Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5245

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
C17/137118/KG RK 14-444
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Leeuwarden

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/17/137118 / KG RK 14-444

Uitspraak van de meervoudige wrakingskamer ex artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering van 23 september 2014

inzake het door:

[naam],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking,

hierna te noemen: [verzoeker],

bijgestaan door zijn advocaat mr. J.B. Boone,

ingediende verzoek tot wraking van mr. A.H.M. Dölle, mr. I.M. Dölle en mr. W.S. Sikkema, rechters in de afdeling strafrecht van deze rechtbank.

1 Het procesverloop

1.1

Bij de afdeling strafrecht van deze rechtbank, locatie Leeuwarden, is een strafzaak, onder parketnummer 18/720041-14, aanhangig. In die strafzaak is [verzoeker] verdachte.

1.2

De strafzaak is behandeld door de meervoudige strafkamer, bestaande uit

mr. A.H.M. Dölle, mr. I.M. Dölle en mr. W.S. Sikkema, ter terechtzitting van 23 september 2014. Ter terechtzitting heeft mr. J.B. Boone, de raadsman van [verzoeker], namens [verzoeker] de wraking van mr. A.H.M. Dölle, mr. I.M. Dölle en mr. W.S. Sikkema voorgedragen. Hierop is de behandeling van de strafzaak geschorst en is een proces-verbaal van wraking opgesteld. Aan dit proces-verbaal is gehecht de beslissing van de meervoudige raadkamer van deze rechtbank van 5 maart 2014 op het door [verzoeker] ingestelde beroep ex artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering (WvSv).

1.3

Het wrakingsverzoek is vervolgens behandeld ter zitting van de meervoudige wrakingskamer van 23 september 2014. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door

mr. J.B. Boone, die het wrakingsverzoek nader heeft toegelicht. Tevens zijn verschenen

mr. A.H.M. Dölle, mr. I.M. Dölle en mr. W.S. Sikkema. Zij hebben aangegeven niet in de wraking te berusten en hebben hun standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek verwoord. Verder is verschenen de Officier van Justitie, mr. S.T. Kooistra.

1.4

De wrakingskamer heeft, na sluiting van het onderzoek ter zitting en na beraad, mondeling uitspraak gedaan. Deze uitspraak vormt daarvan de schriftelijke uitwerking.

2 De beoordeling

2.1

Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek heeft mr. J.B. Boone namens [verzoeker] blijkens het proces-verbaal van wraking het volgende aangevoerd. De rechtbank heeft zich in de beslissing van 5 maart 2014 al uitgelaten over de rechtsvraag die thans voorligt in de onderhavige strafzaak. Op pagina 3 van de beslissing van 5 maart 2014 is aangegeven:

"8. (….). De veiligheid van de kinderen, ook in de zin van het bij de kinderen aanwezige gevoel van veiligheid, moet zwaarder wegen dan de wens van verdachte contact te hebben met zijn kinderen. Daarnaast lijkt de gegeven gedragsaanwijzing een doeltreffend middel te zijn om een einde aan de ongewenste contacten te maken."

Door deze formulering heeft de rechtbank volgens [verzoeker] een inhoudelijk oordeel gegeven over de vraag of hij zich schuldig heeft gemaakt aan belaging, de vraag die ook voorligt in de onderhavige strafzaak. Deze formulering maakt de rechtbank vooringenomen, althans doet het vermoeden rijzen dat de rechtbank in de onderhavige strafzaak, die voortvloeit uit de beslissing van 5 maart 2014 en er derhalve een rechtstreeks verband is tussen die beslissing en de onderhavige strafzaak, vooringenomen is jegens [verzoeker]. Meer in het bijzonder omdat de rechtbank in de beslissing van 5 maart 2014, vooruitlopend op de behandeling van de onderhavige strafzaak, al heeft vastgesteld dat de contacten ongewenst zijn. De vraag óf de contacten tussen [verzoeker] en zijn kinderen ongewenst zijn, moet juist in het kader van de onderhavige strafzaak worden beantwoord.

2.2

De wrakingskamer oordeelt als volgt.

2.3

Op grond van artikel 513 lid 3 WvSv dienen alle feiten of omstandigheden waarop het wrakingsverzoek berust tegelijk worden voorgedragen. Indien om wraking wordt verzocht ter terechtzitting, zoals in het onderhavige geval is gebeurd, worden de gronden waarop het wrakingsverzoek berust vastgelegd in een proces-verbaal van wraking. Bij aanvang van de behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting heeft mr. J.B. Boone ter aanvulling van de gronden waarop het wrakingsverzoek berust, aangegeven dat mr. A.H.M. Dölle en

mr. W.S. Sikkema in het verleden betrokken zijn geweest bij strafzaken of een strafzaak, waarin zij een veroordeling jegens [verzoeker] hebben uitgesproken, terwijl het ook in die zaken of zaak een verdenking van belaging betrof. Verder heeft mr. J.B. Boone aangegeven dat de rechtbank heeft geweigerd de strafzaak voor (verdere) behandeling te verwijzen naar de rechtbank Amsterdam. Nu deze gronden te laat, namelijk eerst tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek, zijn voorgedragen, laat de wrakingskamer deze gronden onbesproken. In het hiernavolgende zal de wrakingskamer een oordeel geven over de wrakingsgronden zoals vastgelegd in het proces-verbaal van wraking.

2.4

Op grond van artikel 512 WvSv, voor zover thans van belang, kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek is uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke, door verzoeker aan te voeren, omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

2.5

Door of namens [verzoeker] zijn geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor partijdigheid en/of vooringenomenheid jegens [verzoeker] van de zijde van mr. A.H.M. Dölle en/of mr. I.M. Dölle en/of

mr. W.S. Sikkema. De omstandigheid dat drie andere rechters in deze rechtbank op 5 maart 2014 een beslissing hebben genomen in een -in de visie van [verzoeker]- vergelijkbare dan wel annexe kwestie, maakt niet dat mr. A.H.M. Dölle, mr. I.M. Dölle en mr. W.S. Sikkema partijdig en/of vooringenomen zijn jegens [verzoeker]. Voor zover [verzoeker] heeft bedoeld te stellen dat de gehele rechtbank vanwege de beslissing van 5 maart 2014 vooringenomen is jegens hem, overweegt de wrakingskamer als volgt. Een verzoek tot wraking van de gehele rechtbank Noord-Nederland vindt geen grond in de wet, nu gelet op artikel 512 WvSv een wrakingsverzoek alleen gericht kan zijn tegen rechters of een rechter die een zaak behandelen of behandelt en niet tegen (alle rechters van) de rechtbank als geheel.

2.6

Het namens [verzoeker] ingediende wrakingsverzoek zal daarom worden afgewezen.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Deze uitspraak is gewezen door mr. J.C.G. Leijten, mr. M.R. de Vries en mr. Th.A. Wiersma en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2014, in tegenwoordigheid van

mr. J.R. Leegsma als griffier.