Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5373

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
920153-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden met een verplichte behandeling terzake van een zestal vermogensdelicten en een belediging van een politieambtenaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht, geldigheid: 2014-11-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer 18/920153-14

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 04 november 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats 1],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 21 oktober 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 05 augustus 2014 te Assen, althans in de gemeente Assen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een boot gelegen

aan/nabij de Vaart NZ heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (te weten

een geldbedrag en/of diverse passen) en/of een GSM,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2014 tot en met 14 juli 2014 te

Hoogeveen

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een laptop (merk Medion) en/of

- een videocamera en/of

- een fotocamera en/of

- een saxofoon en/of

- een viool met strijkstok en/of

- twee handtassen en/of kleingeld en/of

- droge worsten en/of

- een geldbedrag (uit de fooienpot) en/of

- een telefoon,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

(gevoegd parketnummer: 18/930126-14:)

hij op of omstreeks 21 juli 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente De Wolden,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning en/of een

pension gelegen aan/nabij de [pleegplaats] heeft weggenomen:

- een portemonnee met inhoud (brief- en muntgeld in euro's en/of Deens

muntgeld en/of Zweeds muntgeld), en/of

- een rol met 1 eurocenten en/of diverse Deense en Zweedse kronen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5]

[slachtoffer 5] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van inklimming en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 21 juli 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente De Wolden,

althans in Nederland,

een aantal goederen, te weten:

- een portemonnee met inhoud (onder andere brief- en muntgeld in euro's en/of

Deens muntgeld en/of Zweeds muntgeld), en/of

- een rol met 1 eurocenten en/of diverse Deense en Zweedse kronen,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen

wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2014 tot en met 21 juli 2014 te

Zwolle

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

personenauto (merk: Opel Commodore), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 21 juli 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente De Wolden,

althans in Nederland,

een personenauto (merk: Opel Commodore) heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van voornoemde personenauto wist, dan wel redelijkerwijs

had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

(gevoegd parketnummer: 18/820264-14:)

hij op of omstreeks 10 juli 2014 te Hoogeveen

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

damesfiets (merk: Gazelle), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 juli 2014 te Hoogeveen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening weg te nemen een damesfiets (merk: Gazelle), geheel of ten dele

toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte,

immers heeft verdachte getracht het slot van die fiets te forceren en/of heeft

verdachte het slot van voornoemde fiets (open)gebroken,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

(gevoegd parketnummer 18/920128-14:)

hij op of omstreeks 28 juni 2014 te Hoogeveen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een personenauto (merk/type: Fiat Panda),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 28 juni 2014 tot en met 29 jun 2014 te

Hoogeveen en/of Borne, althans in Nederland,

een personenauto (merk/type: Fiat Panda)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto

wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 29 juni 2014 te/nabij Borne, althans in de gemeente Borne,

opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 9], agent van

politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar

bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de

woorden "Jij kankerbitch, je kan de tering krijgen met je TBC-kop.", althans

woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. van der Burg acht hetgeen onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 subsidiair en 7 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

 een gevangenisstraf voor de duur 36 maanden, waarvan 6 maanden gevangenisstraf

voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten bedrage van

€ 513,40, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ten

bedrage van € 300,00 (ex aequo et bono), alsmede oplegging van de

schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 5 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -anders dan de officier van justitie en evenals de raadsvrouw van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen, dat er sprake is geweest van een voltooide fietsendiefstal.

Bewijsmotivering

De feiten 1 tot en met 6

De raadsvrouw van verdachte heeft voor de onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit. Zij acht telkens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig.

De officier van justitie acht hetgeen hiervoor is vermeld wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht op basis van de hierna te vermelden bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 7 tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank baseert het bewijs op de navolgende bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 1:

Aangeefster [aangeefster f1] verklaart -zakelijk weergegeven-1: Ik doe mede namens de benadeelde [slachtoffer 1] aangifte van diefstal. Onze boot was gelegen aan de Vaart Noordzijde in Assen. Op 5 augustus 2014 kwamen wij aan bij de boot. Wij stapten de boot op en zagen in de kajuit een man lopen. Mijn man en ik vertrouwden het niet en ik belde het mobiele nummer van mijn man. Wij hoorden toen dat de kleding van de vreemde persoon trilde. Mijn man zei toen tegen de vreemde persoon dat hij zijn telefoon had. De man gaf de telefoon terug. Wij hebben gekeken wat er nog is verdwenen en wij missen alleen de portemonnee van mijn man. De portemonnee en de mobiele telefoon van de man lagen op het dashboard in de boot. In de portemonnee zaten de volgende goederen: 70 euro aan papier geld, 6 euro aan klein geld, bankpas, identiteitsbewijs, rijbewijs, taxipas en zorgpas.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-2: Ik liep langs het water. Ik ben toen naar een boot gelopen. Ik stapte de boot op. Ik ben naar binnen gegaan. Ik zag een GSM liggen naast het schuifluik. Ik pakte de GSM van die mensen en liep er mee naar binnen. Ik liep een trapje af. Toen kwam er een vrouw vanaf de kade naar mij toe lopen. Die vrouw vroeg mij: ”Wat doet u op de boot?” De vrouw was in bijzijn van haar man. Toen belde die vrouw het nummer van die GSM, die ik net in mijn zak had gestoken. Toen ging de GSM af die ik op zak had. Ik gaf de GSM terug aan de man.

Ten aanzien van feit 2:

Aangeefster [slachtoffer 2] verklaart -zakelijk weergegeven-3: Ik doe aangifte van diefstal gepleegd te Hoogeveen. De benadeelden zijn: [slachtoffer 4] en. [slachtoffer 3]. Het weggenomene behoort mij geheel in eigendom toe. Ik slaap in de woning van mijn ouders aan [adres] te Hoogeveen. Naast onze woning, zit ons bedrijf, [slachtoffer 4]. Op 12 juli 2014 is de zaak afgesloten. Op 12 juli 2014 uur, zat ik in de woonkamer van onze woning. Opeens ging de deur open en stond er een man in de woonkamer. Ik kan de man als volgt omschrijven: mager postuur, ongeveer 1.85/ 1.90 lang is de schatting, donkerkleurig haar, blanke huidskleur, slecht gebit, stond schots en scheef en bruine tanden. Op 14 juli 2014, werd ik wakker gemaakt door [een persoon]. Hij had gezien, dat er mensen in de zaak geweest waren, die er niets te zoeken hadden. Toen hij het magazijn binnenkwam, zag hij in het magazijn een tasje liggen met droge worsten, die voor in de slagerij hangen. Toen hij de zaak ingelopen was, zag hij dat er kleingeld miste uit de lade van de kassa. In de woonkamer hebben de dader(s) de kasten opengetrokken. In het dressoir lag de laptop van mijn ouders. Deze is weg. Ook de adapter mist. Ook zijn er uit deze lade een fotocamera en een videocamera gestolen. Ook is er een viool met strijkstok en een saxofoon weggenomen. Uit de kassa van de winkel hebben ze kleingeld gestolen. Voorin de winkel hangen droge worsten. Er werden een paar achter in het magazijn aangetroffen. Uit de kantine van de winkel is de inhoud van de fooienpot gestolen.

Verbalisant [verbalisant 1] verklaart -zakelijk weergegeven-4: Het onderzoek werd verricht in een woning met aangebouwde slagerij gevestigd aan [adres] te Hoogeveen. In het voorraadmagazijn van de slagerij zag ik op de vloer een klein stukje droge worst liggen. Gelet op de vorm van dit stukje worst heeft de dader er mogelijk een stuk van afgebeten. Ten behoeve van een eventueel nader DNA onderzoek heb ik liet stukje droge worst op speeksel bemonsterd en voorzien van SIN AAHH7791NL.

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut5 blijkt een match van

SIN AAHH7791NL#1 met het DNA-profiel cluster van verdachte. Matchkans DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-6:

V: Er is op 14 juli 2014 aangifte gedaan van deze diefstal door middel van insluiping. De dader zag er als volgt uit volgens aangeefster:

Man, mager postuur, 1.85 / 1.90 lang, donkerkleurig haar, blanke huidskleur, slecht gebit (schots en scheef en bruine tanden). Jij voldoet prima aan dit opgegeven signalement. Wat zeg jij?

A: Ik heb wel een slecht gebit.

De rechtbank neemt bij het onderzoek op de terechtzitting waar dat verdachte een mager postuur heeft, ongeveer 1.85/ 1.95 meter lang is, een blanke huidskleur heeft en donker gekleurd haar.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4:

Aangeefster [slachtoffer 5] verklaart -zakelijk weergegeven-7: Ik doe aangifte van inbraak, gepleegd op 21 juli 2014 aan [pleegplaats] te [pleegplaats], uit mijn hondenpension. Omstreeks 02.00 uur ben ik naar de woonkamer gelopen. Ik zag daar een man. Ik hoorde hem zeggen:” Ik zoek geld om te tanken.” Toen ik hem losliet liep hij gelijk weg. Uit de woonkamer is mijn portemonnee weggenomen met daarin ongeveer 20 euro en diverse pasjes. Volgens mij zaten er twee biljetten van 5 euro in en de rest waren munten. Uit de receptie van het pension is geld uit een klein kluisje weggenomen. Ik denk dat er ongeveer 20 euro aan muntgeld is weggenomen. Ik zag voor een deur van de woning een kleine zwarte jerrycan staan. Deze jerrycan is niet van mij.

Aangeefster [slachtoffer 5] verklaart -zakelijk weergegeven-8: Tevens was er een kartonnen/papieren rol met 1 Eurocent munten uit het kistje verdwenen. Ik zag dat de grotere munten, denk aan 1 en 2 Euromunten, uit de lade waren verdwenen. In de weggenomen portemonnee zaten zover ik weet enkele briefjes en vijf Euro en mogelijk nog een briefje van twintig Euro. Daarnaast zat er wat muntgeld in de portemonnee, te weten Euro’s. Zover ik weet zaten er ook nog wat munten van buitenlandse valuta in de portemonnee. Dit betroffen munten uit Zweden en Denemarken.

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren -zakelijk weergegeven-9: Omstreeks 02:15 uur waren wij, verbalisanten, ter plaatse op de [pleegplaats] te [pleegplaats]. Ik had zicht op een maïsveld welke nabij de woning ligt waar de persoon in een woning was overlopen. Ik, verbalisant [verbalisant 3], ben doorgereden naar de woning waar ingebroken zou zijn. Daar trof ik een blauwe Opel Commodore aan voorzien van [kenteken]. Ik, verbalisant [verbalisant 3], zag dat er op de bijrijdersstoel een vrouw lag te slapen. Zij bleek om te gaan met een [verdachte] volgens de meldkamer. De Opel Commodore stond voor de oprit van woning nummer 1 aan de [pleegplaats]. Ik zag op een gegeven moment uit de richting van woning nummer 3 aan de [pleegplaats] een persoon aan komen lopen. Deze persoon liep weg van de woning waar ingebroken zou zijn. Ik herkende hem als zijnde [verdachte]. Ik hoorde en voelde dat verdachte [verdachte] in zijn linkerbroekzak een grote hoeveelheid kleingeld had zitten, dit waren twee handen vol kleingeld.

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart -zakelijk weergegeven-10: Ik, verbalisant, ben naar de auto (Opel Commodore) toegelopen. Ik zag een vrouwelijk persoon ([vrouw]) in de auto op de bijrijdersstoel liggen. Ik hoorde dat de vrouw zei dat degene met wie ze was benzine aan het halen was. De hondengeleider heeft met zijn hond in het aangelegen maisveld gezocht, met als gevolg dat de hond een portemonnee aantrof. Tevens heeft de hond de locatie aangegeven waar een hoeveelheid pasjes lagen. Deze portemonnee is getoond aan de bewoonster van [pleegplaats] 1 te [pleegplaats] en door haar herkend als zijnde haar eigendom. Op de [pleegplaats], ter hoogte van perceel nummer 3 werd een manspersoon

aangetroffen, zijnde [verdachte]. Ik heb [verdachte] gevraag wie zijn vriendin was. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Zij daar, [vrouw]”.

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart -zakelijk weergegeven-11: Ik heb de Opel Commodore onderzocht. Het slot van het rechtervoorportier bleek te zijn opengebroken. De stuurkolom ontbrak en dat de bedrading was zichtbaar.

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] verklaren -zakelijk weergegeven-12: Aangeefster verklaarde dat het een vol rolletje met 1 eurocenten betrof. Opmerking verbalisanten: Er zitten 50 losse eurocenten in een vol rolletje. Aangeefster verklaarde dat ze half juni 2014 in Denemarken was geweest en in 2012 voor het laatst in Zweden. Ze had van beide landen nog enkele muntstukken in haar portemonnee, welke was weggenomen na de inbraak. Opmerking verbalisanten: De onder de verdachte [verdachte] in beslag genomen gelden, werden getoond aan aangeefster. Zij verklaarde daarover, dat dit haar gelden waren. Over de Zweedse en Deense muntstukken, verklaarde aangeefster, dat dat haar muntstukken zijn.

Uit de kennisgeving van inbeslagneming13 blijkt dat op 21 juni 2014 onder verdachte, 47 eurocenten in beslag zijn genomen.

Betrokkene [vrouw] verklaart -zakelijk weergegeven-14: Ik zat voorin op de passagiersstoel. Hij was benzine aan het ophalen. Ik ben toen in slaap gevallen.

V= Wie is hij?

A= [verdachte].

V= Van wie is deze auto?

A= Van [verdachte] zelf of hij heeft hem geleend of zoiets. Vandaag rond 15.00 uur ben ik aan het bier gegaan. [verdachte] is een paar keer weggeweest. Op een gegeven moment kwam hij terug en toen had hij een auto bij zich. We wilden naar Almelo gaan. [verdachte] reed, ik zat ernaast. We kwamen zonder benzine te staan. [verdachte] is uitgestapt om benzine te halen. Hij pakte wel wat van de achterbank of uit de kofferbak. Een kannetje of zo. Toen was de politie er ineens.

Betrokkene [vrouw] verklaart -zakelijk weergegeven-15:

V: Hoe is de auto gestart?

A: Via draden. Ik zat in de auto toen hij hem startte. Hij pakt dan de draden met zijn handen en toen ging de motor aan.

V: Wie waren er nog meer met jullie mee?

A: We waren met zijn tweeën. Alleen [verdachte] en ik zijn in de auto geweest, voor 100 procent.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-16: Ik wilde met [vrouw] naar Almelo.

Aangever [aangever] verklaart -zakelijk weergegeven-17: Ik doe aangifte van diefstal te Zwolle tussen 20 juli 2014 te 21:30 uur en 21 juli 2014 te 08:30 uur van de auto van [slachtoffer 6]. De auto is een oldtimer een Opel Commodore met kenteken HX-7S-GK.

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart -zakelijk weergegeven-18: Ik vroeg aan aangever [aangever] hoe het zat met de contactsleutels, welke bij de Opel Commodore horen. [aangever] antwoordde, dat hij 1 sleutel in zijn bezit heeft en dat de benadeelde en tevens tenaamgestelde van de Opel, de andere sleutel heeft van de auto. [aangever] vertelde, dat er twee sleutels bij de auto zijn.

Ten aanzien van feit 5:

Verbalisanten [vebalisant] en [verbalisant 7] verklaren -zakelijk weergegeven-19: Op 10 juli 2014 kregen wij verbalisanten de melding dat er een fiets was gestolen door een verdachte die zich zou ophouden bij [straat] te Hoogeveen. Het signalement van de verdachte dat werd doorgegeven is een man met donker haar, donkere spijkerbroek, met een zwart T-shirt en daarover een vest. Hij zou een paar tanden missen. Wij zagen de man die voldeed aan het signalement wat net was uitgegeven. Dit was een tenger persoon met een zwart T-shirt en donker haar, donkere spijkerbroek en sportschoenen. Hij droeg een grijs met zwart vest gedrapeerd over zijn schouders. Wij hebben deze persoon aangesproken, en gevraagd naar zijn identiteit. De persoon was behoorlijk bezweet. Hij vertelde ons dat zijn naam [verdachte] is. Toen hij begon te praten zagen wij dat zijn gebit niet geheel compleet was en dit voldeed ook aan het signalement dat door was gegeven. Vervolgens hebben wij deze persoon aangehouden op verdenking van fietsendiefstal.

Getuige [getuige 1] verklaart -zakelijk weergegeven-20: Ik was aan het werk in de[straat] te Hoogeveen. Ik hoorde toen buiten een geluid en zag buiten nabij de struiken een man staan die bezig was met een witte fiets. De man was gekleed in een zwart T shirt, grijze trui en donkere broek. De man was ongeveer 35/40 jr oud, had een tenger postuur en had een slecht gebit. Samen met mijn collega ben ik naar de man en de fiets gegaan. De man was duidelijk bezig geweest om het slot van de afgesloten fiets te forceren. Ik zag dat een deel van het slot in het mandje voor op de fiets lag. De man heeft de fiets laten staan en is hij weggelopen. Wij hebben hierna de politie gebeld. Toen U bij mij was hoorde ik van u dat collega’s van u de mogelijke dader al in de auto hadden en op weg waren naar ons. Mijn collega [collega 1] heeft toen in de politieauto gekeken en de man die daar achterin zat herkend als de man waarover ik in mijn verklaring heb gesproken. De man in de politieauto is dus de man die bezig was het slot van de fiets te vernielen.

Getuige [getuige 2] verklaart -zakelijk weergegeven-21: Op 10 juli 2014 uur waren mijn collega [collega 2] en ik aan het werk in de[straat] te Hoogeveen. Ik zag dat er een man met een fiets (merk Gazelle) aan het rommelen was. De man kan ik omschrijven als: 1,80 meter lang, bruin achterovergekamd haar, tenger, slecht gebit, hij miste een paar tanden, ingevallen gezicht, zwart t-shirt, grijs vest en een donkergrijs trainingsjack. Hij zweette ook erg. Ik zag dat de man een witte fiets met een mandje bij zich had. Ik zag dat het slot beschadigd was. Ik zag dat een deel van het slot in de mand lag. Ongeveer 20 minuten nadat ik de politie heb gebeld kwam er een politieauto met achterin een man. Ik ben naar de auto gelopen en ik weet 100 procent zeker dat dit de man is die met de fiets liep.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-22:

V: Wat voor kleding had jij aan tijdens je aanhouding?

A: spijker broek en t shirt een zwarte die heb ik nu onder mijn vest.

Ten aanzien van feit 6:

Aangeefster [slachtoffer 7] verklaart -zakelijk weergegeven-23: Ik doe aangifte van diefstal op 28 juni 2014 te Hoogeveen, mede namens de benadeelde [slachtoffer 8] Ik bewoon de bovenwoning boven het Chinees restaurant. Er is ingeslopen in onze woning. Op een tafel bij de keuken lag de sleutel van een leenauto van de garage. De sleutel is weggenomen. Ik had deze auto geparkeerd. Toen ik keek zag ik dat de auto (kenteken [nummer]) weg was.

[verbalisant 9] verklaart -zakelijk weergegeven-24: Op 29 juni 2014 omstreeks 00:37 uur zag ik dat een auto (met kenteken [nummer]) binnen Borne reed. Ik hoorde de centraliste tegen mij zeggen dat dit voertuig gesignaleerd stond als gestolen. Ik herken vanaf de politiefoto de bestuurder van de slingerende personenauto en dit bleek verdachte[medeverdachte] te zijn. Ik herken vanaf de politiefoto de bijrijder van de slingerende personenauto en dit bleek verdachte [verdachte] te zijn.

Medeverdachte [medeverdachte] verklaart -zakelijk weergegeven-25:

V: Kun je vertellen waarvoor je bent aangehouden?

A: Diefstal auto. Die heb ik gejat.

V: Wie waren daar allemaal bij aanwezig en hebben dat gezien en/of gehoord?

A: Met mijn broertje.

V: De auto is zaterdagnacht weggenomen bij een inbraak, wat weet jij van die inbraak?

A: Ik ben bij die Chinees binnen geweest. Ik ben via een muurtje naar boven geklommen. Mijn broertje is beneden gebleven. Ik heb uit de kamer de autosleutel gestolen. Voordat ik naar beneden klom, gaf ik de gestolen spullen aan mijn broertje aan, die beneden op mij stond te wachten. Toen ik beneden was drukte ik op de knop van de autosleutel. Ik zag dat er autolichten oplichtten. Ik zag dat de auto naast de Chinees geparkeerd stond. We zijn allebei ingestapt. Ik bestuurde de auto en mijn broertje zat naast me. We hebben toen rondgereden.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-26:

V= Je zei net dat je in Hoogeveen was ingestapt. Die auto is gestolen in Hoogeveen.

A= Onderweg naar Almelo toe werden mijn broer en ik aangehouden.

Feit 7

Nu verdachte hetgeen de rechtbank onder 7 bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- de verklaring van verbalisanten [verbalisant 8] en [slachtoffer 9]27;

- de door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 05 augustus 2014 te Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een boot gelegen aan de Vaart NZ heeft weggenomen een portemonnee met inhoud te weten

een geldbedrag en diverse passen en een GSM, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

hij in de periode van 12 juli 2014 tot en met 14 juli 2014 te Hoogeveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- een laptop (merk Medion) en

- een videocamera en

- een fotocamera en

- een saxofoon en

- een viool met strijkstok en

- twee handtassen en kleingeld en

- droge worsten en

- een geldbedrag (uit de fooienpot) en

- een telefoon,

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4];

3.

hij op 21 juli 2014 te [pleegplaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning en een pension gelegen aan de [pleegplaats] heeft weggenomen:

- een portemonnee met inhoud (brief- en muntgeld in euro's en Deens muntgeld en Zweeds muntgeld), en

- een rol met 1 eurocenten,

toebehorende aan [slachtoffer 5];

4.

hij in de periode van 20 juli 2014 tot en met 21 juli 2014 te Zwolle, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Opel Commodore), toebehorende aan [slachtoffer 6];

5.

hij op 10 juli 2014 te Hoogeveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een damesfiets (merk: Gazelle), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte getracht het slot van die fiets te forceren en heeft verdachte het slot van voornoemde fiets opengebroken, zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

6.

hij op 28 juni 2014 te Hoogeveen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk/type: Fiat Panda), toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte en zijn medeverdachte het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

7.

hij op 29 juni 2014 in de gemeente Borne, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 9], agent van politie, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jij kankerbitch, je kan de tering krijgen met je TBC-kop."

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 7 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3 primair: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 4 primair: diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 5 subsidiair: poging tot diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 in verbinding met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 6 primair: diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 7: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

strafbaar gesteld bij artikel 267 in verbinding met artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Verdachte heeft zich schuldige gemaakt aan een zestal vermogensdelicten. Hij heeft tweemaal goederen weggenomen uit woningen en eenmaal in een boot. Daarnaast heeft hij, al dan niet in vereniging, tweemaal een personenauto weggenomen en heeft hij gepoogd een fiets weg te nemen. Ook heeft verdachte een dienstdoende agente van politie beledigd.

De rechtbank overweegt hierbij dat met name de diefstallen uit woningen en uit de boot ernstige feiten zijn. Deze veroorzaken gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name bij de betrokken slachtoffers. Het is algemeen bekend dat woninginbraak diepe indruk op de slachtoffers maakt en soms wel zodanig dat zij zich in hun woning niet langer veilig voelen. Slachtoffers van vermogensmisdrijven hebben naast het missen van hun eigendommen veelal ook te maken met schade als gevolg van deze diefstallen. De feiten zijn bovendien hinderlijk omdat de slachtoffers zich moeite moeten getroosten om het financiële nadeel te minimaliseren. Tevens getuigt het beledigen door de verdachte van een politieambtenaar van gebrek aan respect voor de betrokken ambtenaar en voor het door de politie vertegenwoordigde gezag.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met voormelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte. De raadsvrouw heeft gepleit voor een strafoplegging overeenkomstig het advies van de reclassering, inhoudende (als bijzondere voorwaarde) een langdurige behandeling van verdachte op de gesloten afdeling van Trajectum. De officier van justitie is van oordeel dat verdachte genoeg kansen heeft gehad en dat er thans alleen oplegging van een langdurige gevangenisstraf aangewezen is.

De rechtbank houdt bij bepaling van de straf voorts rekening met de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 september 2014, waaruit blijkt dat verdachte meermalen eerder terzake soortgelijke misdrijven tot gevangenisstraffen is veroordeeld en constateert dat een eerder opgelegde ISD-maatregel geen invloed lijkt te hebben gehad op het gedrag van verdachte nu hij opnieuw strafbare feiten heeft begaan. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met reclasseringsrapportage en de ter terechtzitting gegeven toelichting daarop. De reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland acht een klinische behandeling van verdachte bij Trajectum in Berkelland, ter voorkoming van recidive, geïndiceerd. Tevens is aangegeven dat het onvoorwaardelijk deel van gevangenisstraf conform artikel 15 van de Penitentiaire beginselenwet in Trajctum tenuitvoer kan worden gelegd.

Vanwege voormelde ernst van de bewezen verklaarde delicten is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden dient te worden opgelegd. Daarnaast dient er een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opgelegd te worden. Aan het op te leggen voorwaardelijke strafdeel, zal, ter beperking van recidive, als bijzondere voorwaarde een (langdurige) klinische behandeling in Trajectum te Berkelland worden verbonden.

De rechtbank gaat er vanuit dat de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf (gedeeltelijk) kan plaatsvinden conform het bepaalde in artikel 15 van de Penitentiaire beginselenwet.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 4)

De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Maar de rechtbank zal niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot na te noemen bedrag aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 5 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 7 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 7 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan een gedeelte groot 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich, op basis van een door het NIFP-IFZ af te geven indicatiestelling, ter behandeling gedurende maximaal de eerste 18 maanden van de proeftijd (op een gesloten afdeling) laat opnemen in Trajectum te Berkelland, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven.

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering van Verslavingszorg Noord-Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 513,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 augustus 2014 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 513,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 05 augustus 2014 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag, bij gebreke van betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter,

en mr. M.A.A. van Capelle en mr. M. van der Veen, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 november 2014,

zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 13ev van het proces-verbaal van politie, registratienummer: PL031V-2014064331 (PV1)

2 op pagina 36ev van PV1

3 op pagina 38ev van PV1

4 op pagina 63ev van PV1

5 op pagina 65ev van PV1

6 op pagina 69ev van PV1

7 op pagina 41ev van het proces-verbaal van politie, registratienummer: PL033W-2014059399 (PV2)

8 op pagina 44ev van PV2

9 op pagina 33/34ev van PV2

10 op pagina 57ev van PV2

11 op pagina 60 van PV2

12 op pagina 89 van PV2

13 op pagina 8 van PV2

14 op pagina 92ev van PV2

15 op pagina 98ev van PV2

16 op pagina 102ev van PV2

17 op pagina 114ev van PV2

18 op pagina 119 van PV2

19 op pagina 12 van het proces-verbaal van politie, registratienummer: PL033V-2014053719 (PV3)

20 op pagina 14 van PV3

21 op pagina 16 van PV3

22 op pagina 19 van PV3

23 op pagina 60ev van het proces-verbaal van politie, registratienummer: PL033V-2014050129 (PV4)

24 op pagina 69ev van PV4

25 op pagina 57ev van PV4

26 op pagina 45 van PV4

27 op pagina 66/67 van PV4