Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5476

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-10-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
18.920079-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zonder enige aanleiding weerloze dieren zodanig toegetakeld dat zij daaraan zijn overleden. Verdachte heeft op diverse kinderboerderijen alsmede bij particulieren thuis kippen en hanen gedood en heeft deze in stukken verspreid

achtergelaten. Dit heeft tot gevolg gehad dat medewerkers van de kinderboerderijen, eigenaars en toevallige passanten, waaronder kinderen, ongewild toeschouwer waren en ook konden worden van deze gruweldaden. Het dierenleed dat verdachte heeft veroorzaakt strijdt met de kindvriendelijke omgeving van een kinderboerderij, hetgeen bij kinderen tot verdriet en verwarring kan leiden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.920079-14

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 30 september 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te Assen,

thans verblijvende in P.I. [plaats],

[adres] te [plaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 30 september 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 14 maart 2014 tot en met 24 april 2014 te Assen (telkens) zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij een of meer dier(en) (pluimvee en/of (een) konijn(en)), (telkens) pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat/die dier(en) heeft benadeeld,

hebbende verdachte op/in of omstreeks onderstaande datum/periode de/het daarbij genoemde dier(en), toebehorende aan de eveneens daarbij genoemde eigenaar/eigenaren, door het scheiden van kop en romp en/of door verwurging en/of door vermorzeling/vertrapping en/of door vuur en/of door slaan en/of door anderszins gewelddadig handelen gedood en/of verminkt en/of mishandeld, in ieder geval die/dat dier(en) pijn en/of letsel veroorzaakt, dan wel de gezondheid en/of het welzijn van die/dat dier(en) benadeeld (de paginanummers van de aangiften zijn vermeld vóór de gedachtenstreepjes):

37 - 14 maart 2014 t/m 15 maart 2014, een of meer kip(pen) en/of een of meer ha(a)n(en), kinderboerderij [benadeelde 1] en/of

59 - 29 maart 2014 t/m 30 maart 2014, een of mee konijn(en)en/of een of meer kuiken(s), kinderboerderij [benadeelde 2] en/of

74 - 30 maart 2014 t/m 31 maart 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 3] en/of

86 - 1 april 2014, een kip, [benadeelde 5] en/of

104 - 6 april 2014, een kip, [benadeelde 3] en/of

112 - 7 maart 2014 t/m 6 april 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 4] en/of

135 - 5 april 2014 t/m 6 april 2014, een kip en/of een haan, [benadeelde 6] en/of

144 - 8 april 2014, een kip, [benadeelde 7] en/of

151 - 11 april 2014, een gans, althans een zwaan, [benadeelde 3] en/of

153 - 23 april 2014 t/m 24 april 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 8];

2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 14 maart 2014 tot en met 24 april 2014 te Assen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een of meer dier(en) (pluimvee en/of (een) konijn(en)), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft gedood en/of beschadigd, hebbende verdachte op/in of omstreeks onderstaande datum/periode de/het daarbij genoemde dier(en) gedood en/of beschadigd, welk(e) dier(en) toebehoorde(n) aan de hierna te noemen rechthebbende(n) (de paginanummers van de aangiften zijn vermeld vóór de gedachtenstreepjes):

37 - 14 maart 2014 t/m 15 maart 2014, een of meer kip(pen) en/of een of meer ha(a)n(en), kinderboerderij [benadeelde 1] en/of

59 - 29 maart 2014 t/m 30 maart 2014, een of mee konijn(en)en/of een of meer kuiken(s), kinderboerderij [benadeelde 2] en/of

74 - 30 maart 2014 t/m 31 maart 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 3] en/of

86 - 1 april 2014, een kip,[benadeelde 5] en/of

104 - 6 april 2014, een kip, [benadeelde 3] en/of

112 - 7 maart 2014 t/m 6 april 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 4] en/of

135 - 5 april 2014 t/m 6 april 2014, een kip en/of een haan, [benadeelde 6] en/of

144 - 8 april 2014, een kip,[benadeelde 7] en/of

151 - 11 april 2014, een gans, althans een zwaan, [benadeelde 3] en/of

153 - 23 april 2014 t/m 24 april 2014, een of meer kip(pen), [benadeelde 8];

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlasteleggingen worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Tromp acht hetgeen aan de verdachte onder 1 en onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank de verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 301 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte groot 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht, een verplichte klinische opname in de F.P.K. Assen of soortgelijke forensische psychiatrische kliniek, een eventuele overbruggingsplaatsen, en een drugs- en alcoholverbod met controle daarop.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal bepalen dat de te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Verder vordert de officier van justitie de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 5] en Kinderboerderij[benadeelde 2] tot respectievelijk een bedrag van € 205,00 en een bedrag van € 45,00 en met telkens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van dit feit volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1. de bekennende verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 september

2014.

2. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Eenheid Noord- Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, Registratienummer PL031V-2014045392 Z, d.d. 12 juni 2014 met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014024957-1 d.d. 8 april 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 1], (pagina’s 37 en 38);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014024634-1 d.d. 30 maart 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 2], (pagina’s 59 en 60);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014024913-1 d.d. 31 maart 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 3], (pagina’s 74 t/m 76);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014025340-5 d.d. 9 april 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 5], (pagina’s 86 t/m 88);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014026593-1 d.d. 8 april 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 3], (pagina’s 104 en 105);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014026893-2 d.d. 10 april 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 4], (pagina’s 112 t/m 114);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland, Divisie O.D., Unit Justitiële Taken, proces-verbaalnummer PL038 K-2014031679-1 d.d. 24 april 2014, houdende de aangifte van [benadeelde 8], (pagina’s 153 en 154).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het hem onder 1 en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 14 maart 2014 tot en met 24 april 2014 te Assen telkens zonder redelijk doel en met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij dieren (pluimvee en konijnen), telkens pijn en letsel heeft veroorzaakt en de gezondheid en het welzijn van die dieren heeft benadeeld,

hebbende verdachte op/in onderstaande datum/periode de daarbij genoemde dieren, toebehorende aan de eveneens daarbij genoemde eigenaren, door het scheiden van kop en romp en/of door verwurging en/of door vermorzeling/vertrapping en/of door vuur en/of door slaan en/of door anderszins gewelddadig handelen gedood of verminkt of mishandeld, te weten:

- 14 maart 2014 t/m 15 maart 2014, kippen en een haan, kinderboerderij [benadeelde 1] en

- 29 maart 2014 t/m 30 maart 2014, konijnen en kuikens, kinderboerderij[benadeelde 2] en

- 30 maart 2014 t/m 31 maart 2014, kippen, [benadeelde 3] en

- 1 april 2014, een kip, [benadeelde 5] en

- 6 april 2014, een kip, [benadeelde 3] en

- 7 maart 2014 t/m 6 april 2014, kippen,[benadeelde 4] en

- 23 april 2014 t/m 24 april 2014, kippen, [benadeelde 8];

2. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 14 maart 2014 tot en met 24 april 2014 te Assen telkens opzettelijk en wederrechtelijk dieren (pluimvee en konijnen), telkens toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft gedood en/of beschadigd, hebbende verdachte op/in of omstreeks onderstaande datum/periode de daarbij genoemde dieren gedood of beschadigd, welke dieren toebehoorden aan de hierna te noemen rechthebbenden, te weten:

- 14 maart 2014 t/m 15 maart 2014, kippen en een haan, kinderboerderij[benadeelde 1] en

- 29 maart 2014 t/m 30 maart 2014, konijnen en kuikens, kinderboerderij [benadeelde 2] en

- 30 maart 2014 t/m 31 maart 2014, kippen, [benadeelde 3] en

- 1 april 2014, een kip, [benadeelde 5] en

- 6 april 2014, een kip, [benadeelde 3] en

- 7 maart 2014 t/m 6 april 2014, kippen, [benadeelde 4] en

- 23 april 2014 t/m 24 april 2014, kippen, [benadeelde 8];

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 en onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

Ad. 1: Overtreding van een gedraging in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 36, eerste lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 122 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Ad 2: Opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, doden en/of beschadigen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 350, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 24 juli 2014, opgemaakt door mevr. drs. P.A. de Mon, psychiater te Leeuwarden en vast gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van afhankelijkheid van verschillende middelen. levens is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline, antisociale en narcistische trekken.

Gezien het feit dat er sinds jaren sprake is van verslavingsproblematiek en gezien de duurzaamheid van een persoonlijkheidsstoornis, was van beide diagnosen ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde en beïnvloedde de gedragskeuzes c.q. gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde en wel zodanig dat het tenlastegelegde daaruit mede verklaard kan worden.

De gebrekkige impulscontrole, het uitageren van agressie, de gevoeligheid voor krenking en de moeite met onveiligheid maken allemaal onderdeel uit van de psychopathologie van verdachte en werden getriggerd ten tijde van het tenlastegelegde.

Vanuit de persoonlijkheidsstoornis en het middelengebruik ten tijde van het tenlastegelegde, is verdachte ondanks het gegeven dat hij de wederrechtelijkheid van het tenlastegelegde, indien bewezen, kan inzien, minder dan de gemiddelde Nederlander in staat grip op zichzelf te houden en zijn wil in alle vrijheid te bepalen. Verdachte dient dan ook met betrekking tot de tenlastegelegde feiten, indien bewezen, als (licht) verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 29 juli 2014, opgemaakt door mevr. drs. H.K. Meijer, GZ-psycholoog te Assen en vast gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Bij verdachte is sprake van ernstige afhankelijkheid van diverse middelen. Tevens is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline, obsessieve en antisociale trekken.

Ten tijde van de tenlastelegging was sprake van de genoemde gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis en deze beïnvloedden verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden.

Verdachte verkeerde tijdens de tenlastelegging zwaar onder invloed van harddrugs, in een voortdurende staat van verwarring, ressentiment en in het grensgebied van irrealiteit met een drang tot doden van kippen. Uiteindelijk kon hij zich niet langer beheersen en ageerde hij op een sadistische wijze zijn almachtfantasie uit.

Verdachte kan ten aanzien van de tenlastelegging verminderd toerekeningsvatbaar geacht worden gezien zijn stoornissen en gebrekkige ontwikkeling, die hem belet hebben zich te onttrekken aan de zich aan hem opdringende gedachtes waardoor hij zich niet kon beheersen. Zowel de borderline gemoedstoestand met ressentiment en mislukking en de inname van verschillende heftige drugs waardoor hij zich veelvuldig in een irreële wereld waande maakten dat hij zijn impulsen niet meer onder controle had en zich een alfa waande in gevecht met zwakkeren.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies van de psychiater en de psycholoog en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Informatiedienst, afdeling justitiële documentatie en informatiebeheer d.d. 27 augustus 2014.

De officier van justitie heeft primair gevorderd een gevangenisstraf veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 301 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte groot 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht, een verplichte klinische opname in de F.P.K. Assen of soortgelijke forensische psychiatrische kliniek, een eventuele overbruggingsplaatsen, en een drugs- en alcoholverbod met controle daarop.

De raadsman van verdachte heeft onder meer gesteld dat aan verdachte op 1 oktober 2014 in de FPK Assen kan worden opgenomen en heeft gesteld dat de door de officier van justitie geformuleerde eis passend is en heeft zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij behandeling nodig heeft en bereid is de benodigde klinische behandeling in de FPK Assen te ondergaan.

De rechtbank overweegt dat het bewezen verklaarde ernstige feiten betreffen die op zich een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Verdachte heeft zonder enige aanleiding weerloze dieren zodanig toegetakeld dat zij daaraan zijn overleden. Verdachte heeft op diverse kinderboerderijen alsmede bij particulieren thuis kippen en hanen gedood en heeft deze in stukken verspreid

achtergelaten. Dit heeft tot gevolg gehad dat medewerkers van de kinderboerderijen, eigenaars en toevallige passanten, waaronder kinderen, ongewild toeschouwer waren en ook konden worden van deze gruweldaden. Het dierenleed dat verdachte heeft veroorzaakt strijdt met de kindvriendelijke omgeving van een kinderboerderij, hetgeen bij kinderen tot verdriet en verwarring kan leiden.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Informatiedienst, afdeling justitiële documentatie en informatiebeheer d.d. 27 augustus 2014, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland te Groningen van 12 september 2014, het psychiatrisch rapport van drs. De Mon van 24 juli 2014, en het psychologisch rapport van drs. Meijer van 29 juli 2014.

De rechtbank acht in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden de deels voorwaardelijk straf, met de bijzondere voorwaarden, zoals door de officier van justitie gevorderd passend en geboden, echter met dien verstande dat de rechtbank de proeftijd verbonden aan het voorwaardelijk deel van voorwaardelijke gevangenisstraf zal bepalen op 3 jaren.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De officier van justitie heeft gelet op artikel 14e Wetboek van Strafrecht gevorderd, dat de rechtbank zal bepalen dat de hierna te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Toewijzing van deze vordering is echter niet mogelijk nu het door de rechtbank bewezen verklaarde geen feit betreft die gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Benadeelde partij[benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 205,00, bestaande uit een bedrag van € 55,00 aan materiële schade en een bedrag van € 150,00 aan immateriële schade.

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.

De rechtbank acht de vordering, welke niet is weersproken, tot dat bedrag van € 205,00 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 5]

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 205,00 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij Kinderboerderij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 45,00, bestaande uit materiële schade.

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.

De rechtbank acht de vordering, welke niet is weersproken, tot dat bedrag van € 45,00 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel Kinderboerderij [benadeelde 2]

Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 45,00 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57 en 91van het Wetboek van Strafrecht.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 301 dagen, waarvan een gedeelte groot 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Reclassering Nederland, Nijlandstraat 147 te 9401 AL Assen, of telefonisch op nummer 050-3188188 indien nog gedetineerd of reeds opgenomen in een kliniek, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit tijdens de proeftijd noodzakelijk acht;

  • -

    zich op woensdag 1 oktober 2014 uiterlijk om 11:00 uur ter opname zal melden bij de Forensische Psychiatrische Kliniek (FPK) te Assen, Unit Het Dok, waarbij de rechtbank verstaat dat het vervoer van verdachte naar de kliniek wordt verricht door de Dienst Vervoer & Ondersteuning;

  • -

    zich aansluitend in de Forensische Psychiatrische Kliniek te Assen, of in een soortgelijke intramurale zorginstelling, ter behandeling voor de periode van maximaal een (1) jaar doet opnemen, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de geneesheer-directeur van die instelling zullen worden gegeven;

  • -

    zich onthoudt van het gebruik van drugs en alcohol en daartoe meewerkt aan urine- en bloedcontroles, gericht op middelengebruik, zolang de reclassering dit nodig acht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van 1 oktober 2014.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van de som van € 205,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst af het meer of anders gevorderde.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve

van het slachtoffer [benadeelde 5], een bedrag van € 205,00, bestaande uit een bedrag van € 55,00 aan materiële schade en een bedrag van € 150,00 aan immateriële schade, te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Kinderboerderij [benadeelde 2] van de som van € 45,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst af het meer of anders gevorderde.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve

van het slachtoffer Kinderboerderij[benadeelde 2], een bedrag van € 45,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. J.J. Schoemaker, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 30 september 2014, zijnde mr. J.J. Schoemaker buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.