77, 244, geldigheid: 2014-12-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730328-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 december 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Pieters, advocaat te Sneek.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door

mr. P.A. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 22 augustus 2011 te Bolsward, (althans) in de gemeente Súdwest-Fryslân, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], hebbende verdachte (meermalen) (telkens) zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of de (blote) vagina en/of billen en/of borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] betast;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot 22 augustus 2011 te Bolsward, (althans) in de gemeente Súdwest-Fryslân, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (meermalen) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten van de (blote) vagina en/of billen en/of borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2].

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen vervangende jeugddetentie;

- oplegging van een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren;

- oplegging van de maatregel hulp en steun, uitgevoerd door Reclassering Nederland.

Beoordeling van het bewijs

Door de raadsman is vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Hij heeft hiertoe onder meer aangevoerd dat verdachte ontkent dat hij met zijn vingers en zijn penis tussen de schaamlippen en in de vagina van zijn zusjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is geweest en dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar onvoldoende steun geven om tot het wettig bewijs van het seksueel binnendringen van hun lichamen te komen.

De rechtbank overweegt het volgende. Volgens artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen in geval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Voor een bewezenverklaring is derhalve van belang dat de essentie van de tenlastelegging - in casu het seksueel binnendringen van de lichamen - voldoende steun vindt in de wettige bewijsmiddelen.

Verdachte heeft bekend dat hij gedurende meerdere jaren seksuele handelingen bij zijn zusjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gepleegd, waarbij een opbouw in de handelingen heeft plaatsgevonden. Het is begonnen met het stoeien met zijn zusjes, waarbij hij over de kleding heen zijn zusjes onzedelijk betastte. Vervolgens betastte hij zijn zusjes onder hun kleding. Hierna kroop hij 's avonds bij zijn zusjes in bed en deed hun broek en/of onderbroekje uit, waarna hij ze bij de vagina betastte. Daarna ging verdachte zover dat hij zijn eigen onderbroek uit deed en met zijn ontblote stijve penis tegen de meisjes aan ging liggen. Vervolgens vroeg hij [slachtoffer 2] zijn penis te betasten en aan zijn penis te likken.

Deze opbouw in de seksuele handelingen blijkt ook uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Zij hebben echter allebei verklaard dat verdachte nog verder is gegaan. Ze hebben beiden verklaard dat verdachte met zijn penis in hun lichaam is geweest en volgens [slachtoffer 1] is hij ook met zijn vingers in haar vagina geweest.

De rechtbank stelt vast dat ieder van de zusjes alleen over de door haar zelf ondergane seksuele handelingen heeft verklaard en geen getuige is geweest van seksueel binnendringen van het lichaam van het andere zusje door verdachte. Van belang is wel dat de verklaringen van de zusjes onderling met elkaar overeenkomen. Ze hebben ook beiden vanaf het moment dat ieder voor zich ermee naar buiten is gekomen consistent over de ondergane seksuele handelingen, inclusief het seksueel binnendringen verklaard, onder ander tegenover hun pleegmoeder. Uit de verklaringen van de zusjes blijkt verder dat zij geen redenen hebben om hun verklaring aan te dikken. Ze hebben beiden geen aangifte tegen verdachte willen doen en [slachtoffer 2] heeft na het informatieve gesprek zelfs geen officiële getuigenverklaring tegen verdachte willen afleggen. [slachtoffer 1] heeft binnen het gezin de reputatie dat ze eerlijk is en verdachte heeft dit ter zitting ook bevestigd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank hun verklaringen betrouwbaar, ook wat betreft het seksueel binnendringen.

Naast het feit dat de verklaringen van de zusjes op dit punt over en weer enigszins steun vinden in elkaar, acht de rechtbank relevant dat de verklaringen van de zusjes met betrekking tot het seksueel binnendringen ook passen bij de door verdachte zelf omschreven opbouw van de seksuele handelingen, waarbij het seksueel binnendringen met de vinger of penis voorkomt als een logische volgende stap bij het jarenlang plaatsgevonden seksueel misbruik. Anders dan de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat zowel de verklaring van [slachtoffer 1] als die van [slachtoffer 2] wat betreft het seksueel binnendringen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen.

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1.

De door verdachte op de terechtzitting van 20 november 2014 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In 2007 voor de zomervakantie ben ik met mijn vader en zusjes naar Nederland gekomen.

Ik heb mijn zusjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in onze woning in Bolsward seksueel misbruikt. [slachtoffer 1] is de oudste van de twee en met haar is het begonnen. [slachtoffer 1] was acht jaar toen het begon. Bij beide meisjes is het begonnen tijdens het stoeien, op een speelse manier pleegde ik seksuele handelingen op de kleding en dit ging langzamerhand steeds verder. Op een gegeven moment ging ik hun billen en borsten onder hun kleding betasten. Dit ging ik steeds vaker doen en het wond mij op. In het begin pleegde ik de seksuele handelingen alleen overdag en later deed ik dit ook 's avonds bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Ik ging dan bij één van hen in bed liggen en ik deed hun broek en/of onderbroekje uit en dan betastte ik hun borsten en billen. Op een gegeven moment ging ik nog een stapje verder en zat ik aan de vagina van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Ik wreef of streek hier overheen met mijn hand. Ik deed dit aan de voorkant van de schaamstreek op de blote huid. Op een gegeven moment ging ik nog iets verder en deed ik ook mijn onderbroek uit. Ik lag dan met mijn ontblote stijve penis tegen [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] aan. Het is een keer gebeurd dat [slachtoffer 2] op mijn verzoek mijn stijve penis heeft vastgepakt en aan mijn penis heeft gelikt. [slachtoffer 2] gaf aan dat ze het smerig vond. Het is ook een keer voorgekomen dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij elkaar in bed lagen. Ik ben toen tussen hen in gaan liggen.

In het begin reageerden mijn zusjes niet op mijn aanrakingen en ondergingen ze het gewoon. [slachtoffer 1] ging op een gegeven moment huilen. Dit was toen het al maanden aan de gang was. [slachtoffer 2] was iets makkelijker en bood minder weerstand. Ik ben met haar ook verder gegaan dan met [slachtoffer 1] en ik ben met haar ook langer doorgegaan dan met [slachtoffer 1]. Met [slachtoffer 1] is het gestopt toen mijn zusjes zeiden dat ik op moest houden. [slachtoffer 1] zat toen nog op de lagere school en had aan een lerares op school over het misbruik verteld. [slachtoffer 1] is over het algemeen een eerlijk meisje. Hierna heb ik nog wel een keer geprobeerd [slachtoffer 1] het toilet in te trekken, maar dit wilde ze niet. De seksuele handelingen met [slachtoffer 2] zijn daarna nog wel doorgegaan. In 2010 heb ik een relatie gekregen. Daarna zijn de seksuele handelingen met [slachtoffer 2] nog ongeveer een jaar doorgegaan. De seksuele handelingen met [slachtoffer 2] vonden ongeveer twee keer zo vaak plaats als de seksuele handelingen met [slachtoffer 1]. In het begin vonden de seksuele aanrakingen ongeveer één keer per week plaats en later ongeveer twee of drie keer in de week.

2.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer PL02R3-2014028996, gesloten op 11 juli 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R3-2014028996-11, d.d. 13 mei 2014, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer 1]:

(V = vraag verbalisant, A = antwoord getuige)

V: Wanneer zijn jullie naar Nederland gekomen?

A: In 2007, 22 mei volgens mij. Ik was toen 7 jaar.

V: Waar kwamen jullie te wonen?

A: In [adres].

V: Over wie kom je hier iets vertellen?

A: Over [verdachte]. Mijn broer ging een beetje raar doen. Hij ging steeds meer aan mij zitten. Het was eerst dat hij met zijn handen ergens aan zat en steeds ging hij verder en verder. Ik was acht jaar. Dat weet ik nog omdat ik jarig was en [verdachte] gaf mij toen een dikke knuffel. Ik ging naar boven. Ik was samen met [slachtoffer 2]. [verdachte] ging toen eerst met zijn vinger over mijn rug. Hij vroeg aan mij of ik bij hem op zijn bed wilde komen liggen. Dat deed ik. Hij hield mij toen vast en na ongeveer twee minuten wilde ik weer weg maar [verdachte] hield mij tegen. Ik vond het raar. Op een gegeven moment kwam [verdachte] steeds vaker mijn kamer binnen en dan deed hij heel raar. Het was alsof hij wachtte op de momenten dat ik alleen was. [verdachte] vroeg aan mij of ik wilde gaan staan. [verdachte] ging dan achter mij staan en streelde met zijn handen over het gedeelte iets boven mijn vagina. Het was over de broek heen. Op een gegeven moment ging hij in mijn broek en dan ging hij bij de vagina. Hij draaide dan met twee vingers rond bij de vagina. [verdachte] ging met twee vingers over de vagina en er iets in, maar niet ver. [verdachte] kwam toen in de nacht. Dan kwam hij bij mij liggen. Dan deed hij mijn broek en onderbroek omlaag en toen deed hij dat met zijn vingers. Hij kwam achter mij liggen en deed zijn arm om mij heen. Daarna draaide hij mij om waardoor ik op de rug kwam te liggen. Toen deed hij mijn broek omlaag en ook mijn onderbroek en ging met zijn vingers met mijn vagina spelen. Daarna gebeurde er weer wat anders. [slachtoffer 2] ging vaak naar beneden en was dan vier of vijf minuten weg. Als zij terugkwam was [verdachte] al weer weg. Op een gegeven moment heeft ze gezegd dat ze wel wist wat [verdachte] allemaal deed want dat had hij ook bij haar gedaan. Dit was toen het ongeveer een half jaar gaande was. Het was door de week als iedereen sliep. [slachtoffer 2] en ik sliepen op een stapelbed. [slachtoffer 2] sliep boven. Later was het dat hij echt in bed kwam liggen. Toen deed hij zijn eigen broek uit en mijn broek uit en toen ging hij met zijn geslachtsdeel in mij. Dat gebeurde een tijdje, twee of drie keer in de week. Het was iedere keer op dezelfde manier. Ik lag op mijn rug en hij ging op mij liggen. Toen deed hij zijn geslachtsdeel in mij. In mijn vagina. Hij ging in en uit mijn vagina. Ik zei dat het pijn deed en ik moest huilen.

Het is ook een keer gebeurd dat [slachtoffer 2] naast mij in bed sliep. Toen kwam [verdachte] één keer voor mij en ook een keer kwam hij voor [slachtoffer 2]. Hij ging op mij liggen. [slachtoffer 2] lag naast mij. Er is toen verder niks gebeurd.

Toen hij voor [slachtoffer 2] kwam toen lagen we hetzelfde. We lagen onder één dekbed. Ik zei tegen [slachtoffer 2] dat [verdachte] nu vast niet zou komen, maar hij kwam wel. [verdachte] schoof toen het dekbed opzij en kwam tussen ons in liggen met de rug naar mij toe.

Het gebeurde steeds minder en op een gegeven moment was hij in de wc en toen trok hij mij in de wc. Hij vroeg mij of hij nog één keer iets mocht doen. Hij zei dat hij er daarna mee op zou houden. Ik zei tegen [verdachte] dat ik dat niet wilde en dat hij moest stoppen, anders zou ik papa roepen. Toen liet [verdachte] mij gaan. Dat was de laatste keer. Ik was ongeveer negen en een paar maanden. Het was in de lente. [slachtoffer 2] heeft mij verteld dat hij in haar is geweest, meer heeft ze niet verteld.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R3-2014028996-10, d.d. 11 april 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten:

Informatief gesprek met [slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2] en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3].

[slachtoffer 2] vertelt:

Het gebeurde in de slaapkamer. [slachtoffer 1] en ik sliepen samen in een bed. Toen kwam hij gewoon een keer. Hij is [verdachte]. Daarna gebeurde het elke dag. Hij riep me naar boven en dan gebeurde het. Het is vaak gebeurd dat hij in me is geweest. Ik was zes jaar toen het gebeurde. Het gebeurde iedere keer wanneer hij de kans kreeg. [verdachte] is in mijn vagina geweest met zijn piemel. Het is vaak gebeurd, twee jaar lang elke week. Ik moest zijn piemel likken, dat was vies. De laatste keer dat hij in mij is geweest is drie jaar geleden.

2.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R3-2014028996-13, d.d. 30 mei 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige]:

(V = vraag verbalisant, A = antwoord getuige, O = opmerking verbalisant)

O: Het is ons bekend dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uit huis geplaatst zijn en op dit moment bij jou wonen.

A: Klopt.

V: Van wie weet jij dat er sprake zou zijn van seksueel misbruik?

A: Ik had het al van Bureau Jeugdzorg gehoord. Verder van hun beiden. Ze hebben op een avond mij alles verteld en daarna druppelend.

[slachtoffer 1] heeft verteld dat [verdachte] haar heeft aangeraakt. [verdachte] is Henryco, hun oudere broer. Ik moest toen doorvragen. Toen bleek ook dat [verdachte] in haar geweest was. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] sliepen op een kamer. [slachtoffer 1] heeft ook verteld dat [verdachte] wel bij hun op de kamer kwam dat hij [slachtoffer 2] ook wel pakte en dat zij gewoon op de kamer moest blijven. Toen [slachtoffer 1] dit vertelde was [slachtoffer 2] erbij. Ze vertelde dit denk ik een week nadat ze bij mij waren. Ik vroeg of hij ook met zijn penis in [slachtoffer 2] was geweest. [slachtoffer 1] zei toen dat dat zo was en dat dat gebeurde als ze op hun slaapkamer waren. [slachtoffer 2] beaamde dit. Ze vertelden eigenlijk over elkaar wat [verdachte] bij hun gedaan had. Ik heb gevraagd hoe vaak het was gebeurd. Ze zeiden dat het meerdere malen per week gebeurde.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen hierna bewezen zal worden verklaard en de rechtbank heeft op grond daarvan de overtuiging bekomen dat verdachte het hierna bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 25 oktober 2007 tot 22 augustus 2011 te Bolsward, in de gemeente Súdwest-Fryslân, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet hadden bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hebbende verdachte meermalen, telkens zijn,

verdachtes, penis en vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en de blote vagina en billen en borsten van die [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] betast.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 13 november 2014, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich over een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van twee van zijn zusjes. Zijn zusjes hadden toentertijd de leeftijd van twaalf jaren nog niet bereikt en de handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verdachte had toen het misbruik begon zelf de leeftijd van veertien jaar.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op een dergelijke grove wijze misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat zijn veel jongere zusjes in hem hadden. Kinderen behoren immers ongestoord en in een sfeer van veiligheid te kunnen opgroeien binnen het gezin. Verdachte heeft met zijn handelwijze bovendien een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de jonge en kwetsbare slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik sterk nadelige psychische en lichamelijke gevolgen van lange duur voor de slachtoffers met zich kan brengen.

Uit de inhoud van het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder voor een seksueel delict met politie en justitie in aanraking is gekomen. Ook is hij nooit eerder voor een ander soort delict veroordeeld.

Door de Raad voor de Kinderbescherming is een onderzoek uitgevoerd en een rapport opgemaakt. Uit dit rapport blijkt dat verdachte een zeer belaste voorgeschiedenis heeft.

Er was sprake van chronische onveiligheid en instabiliteit in zijn opvoedingssituatie en verdachte heeft veel meegemaakt in zijn leven. Hij is onder meer zelf ook misbruikt door een familielid. Vermoedelijk is verdachte een ernstig getraumatiseerde jongen.

Ten aanzien van zijn huidige functioneren kan worden gesteld dat hij niet toekomt aan zijn ontwikkelingstaken. Hij moet nog vaardigheden ontwikkelen om zich zelfstandig staande te houden in de maatschappij. Hij heeft geen dagbesteding, geen inkomen en geen concreet toekomstperspectief. Voorts kampt hij met forse financiële problemen en ontbreekt het hem aan een adequaat ondersteunend en pro sociaal netwerk. Er is geen sprake van een stabiele of passende woonsituatie. Tevens is er sprake van fors alcoholgebruik. Ook ten aanzien van verdachtes geestelijk welbevinden zijn grote zorgen naar voren gekomen. De hulpverlening dient zich te richten op een intensieve behandeling voor het seksueel misbruik gepleegd door verdachte en het seksueel misbruik dat hem is aangedaan. Daarnaast dient de behandeling zich ook te richten op alle andere levensgebieden. Hoewel de kans op herhaling lastig is in te schatten, kan gezien verdachtes omstandigheden de kans op recidive als hoog worden ingeschat.

De Raad adviseert de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als voorwaarde begeleiding in een verplicht kader door de volwassen reclassering, te weten Reclassering Nederland. Deze begeleiding is nodig om de zorgen over verdachtes ontwikkeling en de kans op recidive te ondervangen. Hoewel gezien de complexe situatie een intensief behandeltraject op zijn plaats is, heeft begeleiding in praktische zin prioriteit. De Raad is van mening dat het structureren en adequaat vormgeven van verdachtes dagelijks leven noodzakelijk is, alvorens er stappen kunnen worden gezet om nieuwe vaardigheden en gedragsalternatieven aan te leren. De Raad ziet geen pedagogische meerwaarde in het opleggen van een onvoorwaardelijke straf en contra-indicaties voor het opleggen van een werkstraf zijn er niet.

Gelet op de vele leefgebieden waarin zich problemen voordoen en waaraan verdachte zal moeten gaan werken, volgt de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming in haar advies verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde begeleiding door de volwassen reclassering. De ernst van het feit brengt mee dat niet kan worden volstaan met een voorwaardelijke straf. De rechtbank zal verdachte dan ook tevens een werkstraf opleggen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een werkstraf geen problemen voor het vinden en behouden van een betaalde baan hoeft op te leveren. De rechtbank acht alles afwegende de door de officier van justitie gevorderde strafafdoening passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14d, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z,77aa, 77gg en 244 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 150 uren onbetaalde arbeid. De arbeid moet binnen twaalf maanden zijn verricht.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag inverzekeringstelling.

Een jeugddetentie voor de duur van zes maanden.

Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden, dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt als bijzondere voorwaarden, dat de veroordeelde:

1. zich binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van deze uitspraak meldt bij

Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1, 8933 AJ Leeuwarden;

2. ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze instelling;

3. zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde instelling, ook indien de aanwijzingen inhouden dat verdachte zich verplicht onder behandeling van een bepaalde deskundige of zorginstelling stelt.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M. Jansen en mr. M. Haisma, kinderrechters, bijgestaan door

G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 december 2014.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Haisma

locatie Leeuwarden,

Zandstra-Alkema

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730328-14

proces-verbaal van de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 20 november 2014

Tegenwoordig:

mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M. Jansen en mr. M. Haisma, kinderrechters, en

G.T. Zandstra-Alkema, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. P.A. van der Vliet.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de oudste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de oudste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. Pieters, advocaat te Sneek.

Ter terechtzitting is tevens verschenen mevrouw Van der Meulen namens de Raad voor de Kinderbescherming.

……………………..

De oudste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van donderdag 4 december 2014 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.