Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:588

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2014
Datum publicatie
14-02-2014
Zaaknummer
2643792 - CV EXPL 13-11802-KG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

- geldigheid concurrentiebeding

- belangenafweging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0146

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 2643792 \ CV EXPL 13-11802

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 4 Rv d.d. 11 februari 2014

inzake

[voornaam] [naam werknemer],

wonende te Bakkeveen,

eiser,

gemachtigde: mr. L. Laken-Steehouwer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEZUTEC DRACHTEN B.V.,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. H.J. Funke.

Partijen zullen hierna [naam werknemer] en Mezutec worden genoemd.

Procesverloop

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- producties aan de zijde van [naam werknemer]

- een conclusie van antwoord aan de zijde van Mezutec

- de mondelinge behandeling

- pleitaantekeningen aan de zijde van [naam werknemer]

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1.

Mezutec is een onderneming die gespecialiseerd is op het gebied van bronwaterzuiveringssystemen.

2.2.

[naam werknemer] is op basis van een arbeidsovereenkomst, gedateerd [datum], bij Mezutec in dienst getreden in de functie van [functie]. Het betrof een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 1 jaar, ingaande 3 december 2007 en eindigende 3 december 2008.

2.3.

Artikel 13 van die arbeidsovereenkomst luidt:

Artikel 13: Concurrentie

13.1 Het is de werknemer verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van

Mezutec gedurende zes maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in de

regio, waarin hij gedurende de laatste twaalf maanden van de vervulling van zijn functie

werkzaam is geweest, direct of indirect in dienst te treden bij of op enigerlei wijze

werkzaamheden te verrichten voor een onderneming die gelijke of gelijksoortige

producten vervaardigt, aanbiedt of verhandelt, of die gelijke diensten verleent als

Mezutec doet, of voor eigen rekening gelijke of gelijksoortige werkzaamheden te

verrichten.

13.2 Eveneens is het de werknemer verboden zonder voorafgaande schriftelijke

toestemming van Mezutec gedurende zes maanden na het eindigen van de

arbeidsovereenkomst werkzaam te zijn voor - dan wel zakelijke contacten te hebben

met - relaties van Mezutec, te weten bedrijven, instanties en personen welke op het

moment van het eindigen van deze arbeidsovereenkomst als klant c.q. relatie van

Mezutec kunnen worden aangemerkt, waarbij het onverschillig is of het initiatief daartoe

uitgaat van bedoelde relatie van Mezutec dan wel van de werknemer.

In artikel 14 van de arbeidsovereenkomst is een boetebeding opgenomen.

2.4. Bij schrijven van 26 november 2008 is de arbeidsovereenkomst van [datum] omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De tekst van deze brief luidt:

Hierbij geven wij u te kennen dat:

- uw arbeidsovereenkomst van 3 december 2007 wordt omgezet in een vast dienstverband.

Mocht u vragen of opmerkingen hebben, gelieve u te wenden tot ondergetekende.

2.5. Een door beide partijen op 2 februari 2012 ondertekende "Taakomschrijving [voornaam 1] [naam werknemer]" vermeldt:

• Ondersteunen van de directie van Mezutec Drachten BV en aandragen van

bedrijfsgerichte commerciële oplossingen

• Aansturen van de gehele afdeling Technische Dienst

• Aansturen assemblage medewerkers

• Deelnemen aan diverse beurzen

• Het opstellen van de planning voor de buitendienstmedewerkers

• Telefonisch beantwoorden van allerhande technische vragen

• Afhandelen van klachten

• Inplannen van boringen en of het plaatsen van installaties

• Up to date houden van planbord

• Zorg dragen voor een goede communicatie tussen personeel en leidinggevende

• Bijwonen van diverse vergaderingen

• Alle overige voorkomende werkzaamheden die in het verlengde liggen van uw

functie.

• Eventuele uitbreiding, wijziging van taken geschiedt in onderling overleg.

2.6. In of omstreeks september 2012 hebben partijen gesproken over wijziging van de functie van [naam werknemer] in die van sales manager. De daarbij overgelegde "taakomschrijving Sales manager" luidt:

- Realiseren van verkopen en daarmee het genereren van significant meer omzet in alle

relevante bedrijfstakken binnen Nederland, op basis van door Mezutec geleverde en

nog te leveren adressenbestanden.

- Verkoop vindt plaats middels klantenbezoek, op vakbeurzen of overige door

Mezutec Drachten bv geaccepteerde wijze.

- Voor het afleggen van klantenbezoeken zijn een minimaal dagen van 3,5 a 4 per week

gereserveerd.

- Verdeling van deze dagen en deelname beurzen vindt plaats in overleg met de heer

[naam medewerker].

- Klanten en retourafspraken worden in overleg met u door een ondersteunende

medewerker gemaakt.

- Het behartigen van het after sales traject in de breedste zin van het woord.

- Het opstellen en begeleiden van offertes van de Nederlandse markt en het opvolgen

van die offertes.

- Overige informatie aanvragen ( via mailbox en of binnengekomen post ) worden door

u, in overleg met uw assistent ( e ), verwerkt.

- Het in stand houden en uitbreiden van het Nederlandse dealernetwerk van Mezutec

drachten bv.

- Het opstellen van prijslijsten voor betreffende dealers in overleg met de afdeling

verkoop - directie.

- Op eigen initiatief uitbreiden van de Nederlandse afzetmarkt binnen door u aan te

dragen sectoren.

- Opstellen plannen van aanpak voor vakbeurzen en verdere verwerking en opvolging

van betreffende beurzen in overleg met uw assistente en afdeling verkoop.

- Opstellen van advertentiecampagnes in vakbladen, in overleg met de directie.

- Het onder uw begeleiding laten verzorgen van mailingen in diverse regio’s binnen

Nederland door uw assistent ( e ).

- Het administreren en opvolgen van uw afspraken volgens het algemeen reglement.

Tot uw takenpakket behoren eveneens, alle overige voorkomende werkzaamheden, die in het

verlengde liggen van uw functie in de breedste zin van het woord.

Eventuele uitbreiding, van taken geschiedt in onderling overleg.

2.7. Met ingang van 1 oktober 2012 is de functie van [naam werknemer] gewijzigd in die van sales manager Nederland. De bijbehorende brief van 2 oktober 2012 luidt (voor zover van belang):

Naar aanleiding van diverse gesprekken brief bevestigen wij dat u met ingang van 1 oktober 2012 werkzaam zult zijn in de functie van sales manager Nederland.

Graag feliciteren wij u met deze nieuwe stap binnen ons bedrijf.

Voor een omschrijving van de gemaakte afspraken en taken verwijzen wij u naar bijgesloten bijlage.

Alle overige bepalingen in de met u gesloten arbeidsovereenkomst blijven onverminderd van kracht.

2.8. In de bijlage bij de brief van 2 oktober 2012 wordt geen melding gemaakt van een concurrentiebeding. Wel zijn partijen een provisieregeling overeengekomen.

2.9. [naam werknemer] is op 24 juni 2013 per direct geschorst. Deze schorsing is met ingang van 5 juli 2013 opgeheven. In de periode 5 juli 2013 tot en met 26 juli 2013 heeft [naam werknemer] niet gewerkt in verband met vakantie en/of ziekte. Vanaf 26 juli 2013 is [naam werknemer] vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden met behoud van salaris.

2.10 De arbeidsovereenkomst tussen Mezutec en [naam werknemer] is bij beschikking van de kantonrechter van 4 december 2013 met ingang van 5 december 2013 ontbonden, zonder toekenning van een vergoeding.

2.11. Remon is een onderneming die actief is in dezelfde branche als Mezutec. [naam werknemer] kan als hoofd verkoop bij Remon in dienst treden.

De vordering

3.1 [naam werknemer] vordert:

Primair:

I. te bepalen dat het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding,

opgenomen in artikel 13.1 en 13.2 van de arbeidsovereenkomst d.d. [datum]

[datum] niet meer geldend is tussen partijen, doordat het is komen te vervallen bij de

omzetting d.d. 26 november 2008 van de arbeidsovereenkomst van [naam werknemer] naar een

vast dienstverband, danwel doordat het is komen te vervallen bij de

functiewijziging d.d. 1 oktober 2012;

danwel

II. het concurrentiebeding, voorzover dit geldend is tussen partijen, nietig te

verklaren, althans te vernietigen en buiten toepassing te verklaren, danwel te

matigen qua duur tot 24 december 2013 en qua omvang te matigen tot het

bepaalde in artikel 13.2 van de arbeidsovereenkomst d.d. [datum],

danwel dat het concurrentiebeding, voorzover dit geldend is tussen partijen, wordt

gematigd op een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen wijze;

Subsidiair:

III. de werking van het concurrentiebeding, opgenomen in artikel 13.1 en 13.2 van de

arbeidsovereenkomst d.d. [datum], voorzover dit geldend is tussen

partijen, te schorsen totdat in een bodemprocedure over het geschil zal zijn beslist;

danwel

IV. de werking van het concurrentiebeding, opgenomen in artikel 13.1 van de

arbeidsovereenkomst d.d. [datum], voorzover dit geldend is tussen

partijen, te schorsen totdat in een bodemprocedure over het geschil zal zijn beslist;

Meer subsidiair:

V. voor zover het concurrentiebeding in stand wordt gelaten, te bepalen, dat Mezutec

aan de heer [naam werknemer] een bedrag ad € 1.412,75 bruto per maand dient

te betalen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en bij wijze van voorschot, over de

periode vanaf 5 december 2013 tot en met 4 juni 2014, althans een zodanig bedrag

en voor zulke duur als in billijkheid zal worden vastgesteld;

Proces- en nakosten:

VI. Mezutec te veroordelen in de kosten van deze procedure alsmede in

de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, in

alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente in zoverre betaling binnen

veertien na het te dezen te wijzen vonnis uitblijft.

3.2.

[naam werknemer] stelt zich primair op het standpunt dat het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding niet meer geldend is, nu dat noch bij de omzetting van de arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, noch bij de functiewijziging, opnieuw is overeengekomen. Dit was wel een vereiste, nu bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst voor hem niet was te voorzien dat hij in 2012 de functie van sales manager zou gaan vervullen. Het concurrentiebeding is door de functiewijziging onredelijk zwaarder op hem gaan drukken.

[naam werknemer] heeft, zo stelt hij voorts, belang bij duidelijkheid over de vraag of het beding nog geldig is en vordert, voor het geval het concurrentiebeding nog wel geldend is, het beding nietig te verklaren, te vernietigen of te matigen.

3.3.

Voor het geval het concurrentiebeding nog wel van kracht is, stelt [naam werknemer] zich op het standpunt dat zijn belang om niet aan het concurrentiebeding te worden gehouden zwaarder weegt dan het belang van Mezutec om het concurrentiebeding te kunnen handhaven. [naam werknemer] is feitelijk vanaf 24 juni 2013 niet meer werkzaam geweest voor Mezutec, zodat de termijn van zes maanden op 24 december 2013 reeds was verstreken. Mezutec heeft daardoor feitelijk een periode van zes maanden gehad om haar belangen te beschermen. [naam werknemer] heeft belang bij schorsing van het concurrentiebeding. Hij ontvangt thans een WW-uitkering. Hem is door Remon een nieuwe baan voor onbepaalde tijd is aangeboden in de functie van hoofd verkoop. Indien [naam werknemer] door Mezutec aan het concurrentiebeding wordt gehouden, kan hij dit aanbod niet aanvaarden, waardoor hij ernstig in zijn (financiële) belangen wordt geschaad.

3.4.

Meer subsidiair maakt [naam werknemer] op grond van het bepaalde in artikel 7:653 lid 4 BW aanspraak op een vergoeding ter hoogte van het verschil tussen het door Remon aangeboden salaris en de thans door [naam werknemer] ontvangen WW-uitkering.

Het verweer

4.1.

Mezutec heeft ten verwere aangevoerd dat het primair gevorderde het karakter van een voorlopige voorziening ontbeert. Mezutec wijst hierbij op het arrest van de Hoge Raad van 29 juli 1996 (NJ 1966, 301). Bovendien heeft [naam werknemer] er, zo stelt Mezutec, geen belang bij dat het beding nietig wordt verklaard, wordt vernietigd of gematigd, nu het beding volgens [naam werknemer] niet meer geldig is.

4.2.

Voorts stelt Mezutec ten verwere dat het beding nog van kracht is en ook in volle omvang van kracht dient te blijven. Het belang van Mezutec bij handhaving van het beding is groter dan het belang van [naam werknemer] bij schorsing daarvan.

De beoordeling

- spoedeisend belang -

5.1.

De kantonrechter is van oordeel dat met de aard van de vordering de spoedeisendheid is gegeven.

- de geldigheid van het concurrentiebeding -

5.2.

Op grond van artikel 7:653 lid 1 BW is een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, slechts geldig, indien de werkgever dit schriftelijk is overeengekomen met de werknemer.

In het onderhavige geval staat vast dat partijen uitsluitend bij de indiensttreding van [naam werknemer] in 2007 in de functie van [functie], schriftelijk zijn overeengekomen dat [naam werknemer] aan het in die arbeidsovereenkomst neergelegde concurrentiebeding was gebonden.

5.3.

Indien een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak wordt voortgezet, behoudt het bij de eerste overeenkomst schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding in beginsel zijn geldigheid, tenzij een gewijzigde arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. (vgl. Hof Den Bosch, 7 juni 2011, JAR 2011;206 en Hof Arnhem, 21 augustus 2012, ECLI: NL:GHARN:2012:BX4721)). Voor zover [naam werknemer] heeft betoogd dat reeds bij het omzetten van de arbeidsovereenkomst van [datum] in een vast dienstverband, het concurrentiebeding is vervallen, kan hij niet in zijn stellingen worden gevolgd, nu [naam werknemer] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bij de verlenging van de arbeidsovereenkomst sprake is geweest van een (ingrijpende) wijziging in de arbeidsverhouding, die ertoe noopte dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moest worden overeengekomen. [naam werknemer] bleef immers, zo begrijpt de kantonrechter de stellingen van partijen, de functie van [functie] ongewijzigd vervullen.

5.4.

Indien de wijziging van de functie gedurende de loop van de arbeidsovereenkomst van zo ingrijpende aard is dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, dan stelt de Hoge Raad de eis dat een dergelijk beding opnieuw moet worden gesloten (HR 9 maart 2979, NJ 1979,/497). De enkele vaststelling dat de functie ingrijpend is gewijzigd is niet voldoende om het concurrentiebeding wegens strijd met het schriftelijkheidsvereiste ongeldig te achten, tevens moet worden vastgesteld dat het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Daarvan kan sprake zijn indien de functiewijziging na een eventuele beëindiging van het dienstverband van de werknemer bij handhaving van een concurrentiebeding een belemmering voor hem zal vormen om een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden (HR 5 januari 2007, LJN AZ2224). Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft [naam werknemer] voldoende aannemelijk gemaakt dat het concurrentiebeding met de wijzing van de functie van [naam werknemer] van [functie] in die van sales manager Nederland is gewijzigd en dat het concurrentiebeding door deze functiewijziging onredelijk zwaarder op hem is gaan drukken. Als [functie] was [naam werknemer] immers bezig met het inplannen van monteurs van Mezutec voor onderhoud- en serviceafspraken en voor het plaatsen van nieuwe installaties vanuit de vestiging van Mezutec in Drachten. Mezutec heeft weliswaar betoogd dat [naam werknemer] zich ook als [functie] bezig hield met de verkoop van producten, doch zulks blijkt niet uit de door beide partijen op 2 februari 2012 ondertekende taakomschrijving [voornaam 1] [naam werknemer]. De kantonrechter acht dan ook niet aannemelijk dat de verkoopactiviteiten een wezenlijk onderdeel uitmaakten van de functie van [naam werknemer].

De functie van [functie] was naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter een geheel andere dan die van sales manager, waarbij [naam werknemer] verkopen diende te realiseren en omzet diende te genereren in geheel Nederland. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is evident dat bij een dergelijke functiewijziging van een uitvoerende functie naar een commerciële functie, waarbij de contacten met relaties in essentie wijzigen, het concurrentiebeding zwaarder gaat drukken. Tevens kent de kantonrechter daarbij betekenis toe aan het feit dat voldoende aannemelijk is geworden dat de wijziging van de arbeidsverhouding redelijkerwijs voor [naam werknemer] niet was te voorzien toen hij als [functie] bij Mezutec in dienst trad. Dat het van aanvang aan bekend was dat [naam werknemer] ook verkoopactiviteiten zou gaan verrichten, is immers niet gebleken. Een en ander betekent dat zeker niet kan worden uitgesloten dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat er tussen partijen geen geldig concurrentiebeding (meer) bestaat.

5.5.

De kantonrechter is echter voorts van oordeel dat de aard van de onderhavige procedure zich niet leent voor het geven van een declaratoire of constitutieve beslissing. De kantonrechter ziet in het door [naam werknemer] gestelde ook geen aanleiding om hiervan af te wijken. Hieruit volgt dat [naam werknemer] in zijn primaire vordering, strekkende tot een verklaring voor recht dat het concurrentiebeding niet meer geldig is, danwel het beding nietig te verklaren, te vernietigen of te matigen, niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

- de belangenafweging -

5.6.

De kantonrechter begrijpt de stellingen van [naam werknemer] aldus, dat de (meer) subsidiaire vorderingen voorwaardelijk zijn, namelijk voor het geval het concurrentiebeding tussen partijen nog wel werking heeft. Met betrekking tot die voorwaardelijke vorderingen overweegt de kantonrechter als volgt.

5.7.

Op grond van artikel 7:653 lid 2 BW kan de kantonrechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen op grond dat in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. In het kader van een voorlopige voorzieningprocedure kan dit leiden tot schorsing van het concurrentiebeding.

5.8.

Naar het voorlopig oordeel dient het belang van Mezutec bij bescherming van haar bedrijfsdebiet te prevaleren bij het belang van [naam werknemer] om in dienst te treden bij, naar Mezutec onweersproken heeft gesteld, de grootste concurrent van Mezutec, en wel in de functie van hoofd verkoop. De kantonrechter overweegt daartoe dat Mezutec voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [naam werknemer], die bij Mezutec laatstelijk werkzaam was in de functie van sales manager Nederland, weet welke producten Mezutec verkoopt, tegen welke prijs en aan welke klanten, wanneer onderhoudscontracten zijn afgesloten en wanneer deze zijn afgelopen. [naam werknemer] kan de bij Mezutec opgedane kennis en ervaring direct danwel indirect aanwenden in zijn nieuwe functie als hoofd verkoop bij Remon. Mezutec heeft er naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een zwaarwegend belang bij dat [naam werknemer] wordt gehouden aan het voor hem geldende concurrentiebeding. Weliswaar heeft [naam werknemer] vanaf 24 juni 2013 geen werkzaamheden meer voor Mezutec verricht, doch de arbeidsovereenkomst tussen partijen duurde nog wel voort. Bovendien bestond er voor Mezutec op dat moment nog geen zekerheid dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen tot een einde zou komen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Mezutec er belang bij dat zij tot het einde van het concurrentiebeding, zijnde 5 juni 2014, maatregelen kan treffen om haar bedrijfsdebiet te beschermen. Dat [naam werknemer], zoals hij heeft betoogd, ook na 5 juni 2014 over die kennis beschikt, maakt dit niet anders. Ook dan dient [naam werknemer] zich te onthouden van onrechtmatige concurrentie. Het is dan echter (bewijstechnisch) lastiger voor Mezutec om [naam werknemer] daarop aan te spreken.

[naam werknemer] heeft (uiteraard) belang bij het verwerven van inkomen en bij participatie aan het arbeidsproces. Dat het voor [naam werknemer] echter niet mogelijk is om werkzaam te zijn en in zijn inkomen te voorzien anders dan door indiensttreding bij de (grootste) concurrent van Mezutec in een vergelijkbare functie, heeft [naam werknemer] echter geenszins aannemelijk gemaakt. Dit belang van [naam werknemer] dient daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter te wijken voor het belang van Mezutec.

5.9.

Uit het vorengaande volgt dat nu er naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter in een bodemprocedure waarschijnlijk geen gehele of gedeeltelijke vernietiging zal plaatsvinden, er geen aanleiding bestaat het concurrentiebeding te schorsen. De subsdiaire vorderingen van [naam werknemer] zullen dan ook worden afgewezen.

- vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW -

5.10.

Op grond van het vierde lid van artikel 7:653 BW kan de rechter, indien een concurrentiebeding de werknemer in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn, bepalen dat de werkgever voor de duur van de beperking aan de werknemer een vergoeding moet betalen.

Uit hetgeen hiervoor reeds is overwogen volgt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de vordering van [naam werknemer] tot betaling van een vergoeding zal worden afgewezen, nu [naam werknemer] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in belangrijke mate belemmert wordt om anders dan in dienst van Mezutec werkzaam te zijn.

- proceskosten -

5.11.

[naam werknemer] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Mezutec begroot op € 400,- (2 punten x tarief € 200,-).

Beslissing

De kantonrechter:

Rechtdoende in kort geding

verklaart [naam werknemer] niet-ontvankelijk in zijn primaire vorderingen;

wijst de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [naam werknemer] af;

veroordeelt [naam werknemer] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Mezutec begroot op

€ 400,-;

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A. van der Meer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41