Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5484

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-10-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
18.920145-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij zich in korte tijd twee keer schuldig heeft gemaakt aan het in het bezit hebben van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf verder rekening met het feit dat in verdachtes handelen wèl een dealer-indicatie ligt besloten, ook al zag verdachte zijn handelen zelf als vriendendienst.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.920145-14

Parketnummer: 18.015769-14 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 28 oktober 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I.[plaats],[adres] te [plaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 14 oktober 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 4 juni 2014 tot en met 26 juli 2014 in de gemeente Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

- cocaïne en/of

- MDMA en/of

- GHB en/of

- amfetamine,

zijnde cocaïne en/of MDMA en/of GHB en/of amfetamine (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2. hij op of omstreeks 3 juni 2014, in de gemeente Hoogeveen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

- cocaine en/of

- MDMA en/of

- amfetamine en/of

- GHB

zijnde cocaine, MDMA, amfetamine en/of GHB (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlasteleggingen worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. P. van der Vliet acht hetgeen aan de verdachte onder 1 en onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

Zij vordert een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de dagen in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, hetgeen mede zal inhouden een meldingsgebod, een ambulante behandeling bij de AFPN en/of Verslavingszorg Noord Nederland of soortgelijke ambulante behandeling en een alcohol- en drugsverbod.

Tenslotte vordert de officier van justitie de toewijzing van zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 28 april 2014.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren, heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van de feiten 1 en 2 volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

t.a.v. van het onder 1 tenlastegelegde:

1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober

2014.

2. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Eenheid Noord-

Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, registratienummer

PL033V-2014058155 d.d. 28 juli 2014, met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014058155-6 d.d. 26 juli 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (pagina’s 52 en 53);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014058155-4 d.d. 27 juli 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van de [verbalisant 3] (pagina’s 54 t/m 56);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014058155-13 d.d. 26 juli 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van de [verbalisant 4] (pagina’s 57 t/m 58);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland, District Drenthe, Unit Zuid West, proces-verbaalnummer 2014058155 d.d. 27 juli 2014, houdende de verklaring van de verdachte (pagina’s 79 t/m 84).

t.a.v. van het onder 2 tenlastegelegde:

3. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober

2014.

4. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Eenheid Noord-

Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, registratienummer

PL033V-2014067490 Z d.d. 27 augustus 2014, met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014042998-8 d.d. 4 juni 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van de [verbalisant 5] (pagina’s 17 en 18);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014043090-6 d.d. 4 juni 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van de [verbalisant 6] (pagina’s 19 en 20);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2014043090-5 d.d. 4 juni 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen, met bijbehorende fotobladen, van de [verbalisant 6] (pagina 26, fotobladen pagina’s 27 t/m 31);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van Politie Eenheid Noord-Nederland, Divisie Recherche Ondersteuning SSC, Unit Forensisch-Technische Expertise, proces-verbaalnummer PL03N3 2014043090-6 d.d. 4 juni 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 7], [verbalisant 8] en [verbalisant 9] (pagina’s 32 t/m 37);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, CT Midden-Drenthe/Hoogeveen-Oost, Basiseenheid Midden-Drenthe/Hoogeveen-Oost, BVH-nummer 2014043090 d.d. 5 juni 2014, houdende de verklaring van de verdachte (pagina’s 38 t/m 41).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 26 juli 2014 in de gemeente Hoogeveen opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

- cocaïne en

- MDMA en

- GHB en

- amfetamine,

zijnde cocaïne en MDMA en GHB en amfetamine middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2. hij op 3 juni 2014, in de gemeente Hoogeveen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

- cocaïne en

- MDMA en

- amfetamine en

- GHB,

zijnde cocaïne, MDMA, amfetamine en GHB telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 en onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. De rechtbank acht met name niet bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode de daarin genoemde middelen heeft verhandeld.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

2. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; het pleidooi van de raadsman van de verdachte; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 september 2014, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld, ook terzake van soortgelijke feiten.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 12 maanden met aftrek van de dagen in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, hetgeen mede zal inhouden een ambulante behandeling bij de AFPN en/of Verslavingszorg Noord Nederland en/of soortgelijke ambulante behandeling en een alcohol- en drugsverbod.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat zij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.

Verdachte heeft verklaard zich te zullen houden aan de door de officier van justitie geformuleerde voorwaarden.

De rechtbank overweegt het volgende.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij zich in korte tijd twee keer schuldig heeft gemaakt aan het in het bezit hebben van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de drugs niet alleen voor zichzelf aanschafte. Hij kocht en verstrekte deze drugs ook op verzoek aan diverse vrienden en kennissen, die hem het geld daarvoor hadden voorgeschoten.

Het is een feit van algemene bekendheid dat verdovende middelen grote schade toebrengen aan het sociaal-maatschappelijk functioneren van diegenen die daaraan verslaafd zijn. Bovendien brengt de verslavingsproblematiek en de daarmee samenhangende criminaliteit van drugsgebruikers mee dat aan de maatschappij jaarlijks grote schade wordt berokkend. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf verder rekening met het feit dat in verdachtes handelen wèl een dealer-indicatie ligt besloten, ook al zag verdachte zijn handelen zelf als vriendendienst.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank tenslotte rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het reclasseringsadvies van Verslavingszorg Noord Nederland van 11 augustus 2014.

De rechtbank acht in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden de deels voorwaardelijk straf, met de bijzondere voorwaarden, zoals door de officier van justitie gevorderd passend en geboden.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/07.651131-12

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, d.d. 28 april 2014, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde gevangenisstraf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 14g, 14h, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan een gedeelte groot 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren;

De rechtbank beveelt, dat het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich binnen 14 dagen nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden zal melden bij de reclassering Verslavingszorg Noord Nederland te Hoogeveen en zich zal houden aan alle hem door de reclassering te geven aanwijzingen, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde, en zich gedurende door de reclasseringsorganisatie bepaalde perioden zal blijven melden zo frequent als de reclassering deze perioden nodig acht;

- verplicht zal deelnemen aan een ambulante behandeling bij de AFPN en/of Verslavingszorg Noord Nederland en/of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelbaar zullen worden gegeven;

- zich volledig zal onthouden van het gebruik van drugs en alcoholhoudende drank;

- zal meewerken aan eventuele controles op het gebruik van drugs en/of alcohol, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.015769-14

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 28 april 2014 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. J.G. de Bock en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 oktober 2014.