Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:5234

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-10-2014
Datum publicatie
27-10-2014
Zaaknummer
18.730048-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Op 23 oktober 2014 heeft rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden een man veroordeeld voor opzettelijk brandstichten en mishandeling. De rechtbank heeft een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag opgelegd en ook een werkstraf voor de duur van 240 uur waarvan 100 uur voorwaardelijk. Daarbij heeft de rechtbank als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 157, 300
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730048-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 oktober 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 oktober 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Boelstra, advocaat te [geboorteplaats].

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.A. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2013 tot en met 15 augustus

2013 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Dantumadiel,

opzettelijk brand heeft gesticht op het terras achter een woning, gelegen aan

of bij de [pleegplaats], aldaar,

immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een of meer stukken hout en/of

spaanplaat en/of een (houten) kast in brand gestoken, in elk geval opzettelijk

(open) vuur in aanraking gebracht met hout en/of spaanplaat, althans met (een)

brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan dat hout en/of spaanplaat en/of die kast en/of een

regenpijp geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is

ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor de in die

woning aanwezige inventaris en/of voor (een) belendend(e)

perc(e)el(en)/woning(en)/schu(u)r(en) en/of voor (overige) zich in de directe

nabijheid bevindende goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te

duchten was;

2.

hij op of omstreeks 24 september 2012 te [pleegplaats], (althans) in de

gemeente Dantumadiel, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]

), (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van één dag met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, waarvan 100 uur, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij VNN reclassering in Leeuwarden;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van ambulante behandeling bij VNN, waarbij verdachte zich moet houden aan de voorwaarden zoals die door de instelling worden gegeven, ook indien dat inhoudt een klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 oktober 2014;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02N3 2013096908, d.d.

2 december 2013, inhoudende de verklaring van [inspecteur van politie].

De rechtbank past met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 oktober 2014;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02R2 2012222592-2, d.d.

26 november 2013, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer].

3. een geneeskundige verklaring, op 7 januari 2013 (de rechtbank begrijpt: 7 januari 2014) opgemaakt en ondertekend door dr. Henstra, arts.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 14 augustus 2013 tot en met 15 augustus 2013 te [pleegplaats], in de gemeente Dantumadiel, opzettelijk brand heeft gesticht op het terras achter een woning, gelegen aan of bij de [pleegplaats], aldaar, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een of meer stukken hout en/of spaanplaat in brand gestoken, ten gevolge waarvan dat hout en spaanplaat en een regenpijp geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en voor de in die woning aanwezige inventaris en voor belendende percelen/woningen/schuren, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 24 september 2012 te [pleegplaats], in de gemeente Dantumadiel, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], met kracht tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

2. Mishandeling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de nacht van 14 op 15 augustus 2013 een kampvuurtje gemaakt achter zijn woning, waarna hij dit vuur onbeheerd heeft achtergelaten en een dicht bij het kampvuur staande rieten stoel vlam heeft gevat. Hierbij is de regenpijp van een op het belendende perceel staande schuur gedeeltelijk verbrand en is gemeen gevaar voor de woning van verdachte en de op de belendende percelen staande woningen en schuren ontstaan.

Daarnaast heeft verdachte zijn buurman mishandeld door hem zo hard te duwen dat hij over een hek viel.

Uit het proces-verbaal en uit de rapportage van Verslavingszorg Noord-Nederland (verder VNN) blijkt dat verdachte lijdt aan een alcoholverslaving en ten tijde van beide feiten een terugval had. Verdachte heeft na de brandstichting hard gewerkt aan het beteren van zijn leven en staat sinds die tijd naar eigen zeggen droog. VNN heeft geen aanleiding om aan die bewering te twijfelen en verdachte heeft voor zover bekend geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. Om een terugval in de toekomst te voorkomen is volgens VNN ambulante hulpverlening en medicamenteuze ondersteuning noodzakelijk. VNN adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daar aan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting, waarbij zo nodig sprake kan zijn van een kortdurende klinische opname.

Opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar voor goederen is een ernstig misdrijf vanwege de grote risico’s die aan een dergelijk handelen verbonden zijn. Uitgangspunt hierbij is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In het voordeel van verdachte spreekt dat hij de ontstane schade zelf heeft hersteld en hard aan zijn problemen heeft gewerkt. Gelet daarop en rekening houdend met de artikelen 22b en 63 van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. In afwijking van het advies en de eis, zal de rechtbank bij de bijzondere voorwaarde van ambulante behandeling niet opnemen dat verdachte zich klinisch moet laten behandelen indien VNN dat noodzakelijk acht, nu dat een beslissing is die is voorbehouden aan de rechter.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 57, 63, 157 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 100 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast.

Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde dat deel van de taakstraf niet naar behoren verricht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij VNN Reclassering Leeuwarden op het adres Oostergoweg 6 in Leeuwarden en zich zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van VNN (Forensische) verslavingszorg op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn alcoholverslaving, emotionele welzijn en delictgedrag, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens voornoemde instelling zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. M. Haisma, rechters, bijgestaan door mr. M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2014.

w.g.

Brinksma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Dölle

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Haisma

locatie Leeuwarden,

Heerschop

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730048-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 9 oktober 2014

Tegenwoordig:

mr. M. Brinksma, voorzitter,

mr. I.M. Dölle en mr. M. Haisma, rechters, en

mr. M. Heerschop, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. P.A. van der Vliet.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. Boelstra, advocaat te [geboorteplaats].

……

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 23 oktober 2014 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.