Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:4988

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-10-2014
Datum publicatie
14-10-2014
Zaaknummer
18.065092-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank moet beoordelen of het door de val ontstane letsel in de vorm van een gebroken elleboog al dan niet als zwaar lichamelijk letsel moet worden gekwalificeerd. Uit de toegezonden slachtoffer¬verklaring blijkt dat het slachtoffer zijn arm 21 dagen in een mitella moest dragen. Voor de beoordeling of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel is artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht van belang, alsmede de daarop betrekking hebbende jurisprudentie. Uit die jurisprudentie komt naar voren dat niet alleen ziekte die geen uitzicht biedt op volledige genezing onder het begrip zwaar lichamelijk letsel is te brengen maar ook tijdelijk en herstelbaar letsel. Voor dit laatste is het gewone spraakgebruik de maatstaf. De rechtbank is van oordeel dat er in de onderhavige zaak naar het gewone spraakgebruik sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 300, 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/065092-14

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/075652-14

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/126775-13

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 oktober 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2014 alsmede naar aanleiding van het door de politierechter gehouden onderzoek op 18 juni 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

in de zaak met parketnummer 18/065092-14 dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2014 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten[slachtoffer 1]), ­ meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen/

gestompt en/of­ meermalen tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt,waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2014 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), meermalen tegen het hoofd heeft geslagen/gestompt en/of heeft

getackeld, waardoor die [slachtoffer 2] ten val is gekomen, tengevolge waarvan deze zwaar

lichamelijk letsel (een gebroken elleboog), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en in de zaak met parketnummer 18/075652-14 dat:

1.

hij op of omstreeks 28 maart 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Groningen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een (tot vuist gebalde) hand in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt waardoor of mede waardoor die[slachtoffer 3] is komen te vallen en/of vervolgens

meermalen, althans eenmaal (met kracht) in/tegen het gezicht/hoofd en/of meer(dere) delen van het lichaam heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 28 maart 2014 te [pleegplaats], (althans) in de gemeente Groningen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten[slachtoffer 4]), meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een (tot vuist gebalde) hand in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2014 te [pleegplaats] (althans) in de gemeente Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een of meer(dere) ra(a)m(en)/ruit(en) van een gallerie/pand gelegen aan of bij de [adres], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor de ten laste gelegde feiten;

- oplegging van acht maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van een meldplicht en een ambulante behandeling;

- tenuitvoerlegging van de op 30 september 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

Met betrekking tot het tegen [slachtoffer 2]gepleegde geweld moet de rechtbank beoordelen of het door de val ontstane letsel in de vorm van een gebroken elleboog al dan niet als zwaar lichamelijk letsel moet worden gekwalificeerd. Uit de door [slachtoffer 2] toegezonden slachtofferverklaring blijkt dat hij zijn arm 21 dagen in een mitella moest dragen.

Voor de beoordeling of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel is artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht van belang, alsmede de daarop betrekking hebbende jurisprudentie. Uit die jurisprudentie komt naar voren dat niet alleen ziekte die geen uitzicht biedt op volledige genezing onder het begrip zwaar lichamelijk letsel is te brengen maar ook tijdelijk en herstelbaar letsel. Voor dit laatste is het gewone spraakgebruik de maatstaf.

De rechtbank is van oordeel dat er in de onderhavige zaak naar het gewone spraakgebruik sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande:

in de zaak met parketnummer 18/065092-14 dat:

hij op 15 februari 2014 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1]

meermalen tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en meermalen tegen het

lichaam heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

hij op 15 februari 2014 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten[slachtoffer 2] meermalen tegen het hoofd heeft geslagen en heeft getackeld, waardoor die

[slachtoffer 2] ten val is gekomen, ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een gebroken elleboog) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

en in de zaak met parketnummer 18/075652-14 dat:

1.

hij op 28 maart 2014 te [pleegplaats] in de gemeente Groningen opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 3] meermalen met kracht met een tot vuist gebalde hand

in/ tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen waardoor of mede waardoor die [slachtoffer 3] is komen te vallen en vervolgens met kracht tegen meerdere delen van het lichaam heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 28 maart 2014 te [pleegplaats], in de gemeente Groningen opzettelijk mishandelend een persoon, te weten[slachtoffer 4], eenmaal met kracht met een tot vuist gebalde hand in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 28 maart 2014 te [pleegplaats], in de gemeente Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een galerie/pand gelegen aan de [adres], toebehorende aan [benadeelde partij], heeft vernield.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op

in de zaak met parketnummer 18/065092-14:

1.

Mishandeling.

2.

Mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

en in de zaak met parketnummer 18/075652-14:

1.

Mishandeling.

2.

Mishandeling.

3.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte psychologische rapportage en het reclasseringsadvies, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan verschillende vormen van agressie. Slechts een paar maanden na zijn vorige veroordeling voor mishandeling heeft hij op straat twee willekeurige mensen mishandeld. En slechts tien dagen nadat de politie hem over die laatste mishandelingen had gehoord, heeft verdachte zich opnieuw schuldig gemaakt aan het op straat mishandelen van twee willekeurige personen. Verdachte heeft daarna zijn woede gekoeld op een etalageruit die daardoor werd vernield. Het mag duidelijk zijn dat deze feiten niet alleen onrust veroorzaken omdat zij zich op de openbare weg hebben afgespeeld maar ze roepen ook angst op omdat het publiek zich er van bewust is dat ook zij het slachtoffer kunnen worden van agressieve jongeren zoals verdachte. Verdachte verkeerde bij het plegen van de feiten onder invloed van alcohol.

De psycholoog heeft geen aanwijzingen gevonden voor aanwezigheid van een ziekelijke stoornis of van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Uit het rapport van de reclassering komt naar voren dat verdachte inmiddels zelf hulp heeft gezocht bij de verslavingszorg. De reclassering adviseert oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een ambulante behandeling. De raadsvrouw heeft oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden bepleit.

De rechtbank ziet zowel in het gedrag van verdachte als in de ernst en het aantal van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende aanknopingspunten voor oplegging van een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft immers een eerder voor mishandeling opgelegde taakstraf niet verricht en hij is in korte tijd weer fors de fout in gegaan. De rechtbank zal verdachte dan ook de straf opleggen die door de officier van justitie is geëist.

Benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 18/075652-14 onder 3. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 30 september 2013, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 15 oktober 2013.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 26 maart 2014 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 30 september 2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

De raadsvrouw heeft bepleit dat deze gevangenisstraf in de vorm van een taakstraf zal worden ten uitvoer gelegd. De rechtbank ziet hier geen gronden voor nu verdachte de bij het vonnis van 30 september 2013 eveneens opgelegde taakstraf niet eens heeft uitgevoerd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 57, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/065092-14 en het in de zaak met parketnummer 18/075652-14 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vier maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1.

dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2.

dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3.

dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1.

dat de veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen bij Verslavingszorg Noord Nederland of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

2.

dat de veroordeelde zich (op uitnodiging) zal melden bij Reclassering Nederland en dat hij zich daarna zo frequent blijft melden als de reclassering nodig acht.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 628,51 (zegge: zeshonderd achtentwintig euro en éénenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2014.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 628,51 (zegge: zeshonderd achtentwintig euro en éénenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2014,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/126775-13:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen d.d. 30 september 2013, te weten: twee weken gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. L.G. Wijma en mr. T. Kortlang-de Vries, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober 2014.

Mr. Kortlang-de Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g. Dölle Voor eensluidend afschrift,

Wijma de griffier van de rechtbank Noord-Nederland

Komrij te Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/065092-14

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/075652-14

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/126775-13

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 30 september 2014

Tegenwoordig:

mr. A.H.M. Dölle, voorzitter,

mr. L.G. Wijma en mr. T. Kortlang-de Vries, rechters, en

T.L. Komrij, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. R.G. de Graaf.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres], [woonadres].

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen.

……..

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 14 oktober 2014 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de oudste rechter en de griffier.