Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5470

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
07-11-2014
Zaaknummer
18.930428-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie door niet eerder een proces-verbaal Werktuigsporenonderzoek te laten opmaken zodat dit aan het strafdossier kon worden toegevoegd, en de verdediging en de rechtbank daarvan kennis hadden kunnen nemen, ernstig inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor - weliswaar niet doelbewust - maar wel met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummers: 18/930428-13

18/930094-14

19/830028-12 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 september 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 26 augustus 2014, 30 september 2014, 9 oktober 2014 en 21 oktober 2014.

Verdachte/veroordeelde is verschenen ter terechtzittingen van 26 augustus 2014, 30 september 2014 en 9 oktober 20214 en werd op die terechtzittingen bijgestaan door mr. K. Martens, advocaat te Assen.

Tenlasteleggingen

De verdachte is bij dagvaardingen tenlastegelegd, dat

parketnummer 18/930428-13

1.

verdachte op of omstreeks 26 november 2013, te [pleegplaats 1], (althans) in de gemeente De Wolden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen, aldaar, aan de [pleegplaats 1], weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning, in elk geval de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, hebbende verdachte en/of één meer van verdachtes mededaders met een breekijzer, althans een breekvoorwerp, in elk geval een hard en/of stevig voorwerp, een deur (die toegang gaf tot de hal van die woning) opengebroken en
zich aldus de toegang tot die woning verschaft, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 26 november 2013, te [pleegplaats 1], (althans) in de gemeente De Wolden, ter uitvoering van het door die daders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen, aldaar, aan de [pleegplaats 1] weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van zijn hun gading, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een
ander of anderen dan aan die dader(s) en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte,
waarbij die dader(s) en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot die woning, althans de plaats des misdrijfs, heeft/hebben verschaft en/of het/de weg te nemen geld en/of goed(eren) van hun/zijn gading onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, hebbende één of meer van die daders en/of één of meer van zijn/hun mededaders met een breekijzer, althans een breekvoorwerp, in elk geval een hard en/of stevig voorwerp, een deur (die toegang gaf tot de hal van die woning) opengebroken en zich aldus de toegang tot die woning verschaft, bij/tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte toen daar door die daders met een door verdachte bestuurde auto naar of in de onmiddellijke nabijheid van, die woning, althans de plaats van het misdrijf, te brengen of te vervoeren en/of (vervolgens) in de onmiddellijke nabijheid
van die woning op de uitkijk te gaan staan, teneinde die dader(s) bij eventueel onraad te waarschuwen, althans op enigerlei (andere) wijze, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of (een) middel en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft;

2.

verdachte in of omstreeks de periode van 16 oktober 2013 tot en met 26 november 2013, te [pleegplaats 2], in elk geval in Nederland, een (elektrische) (dames)fiets (van het merk Sparta en voorzien van het frame nummer SP8022013) en/of een (elektrische) (heren)fiets (van het merk Gazella en voorzien van het frame nummer SZ5575683), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die elektrische fiets(en) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;


3.

verdachte op of omstreeks 4 oktober 2013 en/of 5 oktober 2013, [pleegplaats 3], (althans) in de gemeente Hoogeveen, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (recreatie)woning
(op het [park 1], aldaar), heeft weggenomen een laptop/notebook (van het merk Asus) en/of (ongeveer) 1900 euro, in elk geval een hoeveelheid/hoeveelheden geld, en/of een horloge (van het merk Seiko) en/of foto- en/of video/film-apparatuur, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan (onder meer) [slachtoffer 2], in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),
waarbij verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar//hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat verdachte op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 4 oktober 2013 tot en met 26 november 2013,
te [pleegplaats 2], (althans) in de gemeente Hoogeveen, in elk geval in Nederland, een laptop/notebeek (van het merk Asus) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop/dat notebook wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; gehad,

4.

verdachte op of omstreeks 26 november 2013, te [pleegplaats 2]. (althans) in de gemeente Hoogeveen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 62 XTC-tabletten, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethylamphetamine,
zijnde 3,4-methyleendioxymethylamphetamine een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

verdachte op of omstreeks 26 november 2013, te [pleegplaats 2], (althans) in de gemeente Hoogeveen, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) zesduizend (6000) euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) zesduizend
(6000) euro gebruik heeft gemaakt, terwijl hij/zij wist dat bovenomschreven voorwerp onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

parketnummer 18/930094-14

1.

verdachte op of omstreeks 23 november 2013, te [pleegplaats 4], (althans) in de gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen, aldaar, aan de [pleegplaats 4] heeft weggenomen (onder meer) een geldkist(je), inhoudende (ongeveer) 2308,05 euro, in elk geval een hoeveelhe(i)d(en) geld, en/of een protemonnee met daarin (ongeveer) 75 euro en/of een portemonnee met daarin (ongeveer) 460 euro en/of een portemonnee met daarin (ongeveeer) 400 euro en/of een ring en/of een ketting en/of een armband, in elk geval een of meer siera(a)d(en) en/of een computer/notebook
(van het merk Asus) en/of een computer/notebook (van het merk Toshiba) en/of één of meer fotocamera's en/of één of meer mediaspeler(s) (Ipod's) en/of een telefoon (van het merk Samsung (type Galaxy Fame) en/of een telefoon (van het merk Nokia en/of (een) sleutel(bo)s, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [slachtoffer 3] en/of de [gymnastiekvereniging] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat [verdachte] op of omstreeks 23 november 2013, te Zuidwolde, (althans) in de gemeente De Wolden, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval
alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen,
aldaar, aan de [pleegplaats 4] heeft weggenomen (onder meer) een geldkist(je), inhoudende (ongeveer) 2308,05 euro, in elk geval een hoeveelhe(i)d(en) geld, en/of een protemonnee met daarin (ongeveer) 75 euro en/of een portemonnee met daarin (ongeveer) 460 euro en/of een portemonnee met daarin (ongeveeer) 400 euro en/of een ring en/of een ketting en/of een armband, in elk geval een of meer siera(a)d(en) en/of een computer/notebook (van het merk Asus) en/of een computer/notebook (van het merk Toshiba) en/of één of meer fotocamera's en/of één of meer mediaspeler(s) (Ipod's) en/of
een telefoon (van het merk Samsung (type Galaxy Fame) en/of een telefoon (van het merk Nokia en/of (een) sleutel(bo)s, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [slachtoffer 3] en/of de [gymnastiekvereniging] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die dader(s) en/of diens/hun mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die dader(s) en/of diens/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen
goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,
verbreking en/of inklimming, bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of (een) gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of
(een) inlichting(en) heeft verschaft, door in de onmiddelijke nabijheid van die woning, althans de plaats des misdrijfs, op de uitkijk te gaan staan, teneinde die dader(s) en/of diens/hun mededader(s) bij eventueel onraad te waarschuwen;

2.

verdachte op of omstreeks 25 november 2013 en/of 26 november 2013, te [pleegplaats 5], (althans) in de gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit woning gelegen, aldaar, aan de [pleegplaats 5] heeft weggenomen een (grote) stofzuiger (van het merk Vesto) en/of een verfstripper (van het merk Metabo) en/of een slagmoersleutel
en/of een set met moersleutels (van het merk Metabo) en/of een schroefboormachine (van het merk Makita), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben
verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

verdachte op of omstreeks 24 november 2013, te [pleegplaats 6], (althans) in de gemeente Assen,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen, aldaar, aan de [pleegplaats 6] heeft weggenomen een draagmedaille/onderscheiding en/of een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden tafelzilver, althans een groot aantal huishoudelijke artikelen/huishoudelijke gebruiksvoorwerpen en/of een groot aantal, in elk geval een
hoeveelheid/hoeveelheden, sieraden en/of een (zogenaamd) bidprentje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Tengevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging onder parketnummer 18/930094-14 in de vijfde/zesde regel van het onder 2. tenlastegelegde “(van het merk Vesto)” in plaats van “(van het merk Festool)”1. De rechtbank herstelt deze vergissing door het laatste te lezen in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlasteleggingen staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. C. Coster, acht hetgeen onder parketnummer 18/930428-13 onder 1. primair, 2., 3. subsidiair, 4. en 5. aan verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: acht maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht en ambulante behandelverplichting, integrale en hoofdelijke toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 1], tevens in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel, afwijzing van de civiele vorderingen van [slachtoffer 3], [gymnastiekvereniging] en [slachtoffer 6], en tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Assen van 18 juli 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken met een proeftijd van drie jaren.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie met betrekking tot het feit onder parketnummer 18/930428-13 onder 1.

Aan verdachte is onder dit feit tenlastegelegd dat hij samen met anderen uit de woning aan de [pleegplaats 1] te [pleegplaats 1] geld en/of goederen van hun gading heeft willen wegnemen. Daartoe zouden zij (onder meer) met een breekijzer de keukendeur hebben trachten open te breken.

Uit forensisch onderzoek2 bleek dat diverse indruksporen van twee verschillende afmetingen in de deur zichtbaar waren. Deze sporen werden onder SIN AAFS4871NL en SIN AAFS3872NL afgevormd, gewaarmerkt en veilig gesteld.

In de in beslag genomen auto van de verdachten werd een breekijzer aangetroffen. [verbalisant 1] relateert in het proces-verbaal dat een vergelijkend onderzoek met de beide indruksporen en het breekijzer zal worden uitgevoerd. Qua maat passen de indruksporen bij het in de auto van de verdachten aangetroffen breekijzer, aldus de [verbalisant 1] in het zich in het dossier bevindende proces-verbaal. Dit laatste is door de officier van justitie beaamd tijdens haar requisitoir op de terechtzitting van 26 augustus 2014 tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak.

De raadkamer van deze rechtbank heeft op 6 februari 2014 de vordering van de officier van justitie tot opheffing van de voorlopige hechtenis in de zaak tegen de verdachte d.d. 29 januari 2014 behandeld. Blijkens de aantekeningen van de griffier heeft de officier van justitie toen in raadkamer gezegd dat uit technisch onderzoek geen overeenkomst is aangetoond tussen de indruksporen die in de deur zichtbaar waren en het in beslag genomen breekijzer. Een rapport of een beschrijving in een proces-verbaal van dit - voor verdachte ontlastend - vergelijkend onderzoek heeft de rechtbank ten tijde van de inhoudelijke behandeling van de zaak op 26 augustus 2014 echter niet in het strafdossier aangetroffen. Door de raadsvrouw van de verdachte is de rechtbank daarop tijdens haar pleidooi ter terechtzitting van 26 augustus 2014 geattendeerd.

Pas na heropening van het onderzoek ter terechtzitting en vervolgens schorsing van het onderzoek ter terechtzitting door de rechtbank om, naar aanleiding van de verklaring van de raadsvrouw van de verdachte en de raadkameraantekeningen van de griffier, nadere informatie te verkrijgen, heeft de officier van justitie ter terechtzitting van 9 oktober 2014 verklaard dat [verbalisant 2], die als werktuigspoordeskundige bij deze zaak betrokken is geweest, een vergelijkend onderzoek heeft verricht waarbij hij tot de conclusie is gekomen dat niet kan worden vastgesteld dat het in de auto van de verdachten aangetroffen breekijzer de indruksporen in de keukendeur heeft veroorzaakt. De officier van justitie heeft zijn bevindingen in een proces-verbaal neergelegd en dit aan de rechtbank overgelegd. Aan dit proces-verbaal is het proces-verbaal Werktuigsporenonderzoek van [verbalisant 2] d.d. 1 oktober 2014 gehecht3.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie door niet eerder een proces-verbaal Werktuigsporenonderzoek te laten opmaken zodat dit aan het strafdossier kon worden toegevoegd, en de verdediging en de rechtbank daarvan kennis hadden kunnen nemen, ernstig inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor - weliswaar niet doelbewust - maar wel met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan4.

De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in de vervolging van de verdachte met betrekking tot het onder parketnummer 18/930428-13 onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. primair en subsidiair, 4. en 5. en onder parketnummer 18/930094-14 onder 1. primair en subsidiair en 2. en 3. en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder parketnummer 18/930428-13 onder 3. primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De verdachte dient voorts van het onder parketnummer 18/930094-14 onder 1. primair en subsidiair en 2. en 3. tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte, niet wettig en overtuigend bewezen acht. In het dossier bevinden zich weliswaar een aantal aanwijzingen en aanknopingspunten dat verdachte betrokken is geweest bij de hem tenlastegelegde feiten, maar dat is onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te kunnen achten dat verdachte één of meer van die feiten heeft gepleegd.

De rechtmatigheid van het verkregen bewijs in de onder parketnummer 18/930428-13 onder 3. subsidiair, 4. en 5. tenlastegelegde feiten

De [verbalisant 1] en [verbalisant 3]van Politie Drenthe, district Zuidwest, zijn blijkens een afgegeven machtiging tot het binnentreden in een woning5, op 2 december 2013 de woning van verdachte aan de [straat] binnengetreden ter inbeslagneming van laptops en een geldbedrag. Zij werden vergezeld door [mevrouw], medewerkster van het Leger des Heils. Deze organisatie is eigenaresse van de woning en verleent onderdak aan verdachte in die woning. Door het ondertekenen van een zorgleveringsovereenkomst heeft verdachte de medewerkers van het Leger des Heils toestemming gegeven de woning ongevraagd, maar alleen in het kader van die overeenkomst, binnen te gaan. [mevrouw] opende op 2 december 2013 de voordeur van de woning van verdachte met de reservesleutel van de woning en liet de verbalisanten binnen. In de woonkamer trof de politie een laptop aan. Onder een tegel op het balkon werd een geldbedrag van 6000 euro aangetroffen6.

[mevrouw] mocht de woning uitsluitend betreden in het kader van de zorgleveringsovereenkomst. Niettemin heeft zij de verbalisanten binnen gelaten. Die bevoegdheid kwam haar niet toe en de verbalisanten zijn de woning onrechtmatig binnen gegaan. Derhalve is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De verbalisanten hadden echter een ondertekende machtiging tot het binnentreden van de woning van verdachte. Indien zij niet door [mevrouw] waren binnen gelaten hadden zij gebruik gemaakt van de machtiging tot binnentreden. Het binnen laten van de verbalisanten in de woning van verdachte door [mevrouw] heeft dan ook niet geleid tot enig nadeel voor de verdachte. De rechtbank zal het daarom laten bij de constatering dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar daaraan geen gevolgen verbinden.

[mevrouw] mocht de woning ook niet betreden om - anders dan in het kader van de zorgleveringsovereenkomst - zelf de woning te doorzoeken. Zij heeft dit echter wel gedaan. Daarbij vond zij in een keukenlade XTC-pillen7. Die heeft zij aan de politie gegeven8.

Hier is geen sprake van een vormverzuim en het bewijs is rechtmatig verkregen. Om bewijsmateriaal uit te sluiten dient het immers te zijn verkregen als rechtstreeks resultaat van opsporingshandelingen waarbij het vormverzuim is begaan9. Daarvan is in dit geval geen sprake. [mevrouw] heeft - weliswaar onbevoegd - de woning van verdachte doorzocht en daarbij XTC-pillen gevonden en die aan de politie gegeven maar dit bewijsmateriaal is niet verkregen als rechtstreeks resultaat van opsporingshandelingen van de politie.

De rechtmatigheid van het verkregen bewijs in het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2. tenlastegelegde feit

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat het bewijs dat verdachte zich met betrekking tot de drie in zijn schuur aangetroffen elektrische fietsen heeft schuldig gemaakt aan heling onrechtmatig is verkregen.

[mevrouw] mocht de schuur immers uitsluitend betreden in het kader van de zorgleveringsovereenkomst. Zij mocht de schuur niet betreden om de politie in de gelegenheid te stellen de schuur te doorzoeken of om - anders dan in het kader van de zorgleveringsovereenkomst - zelf de schuur te betreden en te doorzoeken.

Het bewijs uit het binnentreden en doorzoeken van de schuur door de politie als gevolg van het onbevoegd optreden van [mevrouw] is dan ook onrechtmatig verkregen, aldus de raadsvrouw. Het vormverzuim is onherstelbaar en verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde schuldheling.

Hierin volgt de rechtbank de raadsvrouw niet. Het binnen laten van de verbalisanten in de bij de woning van verdachte behorende schuur door [mevrouw] heeft niet geleid tot enig nadeel voor de verdachte. Indien zij niet door [mevrouw] waren binnen gelaten hadden zij zich immers op andere wijze toegang tot de schuur verschaft. De rechtbank zal het daarom laten bij de constatering dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar daaraan geen gevolgen verbinden.

Bewijsmiddelen

het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2. tenlastegelegde

De aangifte van [slachtoffer 7]op 17 oktober 201310, zakelijk onder meer inhoudende dat op woensdag 16 oktober 2013 omstreeks 20:00 uur haar elektrische damesfiets van het merk Sparta met framenr. SP8022013 bij het [zwembad] is gestolen.

De aangifte van [slachtoffer 8] op 17 oktober 201311, dat op 16 oktober 2013 tussen 19:55 uur en 23:15 uur zijn elektrische herenfiets van het merk Gazelle met framenr. GZ5575683 bij het multifunctioneel [centrum] is gestolen.

De bevindingen van de [verbalisant 4] op 28 november 201312. Samen met collega [verbalisant 5] ging hij naar het [adres]. Dit perceel is in gebruik als administratieve ruimte van een woonvorm van het Leger des Heils die aldaar meer woonruimten in gebruik heeft. In een bij een woonruimte behorend schuurtje was een aantal fietsen aangetroffen die mogelijk van diefstal afkomstig waren.

Verbalisanten werden te woord gestaan door [mevrouw], medewerkster van het Leger des Heils. Zij deelde mede dat het Leger des Heils op het adres [straat] onderdak verleent aan [verdachte]. [mevrouw] nam verbalisanten mee naar de berging/schuur behorende bij de woning [straat]. Ze deelde verbalisanten mede dat de schuur in gebruik was bij [verdachte]. Na opening van de schuur wees zij verbalisanten drie elektrische fietsen aan. Fiets 1 was een elektrische damesfiets, merk Sparta, framenr. SP3086383, fiets 2 was een elektrische damesfiets, merk Sparta, framenr. SP80222013 en fiets 3 was een elektrische herenfiets, merk Gazelle, framenr. SZ (lees: GZ)5575683.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 26 augustus 2014, zakelijk weergegeven, verklaard, dat hij een sleutel had van de schuur die behoorde bij de woning van het Leger des Heils die hij bewoonde. Hij wist dat er drie elektrische fietsen in die schuur stonden. Hij wil niet zeggen wie de fietsen erin heeft gezet.

het onder parketnummer 18/930428-13 onder 3. subsidiair en 5. tenlastegelegde

De aangifte van [slachtoffer 2] op 5 oktober 201313, zakelijk onder meer inhoudende dat tussen vrijdag 4 oktober 2013 te 20:00 uur en zaterdag 5 oktober 2013 te 06:00 uur is ingebroken in hun recreatiewoning op het [park 2] te [pleegplaats 3], waarbij onder meer een laptop/notebook van het merk Asus R500d-Sx115v is weggenomen.

De bevindingen van de [verbalisant 1] en [verbalisant 3]14[verbalisant 3]dat zij op 2 december 2013 in de woning van verdachte aan de [straat]15 een laptop van het merk Asus R500d16 en een geldbedrag bestaande uit acht bankbiljetten van vijfhonderd euro en tien bankbiljetten van tweehonderd euro hebben aangetroffen.

De verklaring van de verdachte dat hij de in zijn aangetroffen laptop van het merk Asus begin november 2013 via Marktplaats heeft gekocht voor € 200,--. Hij heeft € 200,-- gepind en de man van wie hij de laptop heeft gekocht, betaald17.

Tijdens zijn verhoor op 13 januari 2014 te 10:15 uur18 wordt verdachte geconfronteerd met het feit dat zijn bankgegevens zijn gecontroleerd19 en dat daaruit blijkt dat hij begin november 2013 niet gepind heeft. Verdachte reageert daar niet op.

het onder parketnummer 18/930428-13 onder 4. tenlastegelegde

de verklaring van de getuige [mevrouw]20, zakelijk onder meer inhoudende dat zij op 27 november 2013 is gebeld door [wijkagent] die haar vertelde dat [verdachte] was aangehouden. [verdachte] woont bij het Leger des Heils en getuige is zijn begeleider. Zij is de volgende dag met de reservesleutel van de woning van [verdachte] de woning binnen gegaan. Daarbij vond zij XTC-pillen in de keukenlade.

De XTC-pillen zijn in beslag genomen onder goednummer 2013087709-26262521.

Een proces-verbaal Verdovende middelen van 23 december 201322, zakelijk onder meer inhoudende dat de in beslag genomen roze pillen met diepdruk “ster met rand” onder goednummer 201387709-262625 positief zijn getest op XTC. De kleurreactietest is een indicatie dat het testmateriaal de werkzame stof MDMA (XTC) bevat. MDMA (3,4-methyleendioxymethylamphetamine staat vermeld op lijst I van de Opiumwet).

De verklaring van verdachte dat de in zijn woning aangetroffen 62 roze pilletjes van hem zijn23.

Bijzondere bewijsmotivering

Nu er in de woning van verdachte een relatief grote hoeveelheid XTC-pillen is aangetroffen en op zijn balkon een omvangrijke hoeveelheid geld is gevonden, gaat de rechtbank ervan uit dat dit geld afkomstig is uit enig misdrijf.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. subsidiair, 4. en 5. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

2.

verdachte in de periode van 16 oktober 2013 tot en met 26 november 2013, te [pleegplaats 2], een elektrische damesfiets van het merk Sparta en voorzien van het frame nummer SP8022013 en een elektrische herenfiets van het merk Gazelle en voorzien van het frame nummer SZ5575683, voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die elektrische fietsen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.

verdachte op enig tijdstip in de periode van 4 oktober 2013 tot en met 26 november 2013 te [pleegplaats 2], een laptop/notebook van het merk Asus voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die laptop/notebook redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

verdachte op 26 november 2013, te [pleegplaats 2],, opzettelijk aanwezig heeft gehad 62 XTC-tabletten (3,4-methyleendioxymethylamphetamine), zijnde 3,4-methyleendioxy-methylamphetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

5.

verdachte op 26 november 2013, te [pleegplaats 2] een voorwerp, te weten een geldbedrag van zesduizend (6000) euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. subsidiair, 4. en 5. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. subsidiair, 4. en 5. bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 2. en 3. subsidiair telkens:

schuldheling,

strafbaar gesteld bij artikel 417bis van het Wetboek van Strafrecht;

onder 4.:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C. van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

onder 5.:

witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de feiten en de verdachte strafbaar, omdat geen straf- en/of schulduitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking hetgeen

de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de

verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, alsmede de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen

documentatieregister d.d. 24 juli 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter

zake van misdrijf is veroordeeld.

Op 16 oktober 2013 zijn bij het [zwembad] een elektrische damesfiets en een elektrische herenfiets gestolen. Verdachte heeft, aldus verklaart hij ter terechtzitting, aan iemand wiens naam hij niet wil noemen, toestemming gegeven een aantal fietsen in zijn schuur te zetten. Hij had zich moeten realiseren dat die fietsen wel eens gestolen zouden kunnen zijn. Dat hij dat niet gedaan heeft rekent de rechtbank hem aan.

Voorts heeft verdachte een laptop/notebook voorhanden gehad, terwijl hij had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was. Hij heeft bovendien 62 XTC-pillen voorhanden gehad en een geldbedrag van 6000 euro witgewassen. Al deze feiten rekent de rechtbank de verdachte ook aan.

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur niet alleen gerechtvaardigd maar ook passend en geboden.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 18/930428-13)

De rechtbank zal, zoals hiervoor is overwogen, de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte met betrekking tot dit feit. De benadeelde partij kan daarom niet worden ontvangen in de civiele vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Benadeelde partijen [slachtoffer 3], [gymnastiekvereniging] en [slachtoffer 6] (parketnummer 18/930094-14)

De rechtbank acht de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partijen zullen niet ontvankelijk worden verklaard in hun civiele vorderingen. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/830028-12

De rechtbank acht de vordering toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Assen van 18 juli 2012, zich tijdens de bij dat vonnis bepaalde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank zal dan ook gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van de verdachte met betrekking tot het onder parketnummer 18/930428-13 onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 18/930428-13 onder 3. primair en onder parketnummer 18/930094-14 onder 1. primair en subsidiair en 2. en 3. is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. subsidiair, 4. en 5. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, heeft begaan, stelt vast dat het aldus bewezen geachte oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 18/930428-13 onder 2., 3. subsidiair, 4. en 5. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [gymnastiekvereniging] en [slachtoffer 6] niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht. De benadeelde partijen en de verdachte dragen de eigen kosten.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/830028-12

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij voormeld vonnis opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. J.G. de Bock en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 4 november 2014. Mr. De Bock is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 dossierpagina 66

2 dossierpagina 85 van het proces-verbaalnr. PL033V-2013087260-81, opgemaakt op 14 januari 2014

3 proces-verbaal Werktuigsporenonderzoek d.d. 1 oktober 2014, PL0300-2013087260-89

4 HR 19 december 1995, NJ 1996/249

5 dossierpagina 112

6 dossierpagina 328 en volgende

7 proces-verbaal verhoor getuige dossierpagina 285 en volgende

8 proces-verbaal van bevindingen dossierpagina 346 en volgende

9 zie onder meer HR 23 november 2010, NJ 2010/641

10 dossierpagina 473

11 dossierpagina 468 en volgende

12 proces-verbaal van bevindingen dossierpagina 346 en volgende

13 dossierpagina 237 e.v.

14 proces-verbaal van bevindingen op dossierpagina 328 e.v.

15 dossierpagina 112

16 kennisgeving van inbeslagneming op dossierpagina 15

17 proces-verbaal verhoor verdachte op dossierpagina 140

18 dossierpagina 148 e.v.

19 pv aanvraag vordering verstrekking historische gegevens ex art. 126nd, 1e lid Sv op dossierpagina 374 e.v.

20 proces-verbaal verhoor getuige op dossierpagina 285 e.v.

21 kennisgeving van inbeslagneming op dossierpagina 11 (volgnummer 4)

22 dossierpagina 372 e.v.

23 proces-verbaal verhoor verdachte op dossierpagina 138